Honingbijen vangen microplastics in de lucht met hun lichaam

Wetenschappers hebben een nieuwe manier ontdekt om plastic deeltjes in de lucht te meten. Zijn ze ook schadelijk voor bijen?

Door Matt Kelly
Gepubliceerd 27 mei 2021 15:39 CEST
bees-microplastics

Een volwassen werkbij (honingbij, Apis mellifera) foerageert in een amandelbloem. Wetenschappers gebruiken honingbijen om microplastics in de lucht te meten.

Foto van Anand Varma, Nat Geo Image Collection

Omdat honingbijen veel omzwervingen maken, zijn ze uitermate geschikt om onderweg stukjes en beetjes van de wereld op te pikken. Het lichaam van bijen is bedekt met haren die kleine deeltjes vasthouden die de bij opzettelijk verzamelt of gewoon tijdens het reizen tegenkomt. Deze haren worden tijdens de vlucht elektrostatisch geladen en trekken deeltjes aan. Stuifmeel is de meest voor de hand liggende stof die in deze haren verstrikt raakt. Maar ook plantenresten, was en zelfs stukjes van andere bijen blijven plakken.

Nu is er nog een materiaal aan die lijst toegevoegd: plastic. Dertien verschillende synthetische polymeren om precies te zijn. Dat blijkt uit een Deens onderzoek naar honingbijen en microplastics. Het onderzoek is eerder dit jaar gepubliceerd in Science of the Total Environment.

Het was al bekend dat microplastics over de hele wereld op grote schaal worden verspreid. Toch leren wetenschappers nog steeds veel over hoe ze zich via de atmosfeer verplaatsen. Volgens wetenschappers is het moeilijk om monsters te nemen en is het meeste onderzoek naar microplastics in de lucht tot op heden alleen op grondniveau verricht.

Nu blijkt dat honingbijen, en al die harige poten en lichamen, een bruikbaar middel zijn om de verspreiding van door de wind meegevoerde plastic vezels en fragmenten beter in kaart te brengen. Dankzij hun grote aantallen en omvangrijke foerageergebied kunnen honingbijen als levende sondes worden ingezet om te meten hoe microplastics over de wereld worden verspreid.

‘Dit onderzoek toont voor het eerst de mogelijkheid aan om honingbijen te gebruiken als bio-indicator voor de aanwezigheid van microplastics in het milieu,’ aldus de wetenschappers.

Mini-milieuactivisten

Al tientallen jaren gebruiken wetenschappers bijen voor het opsporen van zware metalenpesticidenluchtverontreiniging en zelfs radioactieve neerslag. Eerder onderzoek naar contact tussen bijen en plastic dateert van de jaren zeventig van de vorig eeuw en was meer gericht op macro- dan microplastics.

Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat behangersbijen, die qua grootte overeenkomen met Europese honingbijen maar solitair leven en overal ter wereld voorkomen, hun enorme onderkaken gebruiken om halvemaanvormige stukjes uit plastic te snijden, zoals ze dat ook bij bladeren en bloemblaadjes doen.

Wetenschappers in ChiliArgentiniëCanada en de Verenigde Staten hebben waargenomen dat behangersbijen stukjes uit zakken, verpakkingen en andere plastic materialen verzamelen om hun nesten ermee te bekleden. Uit een onderzoek uit de Verenigde Staten bleek dat de bijen ook nestmateriaal snijden uit plastic vlaggen die worden gebruikt voor het in kaart brengen of markeren van bouwterreinen.

In het Deense onderzoek verzamelden wetenschappers duizenden werkbijen, allemaal vrouwtjes, uit negentien bijenstallen. Negen daarvan staan in het centrum van Kopenhagen en tien in voorstedelijke en landelijke gebieden buiten de stad. De onderzoekers haalden de bijen rechtstreeks uit het binnenste van de bijenkorven. Dat deden ze in de lente, toen de kolonies werden gebouwd. Omdat bijen in contact komen met planten, water, aarde en lucht, is de kans groot dat ze met plastic in aanraking komen. Dit zijn namelijk allemaal plekken waar microplastics zich ophopen. Het verzamelteam droeg kleding van natuurlijke vezels en nam andere voorzorgsmaatregelen om verontreiniging van de monsterbijen te voorkomen.

