Genderrevolutie

Colombiaanse transseksuelen zijn veilig op koffieplantages

Voor transseksuelen uit de indianendorpen van Colombia zijn de plantages toevluchtsoorden, waar ze hun seksuele identiteit kunnen uitdragen en worden beschermd tegen de discriminatie die ze in hun eigen gemeenschappen ervaren. maandag, 16 april 2018

Door Heather Brady
Foto's Van Lena Mucha

Diep in de dichtbegroeide bergen van de Eje Cafetero, de ‘Koffie-corridor’ in het westen van Colombia, waar het wemelt van de koffieplantages, worden de velden bewerkt door een uniek groepje mensen.

Wanneer de werkdag er voor deze landarbeiders van de Emberá-indianen opzit, gaan ze terug naar hun slaapzalen. Daar maken ze zich op, doen sieraden om en kleden zich in traditionele vrouwenkleren om uiting te geven aan hun ware seksuele geaardheid.

Omdat deze vrouwen transseksueel zijn, worden ze in hun eigen gemeenschappen niet geaccepteerd. Ze worden vaak geïntimideerd of gedwongen om hun dorp te verlaten, ook als ze gezinnen en kinderen hebben. Maar volgens de vrouwen worden ze op deze koffieplantages wél geaccepteerd zoals ze zijn.

Lena Mucha, een in Berlijn wonende fotografe die sociale antropologie heeft gestudeerd, werd door een lokale Colombiaanse krant gevraagd om een reportage over deze vrouwen te maken.

“Ik heb al eerder met indianengemeenschappen gewerkt, maar ik had nog nooit van dit probleem gehoord en vond het heel interessant,” zegt Mucha.

Toen ze onderzoek deed naar de positie van inheemse transseksuelen in Colombia, merkte dat er heel weinig informatie over deze groep bestond: slechts een paar korte artikelen en geen enkele ngo of internationale hulporganisatie die het voor hen opnam.

“Zelfs voor organisaties die met de indianenbevolking werken, was dit probleem helemaal nieuw,” zegt ze.

Mucha ging op zoek naar deze vrouwen en hun verhalen en reed op de motor door de koffieregio. In het begin was het zwaar, want de transseksuelen leefden vaak in relatieve afzondering en zochten werk door van plantage naar plantage te trekken.

“Ik weet dat het in Colombia behoorlijk heftig is om transseksueel te zijn,” zegt Mucha. “Het is een zeer conservatief land. De bewustwording over afwijkende vormen van seksualiteit ontwikkelt zich langzaam en alleen in de grotere steden, zoals Bogotá. Maar in dorpen en indianengemeenschappen zien ze het als een ziekte die door de blanken is verspreid. Er is geen begrip voor de oorsprong en normaliteit ervan.”

De koffieplantages vormen een toevluchtsoord voor deze inheemse transseksuelen. Overdag werken ze op het land en in hun vrijetijd kunnen ze zich kleden zoals ze willen, zonder te worden vervolgd of geïntimideerd. Volgens Mucha zeggen de boeren dat ze graag transseksuelen inhuren omdat ze niet klagen. Ze zijn sterk, werken hard en zijn niet duur – de meesten verdienen rond de 100.000 Colombiaanse peso’s, oftewel zo’n dertig euro, per week.

De meeste van deze vrouwen komen uit omringende en aangrenzende departementen. Het werk is vaak het enige dat ze kunnen vinden en de plantages hebben ook eenvoudige slaapzalen en eetgelegenheden.

“In hun gemeenschappen kunnen ze hun seksuele identiteit niet uitdragen, dus zijn ze altijd op zoek naar manieren om weg te gaan,” zegt Mucha.

Angélica, een van de vrouwen die Mucha tijdens haar bezoek aan de plantage leerde kennen, zegt dat ze niet meer naar haar geboortedorp zal terugkeren.

“Hier kan ik eindelijk mezelf zijn en leven volgens mijn identiteit,” vertelde Angélica aan Mucha.

De vrouwen vormen een aparte groep en zoeken geen contact met andere indiaanse landarbeiders op de plantages. Veel van deze indiaanse vrouwen kunnen geen Spaans en stellen zich gereserveerd op vanwege de sociale uitsluiting die ze hebben ervaren, dus het was volgens Mucha niet eenvoudig om ze te spreken te krijgen.

“Op één plantage heb ik meerdere dagen doorgebracht,” zegt ze. “Het was een van de grootste van het gebied. Op de eerste dag nam ik wat foto’s, drukte ze af en liet ze aan de vrouwen zien. Dat brak het ijs en zorgde ervoor dat ze me vertrouwden.”

Op een zaterdag vergezelde ze sommige van de vrouwen op een uitstapje naar Santuario, het naburige dorp waar ze van hun zuurverdiende geld zaken als make-up en sieraden konden kopen. Daar zag Mucha de intimidatie waaraan deze vrouwen binnen hun eigen gemeenschap werden blootgesteld.

“Er was een situatie waarin andere indianen tegen ze begonnen te praten, ze lastig begonnen te vallen en ze uit te schelden. ‘Wat moeten jullie hier?’ zeiden ze.” vertelt Mucha. “Ik kon met eigen ogen zien hoe ze in hun geboortedorpen zouden zijn behandeld.”

Wanneer deze landarbeiders zich in hun vrijetijd in echte vrouwen omtoveren, veranderen ze totaal, vertelt Mucha.

“Het zijn sterke vrouwen,” zegt ze. “Ik denk dat ze echt van hun leven daar genieten. Voor hen betekent het vrijheid, en ze kunnen zichzelf zijn. Niemand valt ze daar lastig.”

Lees meer