De krijgers van dit West-Afrikaanse koninkrijk waren berucht – en vrouw

In de zeventiende eeuw beleefde Dahomey een bloeitijd onder de bescherming van een volledig uit vrouwen bestaand regiment. Dit vormde de inspiratie voor de veelgeprezen film The Woman King van Viola Davis.

Door Rachel Jones
Gepubliceerd 19 sep. 2022 13:46 CEST
Vanaf het eind van de zeventiende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw werd het ...

Vanaf het eind van de zeventiende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw werd het West-Afrikaanse koninkrijk Dahomey (in het huidige Benin) beschermd door een regiment dat alleen uit vrouwen bestond. De vrouwen, die hier zijn afgebeeld op een negentiende-eeuwse litho, stonden bekend als geduchte krijgers.

Stom toeval of meesterlijke toeristische timing? Eerder dit jaar, toen bekend werd dat een ruim dertig meter hoog standbeeld van koningin Tassi Hangbe was opgericht in het West-Afrikaanse land Benin, kon je bijna het getik al horen van rekenmachines waarop werd berekend hoeveel geld kon worden verdiend aan de toekomstige reizigers die naar het land werden gelokt door het zien van de film The Woman King.

Bijzondere historische fenomenen doen het vaak goed in de bioscoop, vooral als er fraaie kostuums en spannende gevechten aan te pas komen. Maar deze nieuwkomer profiteert ook nog eens van een perfecte timing, na de blockbuster Black Panther uit 2018. Dat spannende verhaal over het fictieve Afrikaanse land Wakanda was het perfecte opwarmertje voor een film die gaat over Afrikaanse vrouwelijke strijders die werkelijk hebben bestaan en die met hun krijgskunsten diepe indruk maakten op hun omgeving.

Dahomey-strijders steken een riviertje over. Hoewel de leden van deze geheel uit vrouwen bestaande militaire eenheid vaak worden aangeduid als ‘Amazones’ vanwege hun bijzondere verhaal, doet deze koloniale term volgens historici geen recht aan deze vrouwen die echt hebben bestaan en aan hun wapenfeiten.

Foto door Collection Paul Almasy, AKG-Images

De krijgsvrouwen van Dahomey stonden bekend onder verschillende namen in de Fon taal, zoals Gbeto, Agojie en Mino. In tegenstelling tot de strakke kostuums van hun filmcollega’s, droegen deze vrouwen tunieken en kniebroeken als ze ten strijde trokken.

Volgens historica Pamela Toler doet het label ‘Amazones’ echter geen recht aan deze vrouwelijke soldaten uit het koninkrijk Dahomey in West-Afrika.

‘Die aanduiding is niet alleen koloniaal, maar het is ook een soort bevestiging van het idee dat ze heel uitzonderlijk waren, en dat gewone vrouwen niet tot zulke grootse daden in staat zijn,’ zegt ze. ‘Dat is een zeer Europese kijk op deze geweldige vrouwen.’

Toler is de auteur van Women Warriors: An Unexpected History. Volgens haar is het van belang om het echte verhaal te kennen over het regiment van alleen vrouwen dat vanaf eind zeventiende eeuw tot begin twintigste eeuw bestond. Nadere beschouwing van hun achtergrond levert een veelzijdiger beeld op van henzelf en hun nalatenschap.

De opkomst van het koninkrijk Dahomey

Tot enkele tientallen jaren geleden werd Afrika in de populaire cultuur meestal afgeschilderd als een onbeschaafde landbouwregio voor de komst van Europeanen als de Portugese ontdekkingsreiziger Hendrik de Zeevaarder in de vijftiende eeuw.

In werkelijkheid was op het hele continent sprake van bloeiende, machtige beschavingen, zoals het prehistorische Land van Poent en de koninkrijken Aksum en Nubië in het noordoosten van Afrika; de West-Afrikaanse koninkrijken AshantiMali en Songhai; en het koninkrijk Zimbabwe.

Een gravure van een kaart van Dahomey en omgeving uit het boek The History of Dahomey uit 1793 van slavenhandelaar en geschiedkundige Archibald Dalzel.

In West-Afrika liet Dahomey een onuitwisbare nalatenschap na. Zoals te lezen is in de Encyclopedia Britannica, kende het koninkrijk een strak georganiseerde regering. De koning werd als halfgod beschouwd en had absolute macht op economisch, politiek en sociaal gebied. Hij werd bijgestaan door een raad van hooggeplaatste burgers, die werden gekozen op basis van hun trouw aan de koning en hun inzet voor de ontwikkeling van het land.

Door zijn geografische ligging aan zee en de strategische behendigheid van zijn leiders wist Dahomey andere koninkrijken langs de kust te veroveren, zoals Allada en Whydah. Maar uiteindelijk bezegelden de opkomst en uitbreiding van de trans-Atlantische slavenhandel de dominantie van het rijk. Tussen ongeveer 1720 en 1852, toen de Britten een zeeblokkade oprichtten, verkochten de heersers van Dahomey naar schatting honderdduizenden mensen van naburige volken en naties aan onder meer de Britten, Fransen en Portugezen. (Het verzwegen verhaal van de internationale slavenhandel.)

