Laat de Olympische Spelen beginnen… bij jou thuis!

Laat je kinderen kennismaken met andere culturen door deze tien spelletjes uit de hele wereld te spelen.

Friday, July 31, 2020,
Door Maryellen Kennedy Duckett
Met haar vader speelt een meisje ‘jegichagi’, een traditioneel Zuid-Koreaans spelletje.

Met haar vader speelt een meisje ‘jegichagi’, een traditioneel Zuid-Koreaans spelletje.

Foto van blue jean images / Getty Images

Deze week zouden de Olympische Zomerspelen van 2020 worden geopend, maar de uitbraak van COVID-19 heeft alles veranderd. 

De Spelen mogen dan zijn uitgesteld tot 2021, maar kinderen kunnen de vriendschappelijke rivaliteit en culturele diversiteit van het gebeuren nog altijd ervaren door hun eigen ‘Olympische Spelletjes’ te organiseren. Het spelen van spelletjes uit andere culturen, zoals de onderstaande landen, kan een uitgangspunt zijn om er meer over te weten te komen – een belangrijke levensles voor kinderen.

“Terwijl kinderen opgroeien, kunnen ze vooroordelen ontwikkelen,” zegt Julie Jones, voorzitter van de afdeling Smoky Mountain van CISV USA (Children’s International Summer Villages), een ngo die zich wijdt aan vredesonderwijs en -voorlichting. “Maar als ze op vroege leeftijd met andere culturen in aanraking komen, ontdekken ze dat mensen uit de hele wereld allemaal mensen zijn en dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan van elkaar verschillen.”

Laat de Spelletjes beginnen!

Korboof hoepelspel (Ethiopië): Start jouw Olympische Spelletjes met een hoepelspel dat teruggaat tot het oude Griekenland, de bakermat van de oorspronkelijke Olympische Spelen. De oude Grieken rolden met hoepels als krachttraining; dit Ethiopische spel voor twee personen versterkt de vaardigheden van het rollen en richten. Om de beurt fungeren de spelers als roller en gooier. Terwijl de roller zijn hoepel over een vlak stuk grond laat rollen, probeert de gooier de hoepel met een bal te raken. De gooier die de hoepel weet te raken zonder dat de hoepel stopt en omvalt, krijgt één punt. Als de hoepel omvalt, worden dat twee punten.

‘Kubb’ is een traditioneel Zweeds spel waarbij zeventien blokken hout omver moeten worden gegooid.

Foto van Westend61 / Getty Images

Kubbof ‘Viking-schaken’ (Zweden):Volgens de overlevering speelden de Vikingen deze versie van kubbmet schedels en botten. Dat is niet erg waarschijnlijk, maar het griezelig-leuke verhaal is de reden dat dit gazonspelletje ook wel ‘Viking-schaken’ wordt genoemd. Oorspronkelijk werd kubb gespeeld met zeventien blokken hout: één ‘koning’ van tien bij tien centimeter, zes werpstokken van zo’n dertig centimeter lengte en tien kubbs van 7,5 bij 7,5 centimeter; maar je kunt de ‘koning’, de werpstokken en de kubbs ook vervangen door voorwerpen van alle soorten en maten die je thuis hebt liggen. Plaats de ‘koning’ in het centrum van het speelveldje (met een lengte die kinderen met een onderhandse gooi van een werpstok kunnen overbruggen) en vijf kubbs aan beide zijden van het veldje. Twee teams (van één tot zes personen per team) gooien om de beurt met zes werpstokken en proberen daarbij eerst de vijf kubbs en daarna de koning van de tegenstander omver te gooien. Meer over de spelregels lees je hier (bijvoorbeeld dat omver gegooide kubbs door de tegenpartij als verdedigers kunnen worden ingezet).

Keentanof het kangoeroespel (Australië):Dit Aboriginal-spel is geïnspireerd op de megasprongen van de kangoeroe, die bijna twee meter hoog kunnen zijn. Het spel van rennen, passen en vangen werd traditioneel gespeeld met de opgerolde huid van een possum, kangoeroe of wallaby. (Tegenwoordig kun je het prima met een gewone voetbal spelen.) De kinderen worden in twee teams opgedeeld en spelen een spel van gooien en ontwijken. De spelers mogen de bal alleen gooien, vangen of onderscheppen als ze daarbij met geen van beide voeten de grond raken, dus springen ze voortdurend op – vandaar de link met de kangoeroe. Traditioneel zijn Aboriginal-spelletjes niet-competitief, dus iedereen wint!

Het Peruaanse spelletje ‘juego de sapo’ werd traditioneel op dit soort tafeltjes gespeeld.

Foto van Photitos2016 / Getty Images

Juego de sapoof ‘paddenspel’ (Peru): Volgens de Inca-mythologie veranderden padden in puur goud als ze een stukje goud in hun bek opvingen. Geïnspireerd door deze legende, wordt dit oude spelletje gespeeld op een houten tafeltje met gaten in het tafelblad; tussen de gaten staat een bronsfiguur van een pad met wijd geopende bek. Maar kinderen kunnen gewoon gebruikmaken van een lege schoenendoos en een lege toiletrol die is beschilderd als een pad. Knip meerdere gaten ter grootte van een euro in het deksel van de doos en zet de toiletrol in een van de gaten. Doe tien stappen achteruit en gooi vandaar met muntjes van tien of twintig eurocent. Je krijgt vijf punten als de pad een muntje ‘vangt’ en één punt als je een muntje in een van de andere gaten gooit.

Voor het spelen van het Zuid-Afrikaanse spelletje ‘diketo’ moet je snel zijn en over een goede coördinatie beschikken.

