Er zaten zeventien minuten tussen de twee inslagen op 11 september 2001. Om 8.46 uur boorde American Airlines Flight 11 zich in de North Tower van het World Trade Center. Om 9.03 uur verscheen United Airlines Flight 175 op miljoenen televisieschermen, waarna het toestel zich in de South Tower boorde. Wat gebeurde er in die tussenliggende minuten?
Het begon met verwarring
Voor de meeste Amerikanen die zich die bewuste ochtend nog herinneren, begon de aanval niet om 8:46 uur. Op dat moment begon vooral de verwarring.
Diezelfde verwarring verklaart waarom zoveel New Yorkers even stilstonden om naar de rook te kijken die uit het World Trade Center opsteeg, een paar minuten toekeken en vervolgens hun dag vervolgden. Het verklaart ook waarom, toen de nationale ochtendprogramma's begonnen te melden dat een vliegtuig de North Tower had geraakt, iedereen, van nieuwslezers tot medewerkers van het Witte Huis tot mensen thuis, mompelde: ‘Wat vreemd.’
Gedurende die zeventien minuten reageerde bijna niemand in Amerika alsof ze de eerste fase van een gecoördineerde aanval meemaakten. Ze keken toe, verbijsterd, zonder nog te beseffen dat ze op een van de grote keerpunten in hun nationale geschiedenis stonden.
De honderden hulpverleners die zich naar de North Tower haastten, handelden in dezelfde chaos. Dat gold ook voor de Port Authority-medewerkers die de bewoners van de 110 verdiepingen tellende South Tower geruststelden dat hun gebouw onbeschadigd was. Sommigen evacueerden toch; anderen besloten te blijven waar ze waren.
08.46-08.49 – Er gebeuren vreemde dingen in New York
Voor veel New Yorkers brak de ochtend van 11 september aan met de belofte van een frisse start. De herfst stond voor de deur, het schooljaar was begonnen en het was de dag van de voorverkiezingen voor het burgemeesterschap. Voor anderen was het gewoon een dinsdag.
Een paar straten ten noorden van het World Trade Center was Joseph Pfeifer, bataljonscommandant van de brandweer van New York City, bezig met het inspecteren van een vermoedelijk gaslek toen het geluid van vliegtuigmotoren het gebruikelijke stadslawaai overstemde. Pfeifer en zijn mannen keken omhoog toen vlucht 11 over hen heen vloog.
‘Het vloog zo laag. We volgden het vliegtuig achter de gebouwen langs, en toen verscheen het weer. Het vloog recht op het gebouw af,’ zei Pfeifer. ‘Ik zei tegen iedereen dat ze in de voertuigen moesten stappen, want we gingen erheen.’
Drieënveertig seconden nadat de klok 8.46 uur aangaf, registreerden de radio's van de brandweer Pfeifers oproep. De meldkamer sloeg alarm en stuurde de brandweerlieden naar het zuiden. Het incident werd intern geregistreerd als Incident #103.
In heel Manhattan reageerden de hulpdiensten kalm en volgens protocol. Een vliegtuig dat in het World Trade Center crashte was zeker geen alledaagse gebeurtenis, maar als er één plek in het land was waar een vliegtuig per ongeluk in een hoog gebouw zou kunnen crashen, dan was het New York City: stad van wolkenkrabbers, drie grote luchthavens en een van de drukste luchtruimen van het land.
Zelfs directe getuigen waren er nauwelijks van onder de indruk. Peter Johansen, operationeel directeur van New York Waterways, zag het vliegtuig vanuit een van de veerboten van het bedrijf in de toren crashen en beschouwde het aanvankelijk als een navigatiefout. De veerboot meerde aan in Manhattan en de passagiers vervolgden hun reis.