Het koninkrijk Dahomey verkreeg een machtige positie in West-Afrika door zijn sterke, gedisciplineerde leger en strategische leiderschap – maar ook door zijn rol bij het gevangennemen en verkopen van honderdduizenden mensen uit naburige landen in de trans-Atlantische slavenhandel.

Behanzin, de laatste koning van Dahomey, met zijn familieleden in 1894. Zijn voorganger had ingestemd met de aanwijzing van de stad Cotonou tot Frans protectoraat, maar Behanzin was een felle tegenstander van de kolonisatie en deed een noodlottige laatste poging om een eind te maken aan de Europese bemoeienis.

Naast de slavenhandel wilde Dahomey door te vechten ook vruchtbaar land in handen krijgen en een groter aandeel in de handel in palmolie. De belastingen en accijnzen die werden geheven op deze activiteiten stelden Dahomey in staat een imposant leger op te bouwen.

Door de voortdurende aanvallen op naburige gemeenschappen nam het aantal mannen uiteindelijk fors af, zodat vrouwen een rol kregen als bewakers en beschermers.

Oorsprong van de krijgsvrouwen van Dahomey

Eén verklaring voor hun herkomst is dat ze ooit olifantenjagers waren, die dienden onder koning Houegbadja, de derde koning van Dahomey, die heerste van ongeveer 1645 tot 1685. De vrouwen, die in de Fon taal Gbeto werden genoemd, ‘jaagden op allerlei wilde dieren, waaronder ook olifanten, de kostbaarste en moeilijkste dieren om te doden, aldus het UNESCO-portal Women in African History.

In het midden van de negentiende eeuw waren in het gebied nog nauwelijks olifanten over. De Gbeto werden vervolgens opgenomen in het leger van vrouwelijke soldaten. Ze droegen blauwe overhemden en bruin-met-blauwe kniebroeken.

Een gravure van twee strijdende stammen in Dahomey, 1879.

Wandkleed met strijdtaferelen tussen Europeanen en Dahomeanen, dat hangt in het paleis in Abomey in het huidige Benin.

Deze vrouwelijke soldaten waren ook bekend onder andere namen in de Fon talen, zoals AgojieAgojiMino of Minon. Maar het meest gangbare verhaal over het ontstaan van de krijgsvrouwen van Dahomey is dat de groep werd gevormd op bevel van koningin Hangbe, de dochter van Houegbadja. Zij kwam aan de macht nadat haar tweelingbroer Akaba aan het begin van het achttiende eeuw onder mysterieuze omstandigheden overleed.

Het feit dat Hangbe een groep vrouwen op de been wist te brengen die bereid waren haar en hun koninkrijk te verdedigen, was een indrukwekkende prestatie in de zeer patriarchale Dahomey-samenleving. (Onbevreesde vrouwen: deze zeven strijders vochten zich de geschiedenis in.)

Deze vrouwelijke strijders waren geen concubines of dienaressen die zich moesten schikken naar de wil van een man. En ook kwamen ze niet uit de lucht vallen; historici hebben er al vaker op gewezen dat vrouwen een vooraanstaande positie hadden in bepaalde Afrikaanse samenlevingen. In het boek Continent of Mothers, Continent of Hope: Understanding and Promoting Development in Africa Today, schrijft auteur Torild Skard over de krijgsvrouwen van Dahomey:

‘Ze stonden bekend om hun strijdlust en gewelddadigheid. De meest bloeddorstige vrouwen hadden geweren. Daarnaast waren er boogschutters, jagers en spionnen. Ze trainden regelmatig om fysiek en mentaal op de strijd voorbereid te zijn. Ze zongen: ‘Mannen, mannen, blijf thuis! Laat de mannen thuisblijven! Laat ze mais en palmbomen verbouwen ... Wij trekken ten strijde.’ Als ze niet vochten, bewaakten ze de koninklijke paleizen in Abomen en kweekten ze fruit en groenten. Daarnaast trokken ze er soms op uit en namen mensen gevangen om ze als slaaf te verkopen.’

De werkelijkheid achter de mythen

Hoewel het misschien verleidelijk is te denken dat de krijgsvrouwen van Dahomey leken op de slanke, woest aantrekkelijke strijders die te zien zijn in Black Panther, was de werkelijkheid volgens historica Toler nogal anders.

‘Uit de beschrijvingen van rond 1800 van deze vrouwen weten we dat hun uniformen zo op die van hun mannelijke collega’s leken dat hun tegenstanders vaak niet wisten dat het om vrouwen ging tot ze een-op-een tegen ze kwamen te vechten,’ aldus Toler. ‘Ze droegen waarschijnlijk een kniebroek, een tuniek en een soort baret, in plaats van de sexy soort badpakken waar vrouwelijke strijders tegenwoordig vaak in worden afgebeeld.’

