De zomervakantie lijkt een vanzelfsprekend onderdeel van het jaar. Toch was dat honderd jaar geleden heel anders. Rond 1926 gingen de meeste Nederlanders helemaal niet op vakantie. Voor velen betekende de zomer hooguit een paar vrije dagen dicht bij huis, terwijl een reis naar zee of het buitenland was weggelegd voor een kleine groep welgestelden. Hoe werd vakantie van een luxe voor enkelen een jaarlijks ritueel voor miljoenen Nederlanders?
Waarom de zomervakantie pas relatief laat ontstond
Toch was de zomervakantie rond 1926 geen onbekend verschijnsel. Deze bestond in Nederland al in de negentiende eeuw. Rond het begin van de twintigste eeuw groeide een vakantie van ongeveer zes weken geleidelijk uit tot de norm.
Lange tijd werd gedacht dat kinderen hun ouders dan konden helpen bij de oogst, maar historici hebben die verklaring inmiddels ontkracht. De lange schoolvakantie ontstond door een combinatie van factoren: de hitte maakte lesgeven onaangenaam, onderwijsdeskundigen vonden dat leerlingen baat hadden bij een langere rustperiode en de samenleving begon steeds meer waarde te hechten aan vrije tijd.
Voor de meeste Nederlanders onbetaalbaar
Voor de meeste arbeiders was vakantie rond 1926 echter nog geen vanzelfsprekend recht. De achturige werkdag was in Nederland pas enkele jaren eerder ingevoerd, in 1919. Dat betekende een belangrijke stap richting meer vrije tijd, maar betaald verlof en vakantiegeld bestonden nog nauwelijks. Wie niet werkte, verdiende meestal ook niets. Daardoor bleef een meerdaagse vakantie voor veel gezinnen onbereikbaar.
De ontwikkeling van de recreatiecultuur zette zich in de jaren dertig voorzichtig voort, maar kreeg pas na de Tweede Wereldoorlog echt vaart. Dankzij economische groei, betaald verlof, de vrije zaterdag en later het vakantiegeld konden steeds meer gezinnen zich een vakantie veroorloven.
Hoe Nederlanders hun zomervakantie honderd jaar geleden vierden
Voor een gemiddeld Nederlands gezin betekende de zomervakantie rond 1926 vooral een periode van rust dicht bij huis. Veel mensen maakten een dagtocht naar het strand, de hei of het bos, of gingen logeren bij familie op het platteland. Wie zich een langere vakantie kon veroorloven, verbleef soms enkele dagen in een pension of hotel aan zee.
Kamperen stond nog in de kinderschoenen en was vooral populair onder natuurliefhebbers en jeugdbewegingen. Buitenlandse vakanties waren voor de meeste Nederlanders onbereikbaar. Reizen was kostbaar en slechts weinig mensen beschikten over een eigen auto.
Kustplaatsen waren zeer geliefd
Badplaatsen als Scheveningen, Zandvoort en Domburg groeiden vanaf het einde van de negentiende eeuw uit tot geliefde bestemmingen voor de gegoede burgerij. Bezoekers maakten strandwandelingen, flaneerden over de boulevard of bezochten kuuroorden, waar de frisse zeelucht als heilzaam werd beschouwd.
Bleekneusjes aan de kust
Voor de meeste Nederlanders bleef zo'n verblijf een uitzondering, maar er was één groep kinderen die juist wél regelmatig langere tijd aan zee of in de bossen verbleef: de zogenoemde bleekneusjes.
Kinderen uit arme of ongezonde gezinnen werden door liefdadigheidsorganisaties naar koloniehuizen gestuurd om aan te sterken. De frisse buitenlucht, het zonlicht en de regelmatige maaltijden moesten hun gezondheid verbeteren.
Voor veel kinderen was zo'n verblijf hun eerste ervaring buiten de eigen woonplaats. Hoewel de omstandigheden vaak streng waren, betekende het tegelijkertijd een zeldzame kans om wekenlang in de natuur door te brengen.
Hoe vakantie uitgroeide tot een recht voor iedereen
Juist in de eerste decennia van de twintigste eeuw begon vakantie langzaam te veranderen van een privilege in een sociaal ideaal. Vakbonden en socialistische bewegingen voerden actie voor kortere werkdagen en meer vrije tijd. Hun beroemde leus luidde: ‘Acht uur werken, acht uur slapen, acht uur vrije tijd.’
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Die maatschappelijke veranderingen vormden de basis voor de moderne zomervakantie zoals we die nu kennen. Wat rond 1926 voor veel Nederlanders nog niet veel meer was dan een rustige zomer thuis, groeide in de decennia daarna uit tot een jaarlijks ritueel waarin miljoenen mensen massaal op reis gaan.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.













