Zondag 11 november 1973. De A1 is compleet verlaten. Geen files, geen vrachtwagens, geen tankstations die open zijn. In de verte verdwijnt een enkele auto langzaam aan de horizon. Op die bewuste dag geldt in Nederland een verplichte autoloze zondag: burgers mogen niet met gemotoriseerde voertuigen de weg op. Hoe zag zo’n dag eruit – en waarom werd dit ingrijpende verbod ingevoerd?
Wat was een autoloze zondag?
Autoloze zondagen waren door de Rijksoverheid opgelegde dagen waarop burgers geen gebruik mochten maken van gemotoriseerd vervoer. De meest recente periode vond plaats in 1973 en 1974, maar het fenomeen was niet nieuw. Hulpdiensten, taxi’s en het openbaar vervoer mochten blijven rijden. Wie tóch met de auto op pad wilde, had een ontheffing nodig, waarop streng werd gecontroleerd. Zonder papieren riskeerde je een boete.
Niet-gemotoriseerde voertuigen waren wel toegestaan op autoloze zondagen. Mensen gingen massaal fietsen, wandelen, skeeleren of zelfs te paard. Sommigen waagden zich op de lege snelwegen, tot ergernis van de autoriteiten. Ook dat was verboden, en de politie haalde waaghalzen van het asfalt. Toch werden de autoloze zondagen door veel Nederlanders ervaren als iets bijzonders: snelwegen veranderden tijdelijk in recreatieruimte.
Wanneer waren er autoloze zondagen?
In Nederland zijn er verschillende perioden geweest met verplichte autoloze zondagen. Steeds was dit een reactie op stijgende olieprijzen of brandstofschaarste. De eerste autoloze zondagen in Nederland vonden net voor en na de Tweede Wereldoorlog plaats.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Zo mocht men op de zondagen tussen 1 oktober 1939 en 12 november 1939 in Nederland de weg niet op. Vanwege de dreigende oorlog werd benzine gereserveerd voor het leger. Ook in 1946 was brandstof schaars, en bleven wegen leeg. Tussen 25 november 1956 en 20 januari 1957 werd de maatregel opnieuw ingevoerd, ditmaal vanwege de Suezcrisis en het daaropvolgende olietekort.
De recentste periode van autoloze zondagen was rond de kerst van 1973. Arabische, olieproducerende landen lieten de prijs van een vat olie met zeventig procent stijgen door de productie met vijf procent per maand terug te brengen. Deze prijsverhogingen werden als politiek drukmiddel gebruikt tegen westerse landen.
Leestip: Het zebrapad redde duizenden levens – toch zat niemand op de uitvinding te wachten
De westerse landen die Israël steunden in de Jom Kipoeroorlog van oktober 1973, waaronder Nederland, kregen zelfs te maken met een olieboycot. Als reactie hierop besloot de Nederlandse premier Den Uyl om autoloze zondagen in te stellen, en zodoende brandstof te besparen.
Hadden de autoloze zondagen effect?
Het voornaamste doel was het besparen van brandstof, maar dat effect bleek beperkt. Veel mensen reden extra op vrijdag en zaterdag, waardoor de besparing grotendeels wegviel.
Toch hadden de autoloze zondagen een ander, blijvend effect: bewustwording. Voor het eerst ervoeren miljoenen Nederlanders hoe stil en schoon een land zonder auto’s kon zijn. Dat idee leeft voort. Elk jaar op 22 september wordt World Car Free Day georganiseerd, als herinnering aan een tijd waarin Nederland – al was het maar even – letterlijk tot stilstand kwam.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!













