Maar weinig mensen zullen weten dat Ground Zero, de plek waar tot de aanslagen van 11 september 2001 het World Trade Center stond, niet altijd de punt van Manhattan markeerde. Ooit was dit stukje New York deel van de oceaan, totdat Manhattan werd uitgebreid door landwinning. Onder de gedenkplaats ligt een van de oudste mysteries van New York.
Al decennialang zijn wetenschappers op zoek naar het Nederlandse schip de Tyger. Met dit schip droeg kapitein Adriaen Block bij aan de Nederlandse missie om de Amerikaanse noordoostkust in kaart te brengen. In 1613 zonk de Tyger, ongeveer op de plek waar later de Twin Towers werden gebouwd.
Nieuw onderzoek
In 1916 werden bij de aanleg van een metrolijn stukken kiel en rib gevonden, in totaal zo’n 2,5 meter hout (te zien op de foto bovenaan). Nu schrijft het Museum of the City of New York (MCNY) het eerste grote onderzoek uit om te achterhalen of deze inderdaad aan de Tyger toebehoorden.
Leestip: Hoe de Holland-Amerika Lijn miljoenen Nederlanders naar de Nieuwe Wereld bracht
Het onderzoek wordt uitgevoerd door medewerkers van het MCNY, in samenwerking met andere experts, onder wie Martijn Manders (hoogleraar onderwaterarcheologie en maritiem erfgoedbeheer aan Universiteit Leiden en de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)), en Marta Domínguez Delmás (onderzoeker dendrochronologie bij Naturalis en de RCE).
Nederlanders in Manhattan
Aan het begin van de zeventiende eeuw concurreerde Nederland met Spanje, Portugal en Groot-Brittannië om zo veel mogelijk van de wereld te koloniseren. Aan het hoofd van deze expansie stonden kapiteins zoals Block, die tussen 1611 en 1614 vier verkennende expedities naar de regio van de Hudson River leidde.
Hij bracht het gebied, waar nu New York ligt, in kaart. Een aantal van deze expedities werd ondernomen met de Tyger. Zo bevoer Block ook wateren rondom Rhode Island, waar nu de populaire zomerbestemming Block Island naar hem vernoemd is. Op basis van Blocks kaarten en beschrijvingen besloten de Nederlanders zich te vestigen in Manhattan, dat destijds werd bewoond door de inheemse bevolking: de Lenape.
Nieuwe nederzetting
In 1614 stichtte Block in het zuiden van Manhattan de eerste Europese nederzetting en bouwde er vier huizen. Zijn buitenpost groeide in een aantal decennia uit tot Nieuw-Amsterdam. Dit maakte deel uit van de kolonie Nieuw-Nederland, die delen van de huidige staten New York, New Jersey, Maryland, Pennsylvania, Connecticut en Delaware besloeg. Pas in 1664, toen de Engelsen Manhattan innamen, kreeg het de naam New York.
Leestip: Werd Manhattan in 1624 echt voor slechts 24 dollar verkocht aan Nederland?
De Nederlanders stichtten Fort Amsterdam in het zuiden van Manhattan, onder leiding van de gouverneur van Nieuw-Nederland, Peter Minuit. Volgens historicus en Amerika-expert Jaap Jacobs zouden de Nederlanders New York zonder Block wellicht nooit hebben gesticht. Dankzij Blocks gedetailleerde kaarten van de wateren rondom New York wisten de Nederlanders hier een monopolie op de scheepvaart te bemachtigen.
‘Zonder deze ontwikkeling zou de kolonisatie door de WIC een stuk moeilijker zijn geweest,’ zegt Jacobs. ‘Wellicht had het nooit geleid tot de stichting van Nieuw-Amsterdam en dus zelfs New York.’
Resten van de Tyger
Toen de Tyger in 1613 voor anker lag, ontstond er brand en zonk het schip, ongeveer op de plek die nu Ground Zero markeert. Drie eeuwen lang leek het schip spoorloos verdwenen. Totdat in 1916 een verschroeid stuk wrakhout werd opgegraven bij de aanleg van de metro onder de straten van Manhattan. Verder werd er een Nederlandse bijl, bedeltjes, kleien pijpen, een stuk ketting, een klein kanon en blauw-wit aardwerk gevonden.
Het is mogelijk dat er nog meer resten van het wrak onder de grond liggen. Het beschadigde schip is nooit goed uitgegraven, dus zijn er slechts delen van de kiel en ribben overgebleven. Deze balken hebben jaren liggen verstoffen in musea.
Leestip: Hoe in 1876 een walvis per spoor naar New York werd gebracht – en stierf
Onderzoek uit 1995 ondersteunde de theorie dat deze materialen inderdaad van de Tyger waren. Koolstofdatering van Columbia University toonde aan dat de balken tussen 1595 en 1635 dateerden, en een ijzeren bout uit hetzelfde wrak zou rond 1600 zijn gemaakt volgens een Europees smeltproces. Alles wees erop dat de opgegraven overblijfselen aan de Tyger toebehoorden, maar hard bewijs ontbrak.
Het mysterie duurt voort
In de jaren zestig en zeventig volgde meer onderzoek, maar ook dit bood geen uitsluitsel. Een analyse wees uit dat de Tyger niet volledig in vlammen opging en dat de overgebleven materialen werden gebruikt om Blocks nieuwe schip te bouwen. Anderen concludeerden dat de overblijfselen zijn weggeroofd in de twintigste eeuw, of dat ze ergens in een opslag liggen te wachten tot ze worden herontdekt.
Het MCNY gaat dit jaar uitgebreid onderzoek doen naar de oorsprong van de resten die in 1916 zijn opgegraven. Hierbij willen ze verschillende nieuwe onderzoeksmethoden gaan inzetten, zoals dendrochronologie, waarmee wetenschappers kunnen achterhalen waar en wanneer een stuk hout is gekapt. Met soortenidentificatie kunnen ze achterhalen van welke boomsoorten de balken afkomstig zijn. Het MCNY overweegt ook isotopenanalyse, waarbij ze de chemische samenstelling van het hout analyseren om de geografische oorsprong te achterhalen.
Met dit onderzoek naar het scheepswrak viert het museum de vierhonderste verjaardag van de stichting van New York. Voor nu blijft de vraag: heeft de Tyger eeuwenlang onder een van de drukste plekken in de stad gelegen?
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










