Terwijl in Hollywood vannacht de Oscars worden uitgereikt, staat ook in Amsterdam een monument voor de geschiedenis van de film: Theater Tuschinski. Het iconische filmpaleis in de hoofdstad werd in 1921 geopend door Abraham Tuschinski, een Poolse immigrant die uitgroeide tot een van de belangrijkste pioniers van de Nederlandse bioscoopindustrie. Zijn succesverhaal begon met grote dromen, maar kwam tot een zeer tragisch einde.
Van Polen naar Rotterdam
Abraham Icek Tuschinski werd op 14 mei 1886 geboren in Brzeziny, dicht bij het Poolse Łódź. Daar groeide hij op in een Joods gezin. Zijn vader was koopman en kleermaker en leidde de jonge Abraham al snel op in het vak.
Al op jonge leeftijd maakte Tuschinski plannen om naar de Verenigde Staten te emigreren. Als geboren ondernemer droomde hij ervan om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Op zeventienjarige leeftijd trouwde hij met Mariem Ehrlich en vertrok uit Polen. Zodra hij genoeg geld had verdiend, zou hij voor de overtocht van zijn vrouw betalen en konden de twee weer samen zijn.
Leestip: Zo verliepen de eerste live sportuitzendingen in Nederland
Net als vele andere emigranten uit deze tijd besloot Tuschinski om vanuit Rotterdam de oversteek naar de Verenigde Staten te maken. Deze reis was immers goedkoper dan een vertrek uit Frankrijk of Engeland. Van een boottocht zou echter nooit komen: Tuschinski bereikte in 1904 Rotterdam en besloot hier te blijven.
De eerste bioscopen in Nederland
In Rotterdam werkte Tuschinski aanvankelijk als kleermaker. Tegelijkertijd verdiende hij bij door nieuwe immigranten te begeleiden in de drukke haven. Toen hij genoeg geld had gespaard, kon ook zijn vrouw naar Nederland komen.
Samen openden ze het pension Polski, dat onderdak bood aan Oost-Europese Joodse migranten. Maar rond 1910 raakte Tuschinski gefascineerd door een nieuwe vorm van entertainment: de bioscoop.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Hoewel films al enkele jaren werden vertoond, verschenen rond deze tijd de eerste echte bioscopen in Nederland. In Rotterdam opende bijvoorbeeld Cinema Parisien, opgericht door de Belgische ondernemer Jean Desmet.
Tuschinski opende in 1911 zijn eigen filmtheater: Thalia. Lang zou het niet bij één theater blijven: samen met zijn zwagers Hermann Ehrlich en Hermann Gerschtanowitz breidde hij zijn invloed in de Nederlandse bioscoopindustrie uit. Binnen enkele jaren had hij de leiding over meerdere theaters en was hij vastbesloten zijn imperium verder uit te bouwen.
Een filmpaleis in hartje Amsterdam
Het hoogtepunt van zijn ambities kwam op 28 oktober 1921, toen hij Theater Tuschinski opende in Amsterdam. Het gebouw was allesbehalve een gewone bioscoop. Tuschinski wilde een luxueus filmpaleis creëren waar bezoekers zich in een andere wereld waanden. Het resultaat was een spectaculair gebouw met een unieke mix van architectuurstijlen, rijk gedecoreerde interieurs en innovatieve technieken.
De bouw kostte maar liefst vier miljoen gulden, een astronomisch bedrag voor die tijd. Veel tijdgenoten verklaarden Tuschinski voor gek. Maar hij bleef overtuigd van zijn visie. Zijn motto was eenvoudig: ‘Niets is onmogelijk.’
Toen het theater uiteindelijk zijn deuren opende, bleek hij gelijk te hebben. Bezoekers en journalisten waren onder de indruk van het gebouw en de moderne faciliteiten. Een geavanceerd ventilatiesysteem hield de temperatuur aangenaam.
Leestip: Geschiedenis van de toverlantaarn: de voorloper van de moderne cinematografie
Voor de ondersteuning van stomme films werd een theaterorgel aangeschaft, dat samen met een orkest de filmvertoningen begeleidde. Naast films bood het theater overigens ook cabaret, muziek en variété. Al snel groeide Tuschinski uit tot dé uitgaansgelegenheid van Amsterdam.
Oorlog en een tragisch einde
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog betekende echter het einde van Tuschinski’s levenswerk. Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 gingen zijn Rotterdamse bioscopen verloren. Niet lang daarna namen de Duitse bezetters zijn theater in Amsterdam over en veranderden de naam in Tivoli, om de Joodse naam te verwijderen.
Leestip: Wie vond de televisie uit? De eerste beeldbuis was het werk van tientallen pioniers
In 1942 werd Abraham Tuschinski gearresteerd en via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Daar werd hij op 17 september van dat jaar vermoord. Ook zijn zakenpartners Hermann Gerschtanowitz en Hermann Ehrlich kwamen om in de vernietigingskampen.
Tegenwoordig wordt Abraham Tuschinski op verschillende plekken herdacht. In de hal van Theater Tuschinski in Amsterdam hangt een plaquette die herinnert aan de oprichter van het filmpaleis. In Rotterdam staat bovendien een blauw-gouden monument ter ere van de bioscooppionier. Op het kunstwerk staat zijn bekende uitspraak: ‘Niets is onmogelijk.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










