Geschiedenis en Cultuur

Oude Maya’s voerden al ‘totale oorlogen’ voordat sprake was van klimaatproblemen

Er wordt vaak gedacht dat de grootschalige verwoesting van Maya-steden pas begon toen de voedselvoorraden slonken door droogte. Een verrassende vondst op de bodem van een meer biedt een andere kijk op die theorie.Wednesday, August 7, 2019

Door Tim Vernimmen
In de wetenschap was het een gangbaar idee dat de Maya's pas begonnen met ‘totale oorlogen’, oftewel ernstig geweld waarbij steden werden verwoest, nadat er concurrentie om voedsel ontstond na een serie van droge perioden die in de 9e eeuw n.Chr. begonnen.

Een gangbaar idee over de oude Maya-beschaving is dat tijdens een groot deel van de zevenhonderd jaar durende klassieke periode die liep van 250 tot 950 n.Chr., alleen sprake was van min of meer rituele oorlogsvoering. Soms werd een koninklijke familie ontvoerd, of werden symbolische bouwwerken verwoest, maar er zouden nauwelijks grootschalige vernielingen hebben plaatsgevonden of burgerslachtoffers zijn gevallen.

Wetenschappers gingen er over het algemeen vanuit dat alleen tegen het eind van de klassieke periode spanningen ontstonden tussen Maya-koninkrijken, doordat de voedselvoorraden slonken door steeds vaker voorkomende perioden van droogte. Die spanningen zouden uiteindelijk hebben geleid tot gewelddadige oorlogen die de ondergang van de beschaving inluidden. Maar uit een onderzoek waarover onlangs een artikel verscheen in het vakblad Nature Human Behaviour blijkt dat er ook al sprake was van gewelddadige oorlogsvoering tegen zowel militaire als burgerdoelen (vaak ‘totale oorlog’ genoemd) voordat klimaatverandering de Maya-landbouw in gevaar bracht.

Op een op basis van LiDAR gemaakte kaart is het ceremoniële centrum te zien van de oude Maya-stad Witzna in wat nu het noorden van Guatemala is. Volgens een inscriptie die werd aangetroffen in een stad in de buurt, ‘brandde’ Witzna op 21 mei 697 n.Chr.

Paleoklimatoloog David Wahl van de U.S. Geological Survey ging in 2013 in het dichte oerwoud van noord-Guatemala op pad naar het meer Laguna Ek'Naab, omdat hij op zoek was naar bewijzen voor droogteperiodes in wat bekendstaat als de laat-klassieke periode (800-950), en naar het effect daarvan op de landbouw. Het meer ligt aan de voet van een steile klif, waarop de ruïnes staan van de oude Maya-stad die door archeologen Witzna wordt genoemd. Wahl vermoedde dat het sediment op de bodem van het meer iets zou kunnen vertellen over wat er was gebeurd met de mensen die hier ooit leefden.

Bekijk de rituele Maya-grot die duizend jaar lang ‘onaangeroerd’ bleef, en die archeologen versteld deed staan.

“Door de steile bergwanden rondom het meer verzamelde zich hierin sediment met een snelheid van ongeveer 1 centimeter per jaar, wat ons gedetailleerde informatie verschaft over wat er in het gebied gebeurde,” legt hij uit. Snelle ophoping van sediment wijst op het kappen van bossen, waardoor erosie ontstaat. De pollen van mais die in het sediment werden aangetroffen, wijzen erop dat het het belangrijkste gewas in het gebied was. Maar de meest opmerkelijke vondst die Wahl deed op de bodem van Laguna Ek'Naab, was een twee tot vijf centimeter dikke laag die bestond uit grote brokken houtskool.

Monsters die werden genomen van het sediment op de bodem van Laguna Ek’Naab, bevatten een ongewoon dikke laag houtskool waaruit blijkt dat tussen 690 en 700 n.Chr. in het gebied een grote, verwoestende brand plaatsvond.
Monsters die werden genomen van het sediment op de bodem van Laguna Ek’Naab.

“Omdat mensen vaak bossen afbranden om landbouwgrond vrij te maken, vind je in dit gebied regelmatig houtskool in het sediment van meren,” vertelt hij. “Maar ik heb in de twintig jaar dat ik meren onderzoek nog nooit zo'n dikke laag gezien.”

Vermoedelijk was een grote brand de oorzaak van al die houtskool en van de daling van de hoeveelheid maispollen die werd aangetroffen in de afzetting die zich vormde in de tientallen tot honderden jaren na de brand. In eerste instantie ging Wahl ervan uit dat die brand was ontstaan door de droogte in de laat-klassieke periode die hij wilde bestuderen. Maar volgens houtskooldateringen belandde het houtskool tussen 690 en 700 n.Chr. in het meer, en er was geen bewijs van droge periodes in die vroegere klassieke periode.

