In de negentiende eeuw deed de fotografie haar intrede, al kostte het destijds nog veel tijd om daadwerkelijk een foto te maken. Een enkele opname duurde vaak enkele minuten en van elke foto bestond slechts één exemplaar. Toch verspreidde de nieuwe techniek zich razendsnel over Europa en ook Nederland maakte al vroeg kennis met de fotografie. Hoe zagen de eerste foto’s van Nederland eruit?

Het ontstaan van fotografie

Al vanaf de vijfde eeuw voor Christus beschrijven verschillende filosofen het principe van de ‘camera obscura’, een verschijnsel waarbij licht via een klein gaatje een omgekeerd beeld projecteert. Rond het jaar 1020 weet de Arabische geleerde Ibn al-Haytham in zijn Kitab al-Manazir (Boek van de Optica) als eerste zeer nauwkeurig te beschrijven hoe de techniek precies werkt.

Het duurt echter nog tot de negentiende eeuw voordat de eerste blijvende foto wordt gemaakt. Die eer is toe te schrijven aan de Franse uitvinder Joseph Nicéphore Niépce, die ergens tussen 1822 en 1827 het uitzicht vanuit zijn werkkamer op de foto zet.

Vanaf dat moment volgen de ontwikkelingen in de fotografie elkaar steeds sneller op. In augustus 1839 wordt in Parijs de daguerreotypie gepresenteerd, een uitvinding van de Franse fotograaf Louis Daguerre. Bij deze techniek wordt een lichtgevoelige en met jodium bewerkte plaat blootgesteld aan het licht. Vervolgens wordt de plaat ontwikkeld met kwikdampen, waardoor een beeltenis in spiegelbeeld verschijnt.

Anders dan de experimenten van Niépce levert de daguerreotypie haarscherpe beelden op en kan de belichtingstijd worden teruggebracht van uren naar enkele minuten. De Franse overheid stelt de uitvinding bovendien vrij beschikbaar, waardoor de techniek zich razendsnel over Europa verspreidt.

De eerste foto van Nederland

Slechts drie maanden nadat de uitvinding van Daguerre wereldkundig werd gemaakt, wordt de techniek (voor zover bekend) voor de eerste keer toegepast op Nederlandse bodem. Op de foto van de Zutphense apotheker Willem Hallegraeff is een schilderachtig tafereeltje te zien van een vrouw op een bankje bij de ruïne van een oude poort. De datum: 25 november 1839.

deguerreotypie door willem hallegraeff
Collectie Stedelijk Museum Zutphen
De ‘licht-teekening van Willem Hallegraeff, gemaakt op 25 november 1839, drie maanden na de presentatie van de deguerreotypie.

Waar de vroegste foto's uit Frankrijk en België een uniek inkijkje bieden in het dagelijks leven, is de eerste Nederlandse foto helaas minder veelzeggend. Hallegraeff maakte namelijk een foto van een reeds bestaande prent en de afbeelding is niet direct te herleiden tot een plek in Nederland.

Dat Hallegraeff zijn camera op een bestaand kunstwerk richt, is niet ongebruikelijk in die tijd. Hoewel daguerreotypie het makkelijker maakt om een scherpe foto te maken, blijft de techniek beperkt. Een foto moet enkele minuten belicht worden, waardoor fotografen vaak eerst oefenen op stilstaande objecten.

Het oudste portret (tot nu toe)

Om een beeld te krijgen van het negentiende-eeuwse Nederland is het daarom interessanter om te kijken naar de allereerste portretten. Voor de komst van de daguerreotypie konden alleen rijke mensen een portret van zichzelf laten maken, zij hadden immers de tijd en de middelen om model te staan voor een schilder. Door de ontwikkeling van fotografie werd het echter ook voor middenklassengezinnen mogelijk om zich te laten portretteren.

Een van hen was Henri Vriesendorp (1804-1864), die in Dordrecht een suikerbakkersfirma had opgezet. Afgaande op de datum die achterop de foto staat geschreven, poseerde hij op 26 juli 1842 voor een fotograaf. Daarmee is het de – tot nu toe – oudste portretfoto van Nederland.

henri vriesendorp
Collectie van het Regionaal Archief Dordrecht, Collectie Gemeentelijke Prentverzameling, CC BY-SA 4.0
Dit portret van Henri Vriesendorp geldt (voor zover bekend) als een van de oudste foto’s die ooit op Nederlandse bodem is gemaakt.

Mogelijk dat Vriesendorp zich had laten verleiden via een advertentie in de krant, want fotografen maken destijds actief reclame. Zo valt in het Algemeen Handelsblad van 31 maart 1842 te lezen dat de Parijse fotograaf Daru dagelijks Daguerreotype-portretten maakt in Hotel de Doelen. De prijs? Tien florijnen voor een portret, vijftien voor een groepsfoto.

Een paar maanden later staat dezelfde advertentie nog een keer in de krant, maar dan met de aanvulling: ‘[…] tevens geeft hij te kennen, dat de regen niet hinderlijk is voor het vervaardigen van Fraaije Portretten.’

De eerste straatfoto’s

In deze beginjaren van de fotografie zijn er ongetwijfeld ook foto’s gemaakt die iets laten zien van het dagelijks leven in Nederland, maar deze zijn niet bewaard gebleven of simpelweg nog niet ontdekt.

Zo blijkt uit de krantenarchieven dat de Amsterdamse kunsthandelaar Christiaan J.L. Portman al in 1839 actief aan het ‘daguerreotyperen’ was. Geen van zijn werken lijkt echter bewaard gebleven.

Dat geldt niet voor de foto’s van Eduard Isaac Asser. Zijn straatbeelden uit het midden van de negentiende eeuw behoren tot de oudste van Nederland. Tijdgenoten zagen deze foto's, zoals onder andere te zien bovenaan dit artikel, als een natuurgetrouwe registratie van de werkelijkheid. Maar dat beeld klopt slechts ten dele.

reguliersbreestraat, amsterdam
Sepia Times//Getty Images
Een foto van de Reguliersbreestraat in Amsterdam, gemaakt in 1853 in Amsterdam door Eduard Isaac Asser.

De mythe van de objectieve foto

Toen de daguerreotypie in 1839 werd gepresenteerd, werd deze geprezen als een techniek die de werkelijkheid objectief kon weergeven. Een afbeelding werd immers niet door een kunstenaar, maar door het licht getekend. Ironisch genoeg waren die foto’s minder waarheidsgetrouw dan ze op het eerste gezicht lijken.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Dat geldt voor het beeld van de Zutphense Hallegraeff, maar ook zeker voor de straatfoto’s van Asser. Zijn foto’s tonen een desolate Keizersgracht en een uitgestorven Reguliersbreestraat in Amsterdam, iets wat zelfs halverwege de negentiende eeuw uitzonderlijk was.

het uitzicht vanuit het huis van eduard isaac asser
Sepia Times//Getty Images
Het uitzicht vanuit het huis van Eduard Isaac Asser, genomen omstreeks 1852.

De lange belichtingstijd zorgde ervoor dat voorbijgangers simpelweg van het beeld verdwenen. Dat verschijnsel is op meer foto’s uit die tijd te zien. Daguerres beroemde foto van Boulevard du Temple uit 1838 laat een verlaten Parijse boulevard zien. De enige persoon die duidelijk zichtbaar is, is een man die lang genoeg stil bleef staan om zijn schoenen te laten poetsen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Stéphanie Versteeg

Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.