De bijen werden ingevroren om ze te euthanaseren. Vervolgens werden ze gewassen en geschrobd om de deeltjes die aan hun poten en lijf vastzaten te verwijderen. Met behulp van een microscoop en infrarood licht werden de deeltjes gesorteerd op grootte, vorm en materiaalsoort.

Vijftien procent van de deeltjes besloeg microplastics. Daarvan was 52 procent fragmenten en 38 procent vezels. De meest voorkomende vezel was polyester, gevolgd door polyethyleen en polyvinylchloride. De bijen pikten ook natuurlijke katoenvezels op.

De stadsbijen vertoonden de hoogste aantallen microplastics. Dat was te verwachten, aangezien bekend is dat stedelijke gebieden de hoogste concentratie microplastics hebben. Verrassend was dat de concentraties microplastics bij bijen uit de voorsteden en van het platteland niet veel lager waren. Volgens de wetenschappers suggereert dit dat de concentratie microplastics gelijkmatig over grote gebieden wordt verdeeld door verspreiding door de wind.

‘Ik had verwacht dat de bijen van het platteland ‘schoner’ zouden zijn dan de bijen uit het centrum van Kopenhagen,’ schrijft Roberto Rosal, professor Chemische technologie aan de Universiteit van Alcalá in Madrid en medeauteur van het onderzoek, in een e-mail. ‘Maar de grote mobiliteit van kleine microplastics biedt er een verklaring voor.’

Hoe weten honingbijen wat hun taak is?
Elke honingbij heeft zo zijn of haar eigen taak. Sommige zijn voedster en zorgen voor de larven, sommige zijn schoonmaakster en houden de korf schoon en andere zijn haalbij en verzamelen het stuifmeel om honing mee te maken. Gezamenlijk bereiken de bijen een enorme graad van complexiteit, zeker gezien het feit dat ze een brein hebben ter grootte van een sesamzaadje. Maar hoe verdelen zij de taken en waar krijgen bijen hun opleiding?

Is plasticvervuiling schadelijk voor bijen?

Welke invloed bijen ondervinden van blootstelling aan plastic is nog onduidelijk. Wetenschappers zijn verdeeld over de vraag of het bouwen van nesten met stukjes plastic door behangerbijen alleen bewijst dat de bijen zich aanpassen aan de aanwezigheid van een nieuw materiaal of dat het uiteindelijk schadelijk kan blijken te zijn.

In een onderzoek dat eerder dit jaar in Journal of Hazardous Materials is gepubliceerd, hebben wetenschappers in China geprobeerd te beoordelen wat de mogelijke risico’s van microplastics voor honingbijen zijn. Zij gaven honingbijen twee weken lang microplastics van polystyreen te eten en ontdekten dat het sterftecijfer van de bijen niet veranderde. Wat wel veranderde, was het microbioom van de bijen. Dat zijn de darmbacteriën die essentieel zijn voor biologische basisfuncties. Deze verandering zou volgens het Chinese team ‘aanzienlijke gezondheidsrisico’s’ kunnen opleveren.

Een grotere ontdekking van het team was dat het sterftecijfer van de bijen omhoogschoot van minder dan 20% naar ongeveer 55% wanneer de bijen een combinatie van polystyreen en tetracycline aten. Dit laatste is een antibioticum dat in de bijenteelt veelvuldig wordt gebruikt om een larveziekte te voorkomen. ‘De microplastics zelf zijn misschien niet de giftigste verontreiniging, maar de aanwezigheid van andere chemicaliën kan de giftigheid ervan verhogen,’ concludeerden de Chinese onderzoekers.

Vergelijkbare zorgen werden geuit door Illaria Negri, een onderzoeker aan de Università Cattolica del Sacro Cuore in Italië. Zij was niet betrokken bij de onderzoeken in Denemarken en China. De toxische effecten van microplastics ‘kunnen toenemen wanneer ze voorkomen in combinatie met andere verontreinigende stoffen, zoals pesticiden, diergeneesmiddelen en plastic additieven,’ schrijft ze in een e-mail.

Bepaalde pesticiden kunnen door plastic afval worden geabsorbeerd, aldus Negri, en kunnen ‘verwoestende gevolgen’ hebben op de gezondheid van bijen en andere in het wild levende dieren en insecten als het plastic wordt ingeslikt.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.