In Groningen begon op 20 januari 1877 de wind al aan te trekken. In de dagen daarna zakte de barometer snel, een teken dat een zware storm in aantocht is. Regen en wind joegen over het land en stuwden het water richting de kust. Het hoogtepunt volgde in de nacht van 30 op 31 januari.

Kranten schreven hoe op het Rembrandtsplein in Amsterdam ramen uit hun sponningen werden gerukt en als vloeipapier door de lucht vlogen. Maar buiten de steden waren de gevolgen nog veel ernstiger. Dit zijn acht aangrijpende gebeurtenissen tijdens de stormvloed van 1877.

1. Moeder en baby bedolven onder puin

De Standaard meldde op 1 februari een tragedie in Meppel. Daar stortte een huis in nadat een schoorsteen door de storm was omgewaaid. Een moeder en haar baby van zes weken oud raakten bedolven onder het puin en kwamen om het leven. De vader en twee andere kinderen ontsnapten ternauwernood, maar vonden later moeder en kind dood terug.

2. Werklui van een steiger geslagen

In Den Haag waren op 31 januari drie mannen aan het werk toen zij door de harde wind van hun werksteiger vielen. Een kwam er met lichte kneuzingen van af, maar de andere twee raakten zwaargewond. Een van hen overleed een dag later in het ziekenhuis.

3. Eemnes volledig omringd door water

Het gebied tussen Baarn en Blaricum stond vrijwel volledig blank in de vroege morgen van 31 januari. Dat berichtte het Utrechts provinciaal en stedelijk dagblad op 2 februari. In Eemnes dreigde het water door de Wakkerendijk te breken, waarop een afgevaardigde om vier uur ’s morgens naar Baarn trok om de burgemeester op de hoogte te brengen.

Leestip: Was de Sint-Elisabethsvloed een van de grootste watersnoodrampen ooit?

Hij luidde de brandklok en trok met iedereen die daar gehoor aan had gegeven naar Eemnes. Het noodteam probeerde met man en macht een dijkdoorbraak te voorkomen. Omstreeks tien uur leek het gevaar geweken, maar om twee uur ’s middags dreigde de dijk weer door te breken.

Bij Blaricum had de dijk het niet gehouden. Inwoners probeerden met takken, stro, palen, planken en zand de opening in de dijk te stoppen. Net toen ze dachten dat het gelukt was, stroomde het water alsnog naar binnen, richting Eemnes. Dit dorp was nu volledig omringd door water. Hoewel er niet over doden wordt gesproken, raakten talloze huizen verwoest en moesten inwoners met hun vee naar het hogergelegen Laren trekken.

4. Veertien doden in de Groningse Westpolder

Groningen werd hard getroffen tijdens de stormvloed van 1877. De Westpolderdijk bij Vierhuizen was doorgebroken, en het hele gebied stond onder water. Bewoners zochten droge voeten op zolder en moesten met bootjes worden gered.

Leestip: De winterstorm van 1916 zette Nederland onder water en veranderde het land voorgoed

Tal van huizen stortten in, soms samen met de mensen die op daken naar veiligheid hadden gezocht. Veertien mensen overleefden dat niet, onder wie een moeder met vier kinderen, de jongste amper twee weken oud, aldus de Tubantia van 3 februari 1877.

5. Stoomschip Ulysses vergaat bij Egmond

Het stoomschip Ulysses kwam in de nacht van 30 op 31 januari rond een uur vast te zitten ten noorden van Egmond. De bemanning schoot een vuurpijl de lucht in om de aandacht van reddingswerkers te trekken. Zij hadden de reddingsboot al snel klaar liggen, maar konden door de hoge golven de zee niet op.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Tegen vier uur in de morgen bereikten zij eindelijk de bemanning. Negentien opvarenden konden het gebroken schip verlaten, maar voor zeven man was het al te laat. Onder andere de kapitein was overboord geslagen en drie machinisten waren verdronken.

6. Postboot spoorloos bij Texel

Op Texel ging het ook mis. De postboot die altijd tussen De Cocksdorp en het eiland Vlieland voer, was in de haven losgeraakt. De ankertouwen waren gebroken, het schip raakte op drift en werd niet meer teruggevonden. De garnalenvissers aldaar keerden met lege handen naar huis, omdat de bodem van de zee bedekt was geraakt met vuil.

7. Wateroverlast, maar vrolijkheid in Monnickendam

Dat de stormvloed niet overal dood en verderf zaaide, laat een bericht van 3 februari 1877 in Het nieuws van den dag zien. In Monnickendam was het water weliswaar over de dijk geslagen, maar was de dijk niet bezweken. De buitenrand van de stad stond geheel onder water.

Mannen, vrouwen en kinderen hadden hun huisraad in bootjes gestopt om een hogergelegen deel van de stad op te zoeken. ‘En dat alles, zonder dat een tragische tint over een en ander verspreid lag. Integendeel, de ingezetenen van allerlei rang en stand verdrongen zich om, vroolijk en lachend vaak, dat alles aan te zien,’ aldus de krant.

8. Ramp met de stoomboot Willem III

De stoomboot Willem III vertrok op 30 januari om twee uur ’s middags uit de haven in Stavoren naar Sneek. Het was een marktdag, en dus waren er relatief veel mensen aan boord: inclusief bemanning zeker 43. Omdat het al behoorlijk begon te stormen, maakte het schip haast met het vertrek. Zo veel dat sommige passagiers te laat aankwamen en moesten achterblijven in Stavoren. Dat bleek hun redding.

De storm was rond 5 uur ’s middags zo hevig, dat het roer afbrak. Daarna sloeg de zee door de poorten. De passagiers renden naar boven, maar allemaal naar dezelfde kant van het smalle schip, waardoor het overhelde. Nog meer ruiten braken. Het zinkende schip kwam vast te zitten op het Feitezand.

De passagiers vonden een schuilplaats op het voor- en achtersteven. Hagel en sneeuw sloegen in hun gezicht en golven overspoelden het dek. Het was zo koud, dat drie uur nadat het schip was gezonken al twee mensen waren gestorven – een weduwe met haar dochter. De Arnhemsche courant van 7 februari geeft een ijzingwekkende beschrijving van de laatste momenten van de passagiers:

‘Op de nog warme plaat naast den schoorsteen had IJ. de Jong van Warns een plaatsje gevonden; hij had het zoontje van D. IJ. Hoekstra van Koudum bij zich genomen en zoo goed mogelijk onder zijn jas geborgen. Toen Hoekstra zijn levensgeesten voelde verdwijnen, rigtte hij zich nog een ogenblik op: ‘De Jong, zorg voor m’n jongen,’ riep hij, en De Jong drukte het knaapje vaster aan zijn borst en dekte de jas geheel over hem heen, opdat hij niet zou zien hoe zijn stervende vader ineenzonk… en over boord sloeg.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!