In het Marriott-hotel tussen de Twin Towers was portier Wendell Klein verbijsterd en verward door het geluid. Op de negentiende verdieping zag gast Frank Razzano papieren naar beneden dwarrelen en nam aan dat er een raam in een van de torens was gebroken. Er gebeurden voortdurend vreemde dingen in Manhattan, dacht hij, en hij kroop weer in bed.
Die nonchalante houding was niet ongebruikelijk binnen het World Trade Center-complex. Voor veel mensen die zich niet in of boven de inslagzone bevonden, was er weinig reden tot bezorgdheid. In de eerste minuten na de crash belden mensen vrienden en familie buiten het gebouw op om te zien wat er aan de hand was.
Het nieuws verspreid zich
Het duurde slechts een paar minuten voordat het nieuws over de crash zich nationaal en internationaal verspreidde. Om 8.48 uur maakte een verkeershelikopter het eerste liveverslag. Om 8.49 uur kwam Associated Press met een eerste bulletin. CNN onderbrak zijn programma met een beeld van de rokende toren. De tekstbalk luidde: ‘Breaking News: Ramp in het World Trade Center.’
De eerste berichten waren onduidelijk. Was het een explosie? Was er een klein vliegtuigje in het gebouw gevlogen? Niemand wist het nog.
Binnen in de North Tower begonnen mensen tegenstrijdige informatie te ontvangen. Dianne DeFontes, een receptioniste op de 89e verdieping, belde een vriendin in New Jersey en vroeg haar om het nieuws aan te zetten. Toen haar vriendin zei dat het gebouw in brand stond, trok DeFontes haar sportschoenen aan en begon te evacueren.
Op de 64e verdieping voelde Port Authority-ingenieur Pasquale Buzzelli het gebouw schudden toen hij uit de lift stapte. Alles in zijn kantoor leek normaal: de lichten werkten, net als de computers en telefoons. Zijn vrouw, die televisie keek, vertelde hem dat zijn gebouw in brand stond. Maar Buzzelli en zijn collega's gingen ervan uit dat het vuur zich ver boven hen bevond en zagen geen reden om te evacueren.
In de South Tower hoorde Brian Clark via de omroepinstallatie dat het gebouw veilig was.
‘Het is niet nodig om Gebouw 2 te evacueren,’ klonk de mededeling. ‘Als u bezig bent met evacueren, kunt u de toegangsdeuren en de liften gebruiken om terug te keren naar uw kantoor.’
Clark slaakte een zucht van verlichting. Er was niets om je zorgen over te maken.
Twaalf verdiepingen lager keek Robert Small, kantoormanager bij Morgan Stanley, naar de brand in de naastgelegen toren. Eerst probeerden hij en een collega de objecten te identificeren die uit de lucht vielen. Toen zagen ze mensen springen.
‘Na een paar van die sprongen besloten we niet meer te kijken,’ herinnerde hij zich.
08.50-08.52 – Als vliegtuigen wapens worden
Om 8.50 uur, net toen chef Joseph Pfeifer de North Tower binnenkwam en een reddingsoperatie begon te organiseren, probeerde New York Center, het luchtverkeersleidingscentrum van de regio, te achterhalen wat er met het vliegtuig was gebeurd dat ze boven Manhattan hadden gevolgd.
De luchtverkeersleiders begrepen dat vlucht 11 was gekaapt. Maar zelfs dat leek bijna routine. Kapingen hadden zich al lang voor 2001 voorgedaan, en veel daarvan eindigden na onderhandelingen. De kaping van vlucht 11 was grimmig, maar de situatie leek aanvankelijk een bekend patroon te volgen: een stewardess had gemeld dat de kapers beweerden een bom te hebben, en de kapers zelf leken te suggereren dat ze van plan waren terug te keren naar de luchthaven.
Het vliegtuig zou landen, gingen de autoriteiten ervan uit. De kapers zouden hun eisen stellen, en een gespannen maar beheersbare situatie zou zich ontvouwen.
