Voor overlevenden van Hiroshima zijn herinneringen aan de bom onmogelijk te vergeten

75 jaar na de verwoesting van Hiroshima is de stad weer opgebloeid. Maar de gruwelijke atoomaanval ligt de overlevenden nog altijd vers in het geheugen.

Door Ted Gup
Foto's Van Hiroki Kobayashi
Gepubliceerd 4 aug. 2020 11:46 CEST, Geüpdatet 5 nov. 2020 06:20 CET
De paddenstoelwolk op 6 augustus 1945 boven de Japanse stad Hiroshima, nadat de VS de eerste ...

De paddenstoelwolk op 6 augustus 1945 boven de Japanse stad Hiroshima, nadat de VS de eerste atoombom had laten vallen die ooit in oorlogsvoering werd gebruikt. Drie dagen later verwoestte een tweede atoombom de stad Nagasaki. Japan gaf zich op 15 augustus over, waardoor de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam.

Foto van Archivo GBB/Contrasto/Redux

Dit artikel verscheen in de augustus 2020 editie van National Geographic Magazine.

Negen dagen nadat de atoombom boven Hiroshima was afgeworpen, waarbij zijn moeder en éénjarige broertje waren omgekomen en zijn huis in de as was gelegd, verloor de zevenjarige Masaaki Tanabe ook nog zijn vader.

Die was een onverbiddelijke vijand van de Amerikanen geweest en stierf met zijn zwaard aan zijn zijde. Tanabes grootvader wilde het zwaard houden, maar de bezettingstroepen pakten het af. ‘Barbaren,’ dacht de jonge Tanabe. Hij was vastbesloten de Amerikanen te wreken, vertelt hij. Begrijpelijk. Tanabe had niets en bijna niemand meer over. Zijn huis stond in 1945 vlak bij de Genbakukoepel, de bekende ruïne die de mensheid maant oorlogen nooit meer met kernwapens te beslechten

Tanabe, begin tachtig, lijkt in zijn grijze jinbei met wijde mouwen een belichaming van Japanse traditie. Na de oorlog werd hij filmregisseur en volgde hij een studie grafisch ontwerpen om een digitaal eerbetoon te kunnen brengen aan de stad die door de bom was weggevaagd. Het resultaat: zijn film Message from Hiroshima, met interviews met overlevenden van het bombardement van 6 augustus 1945. De bom zou, samen met de atoombom die drie dagen later op Nagasaki viel, aan zo’n tweehonderdduizend mensen het leven kosten. Japan werd op de knieën gedwongen. Daarmee was een invasie door de geallieerden, die mogelijk miljoenen levens zou hebben gekost, van de baan.

Masaaki Tanabe, inwoner van Hiroshima, nu begin 80, was zeven jaar oud toen de bom zijn huis in de buurt van ground zero in de as legde, waarbij zijn ouders, broer en ongeveer 135.000 andere mensen omkwamen. Zijn verdriet en woede duurden jaren. Maar toen zijn dochter met een Amerikaan trouwde, wist hij erin te berusten dat de wereld was veranderd.

Foto van Hiroki Kobayashi

Tanabe had nooit kunnen voorspellen hoe pijnlijk de veranderingen waren die hem en heel Japan stonden te wachten. Zijn dochter trouwde met een Amerikaan en vestigde zich in de VS. Lange tijd wist hij zich geen raad met de gedachte dat zijn eigen kind de vijand had omarmd. Twee of drie jaar na haar bruiloft vond Tanabe een brief die zijn dochter had neergelegd bij een stenen Boeddhabeeld in de prefectuur Yamaguchi – waar haar grootvader, Tanabes vader, was overleden. In de brief vroeg ze om vergeving als ze haar opa had teleurgesteld. Met het verstrijken van de jaren wist Tanabe, net als veel van zijn generatiegenoten, erin te berusten dat de wereld was veranderd.

Nu, 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, staat Tanabes verhaal symbool voor dat van Hiroshima en Japan: een mix van traditie en modernisering, maar ook van de vastberadenheid om nooit te vergeten én tegelijk niet in het verleden te blijven hangen.

Jaarlijks worden op 6 augustus de 135.000 atoombomslachtoffers herdacht. En nog elk jaar worden er nieuwe namen toegevoegd aan de cenotaaf in het monument. Op alle andere dagen heeft de stad haar blik niet op het verleden gericht, maar strak op de toekomst. Het Hiroshima van nu is een vurig pleitbezorger van nucleaire ontwapening, maar ook een bruisend centrum van recreatie, wetenschap en handel.

