Aan het eind van de negentiende eeuw was Anton Nieuwenhuis een bekende naam in Nederland. Kranten schreven vol bewondering over zijn reizen door het ‘mysterieuze’ Borneo, waar hij als eerste Europeaan het eiland van kust tot kust doorkruiste. Onderweg verzamelde hij een ongekende hoeveelheid geografische, biologische en etnografische kennis. Opmerkelijker nog: hij wist zonder geweld het vertrouwen te winnen van in Europa gevreesde, koppensnellende stammen in het binnenland.

Nieuwenhuis stond toen nog maar aan het begin van zijn carrière. Samen met zijn pasgehuwde vrouw, een Baltische barones, leek een grote toekomst in het verschiet te liggen. Maar zijn leven zou een heel andere wending nemen.

Van Papendrecht naar de tropen

Anton Nieuwenhuis wordt op 22 mei 1864 in Papendrecht geboren. Slechts één jaar later overlijdt zijn vader, een onderwijzer, aan tuberculose, waarna hij met zijn moeder – nog zwanger van zijn broertje – naar Deventer verhuist.

Daar runt zijn moeder een winkeltje met snuisterijen, wat bepaald geen vetpot is. Als oudste in een vaderloos gezin ontwikkelt Nieuwenhuis een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.

Op school blijkt hij begaafd en ijverig, vooral in de exacte vakken. Dankzij zijn talent ontvangt hij een rijksstudiebeurs, maar de overheid financiert in die tijd alleen opleidingen die voorbereiden op een koloniale loopbaan.

maskerdans tijdens de zaaifeesten aan de boven mahakam
Demmeni en plantenverzamelaar DjaherI
Maskerdans tijdens de zaaifeesten aan de Boven-Mahakam. Foto door Jean Demmeni, expeditiegenoot van Nieuwenhuis, ca. 1900.

Zo komt Nieuwenhuis terecht bij de opleiding geneeskunde in Leiden, met uitzicht op een functie als militair arts in Nederlands-Indië. Nadat hij cum-laude is gepromoveerd aan de Universiteit van Freiburg, vertrekt hij in 1889 met de SS Wilhelmina naar Batavia (tegenwoordig Jakarta, Indonesië).

Een medische post aan de rand van de wereld

Zijn eerste maanden in de voor hem totaal nieuwe wereld vallen Nieuwenhuis zwaar. Hij werkt enige tijd in het militaire hospitaal van Batavia, maar als de directeur hem aan zijn dochter probeert te koppelen, grijpt hij begin 1891 snel de mogelijkheid aan om een vacante medische post in Sambas, aan de westkust van Borneo, in te vullen – een afgelegen oord waar weinigen vrijwillig heen zouden gaan.

Eerste expedities door onbekend Borneo

Het werk in Sambas stelt weinig voor, zodat Nieuwenhuis veel vrije tijd heeft. Hij besteedt die door tochten in de omgeving te maken en bij de Dajaks (de inheemse stammen in de binnenlanden van Borneo) langs te gaan om medische zorg te verlenen. Zijn fascinatie voor de natuur en de volken van Borneo groeit, en als hij hoort dat er een expeditie wordt voorbereid naar Centraal-Borneo in 1894, meldt hij zich meteen aan als expeditie-arts.

Leestip: Willem Barentsz strandde op Nova Zembla. Hoe verliepen zijn expedities naar het noorden?

Centraal-Borneo valt in die tijd officieel onder het Nederlandse gezag, maar in feite is het nog onbekend terrein. De expeditie moet de kennis over het landschap, de natuur en de volken van Borneo uitbreiden en de grip van het Nederlandse bestuur vergroten.

‘Mensen net als wij’

Nieuwenhuis krijgt naast zijn rol als arts de taak om etnografische gegevens te verzamelen over de inheemse bevolking. Tijdens dit werk komt hij tot een inzicht dat niet velen met hem delen in die tijd, en dat later aan de basis staat van zijn succes: de Dajaks zijn ‘mensen net als wij’.