De krijgsvrouwen van Dahomey waren niet alleen bedreven in een-op-een gevechten, ze konden ook zeer goed overweg met pijl en boog. De meest getalenteerde leden van de eenheid werden opgeleid tot boogschutters, die gifpijlen met weerhaken afschoten op hun vijanden.

Foto door Look and Learn, Bridgeman Images

Verhalen over hun wapenfeiten maakten vaak diepe indruk op Europese ontdekkingsreizigers en slavenhandelaren, en het was mede aan de krijgsvrouwen te danken dat Dahomey werd gezien als een macht om rekening mee te houden. (Deze negen herdenkingstekens vormen een spoor van de invloed van slavernij over de hele wereld.)

‘Volgens de verhalen waren het geduchte, uitstekende schutters,’ aldus Toler. ‘Ze waren goed in een-op-een gevechten, waarbij ze wapens gebruikten die veel weg hadden van machetes. Er was helemaal niemand die zei dat ze zich niet in de strijd moesten mengen, of dat hun bovenlichaam niet sterk genoeg was, zoals tot voor kort in Europa en Noord-Amerika werd gezegd.’

Dahomey voerde de meeste oorlogen met naburige koninkrijken, om de macht over de kuststeden, maar dit veranderde rond 1880, nadat het koninkrijk ermee had ingestemd dat de stad Cotonou een Frans protectoraat werd. In 1883 gebeurde hetzelfde met Porto-Novo, een van de rivalen van Dahomey.

In 1889 kwam echter een nieuwe koning aan de macht. Koning Behanzin moest niets hebben van de Europese inmenging en gaf opdracht de Franse protectoraten aan te vallen, onder meer om de inwoners als slaaf te verkopen. Dit leidde tot de Tweede Frans-Dahomeaanse oorlog (van 1892 tot 1894), die volgens sommige historici het einde inluidde van de vooraanstaande rol van de krijgsvrouwen van Dahomey.

Nalatenschap van de krijgsvrouwen

Historici als Toler zijn benieuwd of The Woman King een realistischer beeld schept van deze vrouwen, die zich niets aantrokken van genderbeperkingen of andere bezwaren. Dat is van groot belang, aangezien Afrikaanse vrouwen wereldwijd vooral nog steeds als armoedige vrouwen worden gezien, in plaats van krachtig.

Krijgers van Dahomey, een Franse serie zogenaamde ‘images d’Épinal, van de Franse tekenaar, illustrator en uitgever Jean-Charles Pellerin uit 1870. Pellerin verwierf bekendheid met deze drukstijl, waarbij populaire figuren in felle kleuren werden afgebeeld.

Foto door Look and Learn, Bridgeman Images

Het staat vast dat vrouwen een belangrijke bijdrage leverden aan de ontwikkeling van Afrikaanse naties, onder meer als handelaren, onderwijzers, landbouwers, geestelijken en genezers. En hoewel vooraanstaande vrouwen als de koningin van Ndongo Ana Nzinga, de Congolese profetes Dona Beatriz en koningin-moeder Idia van Benin net als hedendaagse heldinnen en Nobelprijswinnaressen Wangaari Maathai en Ellen Johnson Sirleaf een voorbeeld zijn voor de kracht en de vele talenten van Afrikaanse vrouwen, vat kunstcurator en geschiedkundige Alexander Ives Bortolot de resterende uitdaging als volgt samen:

‘Het lijdt geen twijfel dat er in andere perioden van de Afrikaanse geschiedenis ook belangrijke en alom geliefde vrouwen waren, maar er bestaan gewoon geen documenten waarin hun namen of wapenfeiten bewaard zijn gebleven van vóór het contact met Europa. Inheemse verhalen over hen hebben de geschiedenis ofwel niet overleefd, of ze moeten nog worden ontdekt en vastgelegd. Maar naarmate meer bekend wordt over de Afrikaanse geschiedenis, zullen ongetwijfeld meer vooraanstaande Afrikaanse vrouwen bekend worden.’

Mogelijk helpt het daarbij dat Afrikaanse vrouwen steeds vaker als krachtig en zelfbewust worden afgebeeld. Hoe meer mensen iets weten over de krijgsvrouwen van Dahomey, hoe beter, stelt Toler.

‘Zij bewezen dat vrouwen sterker zijn dan vaak wordt gedacht, zelfs door vrouwen zelf,’ zegt ze. ‘Zij konden ervoor kiezen om te vechten, en niemand keek daar vreemd van op.’


Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Hoe het Gemenebest ontstond uit het uiteenvallende Britse Rijk
Geschiedenis en Cultuur
Het ware verhaal van Annie Oakley, de legendarische scherpschutter
Geschiedenis en Cultuur
Hoe de Amerikaans abortuswetgeving zich heeft ontwikkeld
Geschiedenis en Cultuur
Wat is de definitie van genocide en waarom is deze misdaad zo moeilijk te bewijzen?
Geschiedenis en Cultuur
Eleanor Roosevelt doorbrak rolpatroon voor First Lady

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.