Italië

48 uur in Venetië

Van de imposante palazzo's tot sfeervolle slenterstreegjes en helblauwe lagunes: Venetië is een picture perfect stad. donderdag, 9 november

Door Charlotte Bouman

Dag 1

Ochtend: Weg van de drukte
Laten we er niet omheen draaien; Venetië kan druk zijn. En met druk bedoelen we héél erg druk. Het is een geliefde (zomerse) stop voor cruiseschepen, en dat merk je vooral rondom het bekendste plein van de stad, de Piazza San Marco. Daarom beginnen we de dag vroeg, voordat de grote toeristenstroom op gang komt.

Rond een uur of 9 (liever nog eerder) is de omgeving van het plein namelijk heel wat minder gevuld met vluchtige cruisegangers die in een uur of twee de bekendste highlights van de stad mee willen pakken. De smalle kronkelsteegjes rondom het plein worden dan voornamelijk bevolkt door stevig doorstappende bevoorraders van de winkeltjes, met hun handkarren die ze vullen vanaf sloepjes. Een logistiek schouwspel.

De échte vroege vogels kunnen al eerder terecht in de Rialto-markt, die al rond een uur af half acht ’s ochtends opent (ma-za versmarkt, di-za vismarkt, geopend tot 13 uur). Hier doen de locals hun dagelijkse boodschappen. De markt is al sinds het jaar 1100 een begrip in de stad.

Terug naar het San Marco-plein. Als je geluk hebt, is de overgang die uitzicht geeft op de Brug der Zuchten nog niet te vol. In de middag kan hier zo een man of tweehonderd staan te dringen voor een kiekje van de net zo beroemde als beruchte verbinding tussen het Dogenpaleis en de gevangenis. Naar verluidt was dit de plek waar gevangenen (als Casanova en Galileo Gallilei) voor het laatst een uitzicht op de lagune hadden, voordat ze in de kelders gevangen werden gezet, vandaar de naam.

Wie toe is aan koffie, kan een van de beroemdste Venetiaanse terrassen, Caffè Florian op het San Marco-plein, aandoen. Maar daar zit natuurlijk wel een prijskaartje aan. Zeker wanneer de muzikanten aan het spelen zijn. Je rekent er zo €6,50 voor een cappuccino af. Maar loop iets meer de kronkelstraatjes in, richting de wijk Arsenale naar bijvoorbeeld het plein Campo do Pozzi, en je hebt er voor de helft van dat bedrag ook nog een broodje bij. Bonus: weer een wandeling over pittoreske bruggetjes en heel wat fijne fotomomenten. En: (bijna) geen toerist te bekennen.

Middag: Glinsteringen
Werp een blik op de rij bij de Basilica di San Marco op het (inmiddels zeer drukke) San Marco-plein en je zou zo rechtsomkeert maken. Hier sta je zo 45 minuten te wachten om binnen te komen. Maar als je je goed voorbereidt, kun je de rij gemakkelijk voorbij lopen. Want koop je een kaartje via de website van de basiliek (van april tot november), dan betaal je wel €2 entree in plaats van geen, maar loop je zo naar binnen via een aparte ingang. Wel op een tijdstip dat je van tevoren vast moet leggen, maar het is de verbaasde blik van je medetoeristen in die lange rij meer dan waard. Waarom dan toch tijdens deze drukte naar binnen? Omdat tussen 11:30 en 12:30 uur (in de weekends de hele dag) het er nét iets magischer is. Vanwege de missen wordt binnen de verlichting dan aangestoken, waardoor de gouden mozaïeken plafonds je werkelijk toeschitteren. Jammer genoeg is het strikt verboden er foto’s te maken. De dresscode is er ook een om op te letten: blote schouders of knieën zijn voor alle bezoekers (zelfs kinderen) niet toegestaan.

