Geschiedenis en Cultuur

Barcelona: Thuishaven van de ontdekkingsreizigers

donderdag, 30 november 2017

Door National Geographic

Barcelona bestond al vóór de Romeinen. Het heeft veel overheersers langs zien komen: Romeinen, Visigoten, Moren en Franken. In 1137 werd Barcelona de hoofdstad van de Kroon van Aragón. In die tijd kreeg de Barri Gòtic (gotische wijk) zijn huidige vorm. De wijk vormt nog steeds een van de grootste verzamelingen middeleeuwse bouwwerken in Europa.

Middeleeuwse pracht en praal

Beroemd is de Carrer de Montcada, een straat vol huizen van edelen en rijke handelaren. In de 14de eeuw werden prachtige kathedralen gebouwd, waarvan sommige nog bestaan, zoals de Santa María del Pí en de Santa María del Mar.
Na 1410 nam de macht van Barcelona af en in 1442 verhuisde de hoofdstad naar Napels.

Eind van een extreem lange oorlog

De Honderdjarige Oorlog duurde nog steeds voort. De laatste fase begon toen Hendrik V (r. 1413-’22) koning van Engeland werd. Met steun van de Engelse adel en de hertog van Bourgondië wilde hij Frankrijk binnenvallen. Daar zat Karel de Waanzinnige nog steeds op de troon, maar het land werd bestuurd door twee partijen: de ene onder leiding van Karels jongere broer, hertog Lodewijk van Orléans, en de andere door de hertog van Bourgondië.

In September 1415 staken Hendriks troepen het Kanaal over en namen Harfleur in, aan de monding van de Seine. Dankzij Hendriks diplomatieke optreden bleef Bourgondië afzijdig. Hendrik behaalde een klinkende overwinning op de Fransen in de Slag bij Azincourt. In het Verdrag van Troyes (1420) werd Hendrik erkend als erfgenaam van Frankrijk, en met zijn huwelijk met Catherina, dochter van Karel de Waanzinnige, zette hij zijn afspraken kracht bij.

Maar zijn succes was van korte duur: in 1422 stierf hij, 35 jaar oud. Zijn zoon VI was nog geen jaar oud. Ook Karel stierf dat jaar, en de strijd tussen beide landen laaide weer op. Midden- en Zuid-Frankrijk bleven uit Engelse handen, beschermd door de stad Orléans. Karels zoon, de Franse kroonprins Karel VII (1403-’61), hield zich schuil in het zuidelijker gelegen Bourges, en in 1428 besloten de Engelsen Orléans te belegeren. Na vier maanden leek het Franse verzet gebroken, maar een tienermeisje zorgde voor redding.

De maagd van Orléans

Jeanne d’Arc (ca. 1412-’31) werd geboren in het boerendorpje Domrémy in Noordoost-Frankrijk. Rond haar 13de begon ze stemmen van heiligen te horen die haar opdroegen Orléans te redden en ervoor te zorgen dat Karel VII werd gekroond. In mannenkleren reisde ze naar Karels hof. Die zag aanvankelijk niets in haar voorstellen, maar met haar godsvrucht overtuigde ze hem om haar de leiding te geven over een leger van een paar honderd man.

Jeanne bezorgde de Fransen een aantal grote over- winningen, onder meer bij Patay, ten westen van Orléans. Uiteindelijke wist ze Karel over te halen naar Reims te reizen, traditioneel de plaats waar koningen werden gekroond, en op 17 juli 1429 gebeurde dat ook.

In mei 1430 werd Jeanne door de Bourgondiërs gearresteerd en uitgeleverd aan de Engelsen, die haar van hekserij beschuldigden. Ze stierf op 30 mei 1431 op de brandstapel. Karel VII stak geen vinger uit. Pas toen ze 25 jaar later bij een nieuw proces onschuldig werd bevonden, werd ze tot heldin uitgeroepen.

Na Orléans keerde het tij voor de Fransen. Halverwege de jaren dertig verbrak Bourgondië zijn banden met Engeland en schaarde zich achter de Franse zaak. De Fransen richtten zich op Engelse bezittingen in het zuidwesten. In 1453 kregen ze Bordeaux in handen, waarmee de Honderdjarige Oorlog officieel eindigde.

Einde van het Byzantijnse Rijk

Met de opkomst van de Ottomanen in de 14de eeuw was het Byzantijnse Rijk gekrompen tot weinig meer dan twee steden: Constantinopel in Turkije en Morea in Zuid-Griekenland. In 1453 werd Constantinopel veroverd door de troepen van de Ottomaanse sultan Met de opkomst van de Ottomanen in de 14de eeuw was het Byzantijnse Rijk gekrompen tot weinig meer dan twee steden: Constantinopel in Turkije en Morea in Zuid-Griekenland. In 1453 werd Constantinopel veroverd door de troepen van de Ottomaanse sultan.

Verdeling van de wereld

Terwijl Frankrijk en Engeland hun eigen weg zochten en de Ottomanen hun bezittingen uitbreidden, keken Spanje en Portugal buiten de grenzen van hun continent. Deze twee landen openden in Europa een tijdperk van ontdekkingsreizen.

Portugal verkende de westkust van Afrika, op zoek naar een alternatieve handelsroute naar Azië. Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) was dé grote stimulator
en sponsorde vanaf 1420 een groot aantal expedities, hoewel hij zelf níet van reizen hield. Twintig jaar later hadden de Portugezen de Kaapverdische Eilanden bereikt, zo’n 2500 kilometer van huis.

De Portugese reizen bleven in Spanje niet onopgemerkt. Een Genuese zeeman met de naam Christoffel Columbus (1451-1506) kwam in 1485 met een voorstel naar Spanje, maar moest een jaar wachten op een audiëntie bij het koningspaar Ferdinand en Isabelle. Daarmee was het wachten nog niet voorbij. Pas in 1491 werd zijn plan, vooral dankzij de koningin, eindelijk aangenomen. Columbus kon op weg.

In oktober 1492 landde hij op de Bahama’s, al bleef hij zijn hele leven geloven dat hij Oost-Azië had bereikt. Een latere ontdekkingsreiziger, de Italiaan Amerigo Vespucci (1454-1512), bewees dat Columbus een nieuwe wereld had ontdekt, en zijn uitgever vernoemde het nieuwe land naar hem: ‘Amerika’.

De ontdekkingsreizen werden met verschillende oogmerken ondernomen. Maar of het nu ging om verspreiding van het christendom of gebiedsuitbreiding, het nieuwe kolonialisme was niet bepaald zachtzinnig. Uitbuiting en mishandeling in de nieuwe gewesten was een lokale aangelegenheid, terwijl thuis in Europa het humanisme bloeide. Leonardo da Vinci, Michelangelo en andere genieën ontdekten eind 14de, begin 15de eeuw de schoonheid van de Klassieke Oudheid en lieten hun eigen onuitwisbare stempel na op de Europese cultuur.

De Middeleeuwen kwamen overal ten einde en landen met hun eigen identiteit en krachtige vorsten openden de weg naar de moderne tijd. De nieuwe ontdekkingen boden ook kansen voor handel, zoals betere toegang tot juwelen, zijde, peper, kruidnagel en kaneel, maar gingen vaak gepaard met een slechte behandeling van de inheemse bevolking. De nieuwe tijd betekende niet altijd een nieuwe beschaving.

Lees het verhaal in de National Geographic special: De wereld van de Middeleeuwen. In hetzelfde nummer vind je ook het verhaal Antiochië: Kruispunt van handel