Ze handelen rationeel en logisch binnen hun eigen omgeving en cultuur, en zijn niet intrinsiek anders dan westerlingen. Dat was voor die tijd, in een koloniale context, een uitzonderlijke conclusie.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Hoewel de expeditie verder in Borneo komt dan welke andere ooit, en ze een schat aan informatie verzamelen, lukt het ze niet om het eiland van kust naar kust te doorkruisen. De Dajaks achter de waterscheiding zouden vijandig zijn. Nieuwenhuis is vastberaden: hij zal terugkeren en de tocht voltooien.

De eerste volledige oversteek van Borneo

Nieuwenhuis verblijft daarna maandenlang onder de Dajaks in West-Borneo, waar hij ze uitgebreid observeert, hun taal leert en bevriend raakt met het lokale stamhoofd. Zijn conclusie is dat de Dajaks alleen gewelddadig optreden als zij iets als een bedreiging ervaren. Als hij groen licht krijgt voor zijn eerste eigen expeditie, staat hij er dan ook op om zonder gewapende escorte te reizen.

Hij vertrekt in 1896 met zo’n zestig man, waaronder lokale Dajaks. Het is een tocht vol ontberingen als ziekten, honger, bloedzuigers en wilde stroomversnellingen. Maar het lukt hem vriendschappelijke relaties op te bouwen met Dajak-stamhoofden en uiteindelijk als eerste Europeaan het eiland over te steken.

portret van nieuwenhuis met margarethe in leiden ter gelegenheid van hun huwelijk, 1902
Collectie M.J. Herfst
Portret van Nieuwenhuis met Margarethe in Leiden ter gelegenheid van hun huwelijk, 1902.

Onderweg verzamelen ze onder meer 1100 planten, meer dan honderd soorten vogels, 25 soorten zoogdieren, 1500 insecten en driehonderd etnografische objecten, waarvan vele nog altijd in Nederland liggen opgeslagen. Zijn grote succes legt de basis voor zijn derde en belangrijkste expeditie: naar de Apokajan, in het hart van Borneo.

Diplomatie zonder wapens

Nieuwenhuis krijgt in 1898 van het gouvernement de opdracht om het Nederlandse gezag over de stammen in Centraal-Borneo te formaliseren, lokale stammentwisten op te lossen en zo de vestiging van een lokale Nederlandse bestuurspost mogelijk te maken. Bovendien moet hij de Apokajan verkennen, een mysterieus gebied midden in Borneo.

Hoewel de expeditie veel langer duurt dan gepland door tegenwerkingen van de sultan van Koetei, die zo zijn eigen belangen heeft in het gebied, wordt het een daverend succes: de Kenja’s, een volk in de Apokajan, aanvaarden het gezag van Nederland. Het is een politieke doorbraak van een zeldzame soort in de koloniale geschiedenis: een verovering zonder wapens die bepalend is voor de Nederlandse positie in het gebied.

Van nationale held tot academische zijlijn

Nieuwenhuis is een nationale held, een ster die zelfs bij koningin Wilhelmina mag komen dineren. In ’s Lands Plantentuin in Buitenzorg (nu Bogor), destijds een befaamd botanisch onderzoekscentrum, ontmoet hij Margarethe von Uexküll Güldenband, een Baltische barones van Duitse adel en een van de eerste vrouwelijke biologen. Ze trouwen en maken plannen om samen nog meer expedities te ondernemen. Maar het loopt anders.

Leestip: Magellaan zeilde als eerste rond de wereld, toch? Niet dus

De regering gaat niet mee in Nieuwenhuis’ ideeën voor de volgende stappen in Borneo, waaronder het verminderen van de macht van de sultan van Koetei. Hij is dan al enige tijd niet meer in Indië, waardoor hij daar enigszins uit beeld verdwijnt. Als ‘troostprijs’ krijgt hij in 1904 een positie aangeboden als hoogleraar Geografie en Etnologie van Nederlands-Indië aan de Universiteit Leiden.

Gedoofde dromen en een stille nalatenschap

Het maakt niet hetzelfde vuur in hem los als zijn expedities. Ook ligt het meer theoretische werk hem minder, zodat hij zich daarin niet echt weet te onderscheiden. Zijn vrouw Margarethe vindt een nieuwe roeping in projecten gericht op vrouwenemancipatie en humanitaire hulp aan oorlogskinderen. In 1953 overlijdt Nieuwenhuis op 89-jarige leeftijd; kort na het einde van Nederlands-Indië, lang na zijn gloriedagen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!