In de aanloop naar 14 januari 1916 stond de wind al wekenlang ongunstig. Stormachtige zuidwesten- en westenwinden stuwden het water van de Noordzee tegen de kust. De Zuiderzee, waar Flevoland pas decennia later zou worden aangelegd, vulde zich met steeds meer zeewater. Het waterpeil werd langzaam steeds hoger, tot de situatie onhoudbaar werd.

Het water stijgt, sluizen blijven dicht

In de dagen voor 14 januari liep het waterpeil in Nederland al gevaarlijk hoog op. In de Zuiderzee stond het water zo hoog dat rivieren hun water niet meer kwijt konden. Sluizen bleven gesloten, terwijl regenwater uit het binnenland bleef toestromen.

Leestip: De Allerheiligenvloed van 1570: de vergeten watersnood die duizenden levens eiste

Daardoor stroomde de Vecht al op 11 januari langzaam uit over het land, waarbij het Algemeen Handelsblad meldde dat ‘de bewoners der Vechtstreek thans gerust kunnen zijn, tenminste wanneer de wind niet meer zoo hevig uit het Noord-Westen kwam te waaien’.

De wind hield de dagen daarna echter onverminderd aan. Aan de westkust werd op het hoogtepunt windkracht 11 gemeten, waardoor voortdurend water de Zuiderzee werd ingeduwd. In de nacht van 13 op 14 januari bereikte dit een punt waarop het niet meer onder controle gehouden kon worden.

militairen en burgers bouwen noodzeeweringen met zand en klei
Spaarnestad Photo / Wikimedia Commons
Militairen en burgers bouwen noodzeeweringen in de Anna Paulownapolder met zand en klei.
een boot op een overstroomd dorpsgebied
Archief Eemland / Wikimedia Commons
De Eem treedt buiten haar oevers bij de Grote Koppel.

In de vroege ochtend stond het water op vele plekken drie meter boven NAP. Het peil van de Zuiderzee werd onder andere in Spakenburg en Muiden op recordhoogtes gemeten, en ook het rivierwater kwam steeds hoger te staan. Die combinatie bleek catastrofaal: de winterdijken kwamen onder zulke druk te staan dat ze het op meerdere plekken begaven.

Dijken breken, dorpen verdwijnen onder water

Het zwaarst getroffen gebied was Noord-Holland. Dagenlange regen had de slecht onderhouden dijken verzwakt, waarna de harde wind van 14 januari het water over de Waterlandse Zeedijk joeg. De eerste doorbraak volgde bij Katwoude; kort daarna begaven ook de dijken bij Uitdam en Durgerdam het. Vrijwel de hele gemeente Waterland kwam onder water te staan.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Ook het eiland Marken werd zwaar getroffen. De Tilburgsche Courant noemde de situatie hoogst kritiek, en meldde op 15 januari: ‘Vele huizen zijn vernield. Schepen in de haven zijn stukgeslagen. Alle verbinding is verbroken.’ Uiteindelijk zouden op Marken zestien mensen overlijden aan de gevolgen van het water.

marken na storm en watersnood 1916
Nationaal Archief
Het eiland Marken werd zwaar getroffen door het stijgende water. Complete huizen werden verwoest. 
watersnood en sneeuw buiksloot 1916
Nationaal Archief
Een verwoeste ondergelopen boerderij als gevolg van de overstroming in Buiksloot, Noord-Holland. 

Verder naar het zuiden liepen in Zuid-Holland steden en dorpen langs de rivieren onder, waaronder Rotterdam, Dordrecht en Ridderkerk. Bij Waalwijk, in Noord-Brabant, kreeg een nog relatief jonge dijk het zwaar te verduren: volgens de Nieuwe Tilburgsche Courant werd het gebied ‘in korten tijd in een woedende zee herschapen, waarvan de golven met kracht den dijk beukten’.

Leestip: Hoe de ‘witte hel’ van 1979 zorgde voor meters sneeuw – en Nederland dagenlang platlegde

In Gelderland ontstonden bij Nijkerk meerdere grote gaten in de dijk, sommige van meer dan 100 meter breed. Ook in Utrecht werden zware beschadigingen in de dijken geslagen, waardoor het land rond Spakenburg tot aan Amersfoort onder water kwam te staan.

Een nationale schokgolf

Het precieze dodental van de stormvloed is moeilijk vast te stellen, maar schattingen gaan uit van meer dan vijftig slachtoffers. De omvang van de schade en het grote aantal omgekomen vee veroorzaakten een schokgolf door het land. De Nederlandse regering zette daarop snel alles op alles om herhaling van zo’n ramp te voorkomen.

De stormvloed als kantelpunt

Vele invloedrijke Nederlanders zetten aan tot uitvoering van het Plan-Lely: de afsluiting van de Zuiderzee. Het project lag al decennia op tafel, maar de stormvloed gaf het voorstel nieuwe urgentie.

Leestip: De Sint-Luciavloed verwoestte Nederland in 1287 – deze 5 locaties vormen het bewijs

Hoewel de laatste dijkdoorbraak dateerde uit 1825, maakte de ramp van 1916 pijnlijk duidelijk dat Nederland niet onschendbaar was voor de kracht van de zee. Met de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 werd de Zuiderzee afgesloten en kwam er een einde aan de dreiging van overstromingen vanuit het noorden.

een overstroomt gebied met een bootje en koeien
Utrechts Archief / Wikimedia Commons
Na de overstromingen in het Eemgebied rond Amersfoort worden bootjes ingezet om het vee te evacueren.
passantenhuis met vluchtelingen voor de stormvloed
Nationaal Archief
Passantenhuis in Amsterdam waar vluchtelingen van de watersnood in Noord-Holland tijdelijk onderdak vonden.

Naast het aanpakken van de waterbeheersing, zou de stormvloed Nederland ook op andere ingrijpende manieren veranderen. In sommige gemeenten was de schade zo groot dat zij financieel niet meer op eigen benen konden staan. Dat leidde ertoe dat Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp zelf om aansluiting bij Amsterdam vroegen. In 1921 werd deze samenvoeging een feit.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!