Guatemala

Duel in Guatemala

Sacha de Boer en Raymond Rutting gingen in Guatemala een fotografische strijd aan. Exclusief voor Traveler doen ze verslag van hun ervaringen. donderdag, 9 november

Door Sacha de Boer en Raymond Rutting

Wat gebeurt er als je twee fotografen met ieder een eigen stijl één bestemming laat fotograferen? Traveler stuurde Raymond Rutting en Sacha de Boer op reportage naar het kleurrijke Guatemala, naar het hartland van de Maya’s, waar ze een bezoek brachten aan onder meer Antigua, het Meer van Atitlán en het ruïnecomplex Tikal. Hoe anders Rutting en De Boer onder dezelfde omstandigheden te werk gaan, blijkt uit hun verslag in woord en beeld.

Sacha de Boer: Zodra we de eerste dag op pad gaan, begrijp ik waarom ik al de hele tijd het liedje van Bram Vermeulen in mijn hoofd heb (‘Het is een wedstrijd, het is een wedstrijd…’). De battle, zoals Paul Römer van Traveler het plagerig noemt, is zojuist van start gegaan!

Na een kort nachtje in Antigua zijn we er klaar voor. Op de stoep van het hotel zie ik een mooi fotomoment en steek ik mijn tong pesterig uit naar Raymond. Maar al snel word ik door hem ingehaald. Hij heeft – net als ik – de man met een prachtig doorleefd hoofd ontdekt, loopt resoluut op hem af en schiet. En schiet. En schiet. En schiet maar door. Nu was ik van plan eerst een praatje met de man aan te knopen, om ‘vriendjes’ te worden, en dan lief te vragen of ik misschien, eventueel, mocht het hem schikken, een portret van hem zou mogen maken. Verkeerde tactiek, merk ik. Te netjes, te braaf. De overvaltactiek, dat werkt! Tot mijn verbazing wordt de man niet boos. Want Raymond brengt zijn camera naar beneden en lacht zijn charmantste lach. De oude man is vervolgens als was in zijn handen. Raymond fotografeert, en fotografeert. En geeft nog wat aanwijzingen aan zijn model. ‘Kijk even die kant op, doe je arm eens zo.’

En Bram zingt verder: ‘Het is een wedstrijd, het is een wedstrijd die je nooit winnen kan…’ Ik ben op pad met een fotograaf die al 30 jaar in het vak zit, fantastische foto’s maakt die meermalen werden bekroond. Met zo iemand een wedstrijd aangaan is een kansloze zaak. If you can’t beat him, join him, denk ik maar. En dus besluiten we elkaar aan te vullen in plaats van te bevechten.

Behalve de woorden van Vermeulen hoor ik deze eerste dag overigens meer stemmen in mijn hoofd. Zo spreekt Robert Capa mij regelmatig toe: ‘If your pictures aren’t good enough, you’re not close enough.’ Jaha, Robert! En voordat ik gehoor kan geven aan de wijze woorden van de legendarische oorlogsfotograaf, schiet Raymond mij alweer voorbij. Zoef. Met zijn groothoeklens moet hij er zelfs nóg dichterop staan. Zonder schroom, en met die charmante lach. Raymond, hoe doe je dat toch?

Raymond Rutting: Na het succes van de expositie Tegenpolen was deze reis eigenlijk een logisch vervolg van mijn samenwerking met Sacha. Sinds twee jaar ben ik actief voor Traveler en het lijkt wel of deze tak van reisfotografie mij goed past – als een stukje in de legpuzzel van mijn carrière.

Bij een project als dit, waarbij je samen op reis bent, moet je goed met elkaar kunnen omgaan. Fotografisch gezien moet je vertrouwen in elkaar hebben. De productie staat te allen tijde voorop, en je probeert het beste in jezelf en in de ander boven te halen. Ik hoor wel eens: ‘Als jij een camera voor je neus hebt, dan word je een ander mens.’ Dat zou wel eens kunnen kloppen. Wat er ook gebeurt, ik wil die foto maken.

Snel reageren en midden in je onderwerp staan is wel een kenmerk van mijn fotostijl. In Guatemala ben ik eigenlijk doorgegaan met wat ik altijd doe op dit soort reizen. Ik wil mensen centraal in de foto, en de compositie en kleuren moeten een mooie balans vormen voor de ideale reisfoto met een journalistieke inslag. Dit land leent zich goed voor zulke fotografie. Kleurrijke en vooral heel aardige mensen die er over het algemeen totaal geen probleem van maken als ze worden gefotografeerd. Mijn 17-35mm groothoek kon ik volop gebruiken, en hiermee kon ik bijna onder de huid van de geportretteerden kruipen. Doortastendheid, charme en overwicht: die probeer ik altijd in te zetten om een foto te maken zonder respect te verliezen voor het onderwerp. Dat is het recept, voor mij dan. Soms keek ik even naar Sacha. Waar is ze, wat doet ze? Haar benadering is totaal anders. Rustig en soms misschien zelfs verlegen gaat ze op in haar omgeving. Ik heb af en toe het idee dat ze wel uren op een plek kan rondlopen.

Na een dag of twee, toen de vliegreis eenmaal uit ons systeem was verdwenen, begon het lekker te lopen. Aan het eind van de avond foto’s aan elkaar laten zien en bespreken. De beelden wegschrijven naar een harde schijf als back-up, en dan voor het eerst zien wat de ander heeft vastgelegd. Dat waren mooie momenten. Op andere reizen kijk je alleen naar je eigen beelden. Al snel zag ik het verschil in stijl. Heel verfrissend om van een situatie of plek ook een andere benadering te zien. Dat zit wel goed, dacht ik, maar een wedstrijd? Nee, we vullen elkaar aan.

