Elk jaar op 15 mei, een dag na de Israëlische Onafhankelijkheidsdag, herdenken Palestijnen wereldwijd de Nakba: Arabisch voor ‘de Catastrofe’ of ‘de Ramp’. Daarmee verwijzen zij naar de ontheemding van honderdduizenden Palestijnse Arabieren tussen 1947 en 1949, in de periode waarin de staat Israël ontstond. Voor Palestijnen markeert de Nakba niet alleen het verlies van huizen en land, maar ook het begin van een vluchtelingenvraagstuk dat tot vandaag voortduurt.

‘De tragiek van de Nakba zit hem ook in de vraag die daarna ontstaat,’ zegt historicus Peter Malcontent, specialist in het Israëlisch-Palestijnse conflict aan de Universiteit Utrecht. ‘Mogen die mensen niet terugkeren naar hun vaderland?’

De oorsprong van het conflict

De Nakba vond plaats binnen de context van het al ruim een eeuw durende Israëlisch-Palestijns conflict. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog worden de zaadjes geplant van ontwikkelingen die tot de Nakba zullen leiden. In 1917 doen de Britten met de Balfour-verklaring een belofte aan Europese Joden: er zal een thuisland worden gesticht in Palestina, een regio die op dat moment nog onderdeel is van het Ottomaanse Rijk.

Het plan komt niet zomaar uit de lucht vallen: het idee van een Joodse staat is de kerngedachte van het zionisme, een nationale beweging en ideologie die sinds het einde van de negentiende eeuw aan populariteit wint onder Europese Joden.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Al snel blijkt de belofte problematisch. De inheemse bewoners van het gebied, voornamelijk Palestijnse Arabieren, worden op geen enkele manier bij de beslissing betrokken. Sterker nog, de Britten hadden twee jaar eerder al een andere, tegenstrijdige afspraak gemaakt met sjarif Hoessein bin Ali, de emir van Mekka: in ruil voor militaire steun werd hem een Arabisch koninkrijk beloofd dat Irak, Syrië en Palestina zou omvatten.

Dit vooruitzicht overtuigt veel Arabieren ervan om tijdens de Eerste Wereldoorlog in opstand te komen tegen de Ottomanen. Met succes, maar na de overwinning op het Ottomaanse Rijk blijkt dat Groot-Brittannië niet van plan is zich aan de afspraak te houden.

Palestina onder Brits bestuur

Palestina wordt na de oorlog een mandaatgebied van de Britten, die de regio runnen als een soort kolonie. Ze ondersteunen de emigratie van tienduizenden zionistische Joden naar het gebied.

Spanningen in de regio groeien. Onder zowel zionistische Joden als Palestijnse Arabieren heerst onvrede. De Britten houden zich in principe aan hun afspraak tegenover die eerste groep, maar weigeren mee te werken aan de stichting van een onafhankelijke Joodse staat, zoals de zionisten voor ogen hebben.

De Palestijnse Arabieren zien niet alleen hun droom van een groot Arabisch rijk in rook opgaan, ze worden ook geconfronteerd met een plotselinge instroom van migranten, die onder het Britse bestuur een voorkeursbehandeling genieten.

palestijnen in de stad ramle geven zich over aan de israëlische strijdkrachten tijdens de oorlog van 1948
Publiek Domein
Palestijnen in de stad Ramle geven zich over aan de Israëlische strijdkrachten tijdens de oorlog van 1948.

‘De Palestijnse Arabieren moeten in feite toekijken hoe hun leefgebied wordt gekoloniseerd,’ zegt Malcontent. ‘Dit leidt onder meer tot een grote opstand in de jaren dertig, de Arabisch-Palestijnse Opstand, die maar met heel veel pijn en moeite door de Britten kan worden onderdrukt.’

Het VN-verdelingsplan

‘Het conflict wordt nog ingewikkelder in de periode na de Tweede Wereldoorlog, wanneer veel Joden die de concentratiekampen hebben overleefd naar Palestina trekken,’ vervolgt Malcontent.

