Langs de lijn

Journalist Niels Guns reist het lot achterna. Zijn blinde worp met een dartpijl op de kaart van de Benelux en omgeving brengt hem deze keer net over de Duits-Nederlandse grens: hij fietst van Twist naar Haldern.

Zowel links als rechts van de grens groeit mais.

Foto van Getty Images
Gepubliceerd 23 sep. 2021 14:26 CEST, Geüpdatet 4 okt. 2021 14:07 CEST

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Traveler, editie 4, 2021.

Een landsgrens bestaat natuurlijk niet echt. Het is maar een idee. Omdat iedereen zich gedraagt naar dat denkbeeld, wordt het toch een soort realiteit. Vorig jaar wierp ik voor deze rubriek twee keer een dartpijl vlak over de grens in Duitsland. Een keer bij Twist (zo’n beetje aan de bovenkant van het oog, als je in de contouren van Nederland een leeuw ziet) en een keer bij Haldern (niet ver van de onderkin). Om quarantaineverplichtingen te voorkomen schoof ik bezoekjes aan deze plaatsen op de lange baan. Sinds tijden was de grens immers niet zo hard als hij afgelopen jaar was. Maar nu kon het weer, en leek het me aardig om van noord naar zuid te fietsen en de grens aan Duitse zijde te verkennen.

Een illusie

Vanaf station Coevorden is het zo’n dertig kilometer fietsen naar Twist, een gemeente in Nedersaksen met ongeveer tienduizend inwoners. De laatste paar kilometer probeer ik het Nederlandse landschap extra alert op te snuiven om straks goed te kunnen zien welke verschillen meteen merkbaar zijn. Precies op de grens knijp ik in de remmen en tuur ik even langs de Grenzschloot die het einde van Nederland en het begin van Duitsland markeert. Of andersom, het is maar hoe je het bekijkt. Zowel links als rechts van de grens groeit mais. Op microniveau zie ik geen verschil. ‘Het geografisch landschap aan beide kanten van de grens is in de noordelijke grensstreek in veel opzichten bijna identiek,’ las ik onderweg in de trein al in het proefschrift De Grens Getrokken van historica Dirkje Mulder-Boers. Zij onderzocht de historie van de grens in dit gebied. ‘De bewerking van de landbouwgronden was vanouds zeer vergelijkbaar,’ schrijft ze verder. Twist ligt midden in een uitgestrekt veengebied, waar aan beide kanten van de grens lange tijd veen en turf is gestoken.

Mulder-Boers schrijft ook: ‘Aan beide kanten van de grens spraken bewoners hetzelfde dialect. Religieuze banden bleken in veel gevallen sterker dan nationale identificatie.’ Feitelijk bestond de grens voor de streekbewoners lange tijd niet, concludeert ze. Zie je wel, maak ik daar alvast uit op: een grens is inderdaad maar een illusie. Ik heb het nog niet gedacht of ik moet vlak erna ook vaststellen dat aan de horizon aan de linkerzijde geen windmolens staan en aan de rechterkant juist een drukte vanjewelste is van ruim tweehonderd meter hoge molens die fors draaien in de krachtige wind.

Het middeleeuwse Kasteel Bentheim in Bad Bentheim.

Foto van Getty Images

Ik fiets door naar het dorp Twist, waar zich rond 1780 voor het eerst mensen vestigden. Ik stuit op het Erdöl-Erdgas Museum waar ik vlak voor sluitingstijd een kijkje neem. Veel technische uitleg over de winning van olie en gas in het gebied, maar weinig maatschappelijke context over wat de grondstoffen eigenlijk hebben betekend. Ik ervaar het museum als een les natuurkunde, waar ik op de middelbare school mijn aandacht ook al niet zo goed bij kon houden.

Ik spring weer op de fiets richting Gasthof Robben (die achternaam kennen we in Nederland natuurlijk ook), dat ongeveer vijftien kilometer verderop ligt. Ik slalom langs de windmolens en beklim een uitzichttoren die pal op e grens staat. Die is hier zo’n twintig kilometer lang kaarsrecht, zo is ook duidelijk vanaf de toren te zien. Een beetje zoals sommige grenzen in Afrika, of staatsgrenzen in de Verenigde Staten. De toren biedt een mooi uitzicht over natuurgebied Bargerveen in Nederland, een restant van het Boertangermoeras dat zich ook uitstrekt over de Duitse zijde van de grens. De afgegraven stukken zijn nu het domein van talloze vogelsoorten, lees ik op een informatiebord dat als titel ‘Grenzeloze Natuur’ draagt. ‘Plaatsen, dieren, lucht en water trekken zich immers niets van landsgrenzen aan.’

Met de wind in de rug fiets ik pijlsnel verder, exact over de grenslijn. Voor ik het in de gaten heb, ben ik weer aan de Nederlandse kant en niet veel later weer in Duitsland, waar tientallen zwaluwen vlak over het graan scheren op zoek naar insecten. Gasthof Robben ligt op een paar honderd meter van de grens, maar is onmiskenbaar Duits. Een klein biertje is hier een halve liter en op het menu staan schnitzels. ‘Het gerecht dat echte mannen eten,’ vertrouwt een man aan een tafel verderop me toe. Als ik hem een smakelijke voortgang wens, spreekt hij verder in het Nederlands. Hij is geboren in Brunssum, vertelt hij. ‘Maar sinds 1985 woon ik in Mönchengladbach.’ Zou je er naarmate de jaren vorderen ook Duitser gaan uitzien als je hier gaat wonen, vraag ik me tijdens het verorberen van mijn eigen schnitzel af.

Veenlandschap nabij Twist.