Nadat de bom was gevallen, kwam het leven in Hiroshima wonderbaarlijk snel weer op gang. Er was water en elektriciteit, trams reden weer en ook waren er vele anonieme helden die hielpen de stad weer op te bouwen.

Vandaag de dag kampt Hiroshima met dezelfde problemen als veel andere steden in Japan: een dalend geboortecijfer, vergrijzing en verouderde panden en infrastructuur. Maar in Hiroshima heerst daarnaast het besef dat er haast moet worden gemaakt om de herinneringen van de overlevenden, de hibakusha, door te geven aan het nageslacht. In Hiroshima wonen nog ongeveer 47.000 overlevenden. Hun gemiddelde leeftijd is 82. De hibakusha hebben hun verhaal overal ter wereld verteld, zowel in eigen persoon als via internet. Het Vredesmuseum van Hiroshima beschikt over een uitgebreide videocollectie met de verhalen van ruim 1500 overlevenden. Zo’n vierhonderd ervan zijn online te zien.

De Prefectorale Industriële Promotiehal, een van de weinige gebouwen die nog in de buurt van ground zero staan, herinnert sterk aan de verwoesting die de stad heeft getroffen. Nu onderdeel van het Hiroshima Vredespark, is het de meest iconische en aanbeden plek van de stad, bezocht door pelgrims van over de hele wereld.

Foto van Hiroki Kobayashi

Een van de overlevenden is Shoso Kawamoto. Hij was elf toen de bom viel en verloor zijn ouders, twee zussen en een broer. De enige zus die de ramp overleefde, stierf op haar zeventiende aan de gevolgen van leukemie. Kawamoto werd weliswaar wees, maar had geluk: hij werd in huis genomen door Rikiso Kawanaka, de eigenaar van een sojasausfabriek in Tomo, een dorp zo’n tien kilometer buiten Hiroshima.

Kawanaka zorgde voor eten op tafel en regelde kleding. Daarnaast deed hij Kawamoto een bijzondere belofte: als de jongen bereid was om twaalf jaar lang onbetaald voor hem te werken, zou hij een huis krijgen van Kawanaka. De jaren verstreken, en dagelijks stond Kawamoto ’s nachts om twee uur op om tot vier uur ’s middags te werken – zonder loon te krijgen.

Toen hij twintig jaar was, leerde Kawamoto een knappe en vriendelijke vrouw kennen, Motoko. De twee werden verliefd.

Kawanaka hield zich aan zijn belofte. Toen Kawamoto 23 werd, kreeg hij het beloofde huis. Nu hij een eigen plek had, durfde hij Motoko’s vader om toestemming te vragen om met zijn dochter te trouwen. Maar de vader van het meisje wist waar Kawamoto vandaan kwam. Hij zei dat eventuele kinderen van het stel mogelijk zouden worden geboren met allerlei beperkingen, als gevolg van de straling. (Inmiddels is bekend dat kinderen van overlevenden niet worden geboren met afwijkingen door de straling.) Hij verbood het huwelijk.

De driejarige Shinichi Tetsutani reed op deze driewieler op het moment van de explosie. Het fietsje en een helm zijn bij het kind begraven. Tientallen jaren later, toen Shinichi's lichaam naar het familiegraf werd verplaatst, schonk zijn vader, Nobuo Tetsutani, de artefacten aan het Vredesmuseum van Hiroshima.

Foto van Hiroki Kobayashi

Kawamoto was verbijsterd. Net als veel andere hibakusha mocht hij niet trouwen. Twee dagen later zegde hij zijn baan op, liet hij het huis achter waar hij zo veel voor had opgeofferd, en vertrok uit zijn dorp. Motoko zou hij nooit meer zien en hij zwoer om niet meer verliefd te worden, omdat hij vreesde dat het alleen maar tot meer verdriet zou leiden. Kawamoto raakte aan lager wal, ging gokken en raakte betrokken bij de yakuza, de georganiseerde misdaad. Hij overwoog een einde aan zijn leven te maken.

Uiteindelijk ging hij noedels verkopen. Hij had weinig kansen op de arbeidsmarkt, want hij had alleen lagere school afgerond. Bovendien behandelden sommigen hem als hibakusha alsof hij melaats was. Als zeventigjarige keerde Kawamoto terug naar Hiroshima, waar hij uiteindelijk een zekere rust vond. Hij is nu 86 en heeft de uitstraling van een wijze oude man, met zijn strohoed en mouwloze katoenen vest. Hij draagt een boodschappentas bij zich vol origamivliegtuigjes en kraanvogels om uit te delen aan de kinderen die het Vredesmuseum van Hiroshima bezoeken. Als je aan de staart van de vogels trekt, gaan de vleugels bewegen, zegt hij met een grote grijns. En op de vleugels van de vliegtuigjes staan de woorden ‘hoop op vrede’.