Het is tijd om te varen. Venetië heeft een uitgebreid netwerk van vaparetto’s (waterbussen). Een dagkaart is met €20 niet goedkoop, maar losse tickets kopen is nogal onpraktisch met typisch Venetiaanse lange rijen – en op ‘zwartvaren’ wordt streng gecontroleerd. We gaan tegen de toeristenstroom invaren, richting het grote station van de stad, Santa Lucia, over de Canal Grande met zijn imposante palazzo’s. Lijn 1 is niet de route die je moet nemen als je haast hebt, want hij lijkt werkelijk overal in de stad te stoppen, maar als je een goede zitplaats  op de boeg van de boot hebt, lijkt het bijna alsof je een privé-rondvaart van een uurtje maakt. Onderweg beleef je heel wat fotomomentjes, inclusief de beroemde gondelvaarders.

We stappen uit bij halte Accademia. Deze wijk is net zo schilderachtig als de rest van de stad, maar lijkt veel rustiger. Op zo’n vijf minuten lopen bevindt zich de Peggy Guggenheim Collection, een museum dat de moderne kunstcollectie van de excentrieke telg van de museumfamilie in een prachtig palazzo herbergt. Vanaf het (achter)balkon van het museum heb je een picture perfect-uitzicht op de Canal Grande.

Avond: Buona notte
’s Avonds nog zin in een drankje? Stop dan bij Harry’s Bar in de buurt van het San Marco-plein en het beroemde operahuis La Fenice. Hier is de Bellini-cocktail én carpaccio uitgevonden. Op de kaart vind je verder o.a. de Buona notte-cocktail, vernoemd naar de film Good Night and Good Luck van George Clooney, die tijdens het filmfestival van de stad in première ging. Signor Clooney, die in Venetië trouwde, is een graag geziene gast in de bar. 

Dag 2

Ochtend: Trendsettende kunst/architectuur
Tja, een ochtend (middag, of misschien wel een hele dag) is eigenlijk veel te kort om alle werken van de tweejaarlijkse Biënnales van Venetië (kunst en architectuur) te kunnen zien. Maar een bezoek aan de Dogenstad is niet compleet zonder de projecten van toonaangevende makers mee te maken. De Biënnales lopen meestal van mei tot november en hoewel er overal door de stad verspreid kleine expo’s van verschillende deelnemende landen gratis te bezoeken zijn, zijn de (betaalde) hoofdlocaties op loopafstand van elkaar te vinden in de wijken Arsenale en Giardini. Prachtige wijken waar in tegenstelling tot de omgeving van het San Marco-plein nog wél locals wonen. En fotomomentjes met waslijnen in kronkelsteegjes gegarandeerd...

Middag: Een (mid)dagje naar het strand
Over locals gesproken... op het Lido wonen de meesten. Dit eiland ligt op een kwartier varen van het San Marco-plein en mist dan wel de oude sfeer, maar heeft wel een strand, zelfs auto’s en is een echte aanrader voor wie niet de hoofdprijs voor hotels wil betalen. In de zomermaanden is dit een geliefde vakantieplek voor Italianen die zich tegoed doen aan een Spritz (nog zo'n lokaal drankje – een mix van prosecco, spuitwater en Aperol of Campari) na het bakken in de zon. Dat doe je gewoon in tentjes aan de rand van de weg, die je bereikt per (huur)fiets. Zo druk het op het ‘vasteland’ is, zo relaxed is het hier.

Avond: Aperitivo-o’-clock
Italiaanse traditie: aan het einde van de middag is het aperitivo-tijd. Venetianen drinken de hele dag door hun Spritz, aan het einde van de dag krijg je er heerlijke hapjes bij. Op het ‘vasteland’ doe je dat bij de zogenaamde bacari-bars, verspreid over de stad. De hapjes die je daar bij je drankje krijgt zijn soms ware kunstwerkjes. Op het Lido zijn de bites vaak iets simpeler, maar daardoor niet minder smakelijk. De beste Spritz van het eiland drink je bij hotel Quattro Fontane. In de zomer in de prachtige tuin, geserveerd door hun gepassioneerde obers die vaak al lang de gepensioneerde leeftijd gepasseerd zijn. Hun diner (met befaamde antipasti) is voor Lido-begrippen een beetje aan de prijs, maar o zo lekker. Maar al fresco dineren is toch een beetje een Venetië-must. O, la dolce vita! 

Lees meer