Ierland

Dublin: Liefde op het tweede gezicht

Vanaf 27 oktober vliegt Ryanair vier keer per dag tussen Amsterdam en Dublin, wat het toch al groeiende toerisme naar Ierland nog eens zal bevorderen. Tijd om met eigen ogen te zien wat – behalve Guinness – de Ierse hoofdstad zo aantrekkelijk maakt! donderdag, 9 november

Door Myrthe Prins
Foto's Van Myrthe Prins

Breathe in the fresh air’ moedigt een grote tekst me aan. Ik drijf in een kajak op de rivier de Liffey in hartje Dublin, en zie de leus op een kantoorgebouw geplakt. Ik doe mijn best, maar ruik vooral uitlaatgassen en zie overal om mij heen bierflessen dobberen op het oppervlak van de rivier. De Ierse hoofdstad kan op veel manieren omschreven worden, maar ‘fris’ komt niet als eerste bij me op. Van de ladderzatte toeristen in uitgaanswijk Temple Bar tot de bevuilde straten: op het eerste gezicht is Dublin zelfs een beetje viezig – dat is tenminste het imago dat de stad voor mij had na één weekendbezoek. En nu bezoek ik Dublin voor de tweede keer, in de hoop dat mij het tegendeel bewezen wordt.

Ondanks het afval is kajakken door Dublin een rustgevende ervaring, en een goede mogelijkheid om de stad vanuit een nieuw perspectief te zien. Hoe verder ik me verwijder van het populaire Temple Bar, hoe interessanter de omgeving wordt. De straten en bruggen worden rustiger en eigenaardige restaurantjes, cafés en winkels duiken steeds vaker op in het straatbeeld. Later wandel ik door de delen van de stad die ik tijdens mijn eerste bezoek niet zag, omdat ik niet verder kwam dan het Guinness Storehouse en de pubs in het toeristische centrum.

Nadat enkele Dublinners met wie ik in gesprek raakte deze gedachte beaamden, durf ik het uit te spreken: Dublin is een stad de je moet leren kennen voordat je haar echt kan waarderen. Je moet bijvoorbeeld weten dat Temple Bar het interessantst is in de ochtend, wanneer de toeristen hun roes uitslapen en de markten met eetkraampjes en boeken in de straten staan opgesteld. In Dublin zijn het de stille plekken die het aantrekkelijkst zijn – de bibliotheken, begraafplaatsen en kleine galeries. De Ierse hoofdstad is immers al eeuwenlang een artistieke broedplaats, die met name veel schrijvers en dichters heeft voortgebracht.

James Joyce, Oscar Wilde, Bram Stoker, Jonathan Swift: wandelend door de stad beeld ik me in dat deze literaire helden ooit door dezelfde straten struinden. Dublin helpt een handje door her en der herinneringen aan de Ierse beroemdheden te tonen, van musea en bibliotheken tot souvenirwinkels vol mokken en buttons met foto’s van schrijvers. Het Dublin Writers Museum toont boeken, brieven, portretten en persoonlijke bezittingen van deze – en meer – Ierse schrijvers. In de Chester Beatty Library wordt juist een tentoonstelling gehouden over de ontwikkeling van het boekbinden in verschillende culturen. De tuin op de dak van de bibliotheek is een rustige locatie om even op te laden, en biedt uitzicht over Dublin Castle. Een groep van tien mensen begint een les in tai chi zodra ik de tuin betreed. Ik kijk hoe ze langzaam en gericht hun armen bewegen. Hoewel ik me nog altijd in hartje Dublin bevind, is het contrast met de drukke straten verbluffend op dit serene stuk dak.

Ten noorden van de rivier vormt het moderne Smithfield Square een verfrissende tegenhanger van het historische centrum. Midden op het plein staat een tijdelijke kunstinstallatie – een met felle kleuren versierde container waarin een installatie van rook, lichten en geluiden te zien is. Naast de Jameson-stokerij, eveneens aan het plein, ligt het hostel The Generator, een trendy en unieke accommodatie die niet duur is. Ook is niet ver hiervandaan de pub The Cobblestone, waar dagelijks traditionele Ierse livemuziek wordt gespeeld. In tegenstelling tot gelijksoortige pubs in Temple Bar vind je hier minder toeristen en vrijgezellenfeesten en meer locals, terwijl het bier en de muziek minstens zo goed zijn.

In de noordelijke buitenwijk Drumcondra ligt Glasnevin Cemetery, een indrukwekkende Victoriaanse begraafplaats waar al eeuwenlang mensen van allerlei verschillende nationaliteiten worden begraven. Een hoge, smalle toren en eindeloze grote grafstenen illustreren de massale schaal van deze rustplek voor ruim één miljoen mensen – bijna het dubbele van het aantal mensen dat tegenwoordig in Dublin woont. Na een tour door de begraafplaats en het museum, is een pint in de aangrenzende pub John Kavanagh op zijn plaats – door locals vaker ‘The Gravedigger’s Pub’ genoemd.

Op Dublin word je niet verliefd vanwege het uiterlijk, want eerlijk is eerlijk: esthetisch gezien is het nou eenmaal niet de mooiste stad. Nee, de Ierse hoofdstad moet je stukje bij beetje leren kennen – verder kijken dan de bierflessen die in de Liffey drijven en de ordinaire vrijgezellenfeesten in Temple Bar. Pas dan ontdek je de stille, verrassende delen van de stad: de tai chi-klas op het dak van de Chester Beatty Library, de indrukwekkende begraafplaats in Drumconda en de verborgen marktjes met biologische voedselwaren, vintage-kleding, nijverheidsproducten, boeken en landkaarten. Dus geef niet op als de stad op het eerste gezicht een beetje grauw overkomt: van Dublin kan je leren houden!

Lees meer