Griekenland

Het eilandhoppen van weleer: de romantiek van onontdekt Griekenland

We reizen dertig jaar terug in de tijd. Mijn ouders en vrienden namen hun backpack op de rug voor hun eerste grote reis. Eén klomp zeep voor z’n vieren, travelcheques achter de riem, tien fotorolletjes op zak en talloze avonturen in het verschiet. donderdag, 9 november 2017

Door Zoë de Goede

Daar staan ze dan, mijn ouders op een oude vergeelde foto. Net achttien jaar en klaar om de wereld te veroveren, of voorlopig enkel Griekenland. Mama heeft een enorme ouderwetse rugzak bij die groter dan zijzelf lijkt. Papa staat erbij met zijn beginnende baardje, een enorm kort shortje en witte sokken die hoog boven zijn Adidasschoenen uitkomen. Ze kennen elkaar nog maar een paar jaar, en hebben er nog geen idee van dat ze straks als koppel door het leven zullen gaan.

Ze staan op het punt hun eerste grote reis gaan maken samen met twee vrienden uit de buurt: Dirk en Rita. Voor 10.000 Belgische frank (zo’n 250 euro) kochten ze een vliegticket, en van de overige 20.000 frank die ze bijeen spaarden voor de reis schaften ze travelcheques aan, ter waarde van 20, 30 en 50 dollar. Papa heeft ze opgeborgen in een speciaal daarvoor gemaakte riem, om ze ter plaatse in te ruilen voor de Griekse drachme. Ze hebben een reisgids geleend bij de bibliotheek en een kaart van Griekenland aangeschaft, veel meer voorbereidingen hebben ze niet getroffen.

‘Dat maakte de reis net zo spannend’ zegt Dirk, met intussen vijftig verjaardagen achter de rug en wat minder haar op zijn hoofd, ‘net omdat we geen idee hadden hoe alles eruit zou zien was elke dag een verrassing. We wisten zo goed als niets over de Griekse cultuur, behalve de mythes waar we tijdens de Latijnse les over geleerd hadden. Zo wisten we totaal niet dat het ongehoord was om met korte broekjes rond te lopen in zo’n land. Op een strandje bij Athene heeft je moeder de Grieken geshockt door topless rond te lopen: enkelen kwamen naar haar toe om te zeggen dat ze zich moest bedekken, maar dat kon haar niet zo veel schelen.’

‘Ook foto’s maken was een avontuur, ik had tien rolletjes mee van 36 foto’s.’ Na de reis lieten we er eerst dia’s van maken, want die waren nog redelijk goedkoop. Tijdens een dia-avond met de hele familie konden we ze pas voor het eerst zien. We schreven dan de nummertjes op van de foto’s die we wilden laten ontwikkelen.’

Ik kan het me bijna niet voorstellen, mijn berekende vader die nu elk hotel een jaar op voorhand boekt, zonder voorbereiding op vakantie. ‘We waren toen nog heel stoer hoor,’ zegt papa, ‘de meeste nachten sliepen we gewoon onder de blote sterrenhemel. We deden zelfs niet de moeite om onze katoenen tenten op te zetten, die verschrikkelijk heet werden en in elkaar gezet moesten worden met ijzeren staven. Op veel plekken was wildkamperen al verboden, maar we waren niet de enigen die het deden. ’s Ochtends kregen we dan allemaal een waarschuwingsbriefje van de politie.’ Nooit geweten dat mijn ouders zo rebels waren.

‘Maar we lieten wel braaf af en toe iets aan onze ouders weten hoor!’ Wil mama toch even toevoegen. ‘Ieders ouders werden in de loop van de reis één keer gebeld, als we een telefooncel konden vinden en muntjes hadden. Dan belden die de andere ouders weer op en zo gingen onze verhalen als een lopend vuurtje het dorp rond.’

‘Weet je nog dat we hier een hele dag hebben zitten wachten?’ zegt Dirk terwijl hij de volgende foto aanwijst, waar mama en Rita liggen te slapen op een bankje. ‘Toevallig kwamen we erachter dat er een optreden zou plaatsvinden in het amfitheater van Epidourus. Vanuit de jeugdherberg waar we toen overnachtten ging er maar één bus vroeg in de ochtend. Dus hingen we samen met een heleboel Griekse families picknickend voor het theater rond tot het opende.’

‘Daarna stapten we op één van de bussen uit Athene, die ongegeneerd twee baanvakken in beslag namen. Toen we ’s nachts aankwamen installeerden we de slaapzakken rond onze rugzakken in een obscuur parkje bij de haven, zodat ze niet gestolen zouden worden. Maar het park bleek de thuis te zijn van junks en dealers en die nacht hebben we alle standen van de maan gezien.’ Dirk geeft toe dat zijn eigen kroost die acties niet zou moeten nadoen. ‘We hebben ontelbare keren meegelift in de laadbak van een auto, en dachten er zelfs niet bij na dat het wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn.’

‘In de ochtend werden we weggejaagd door de politie en de rest van de dag hebben we een beetje versuft gewacht op de enige boot naar Kreta, die ’s avonds pas kwam. Toen we eindelijk op de boot stapten zochten we een plekje om te slapen op het dek, waar we weer een ongemakkelijke nacht doorbrachten, opgepropt tussen een hele hoop Grieken en andere reizigers.’

‘Toen we later even wilden bijkomen in zee voelden papa en ik opeens zee-egels onder onze voeten’, zegt mama, ‘dat deed verschrikkelijk veel pijn. De eigenaar van het hostel waar we sliepen vertelde ons dat de stekels loskwamen van plas, dus plasten Dirk en Rita in een gamel waar wij onze voeten in doopten. Het hielp natuurlijk niks en uiteindelijk zijn we de volgende ochtend mankend naar de dokter gestrompeld, die de stekels er met een scheermesje uitwrong.’

Papa is niet heel goed in het ophalen van herinneringen, hij zegt altijd dat zijn hoofd daar te vol voor zit. Maar hij herinnert zich wel nog die drie dagen dat ze Kreta verkenden op twee motorfietsen. Hij en mama zaten op één fiets, Dirk en Rita op de andere: daar ergens moet de vonk zijn overgeslagen. Drie dagen lang verdwaalden ze op de zandweggetjes die hen kriskras over het eiland leidden, want van verhardde wegen was nog geen sprake in het Zuiden van Kreta. ‘Ik weet nog dat we op een bepaald moment de weg kwijt waren op een splitsing in the middle of nowhere’, zegt Dirk. ‘We stonden daar nog geen vijf minuten en opeens kwamen van alle kanten mensen uit het niets opduiken om ons te helpen.’

‘Vanuit Kreta namen we een nachtboot naar Santorini: het eiland was toen nog verlaten en we klommen via de trappen naar boven langs de witte huisjes met blauwe daken voor een prachtig uitzicht over de Griekse zee.’ Nu staan die trappen vol met ezeltjes die toeristen voor een hoge prijs naar boven voeren.

‘We sliepen er bij een Grieks vrouwtje thuis. We hadden één kamertje met z’n vieren, maar je ouders bleven wat langer boven op het terrasje hangen,’ grijnst Dirk. ‘Daar is het gebeurd,’ zegt mama terwijl ze naar een idyllisch plekje op het dak wijst, ‘papa gaf me te veel ouzo en toen hebben we voor het eerst gezoend. De dag erna ging ik met Rita naar het – nu befaamde – zwarte strand en vertelde ik wat er gebeurd was. Ze reageerde allesbehalve verbaasd: ‘Had je nog niet gemerkt dat hij verliefd op je is?’

En zo markeerde die reis het begin van een veel groter avontuur.

Lees meer