Indonesië

De Rinjanivulkaan: Hoogtepunt van Lombok

De Rinjanivulkaan springt in het oog zodra je Lombok nadert. Talloze toeristen beklimmen de 3726 meter hoge vulkaan, voorbereid of niet. donderdag, 9 november

Door Lisanne Biekart

Een toerist die naar Lombok reist, kan niet om de vulkaan Rinjani heen. De eenzame top waar vaak een klassiek wolkje aan plakt, vangt direct je blik. Je kunt in drie dagen tijd met een gids de op twee na hoogste vulkaan van Indonesië beklimmen. Welke tour je ook boekt en wat voor toerist je ook bent, de tocht is voor iedereen een beproeving!

Unheimisch landschap

De eerste dag start in het havenplaatsje Senggigi, letterlijk op zeeniveau. Met het vooruitzicht op 2639 meter te zullen overnachten, is het een opluchting dat we de eerste hoogtemeters omhoog gereden worden. Pas aan het begin van de middag, inmiddels op 1100 meter hoogte, beginnen we met lopen. Het pad van pikzwart grind voert door een glooiend landschap waar de grassen tot boven je schouders groeien en de vulkaan aan het zicht onttrekken. Maar een uur later laten we het vriendelijke landschap achter ons en wagen ons aan de klim. Al snel blijkt dat het unheimische landschap ons doorzettingsvermogen op de proef zal stellen. Het onregelmatige pad gaat zo steil omhoog dat het een ladder zou kunnen zijn, met flarden ijskoude mist die af en aan komen waaien. 

Het is een onverwacht gezellige bedoening: iedereen loopt op zijn eigen tempo en bij elke haarspeldbocht zitten er roodaangelopen toeristen op een steen. Bezoekers van het prachtige Indonesië die vaak eerst aan het strand gelegen hebben, schudden hier hun spieren wakker. Iedereen moet dezelfde stappen zetten en dat schept een band. 

Het kan dan zwaar zijn, maar iedereen die zijn eigen fitheid op een acceptabel niveau schatte, durft niet te klagen. Tussen de toeristen in lopen namelijk de dragers van iedere groep. Op hun schouders rust een dikke bamboestok met aan weerszijden zwaarbeladen rieten manden waarin het eten en kampeergerei voor de komende dagen zit. Op slippers of versleten sportschoenen trekken zij in stilte naar boven. Het is hun werk, maar ze doen het met opgeheven hoofd — ondanks de fysieke inspanningen en lage lonen is het een mooie baan.

Aan het zicht onttrokken

Eenmaal op de kam aangekomen, kijk je aan de andere kant de diepte in. De krater, zeshonderd meter lager, wordt steeds weer aan het zicht onttrokken door de hardnekkige wolk die er hangt. Lichtjes aan de overkant verraden waar we morgen zullen slapen. Maar voordat we daarheen gaan, gaan we morgenochtend eerst naar de top van de Rinjani. 

Na een vlammende zonsondergang zetten we onze hoofdlampjes op om onze weg door de koele duisternis te vinden. De temperatuur kelderde zodra de zon onderging, dus als de eersten om acht uur met al hun kleren aan in een slaapzak kruipen, kijkt niemand vreemd op. Maar ondanks de vermoeiende dag zit een diepe slaap er niet in. 

‘Hello? You awake?’ Onze gids schudt nog eens overtuigend aan ons tentje. Het is twee uur ’s nachts en we maken ons klaar om de zonsopkomst tegemoet te treden. De top, op 3726 meter, is daarbij het doel: letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van deze dagen. Gisteren hebben we al vol ontzag naar de top gekeken en verzucht dat het lijkt alsof het maar een kwartiertje lopen is.  

Hardop vloeken

Het pad op de kraterkam is net zo steil als gisteren, maar nu bemoeilijkt de losse aarde het klimmen. Onder de sterrenhemel dansen de lichtjes van tientallen andere toeristen die zich een weg over de stoffige kraterkam banen, verder zie je niets. Met starende ogen probeer ik de automatische piloot te vinden die me naar boven kan brengen, maar het onophoudelijk wegglijden van mijn voeten verhindert dat. Het herinnert me aan de keren dat ik tegen de richting in een roltrap opgelopen ben en doet me soms hardop vloeken — in de hoop dat er geen Nederlanders in de buurt zijn.

Hoewel dat niet voor iedere groep zal gelden, haalden wij allemaal bijtijds de top. Met een paar minuten speling ploften we in het zwarte zand, trokken een muts over onze oren tegen de inmiddels gierende wind en zagen de zon boven de horizon uit piepen. De zonsopkomst was niet anders dan andere ochtenden, maar door de lange klim en het contrast met de dagen dat we loom aan het strand lagen, overvalt me de dankbaarheid dat wij de mogelijkheid hebben dit te doen.

Een zachtroze gloed glijdt langzaam over het landschap, en door het vogelperspectief dat een bergtop je schenkt, herkennen we andere vulkanen op Sumbawa en Bali.  In de diepte liggen de Gili-eilanden, waar wij twee dagen geleden nog waren en waar de vakantiegangers nog feestend onderweg zijn naar hun bungalows. Vanaf de Gili's staarden wij naar deze top, en nu staren we terug. 

Pas als het zonlicht sterker wordt, wordt het duidelijk wat voor wonderlijk landschap ons al die tijd omringd heeft. Het grote kratermeer is inmiddels zichtbaar, met aan haar zijde de kleine vulkaan Gunung Baru, een kale kegel die laat zien dat het vulkanisme hier nog niet tot het verleden behoort. De kam waarover we naar boven gesukkeld zijn verliest haar scherpe kantjes als we naar beneden denderen.

Onderschat Rinjani niet

Die avond slapen we aan de andere kant van de krater, ver weg van Rinjani's top. Het is een perfecte plek om uit te deinen van de laatste twee dagen, met opnieuw een vriendelijk ogend landschap aan onze voeten. 

Eenmaal in Senggigi komen we een andere backpacker tegen die de volgende dag dezelfde tocht gaat doen. We scharen ons achter het advies dat we eerder zelf kregen: ‘Denk dat het een hel wordt, dan valt het heel erg mee.’ Onderschat Rinjani niet. 

Lees meer