Wie oude brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw leest, merkt al snel iets opvallends: dezelfde voornamen duiken steeds weer op. Mannen heten vaak Jan, Pieter of Cornelis, terwijl vrouwen namen dragen als Annetje, Grietje of Catharina. Dat is geen toeval. Historisch onderzoek naar honderden brieven uit deze periode laat zien dat naamgeving in de vroegmoderne Lage Landen weinig variatie kende. Een klein aantal namen kwam regelmatig terug, en sommige daarvan hoor je vandaag nog steeds. Hoe zit dat?
Een kleine groep namen domineert
Onderzoeker Gerrit Bloothooft kwam tot die inzichten in onderzoek voor het tijdschrift Neerlandistiek. Daarbij analyseerde hij correspondentie uit de zeventiende en achttiende eeuw die tijdens de Engels-Nederlandse oorlogen door kapers werd buitgemaakt. In de metadata van deze brieven onderzocht hij de voornamen van honderden briefschrijvers.
Daaruit blijkt dat één naam er ver bovenuit steekt: Jan. In de tweede helft van de zeventiende eeuw had ongeveer zeventien procent van de mannen die naam. Daarna volgden Cornelis en Pieter, elk goed voor zo’n acht procent.
Leestip: Deze namen gebruiken we nog steeds: zo werkte het naamstelsel van de Romeinen
Andere veelvoorkomende namen waren Jacob, Hendrik, Johannes en Willem. Opvallend is hoe weinig er veranderde. Ook in de tweede helft van de achttiende eeuw stond Jan nog steeds bovenaan, gevolgd door Pieter, Cornelis en Hendrik. Samen vertegenwoordigde de top drie een kwart tot een derde van alle mannennamen. In een willekeurige groep mannen uit de Republiek was de kans dus groot dat meerdere personen dezelfde naam droegen.
Vrouwennamen veranderen sneller
Bij vrouwen was het beeld anders. Daar ontbrak een naam die zo dominant was als Jan bij de mannen. In de zeventiende eeuw waren vooral verkleinwoorden populair. Namen als Annetje, Grietje, Trijntje en Maartje stonden hoog op de lijst. Zulke vormen met achtervoegsels als -tje en -ke waren typisch voor de periode.
Leestip: Deze voornamen waren populair in de Middeleeuwen – en nu nog steeds
Een eeuw later verschuift dat patroon. In de achttiende eeuw domineren juist namen die eindigen op -a, zoals Catharina, Johanna en Anna. Ook Maria en Sara komen geregeld voor. Slechts een paar namen bleven beide eeuwen populair, waaronder Elisabeth en Geertrui.
Waarom namen zo weinig veranderden
De beperkte variatie had veel te maken met een belangrijke traditie: vernoeming. In veel families kregen kinderen de naam van een grootouder of ander familielid. Daardoor bleef een kleine groep namen generaties lang in gebruik.
Ook religie speelde een belangrijke rol. Bijbelse en heiligennamen waren in die tijd heel gewoon. Namen als Johannes, Jacob en Maria werden daarom vaak opnieuw gekozen.
Namen die eeuwenlang overleven
Opmerkelijk is dat veel van deze namen nog lang populair bleven. Vergelijkingen met gegevens uit de Nederlandse Voornamenbank laten zien dat namen als Johannes, Jan, Cornelis, Pieter, Willem en Hendrik ook in de negentiende en twintigste eeuw veel voorkwamen, bijvoorbeeld in Noord- en Zuid-Holland.
Leestip: Welke namen heeft Nederland allemaal gekend? Een korte geschiedenis van Nederland
Sommige klinken nog steeds vertrouwd, of leven voort in een andere variant. Zo komt Elisabeth tegenwoordig terug in namen als Elise en Lisa, terwijl Catharina veranderde in varianten zoals Karin of Katja. De naam Anna komt bovendien nog steeds veel voor, of in varianten zoals Anne of Anouk.
Als we kijken naar de populairste kindernamen van 2025, is de overlapping met de vroegmoderne namenlijst klein. In de huidige top tien komt nog maar één naam in dezelfde vorm uit deze historische lijst duidelijk terug: Sara. Het laat zien hoe snel naamtradities in een paar eeuwen kunnen verschuiven.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!