Terwijl Wahl zich het hoofd brak over deze ontdekking, begon een team van archeologen onder leiding van National Geographic Explorer Francisco Estrada-Belli van de Amerikaanse Tulane University met hun eerste opgraving bij Witzna. Deze locatie werd in de jaren zestig ontdekt, maar was nooit echt goed onderzocht. Naarmate ze langzaamaan steeds meer overblijfselen van gebouwen opgroeven, zagen ze dat veel daarvan opzettelijk waren vernield of verwoest. Overal waren sporen van brand, wat erop duidde dat het vuur mogelijk met opzet was aangestoken door vijandelijke indringers. Ze deden ook een behoorlijk zeldzame vondst: een inscriptie waarin duidelijk de naam werd genoemd die de oude Maya's aan de stad hadden gegeven. Dat was Bahlam Jol. (De Maya-naam van veel steden is nog steeds onbekend.)

Bekijk hoe met laserscans een Maya-‘megalopolis’ wordt blootgelegd onder het oerwoud in Guatemala.

Toen de wetenschappers op zoek gingen naar deze naam in een database van inscripties van andere opgravingen in de regio, kwamen ze erachter dat er in de nabijgelegen stad Naranjo een stenen monument was ontdekt waarop een aantal succesvolle militaire campagnes tegen koninkrijken in de buurt stonden vermeld. Zo stond er vermeld dat ‘Bahlam Jol brandde’ op een datum die kon worden herleid tot 21 mei 697.

“Dat is precies rond het moment dat het houtskool in het meer belandde waardoor we met zekerheid een link konden leggen tussen de inscriptie en de brand zelf,” vertelt Wahl.

Ontdek hoe lasers helpen bij het ontdekken van oorlogsruïnes van de Maya's.

Opmerkelijk genoeg bleek Bahlam Jol bepaald niet de enige stad waarvan op het Naranjo-monument trots stond vermeld dat die had “gebrand". Hetzelfde gold voor minstens drie andere steden in de regio, waaronder een die tegenwoordig bekendstaat als Buenavista del Cayo. Onderzoekers hebben daar onlangs ook bewijzen gevonden voor grootscheepse branden. Voor Wahl en zijn mede-onderzoekers, waar Estrada-Belli er een van is, duidt dit erop dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er pas ongeveer een eeuw later, in de laat-klassieke periode, voor het eerst totale oorlogen werden gevoerd.

Onderzoekers namen boorkernen uit de bodem van Laguna Ek’Naab om sedimentmonsters van het meer te verkrijgen (boven) waarin de omstandigheden in de omgeving gedurende eeuwen terug te zien zijn.

“Het lijkt erop dat het in brand zetten van steden al veel eerder dan werd aangenomen een veelvoorkomende tactiek was,” vertelt Wahl. “Ik denk dat het idee dat de ondergang van de Maya's werd veroorzaakt door het ontstaan van gewelddadige oorlogen tegen het einde van de beschaving, echt aan herziening toe is.” Hij is inmiddels bezig met onderzoek naar de rol die het klimaat mogelijk speelde. Hoewel het erop lijkt dat de maisproductie ernstig afnam na de grote brand, lijkt die pas rond 1000 n.Chr. echt ten einde te zijn gekomen. Uit andere studies kwamen sterke aanwijzingen naar voren dat er toen grootschalige droogte was in de regio. 

Dit duidt erop dat problemen met het verbouwen van voedsel door een veranderend klimaat mogelijk een belangrijke factor zijn geweest in de ondergang van de Maya's, zonder dat dit te maken had met een toename van oorlogsgeweld. Het onderzoek van Wahl draagt bij aan recent en steeds toenemend bewijs dat er al lang voor de laatste klassieke periode gewelddadige oorlogen werden gevoerd.

Takeshi Inomata van de Amerikaanse University of Arizona deed zelf ook onderzoek naar precolumbiaanse oorlogsvoering, maar was niet betrokken bij deze studie. “Het wordt steeds duidelijker dat er gedurende de gehele klassieke periode verwoestende oorlogen werden gevoerd, die mogelijk hebben geleid tot een afname van de bevolking en van economische activiteiten.” Hij voegt daaraan toe dat er waarschijnlijk bepaalde beperkingen golden, net als tegenwoordig. “In plaats van categorische uitspraken te doen, moeten we zorgvuldig uitzoeken hoe de oorlogsvoering in de loop van de tijd veranderde,” aldus Inomata.

Archeoloog James Brady van de California State University in Los Angeles, die aan verschillende projecten in de regio heeft gewerkt maar niet bij deze studie betrokken was, noemt de nieuwe data “interessant en uitdagend.”

“Ik was er nooit van overtuigd dat oorlogsvoering vóór de laat-klassieke periode alleen ritueel was,” zegt hij. “Het kan niet anders dan dat oorlogen al heel lang deel uitmaken van het menselijk bestaan en vaak met ernstige gevolgen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

1000 jaar lang ‘ongeschonden’ gebleven rituele Maya-grot verbijstert archeologen

Onderzoek in Balamku (de Grot van de Jaguargod) werpt licht op eeuwenoude religieuze gebruiken - en levert mogelijk aanwijzingen op over de opkomst en ondergang van het Maya-rijk.

Lasers onthullen oorlogsruïnes van de oude Maya’s

Archeologen ontdekken oude vestingwerken waaruit “een voelbare angst” spreekt.