Als gevolg van een noordwesterstorm komen in de nacht van 18 op 19 november 1421 grote delen van Zeeland, Holland en Vlaanderen onder water te staan. In de loop der eeuwen spraken kroniekschrijvers over 10.000 tot wel 100.000 slachtoffers. Maar hoeveel doden vielen er werkelijk door de Sint-Elisabethsvloed? En klopt het dat door deze ‘superstorm’ de Biesbosch is ontstaan?
Feiten en fabels over de Sint-Elisabethsvloed
De Sint-Elisabethsvloed vond plaats tegen het einde van de Middeleeuwen en wordt sindsdien omgeven door mythen. Op een schilderij van Romeyn de Hooghe (hieronder) is te zien hoe 44 dorpen onder water verdwijnen, mensen huis en haard moeten achterlaten en vee in veiligheid wordt gebracht. Op een altaarstuk gemaakt door nabestaanden is te zien hoe de dijken doorbreken en het gebied volstroomt.
Dit soort kunstuitingen, maar ook rampverhalen – zo werd gezegd dat een kat samen met een baby in een wieg zou zijn aangespoeld – droegen bij aan de beeldvorming rondom de overstromingen.
Waren verhalen over de Sint-Elisabethsvloed overdreven?
Maar wat is er werkelijk waar over de Sint-Elisabethsvloed? De Grote Waard, een uitgestrekt landbouwgebied in Holland aan de grens van Noord-Brabant, stroomde als gevolg van de Sint-Elisabethsvloed inderdaad vol. Door de turf- en zoutwinning verzakte de bodem al langere tijd en werd het gebied een soort badkuip. Toen een slecht onderhouden dijk bij het plaatsje Broek op 19 november 1421 doorbrak tijdens de stormvloed, stroomde het zeewater de Grote Waard in.
Hoewel werd gesproken over 72 door het water verzwolgen dorpen, telde de Grote Waard in werkelijkheid minder dan dertig dorpen en woonden er hooguit zo’n 22.000 mensen. In de Tielse Kroniek van 1450-’55 staat dat ‘2000 mensen, naar men zegt, zijn verdronken’.
Volgens recenter onderzoek ging het om een kleine dijkdoorbraak, waardoor veel mensen voldoende tijd hadden de waard te ontvluchten en hun kostbare spullen mee te nemen.
Nog altijd gingen er dorpen verloren en vielen er naar schatting vele doden, maar het waren er in elk geval een stuk minder dan de duizenden die vaak zijn genoemd. De graven in het gebied overdreven de aantallen vermoedelijk om te verdoezelen dat ze de dijken lange tijd hadden verwaarloosd. Ze gooiden het er liever op dat zij het slachtoffer waren geworden van een allesverwoestende storm.
Zo ontstond de Biesbosch
Historisch geografe Elisabeth Gottschalk (1912-1989) deed onderzoek naar de Sint-Elisabethsvloed en vergeleek de overstromingen met andere watersnoodrampen, zoals die van 1953.
Daaruit bleek dat de storm van 1421 zo’n zestien keer per duizend jaar voorkomt, en die van 1953 drie tot vier keer per duizend jaar. De Sint-Elisabethsvloed was dus wellicht niet een superstorm, zoals vaak wordt gesuggereerd, maar de impact was nog altijd enorm.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Er vonden namelijk drie Sint-Elisabethsvloeden plaats in korte tijd: in 1404, 1421 en 1424, toevallig allemaal op de naamdag van de heilige Elisabeth. Na de vloed van 1421 was landbouw al onmogelijk geworden in grote delen van de waard en waren 27 dorpen onbewoonbaar geworden.
Door de stormvloed kwam de Grote Waard in verbinding te staan met de zee en veranderde het gebied in een binnenmeer, waaruit geleidelijk een van ’s lands bekendste natuurgebieden zou ontstaan: de Biesbosch.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Esmee studeerde geschiedenis in Rotterdam en werkt als editor voor National Geographic. Het liefst schrijft ze over reizen, dieren, historische gebeurtenissen en wetenschappelijke nieuws. In haar vrije tijd gaat ze geregeld naar concerten of staat ze op het hockeyveld.









