Japan

Verboden te dansen: de paradox van Japanse clubs

Na jaren van protest door feestgangers die willen dansen, wordt het beruchte dansverbod in Japanse clubs nu eindelijk versoepeld. Maar waar kwam die wet überhaupt vandaan? donderdag, 9 november 2017

Door Myrthe Prins

Het is 2012 en ik betreed een van de vele clubs in het uitgaansdistrict van Fukuoka. Bij de ingang zie ik opvallende borden van dansende mensen met een rode streep erdoor. ‘Niet dansen, a.u.b.’ leest het Japanse bijschrift. Ironisch bedoeld, natuurlijk – waarom zou een dansclub niet willen dat de bezoekers met hun voetjes van de vloer gaan? Mijn vriendin en ik zijn vroeg, en betreden dapper de lege dansvloer om de DJ aan te moedigen. Het duurt nog geen minuut voordat een meisje van de bar geschrokken op ons afrent om te zeggen dat we écht niet mogen dansen. Waarom? Dat kan ze ons ook niet precies vertellen, maar het is duidelijk dat ze geen grap maakt.

Het duurt een tijdje voordat ik de oorsprong van het dansverbod achterhaald heb – elke Japanner die ik ernaar vraag, vertelt een andere versie van het verhaal. Het betreft een wet die in 1948, tijdens de Amerikaanse bezetting na de Tweede Wereldoorlog, is ingevoerd: na middernacht mag er niet gedanst worden in clubs, bars en andere uitgaansgelegenheden. Het voornaamste doel van de wet was toentertijd het inperken van prostitutie in ‘danshallen’. Achterliggende reden was mogelijk een angst voor de ‘hedonistische invloeden’ van de Amerikaanse bezetters op Japanse jongeren. 

In de jaren '60, '70 en '80 werd de wet amper nog gehandhaafd, maar na een aantal recente drugs- en geweldsincidenten viel de conservatieve regering terug op de gedateerde maatregel. Onder het mom van het decennia oude dansverbod deed de politie regelmatig invallen en deelde hoge boetes uit – in een aantal gevallen moesten clubs zelfs sluiten. In het Japan van nu, met een rijk nachtleven en werelwijd gerenommeerde clubs, lijkt de wet achterhaald, maar dansclubs konden tot voor kort weinig anders dan de regels in acht nemen, wat leidde tot de paradoxale uitgaanservaring van de afgelopen jaren.

Wat doe je als je leeft in een land waar dansen op school verplicht is, maar tijdens het uitgaan wordt verboden? Uiteraard werd er de afgelopen jaren – soms op creatieve wijze – protest gevoerd tegen de wettelijke kronkel. In sommige gevallen was de wet te omzeilen. Zo ben ik na een dansloze nacht in Fukuoka eens door vrienden meegebracht naar een club die van 6 tot 8 uur 's ochtends opende, zodat er ‘overdag’ toch nog even legaal gedanst kon worden. Groepjes dansende jongeren op de stoep waren ook niet uitzonderlijk in het straatbeeld van de uitgaanswijken. Bovendien ontstonden er steeds meer serieuze protestacties. Let's Dance, een in 2012 opgerichte landelijke campagne tegen het verbod op dansen, haalde vele tienduizenden handtekeningen binnen.

Door steeds luider protest en met het oog op de Olympische Spelen in 2020, stond de regering onder steeds grotere druk om de gedateerde regel te versoepelen. En dat is nu dus gebeurd. Dansen in een Japanse dansclub is dan niet langer verboden, zolang die club niet valt onder het kopje ‘volwassenenentertainment’, ofwel seksueel georiënteerd entertainment. Het enige dat de club daarvoor hoeft te doen, is een belichting installeren van op zijn minst 10 lux, een helderheid gelijk aan een bioscoopzaal met de lichten aan. Misschien niet de meest gunstige belichting voor een dansvloer, maar in ieder geval staat die DJ niet meer voor een lege zaal te draaien.

Lees meer