De Britten besluiten hun verantwoordelijkheid over het gebied over te dragen aan de Verenigde Naties, waarna een comité wordt aangesteld om een oplossing te bedenken op het voortslepende conflict. Eind 1947 ligt er een plan: Palestina zal worden opgedeeld in een aparte Palestijnse staat en een onafhankelijke Joodse staat.

Leestip: Geschiedenis van het Israëlisch-Palestijns conflict: een tijdlijn

Hoewel er op dat moment ongeveer twee keer zo veel Palestijnse Arabieren in het gebied wonen als zionistische Joden, krijgt die laatste groep volgens het plan iets meer dan de helft van het grondgebied in handen.

‘Hoewel ze op meer hadden gehoopt, is die verdeling voor veel Joodse zionisten acceptabel,’ zegt Malcontent, ‘De Palestijnen zetten echter de hakken in het zand. Dat ze voor de zoveelste keer niet worden meegenomen in een besluit over hun vaderland, stuit velen tegen de borst.’

De Nakba: honderdduizenden Palestijnen slaan op de vlucht

Het conflict verhevigt en er ontstaan gewelddadige confrontaties tussen Joods-zionistische milities en Palestijns-Arabische milities. ‘De zionisten beginnen hun territorium steeds verder uit te breiden, bijvoorbeeld door dorpen af te branden in de hoop dat bewoners van omliggende dorpen op de vlucht slaan.’

Op 14 mei 1948 wordt de onafhankelijke staat Israël uitgeroepen, waarna vrijwel direct de Eerste Arabisch-Israëlische Oorlog uitbreekt. Het Israëlische leger wint. ‘Wanneer de rook is opgetrokken, heeft Israël het territorium stevig uitgebreid en hebben 750.000 Palestijnse Arabieren hun thuisland moeten ontvluchten.’

Het is deze massale ontheemding die onder het Palestijnse volk bekend komt te staan als de Nakba. Niet alleen omdat zo veel mensen hun thuisland hebben moeten ontvluchten, maar ook omdat vervolgens blijkt dat zij niet terug kunnen.

displaced individuals walking along a road with luggage and a brokendown vehicle
Fred Csasznik / Publiek Domein
Palestijnse families uit Galilea slaan in 1948 op de vlucht voor het geweld van Joodse zionisten. De ontheemding van honderdduizenden Palestijnen rond deze tijd staat bekend als de Nakba, de Catastrofe.

‘Hoewel de VN nog een vergadering houdt over het lot van de Palestijnse vluchtelingen, weigert Israël hieraan mee te werken,’ legt Malcontent uit. ‘Het gevolg is dat die mensen niet meer terug mogen naar hun vaderland.’

Waarom de Nakba nog altijd gevoelig ligt

De Israëlisch-Palestijnse oorlog duurt nog altijd voort en is sinds de aanslag van Hamas 7 oktober 2023 op drastische wijze geëscaleerd. Uit onderzoeken van onder meer Amnesty International, Human Rights Watch en de Verenigde Naties blijkt dat Israël zich schuldig maakt aan genocide op het Palestijnse volk.

De VN schat dat al ruim negentig procent van de woningen in Gaza beschadigd is en dat de overgrote meerderheid van de inwoners van het gebied is ontheemd. Kunnen we spreken van een tweede Nakba?

‘De term Nakba refereert specifiek aan de gebeurtenissen tussen 1947 en 1949,’ antwoordt Malcontent. Toch vreest hij dat de geschiedenis zich aan het herhalen is. ‘Op basis van de ontwikkelingen van het afgelopen jaar, zou je kunnen zeggen dat er momenteel een tweede Nakba in de maak is.’

Niet alleen in Gaza is de situatie ernstig. Ook wijst hij op de vluchtelingendorpen op de Westelijke Jordaanoever die in het afgelopen jaar door bulldozers van het Israëlische leger zijn vernietigd. ‘Daardoor zijn al zeker 40.000 mensen ontheemd geraakt. Zij kunnen nergens meer heen.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!