Sacha de Boer: Heel lief van je, Raymond. Goed fotograferen is dus niet alleen brutaal zijn en zelfs een beetje onbeschaamd, maar ook het moment pakken zodra het zich aandient. En die momenten zijn er zeker als we onderweg zijn.

‘Stop!’ roept Raymond opeens, en spurt onze taxi uit. Achter wat geparkeerde auto’s verdwijnt hij, en ik loop hem nieuwsgierig achterna. Daar staat een meisje van een jaar of drie verkleed als engeltje, compleet met witte vleugels. Ze is met haar ouders op weg naar de Corpus Christie, een katholieke processie, maar wordt tegengehouden door een man met een petje van National Geographic en twee camera’s om zijn nek. De hele familie – ook de 3-jarige Melanie – doet alles wat Raymond zegt. Sta even hier, kijk even zo. Lach eens. Ga nu even tegen die muur staan, ja zo, prima!

Na een minuut of vijf heeft Raymond wat hij wil en mag ik. Ik voel me als een roofdier dat de laatste resten van de prooi krijgt. Gelukkig heeft de kleine Melanie de smaak van het model-zijn inmiddels te pakken en zwaait ze steeds vrolijker met haar tasje. Nu is het aan mij om haar in ‘mijn stijl’ te fotograferen. Melanie als een sereen engeltje op weg naar de grote mensenwereld.

Raymond Rutting: Voor een reis als deze is het zaak goede apparatuur mee te nemen. Daar moet je op kunnen vertrouwen. Mijn voorbereiding verschilde ditmaal niet veel van andere reizen. De camera’s gaan in een rugzak samen met groothoek en telelens. Een reserve groothoek en voldoende kaartjes en accu’s. De laptop en extra harde schijven gaan ook mee. En niet te vergeten: twee opladers! Op een van mijn eerdere Traveler-reizen kwam er een hoop rook uit mijn oplader door een stroompiek, en ik kon hem zo weggooien. Gelukkig had ik een reserve bij me.

Verder pak ik een paar goede schoenen en een hoop T- shirts. Uiteraard een net jasje voor de plekken waar je niet in outdoorkleding kan aankomen. Mijn laptop gaat op locatie zoveel mogelijk in de koffer mee, en ik heb een fototasje waarmee ik op reportage ga. Geen volle rugzakken mee, mobiel blijven is voor mij de regel. Een kleine flitser voor invulflits als dat nodig is. Een statief blijft thuis. Ik neem eigenlijk alleen een eenbeenstatief mee als ik een 500mm telelens gebruik voor wildlifefotografie.

Sacha de Boer: Tijdens de voorbereidingen op deze reis kwam ik veel sites tegen die waarschuwen voor de gevaren in Guatemala. Overvallen en berovingen zijn er aan de orde van de dag, en je moet voortdurend op je hoede zijn. Niet alleen de doorgaans overdreven bezorgde Amerikaanse overheid waarschuwt hiervoor, maar ook het Nederlandse ministerie. Terwijl ik in het digitale archief de krantenartikelen erop nazocht, werd die dag een topchef vermoord in Guatemala-stad, de hoofdstad met ruim 1,6 miljoen inwoners. Zie je wel, doodeng, was mijn eerste reactie. Maar verder kwam ik in het archief weinig tegen, behalve wat drugsbendes die elkaar naar het leven staan.

Toen we aankwamen in Guatemala, kregen we sterk de indruk dat er toch meer aan de hand is: onze gids (van het ministerie van Toerisme) had maar liefst twee politieauto’s met loeiende sirenes gecharterd om ons op vrijdagnacht van het vliegtuig in Guatemala-stad veilig naar ons hotel in Antigua te begeleiden. Dat schiep toch wel de verwachting dat er hier iets niet pluis is. Maar wat bleek: het was vooral een manier om tegenover deze twee westerse fotografen van National Geographic belangrijk en indrukwekkend te doen. Een houding die wij in een land zonder machocultuur niet zo gewend zijn.

Tijdens ons verblijf in Guatemala hebben we overigens niets van onveiligheid ervaren: de bewoners zijn vriendelijk, gastvrij en open. Zowel Guatemalteken als reizigers die ik sprak bevestigden het beeld: er is geweld, maar doorgaans alleen tussen bendes onderling. En ook hier geldt wat in elke grote stad waar ook ter wereld opgaat: ga niet in je eentje in het donker door duistere buurten lopen.

Voor fotografen is Guatemala trouwens een paradijs: het landschap is zeer afwisselend. Grappig is dat de naam Guatemala een verbastering is van het Maya-woord Quautlemallan, ‘land van vele bomen’. Er zijn behalve bossen ook veel akkers en graslanden – en dat alles van een kleur groen die zo fris is als een nieuw voorjaar. ‘Land van de eeuwige lente’ lijkt dan ook een terechte bijnaam. Al was het maar omdat ze hier geen herfst kennen. De bladeren blijven eeuwig groen aan de bomen.

De meesten gaan makkelijk op de foto, al wordt er nog weleens een hand opgestoken voor een paar quetzales als tegenprestatie. Sommige indianen zijn resoluut en houden hun arm voor het gezicht, uit vrees dat hun ziel wordt afgenomen als ze worden gefotografeerd. En dat kun je dan alleen maar respecteren. Zelfs Raymond deed dat. Hoewel ik hem in staat acht om ze te overtuigen wel voor hem te poseren!