‘Op dat moment dachten we aan een kaping zoals in de jaren 70,’ herinnerde luitenant-kolonel Dawne Deskins, missiecommandant bij de Northeast Air Defense Sector, zich. ‘We maakten ons niet echt zorgen dat dit vliegtuig zou neerstorten.’
Haar team was verbijsterd toen de radarbeelden boven New York City verdwenen.
Was het een ongeluk?
Het idee van een bizar ongeluk was zelfs voor professionals gemakkelijk te accepteren. Commerciële vliegtuigongelukken waren niet geheel onbekend. Luchthavens vereisten minimale passagierscontroles en vliegtuigen werden nog niet beschouwd als potentiële massavernietigingswapens.
Binnen de overheid reageerden mensen vrijwel hetzelfde. Michael Chertoff, destijds hoofd van de afdeling strafrecht bij het Amerikaanse ministerie van Justitie, werd over de crash geïnformeerd terwijl hij naar zijn werk reed. Het moet een klein vliegtuigje zijn dat de weg kwijt is geraakt, dacht hij.
Om 8.52 uur begon ABC News met de landelijke berichtgeving. Presentatrice Diane Sawyer vroeg: ‘Was het opzettelijk? Was het een ongeluk?’ Haar collega Charles Gibson worstelde om de betekenis van de torens te beschrijven. ‘Dit is echt bijna de ansichtkaart van New York City,’ zei hij.
Op de Andrews Air Force Base, vlakbij Washington D.C., dachten gevechtspiloot luitenant Heather ‘Lucky’ Penney en haar collega's aanvankelijk dat een kleine Cessna de toren was binnengevlogen. Niets in het nieuws wees erop dat ze op het punt stonden de lucht in te worden gestuurd om een ander gekaapt vliegtuig te onderscheppen.
Voor veel functionarissen in Washington verstoorde de crash de normale gang van zaken.
Op Capitol Hill zag Brian Gunderson, stafchef van de meerderheidsleider van het Huis van Afgevaardigden, Dick Armey, de eerste beelden op televisie en ging ervan uit dat het een belangrijke nieuwsgebeurtenis zou worden – maar niet een die de beslissingen van het Congres die dag zou veranderen.
08.53-09.03 – Een nieuwe vorm van terrorisme
Het was nu 8.53 uur 's ochtends. Er waren nog maar 10 minuten over in Amerika zoals we dat kenden.
FBI-directeur Robert Mueller was in zijn eerste week in functie toen iemand een briefing onderbrak om hem te vertellen dat er een vliegtuig was neergestort in New York. Mueller zat in een vergadering over Al Qaida, keek naar de helderblauwe lucht en vroeg: ‘Hoe kan een vliegtuig de toren niet zien? Het is vandaag zo helder.’
Het was niet zo dat de Amerikaanse leiders zich niet bewust waren van terrorisme. FBI-agenten en CIA-officieren volgden de opkomst van Al Qaida, onder leiding van Osama bin Laden. Maar weinig Amerikanen buiten de antiterrorismekringen hadden zich op de organisatie gericht.
Terrorisme was in 2001 niet iets waar de meeste Amerikanen dagelijks aan dachten. Het was een plotwending in thrillers, geen constante bron van angst op scholen, in winkelcentra of bij openbare evenementen. Zelfs de bomaanslag op het World Trade Center in 1993 had de meeste Amerikanen er niet van overtuigd dat buitenlands terrorisme een directe bedreiging vormde.
Dus toen president George W. Bush om 8.55 uur 's ochtends via een beveiligde telefoonlijn sprak met nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, werd terrorisme niet expliciet genoemd. Ze hadden het vooral over hoe vreemd het incident was. Bush was in Sarasota, Florida, ter voorbereiding op een bezoek aan een basisschool.
Brandweerlieden klimmen de toren in
In New York City haastten politieagenten, brandweerlieden, ambulancepersoneel en andere hulpverleners zich naar de brandende toren. De brandweer van New York bleef extra eenheden naar de locatie sturen.