Foto van Themba Hadebe / AP / Shutterstock

Diketo(ook wel ‘oekoegenda’ of ‘oepoeka’) of steentjesgooien (Zuid-Afrika): Diketo is een van de tien officiële inheemse spelletjes van Zuid-Afrika en wordt met twee spelers gespeeld. Het spel doet een beetje denken aan bikkelen. Neem tien kleine steentjes (knikkers mag ook!) en één wat grotere knikker of steen en graaf een kuiltje van vijf centimeter diep en vijftien centimeter doorsnede. Leg de steentjes in de kuil en gooi dan de grote knikker de lucht in. Voordat je de knikker weer opvangt, moet je met de werphand alle steentjes uit het kuiltje schuiven, er eentje apart leggen en de rest terug in het kuiltje schuiven. Je krijgt tien punten als je dat tienmaal met succes kunt herhalen (zodat er in het kuiltje geen steentjes meer liggen) en één punt voor elk steentje dat je uit het kuiltje hebt geschoven zonder dat je de knikker hebt kunnen opvangen. Als een speler de knikker niet opvangt, is de andere speler aan de beurt.

Bij het ‘Topfschlagen’, een traditioneel Duits spelletje, wordt de winnaar aan het eind beloond met chocolade!

Foto van Schöning / ullstein bild via Getty Images

Topfschlagen of ‘Hit-the-Pot’ (Duitsland): Duitsland is de grootste chocolade-exporteur ter wereld, dus zal het niet verbazen dat dit spelletje op deze lekkernij is gebaseerd. Plaats wat chocolaatjes onder een omgekeerde pan. Met een blinddoek om kunnen kinderen al kruipend op de grond om de beurt met een pollepel naar beneden slaan om uit te zoeken waar de pan zich bevindt. (Je kunt zachte obstakels als kussens of knuffelbeesten toevoegen om het spannender te maken.) Als het kind de pan met zijn pollepel raakt, mag hij of zij de chocola eronder opeten.

Een jongetje speelt ‘jegichagi’ met een jegi, een soort badmintonshuttle.

Foto van Glow Asia RF / Alamy

Jegichagiof shuttle-hooghouden (Zuid-Korea): Een van de verhalen over de oorsprong van dit footbag-achtige spelletje is dat het diende als vaardigheidstraining voor vechtsporters. Hoe jegichagiook is ontstaan, het spelletje is op Zuid-Koreaanse speelplaatsen zeer populair. Eenjegiis een soort badmintonshuttle met kwastjes eraan en moet door deelnemers in een kring met de binnenzijde van de voet worden hooggehouden. Je kunt het spel ook één tegen één spelen (wie de jegihet vaakst in de lucht kan houden, wint) of de shuttle al hooghoudend in een kring van spelers aan elkaar doorgeven. Je kunt zelf een eenvoudige jegimaken door een paar euromuntjes in de onderkant van een boterhamzakje te stoppen en het zakje goed aan te draaien en af te binden. Daarna kun je de bovenkant van het zakje in smalle reepjes snijden om kwastjes te creëren.

‘El gato y el ratón’ of kat-en-muis (Costa Rica): Dit groepsspelletje dat in een kring wordt gespeeld, is heel geliefd bij kinderen. Eén kind speelt de gato(de kat), een tweede kind de ratón(de muis). De andere kinderen houden elkaars hand vast en vormen een kring rond de ‘muis’. Terwijl de groep huppelt en zingt (‘El gato quiere sacar el ratón’ – ‘De kat wil de muis pakken’), sluipt de kat buiten rond de kring om de muis af te tikken. De spelers in de kring mogen hun armen omhoog en omlaag doen om de kat te blokkeren en de muis huppelt rond om niet afgetikt te worden. Als de gatozijn prooi te pakken heeft, begint het spelletje opnieuw, nu met een andere ‘kat’ en ‘muis’.

‘Luta de galo’ of hanengevecht (Brazil): In dit grappige evenwichtsspelletje nemen twee kinderen het tegen elkaar op, in plaats van twee hanen. Ze staan tegenover elkaar en hebben een hoofdband of stuk stof achter hun rug in een riem of achterzak gestoken. Ze houden hun meest gebruikte hand op de borst (zodat ze die niet kunnen gebruiken) en beginnen op één been te huppelen. De eerste die de stof vanachter de rug van de ander heeft gegrist, zonder daarbij om te vallen of met beide benen de grond te raken, wint.

Het traditionele Japanse spelletje ‘otedama’ doet sterk denken aan bikkelen, maar wordt gespeeld met bonenzakjes.

Foto van Hakase_ / Getty Images

Otedama of ‘jongleren met bonenzakjes’ (Japan): Vier de Olympische Spelen in het gastland Japan met een jongleerspelletje dat in dat land traditioneel van sobo(oma) op mago(kleinkind) wordt overgeleverd. Je kunt het in je eentje spelen, met vijf kleine bonenzakjes of ojami, die vaak van restjes kimonozijde worden genaaid. Naarmate kinderen er beter in worden, kan otedamawaanzinnig ingewikkeld worden, maar begin bij het begin. Kniel achter de bonenzakjes, gooi er eentje in de lucht en gebruik dan dezelfde hand om snel een ander zakje op de pakken en het eerste zakje weer op te vangen, totdat je alle vijf zakjes in één hand hebt opgevangen. Te gemakkelijk? Gooi de zakjes op en probeer ze op de rug van je hand op te vangen.

Wil jij je familie uitdagen? National Geographic Junior heeft sinds deze maand een heel toffe pubquiz voor het hele gezin op YouTube staan.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer