Hongerstenen zijn een bekend fenomeen in de Rijn, Donau en Elbe. Deze rivieren komen bij extreme droogte bijna droog te liggen, waardoor grote rotsblokken zichtbaar worden op de bodem. Mensen maken al honderden jaren van de gelegenheid gebruik door het jaartal erin te beitelen, eventueel aangevuld met een inscriptie. Zo ligt er in de Elbe een steen met de woorden: Wenn du mich siehst, dann weine (Als je me ziet, huil dan).
De hongersteen van Děčín
Een van de bekendste hongerstenen is die aan de oevers van het Tsjechische plaatsje Děčín, in de rivier de Elbe. Het vroegst leesbare jaartal op deze steen is 1616. Sporen van eerdere droogtes, waaronder die in 1417 en 1472, zijn grotendeels vervaagd. De bekende inscriptie ‘Als je me ziet, huil dan’ is in het droogtejaar 1904 erin gekerfd.
In 2020 is de Děčín-steen uitgebreid onderzocht door het Czech Hydrometeorological Institute. De onderzoekers wilden weten hoe betrouwbaar de markeringen zijn – zeker de oudere. Omdat de waterstanden pas sinds het einde van de negentiende eeuw consistent worden bijgehouden, is het moeilijk om vast te stellen of alle inscripties wel accuraat zijn.
Maar na uitgebreid veld- en literatuuronderzoek menen de onderzoekers dat ook de oudere markeringen een accurate weergave zijn van de toenmalige waterstand. Dat was volgens hen ook het doel van deze hongersteen: de waterstanden registreren, niet de droogte herdenken.
Hongersteen is negentiende-eeuws concept
De Belgische milieuhistoricus Tim Soens vertelde in 2022 aan VRT dat de term ‘hongersteen’ eigenlijk opvallend is. Volgens hem volgden hongersnoden in Europa vaker op een extreem nat jaar dan op een droog jaar. Een lage rivier leverde wel problemen op, zoals het niet kunnen laten draaien van de graanmolen, maar geen massale hongersterfte.
Ook twijfelt hij aan de authenticiteit van de zeer oude inscripties op diverse hongerstenen. Hij noemt het waarschijnlijk dat inscripties van voor de negentiende eeuw op een later moment zijn toegevoegd. Daar heeft hij meerdere redenen voor.
De negentiende eeuw kende relatief veel jaren van extreme droogte, zoals 1868. De beursberichten in juli dat jaar meldden bijvoorbeeld dat veeboeren noodgedwongen hun vee moesten verkopen, omdat er niet meer genoeg gras op het veld stond. Dit bracht de handel uit balans. Ook de toenemende scheepvaart kwam door de droogte in de problemen. Met andere woorden: een lage waterstand was in de negentiende eeuw een onderwerp dat leefde onder de bevolking.
Het was ook de periode van de Romantiek. Het idee dat mensen elkaar al honderden jaren boodschappen doorgeven via deze rivierstenen, past binnen die tijdsgeest. Mogelijk zocht men in kronieken naar extreem droge jaren en kerfden men deze op de hongerstenen.
Hongerstenen in 1904
Tijdens de droogte van 1904 doken verschillende hongerstenen op in Europa. Die van Děčín wordt ook genoemd door het Utrechts provinciaal en stedelijk dagblad. Zij maken daarnaast melding van een hongersteen in het Spreewald, een bosrijk veengebied. Daar zouden spelende kinderen een steen hebben gevonden met de inscriptie: ‘Als gij dezen steen weder zult zien, dan zult gij wenen. Zóó laag was het water in het jaar 1487.’
In 1929 kwamen de hongerstenen in Duitsland wederom tevoorschijn, aldus het Nieuwsblad van Friesland. Een briefschrijver die in Duitsland verbleef, meldde dat de bekende steen in de Elbe zijn inscripties weer liet zien. Hij wist ook te vertellen dat de bijzonderste stenen en inscripties in Zuid-Duitsland lagen, maar dat deze zijn opgeblazen om ruimte te maken voor het scheepsverkeer. In de rivier de Naab zou een hongersteen met een bijzondere inscriptie hebben gelegen (zie hieronder).
Of dergelijke inscripties werkelijk honderden jaren geleden in de stenen zijn gekerfd of een negentiende-eeuwse toevoeging zijn, dat is de vraag. Maar het is duidelijk dat de hongerstenen al jaren tot de verbeelding spreken.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.