De discriminatie waarmee Kawamoto en anderen te maken hebben gehad, valt niet goed te praten. In het Onderzoeksinstituut voor Stralingsbiologie en geneeskunde van de Universiteit van Hiroshima doet directeur Satoshi Tashiro er in elk geval alles aan om dergelijke gevallen van discriminatie in de toekomst te voorkomen. Het instituut streeft ernaar de communicatie tussen media en wetenschappers verbeteren, om ervoor te zorgen dat mensen zich niet laten beïnvloeden door ongegronde angsten. De discriminatie die de hibakusha hebben meegemaakt, staat niet op zichzelf: ook mensen die dicht bij de kerncentrale van Tsjernobyl in de toenmalige Sovjet­Unie (nu Oekraïne) woonden, of bij de kernreactor in het Japanse Fukushima, maken hetzelfde door.

In het verzorgingshuis Funairi Mutsumien wonen ongeveer honderd overlevenden van de ramp. De jongste bewoner is 74 jaar en zat nog in de baarmoeder toen de bom viel. De oudste is Tsurue Amenomori, nu 103 jaar oud. Op het moment van de explosie bevond ze zich op slechts ruim een kilometer van ground zero. Ze liep brandwonden op haar gezicht, hand en been op. Nu is ze een opgewekte oude dame die vol trots vertelt dat ze nog altijd een trede overslaat op de trap van het tehuis.

Kuniko Watanabe (39) heeft het verhaal van Keiji Nakazawa, een van de bekendste overlevenden van Hiroshima, verteld en opnieuw verteld, op film, in theaters en in workshops, zelfs op tramreizen. Haar grootmoeder, Teruko Ueno, is ook een overlevende, net als haar moeder, vredesactiviste Tomoko Watanabe.

Foto van Hiroki Kobayashi

Zelfs vandaag de dag is het vertellen van de geschiedenis van Hiroshima nog een gevoelig thema. Het duurde zestien jaar tot de nieuwe expositie in het museum van het vredesmonument gereed was. Dat kwam ten dele doordat er veel discussie bestond tussen de leden van het tentoonstellingscomité, vertelt Shuichi Kato, adjunct­directeur van het museum. Moesten de foto’s van de gruwelijkheden van de ramp juist wel of niet worden tentoongesteld?

Op dit beeld van Hiroshima, een aantal weken na het bombardement gemaakt, is de omvang van de schade goed te zien.

Foto van FOTO: VREDESMUSEUM VAN HIROSHIMA (PANORAMA VAN TIEN FOTO’S DIE DIGITAAL AAN ELKAAR ZIJN GEPLAKT DOOR ARI BESER).

Veel overlevenden hebben nog altijd last van ‘overleversschuld’ en psychische trauma’s. Emiko Okada (82) draagt een ketting met een kraanvogelmedaillon, als symbool van hoop en vrede. Ze was acht jaar oud toen de bom viel. Eerder die ochtend had haar twaalfjarige zus, Mieko Nakasako, gezegd dat ze buiten een ommetje ging maken. Ik vraag Okada of haar zus bij de explosie is omgekomen.

‘Mijn oudere zus is vermist,’ antwoordt ze.

‘Vermist?’ herhaal ik, terwijl ik me afvraag wat dat na 75 jaar betekent.

‘Ze is nog niet thuisgekomen.’ Het woordje ‘nog’ maakt de zin bizar, alsof Okada er nog op rekent dat Nakasako ineens in de deuropening verschijnt. Het feit dat ze het drama nooit heeft kunnen afsluiten, blijft Okada achtervolgen.

Okada werd weliswaar geen wees, maar zo voelde het wel. Haar ouders gingen radeloos op zoek naar hun oudste dochter, zonder aandacht te hebben voor Okada. Die zwierf over straat en bracht de nachten door in een schuilkelder. Ze at wat ze konden vinden of stelen. Pas later nam haar grootmoeder haar in huis.

Slachtoffers van de bom rusten in vrede op een heuvelbegraafplaats op de bosrijke grond van de negende-eeuwse Mitaki-tempel. De naam is afgeleid van drie nabijgelegen watervallen waarvan het water wordt geofferd tijdens de jaarlijkse herdenkingsceremonie.

