Op je knieën of zittend op een slee en met twee stokken in de hand glijd je zo snel mogelijk over het ijs. Wie als eerste over de finish komt, mag een gouden plak in ontvangst nemen. Zo ging dat in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, toen priksleeën vijf keer op het programma van de Paralympische Winterspelen stond.
Middeleeuwse wortels van een wintersport
Het waren vooral Noorse atleten die de gouden medailles binnensleepten. Maar ook in Nederland en België is priksleeën al tientallen jaren een sport die zowel recreatief als in wedstrijdverband gedaan wordt.
Waarschijnlijk is de prikslee zelfs nog ouder. De eerste verwijzingen naar de prikslee dateren al uit de late middeleeuwen. In de bouwput van de Markthal in Rotterdam werd in 2009 een prikslee gevonden, waarvan geschat wordt dat hij uit de periode 1350-1550 komt. De slee is gemaakt van een paardenkaak met daarop een plak bevestigd.
Op de prent Schaatsenrijders bij de Sint-Jorispoort te Antwerpen van Frans Huys (1556-1560) is op de voorgrond een kind op een prikslee te zien. Niet alleen kinderen gebruikten de prikslee om over het ijs te glijden. Voor volwassenen was het soms ook een praktisch vervoermiddel.
‘Vroeger gebruikten vissers de prikslee om vanuit hun vastgevroren schuiten op eendenjacht te gaan,’ vertelde Jan Pronk in 1998 aan de Groene Amsterdammer. Hij was destijds bestuurslid van priksleeclub De Gladde IJzers. ‘Boeren haalden al prikkend de laatste spulletjes van het land. In een mand tussen de knieën vervoerden ze de spruitjes en de rode kool.’
Paralympisch debuut op het ijs
in 1980 maakte priksleeën het Paralympisch debuut. Hoewel aan nationale en internationale wedstrijden in die tijd vaak zowel valide sporters als sporters met een beperking deelnamen, werd de sport enkel onderdeel van de Paralympische Winterspelen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Tijdens de Paralympische Winterspelen van 1980 in het Noorse Geilo stond de sport voor de eerste keer op het programma. Het gastland was ook het succesvolst en eindigde dat jaar, mede dankzij de vele gouden plakken in het priksleeën, bovenaan de medaillespiegel.
Met 25 kilometer per uur over het ijs
In de jaren dat priksleeën een paralympische sport was, werden ook in Nederland regelmatig wedstrijden gehouden. De dertigjarige Ron Steenstra werd in 1992 Nederlands kampioen en vertelde destijds aan het Nieuwsblad van het Noorden dat hij snelheden van 25 kilometer per uur haalde op de knieslee, een variant van de prikslee waarbij je op je knieën zit.
‘In het begin werd er nogal lacherig over onze sport gedaan, maar nu het wat bekender is, worden we nooit meer uitgelachen,’ zei Steenstra destijds tegen de krant. ‘Het mooie van priksleeën is dat het een van de weinige sporten is waarbij een gehandicapte op hetzelfde niveau kan presteren als een niet-gehandicapte.’
Toch was priksleeën niet zo populair als andere Paralympische sporten zoals para-alpineskiën, para-ijshockey en rolstoelcurling. En dus verdween het priksleeën na 1998 weer van het Paralympische programma.
Lokale wedstrijden op natuurijs
Veel lokale ijsverenigingen in Nederland zijn de sport echter nog niet vergeten. In de afgelopen jaren worden door lokale clubs zo nu en dan nog priksleewedstrijden gehouden. Bij IJsvereniging Odoornerveen wordt zelfs een nieuwe priksleebaan aangelegd en ligt het priksleeprotocol klaar voor wanneer de temperatuur onder het vriespunt zakt.
De sport is nog altijd geliefd in Odoornerveen. ‘Heel veel mensen in Nederland kunnen schaatsen, maar priksleeën kan iedereen. Van jong tot oud,’ zegt dorpsbewoner Hans Boels tegen RTV Drenthe. ‘We hebben hier ook wel eens bejaarden op de prikslee gehad. Dat is lachen, het is hartstikke leuk en gezellig.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!