Jay Jonas, commandant van Ladder 6, arriveerde bij de North Tower en meldde zich bij de commandopost in de lobby. Een groeiende menigte brandweerlieden wachtte op instructies, terwijl officieren probeerden de snel escalerende ramp te begrijpen.
Hij hoorde FDNY-commissaris Thomas Von Essen praten met adjunct-brandweerchef Pete Hayden.
‘We gaan deze brand niet blussen,’ zei Hayden. ‘Dit is puur een reddingsmissie.’
Jonas en zijn team begaven zich naar de trappenhuizen. Net als honderden andere brandweerlieden begonnen ze te klimmen.
‘Daar is er nog een’
Om 8.58 uur gaf politiechef Joseph J. Esposito van de NYPD het bevel tot de hoogste alarmfase, waardoor bijna duizend agenten naar de plaats van het incident werden gestuurd.
Om 8.59 uur stond president Bush met zijn stafchef, Andy Card, buiten het klaslokaal van de basisschool toen een andere medewerker hen benaderde.
‘Meneer, het lijkt erop dat een tweemotorig propellervliegtuig in een van de torens van het World Trade Center is gevlogen,’ zei de medewerker.
Even later ging Bush het klaslokaal binnen, waar zestien leerlingen van groep 6 zaten te wachten.
Om 9.00 uur belde passagier Peter Hanson, aan boord van United Airlines vlucht 175, zijn vader via de telefoon in zijn stoel.
‘Het wordt steeds erger, pap,’ zei Hanson. ‘Een stewardess is neergestoken. Ze lijken messen en pepperspray bij zich te hebben. Ze zeiden dat ze een bom hebben. […] Passagiers moeten overgeven en worden misselijk. Het vliegtuig maakt schokkerige bewegingen. Ik denk niet dat de piloot het vliegtuig bestuurt. Ik denk dat we neerstorten. Ik denk dat ze naar Chicago of ergens anders willen vliegen en een gebouw willen binnendringen. Maak je geen zorgen, pap. Als het gebeurt, zal het heel snel gaan.’
Om 9.01 uur stelden medewerkers van de Port Authority de mensen in de South Tower opnieuw gerust dat ze niet in direct gevaar verkeerden.
‘De situatie deed zich voor in Gebouw 1,’ luidde de mededeling. ‘Als de omstandigheden op uw verdieping dat vereisen, kunt u overwegen om te beginnen met een ordelijke evacuatie.’
Om 9.03 uur keek een medepassagier op een veerboot naar de torens en mompelde een zin die alles zou veranderen.
‘Daar is er nog een.’
Amerika wordt aangevallen
Op dat moment sprak Bryant Gumbel in het CBS-programma The Early Show met Theresa Renaud, die de eerste toren goed kon zien. Ze beschreef wat ze had gezien sinds de eerste inslag, toen ze plotseling haar stem verhief.
‘O! Daar is er nog een. Er is net weer een vliegtuig een gebouw ingevlogen. O mijn God. Weer een vliegtuig, weer een gebouw. Het vloog er recht in.’
In het hele land begrepen Amerikanen vrijwel gelijktijdig: dit was geen klein vliegtuig. Dit was geen ongeluk.
De verwarring, verbazing en verbijstering van de voorgaande zeventien minuten mondden uit in een angstaanjagend besef. Het moment markeerde de scheidslijn tussen voor en na – een lijn die later zichtbaar zou worden door de controles op luchthavens, de veiligheidscontroles, de aanwezigheid van de Nationale Garde en de zwaarbewapende politie bij openbare evenementen.
Andy Card verwoordde het even later in Florida. Terwijl president Bush het boek The Pet Goat met de leerlingen las, snelde Card naar hem toe en fluisterde:
‘Een tweede vliegtuig heeft de tweede toren geraakt,’ zei hij. ‘Amerika wordt aangevallen.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.















