Studie wijst uit: door Columbus bezochte eilanders niet 'uitgeroeid'

Bij het ontleden van het DNA uit een duizend jaar oude tand vonden onderzoekers genetische overeenkomsten tussen de vroegere en de huidige bevolking in het Caribisch gebied.donderdag 22 februari 2018

Ontdek met de Geno 2.0 DNA Ancestry Test van National Geographic wat de link is tussen de geschiedenis van jouw familie en de ontwikkeling van de mensheid.

Toen Christoffel Columbus in de vijftiende eeuw aankwam in het Caribisch gebied, had dit een enorme impact op de Taíno, zoals deze oorspronkelijke bewoners worden genoemd. Die invloed was zo groot dat de geschiedenis van de regio door historici vaak wordt onderverdeeld in een tijd vóór en een tijd na zijn komst.

Door de combinatie van ziekten, massamoorden en slavernij stierven in slechts enkele generaties niet minder dan drie miljoen mensen. Maar uit een nieuw onderzoek blijkt dat de genocide niet leidde tot volledige uitroeiing, zoals wel werd gedacht.

Volgens een in de Proceedings of the National Academy of Sciences gepubliceerd onderzoek is het DNA van de oorspronkelijke precolumbiaanse bevolking terug te vinden in mensen van nu.

“Dit toont aan dat het ware verhaal is dat er zeker sprake was van assimilatie, maar niet van totale uitroeiing,” stelt Jorge Estevez van het Amerikaanse National Museum of the American Indian in een verklaring. Voor Estevez, die als adviseur optrad bij het onderzoek, is dit resultaat ook persoonlijk van belang. Het ondersteunt een idee dat zijn grootmoeder altijd al had, maar dat zij niet met wetenschappelijk bewijs kon staven: dat de Taíno-cultuur nog altijd bestaat.

Tijdens eerder onderzoek stelde Estevez al dat de aanname dat de plaatselijke bevolking was “uitgeroeid” ertoe leidde dat er weinig werd gedaan om inzicht te krijgen in de huidige gewoonten en folklore van de Caribische bevolking. Estevez was vóór deze publicatie niet bereikbaar voor nader commentaar.

Terugwerkende kracht

“Er zijn gemeenschappen in het Caribisch gebied die altijd hebben volgehouden dat er sprake was van afstamming, ook al kregen ze te horen dat hun voorouders waren uitgeroeid,” vertelt Hannes Schroeder. Hij was betrokken bij de recente studie en houdt zich al meer dan tien jaar bezig met onderzoek in de regio.

Om te achterhalen of er leden van de Taíno-bevolking waren overgebleven, moest het team op zoek naar genetisch materiaal van mensen die leefden vóór de komst van Columbus.

Volgens Schroeder is er sprake van uitroeiing als “er geen enkel levend groepslid meer is van een bepaalde groep en de leden niet in staat zijn om hun genetisch materiaal door te geven.”

Eerdere onderzoeken leverden al aanwijzingen op voor het voortbestaan van de oorspronkelijke bevolking, maar deze studie was de eerste waarbij gebruik werd gemaakt van DNA. Dit werd verkregen uit een tand van een duizend jaar oud skelet van een vrouw, dat werd gevonden op de Bahama’s. Skeletten blijven in de tropen veel minder goed bewaard dan in een warm, droog klimaat. Daardoor gebeurt het niet vaak dat er fysieke overblijfselen worden gevonden. Maar de resten die werden gevonden op een klein eiland genaamd Eleuthera in de Bahama’s zijn vermoedelijk van een vrouw die vijfhonderd jaar voor de komst van Columbus leefde.

Het team vergeleek haar DNA met datasets van de huidige oorspronkelijke bevolking en concludeerde dat het eeuwenoude DNA dezelfde afkomst heeft als die van Arowoktalen sprekende groepen in het noorden van Zuid-Amerika. Ze concludeerden ook dat Taíno-genen in hedendaagse populaties vooral voorkomen in Puerto Rico.

Migratie in de loop van de geschiedenis

Naast de conclusie dat Taíno’s de Europese kolonisatie hadden overleefd, leverde het onderzoek Schroeder ook informatie op over mogelijke historische migratiestromen.

De connectie van de Taíno’s met Zuid-Amerika duidt op een vroegere migratiestroom daarvandaan. Het Caribisch gebied was een van de laatste Amerikaanse regio’s die bevolkt raakten. Dit gebeurde zo’n achtduizend jaar geleden. Bij hun migratie namen de vroegere bewoners mogelijk ook hun sociale netwerken mee.

“We hebben geen bewijs gevonden voor inteelt,” vertelt Schroeder. Dat is opvallend, gezien het feit dat het skelet op een klein eiland als Eleuthera werd gevonden.

Deze conclusie is een ondersteuning voor archeologisch bewijs dat de oorspronkelijke bevolkingsgroepen veel onderlinge contacten hadden.

Met het verbeteren van de mogelijkheden om DNA te ontleden, stelt Schroeder dat onderzoekers in staat zijn om ook andere claims over afstamming door oorspronkelijke bewoners uit te zoeken.

Lees meer