Foto van Hiroki Kobayashi

‘Mijn ouders zijn het verlies van hun dochter nooit te boven gekomen,’ zegt Okada. Ze voegt eraan toe dat bij de crematie van haar moeder glasscherven – die op de bewuste dag in augustus als projectielen door de lucht vlogen – tussen de as en botresten zijn gevonden.

Voor Okada en andere overlevenden is de ramp als een horrorfilm die zich blijft herhalen.

Okada heeft een hekel aan avondrood. ‘Zo’n zonsondergang met een oranje of rode hemel doet me denken aan de avond van 6 augustus.’

De jongeren van Hiroshima gaan op hun eigen manier om met het beladen verleden van hun stad. Zo leerde Kanade Nakahara (18) op school over het bombardement. In maart 2019 ging ze op schoolreis naar Pearl Harbor. Ze is vastberaden zich in te zetten voor vrede.

Bij anderen leeft het verre verleden een stuk minder. Ik ontmoet de zeventienjarige Kenta, een fanatiek gamer. Voor hem is het ‘oude geschiedenis’, geeft hij aan. Hij weet niet precies in welk jaar de bom viel. Hij gokt in 1964.

Aan de andere kant rilt Haruna Kikuno (18) bij het horen van het geluid van overkomende vliegtuigen – het gevolg van de boeken die ze als kind las over het bombardement, zegt ze.

Tijdens een vlucht van Hiroshima naar Tokio raak ik in gesprek met de familie Hiyama. De vader, de 44­-jarige Akihiro Hiyama, komt uit Hiroshima, uit een familie van vooraanstaande politici. Aan zijn grootvader Sodeshirou Hiyama is een standbeeld gewijd, vanwege zijn verdiensten in de wederopbouw van Hiroshima.

Het scheelde niet veel, of hij was er überhaupt niet geweest. Hiyama’s grootmoeder van moederskant, Keiko Ochiai, had hem verteld dat een vriendin van haar op de dag van het bombardement met de trein de stad uit zou reizen. Maar ze was die dag ziek. Haar vriendin vond het zonde als het treinkaartje niet zou worden gebruikt, en dus gaf ze het aan Ochiai. Kort nadat ze met de trein de stad uit was gereden, keek Ochiai uit het raam en zag ze de paddenstoelwolk. Haar vriendin overleefde het niet.

Het Vredespark in Hiroshima, ground zero in 1945, is nu een groen eiland omgeven door een stad met meer dan een miljoen inwoners. Er zijn minder dan 50.000 hibakusha (overlevenden) over, maar ze zijn vastbesloten ervoor te zorgen dat de verschrikkingen van de atoomoorlog nooit zullen worden vergeten.

Foto van Hiroki Kobayashi

Ochiai is nu 91. Ze trouwde en kreeg een dochter en kleinkinderen. Haar kleinzoon woont nu in de VS. Daar leerde hij in 2005 Leah Shimer kennen. Inmiddels is het stel getrouwd en hebben ze twee kinderen: zoon Kai van zeven en dochter Emi van vijf.

Leah is de kleindochter van Sterling Arthur Shimer, een van de ontwerpers van de motoren van de B­29 Superfortress – de bommenwerper waarmee een regen van tienduizenden tonnen aan explosieven op Japan werden afgeworpen, waaronder brandbommen, en uiteindelijk ook de atoombom die Hiroshima wegvaagde.

Nadat het vliegtuig is geland spreek ik met Hiyama en Shimer over de oorlogsjaren. Kai luistert mee en probeert te begrijpen waar we het over hebben. ‘Mama,’ vraagt hij, ‘wat is een paddenstoelwolk?’ Shimer probeert het uit te leggen. ‘Toen de bom ontplofte, stegen er stof en puin op,’ zegt ze tegen hem. ‘Het was heel verdrietig. Er gingen veel mensen dood.’

‘Hij is nog zo lief en onschuldig,’ zegt ze later. ‘Ik ben blij dat hij deze dingen van mij te horen krijgt en niet van een ander.’ Kai heeft een vraag: ‘Zijn Amerika en Japan nog steeds vijanden?’

‘Nee hoor,’ zegt zijn moeder. ‘Het zijn vrienden.’ En met die woorden loopt de familie naar de gate, klaar voor de lange vlucht naar huis.

Ted Gup werkte voor  Washington Post en Time. Hij schreef eerder over de wederopbouw van Hiroshima in de Amerikaanse editie van National Geographic (8-1995).

Lees meer