Foto van Getty Images

Verschil moet er zijn

De volgende ochtend loop ik binnen bij het gemeentehuis waar ambtenaar Martin Müller me vertelt dat er zo’n achthonderd Nederlanders in de gemeente wonen. Da’s acht procent, reken ik snel uit. Müller vermoedt ook dat er nog zeker dertig jaar olie gewonnen gaat worden in het gebied. Jaknikkers zijn nu in ieder geval nog volop in bedrijf, zie ik even later onderweg naar het Emsland Moormuseum, dat Müller me heeft aanbevolen. Weer zo’n fenomeen waar we vijftig kilometer verderop aan de Nederlandse kant van de grens onze eigen variant van hebben: het Veenmuseum in Vriezenveen.

In het Moormuseum lees ik over het harde bestaan van de veenarbeiders in het onherbergzame gebied. ‘Het Siberië van Duitsland’, staat op een van de borden.

Trappend tegen de harde zuid-westenwind in, valt me op dat dit deel van Nedersaksen nog altijd robuust en weinig frivool is. Ik ben onderweg naar Bad Bentheim, mijn tweede etappeplaats van deze tocht, en fiets vooral over lange rechte stukken fietspad langs drukke wegen waar voorbijrazende vrachtwagens me een extra stoot wind tegen geven. Weer zo’n verschil, merk ik op: bij een kruispunt moet je hier als fietser eerst linksaf of rechtsaf buigen voor je de weg over kunt, waardoor je je voorrang op het afslaande gemotoriseerde verkeer verliest.

In de ongeveer dertig kilometer tussen het museum en Nordhorn kom ik maar één fietser tegen: Thomas. Hij staat als een duveltje uit een doosje achter me wanneer ik een koffie uit de automaat probeer te krijgen bij Gravelmannss Hofladen, een kleine onbemande automatiek waar allerlei streekproducten worden verkocht. De textielhandelaar luidt het begin van zijn vakantie in met een tochtje rond zijn geboortestad Nordhorn op zijn fonkelnieuwe elektrische fiets van Nederlandse makelij. ‘Tja, want voor een goede fiets moet je toch echt bij jullie zijn,’ merkt hij op, waarna hij me aanraadt te lunchen bij Pier 99 aan de Vechtsee, een plas die wij in Nederland Vechtmeer zouden hebben gedoopt.

Vreemd dat ik me steeds richt op al die verschillen, bedenk ik aan tafel bij Pier 99, want als ik nogmaals goed kijk, zijn er eigenlijk vooral overeenkomsten. Misschien zelfs zo veel dat het mijn brein niet lukt om al die gelijkenissen te definiëren. En dus richt ik me maar op het onderscheid. Ik mijmer: is die overdreven aandacht op verschillen misschien het leugentje waarmee we die niet echt bestaande grens massaal proberen te rechtvaardigen?

Met pijnlijke kuiten en dito zitvlak kom ik 25 kilometer later Bad Bentheim binnengereden. Al sinds de vroege middag droom ik van een paar relaxte uurtjes in het badhuis in dit historische kuuroord. Maar de Bentheimer Mineral Therme zijn dicht. Officieel zouden ze open mogen zijn, maar vanwege het coronavirus kan op dit moment nog geen ontspannen verblijf worden gegarandeerd.

Ik check in bij Hotel Am Berghang en wandel naar het centrum. Deze stad had ik me anders voorgesteld. Ooit begon ik hier als zeventienjarige mijn allereerste avontuur als reiziger: onderweg met een paar vrienden op Interrail was dit de plek waar de internationale trein de grens overstak en even halt hield. ‘Hey man, this is Bad Bentheim,’ riep een Amerikaan destijds door de wagon. Uitgesproken zoals de beroemde hit van Michael Jackson. Het tegendeel is waar: Bad Bentheim blijkt een rustig, uiterst vriendelijk stadje met een kasteel, een groot park eromheen en een Biergarten waar ‘Hey Baby (Uhh, Ahh)’ van DJ Ötzi op repeat staat.

Bad Bentheim.

Foto van Getty Images

Fingerspitzengefühl

De laatste honderd kilometer van mijn trip leiden me naar Haldern in Noordrijn-Westfalen. Het fietsen gaat hier meer kruip-door-sluip-door door bossen, langs beekjes en ik rijd veel vaker door dorpjes en steden waar ik even halt kan houden. Zoals in Gronau op ongeveer tien kilometer van Enschede, waar ik als eerste gast van de dag het rock’n’popmuseum (on-Duits in kleine letters geschreven) bezoek. Ook hier vervagen grenzen. Het museum besteedt relatief veel aandacht aan Nederlandse artiesten zoals Herman Brood, Boudewijn de Groot en Normaal. Zelfs Nick en Simon staren me vanuit een van de vitrines aan.

Ik kom er alvast door in de stemming voor Haldern. Toen ik een pijl in het vijfduizend zielen tellende dorp wierp, rinkelde meteen een belletje: ik kende de naam al vanwege Haldern Pop. Volgens een aantal van mijn vrienden die in de muziekwereld werken, is het een van de leukste festivals van Europa, met een programmeur met een prima fingerspitzengefühl.

Haldern Pop in Rees-Haldern.

Foto van Christoph Buckstegen

Bij het schattige pension Drostenhof, gelardeerd met een grote hertenweide en toch maar vijf minuten lopen van de dorpskern, vertelt de eigenaar me dat het dorp alles heeft: ‘Een pizzeria, een ijstent, supermarkten, een hotel, een Duits restaurant en een bar.’ Buiten bij die bar – de Haldern Pop Bar uiteraard, waar bands die tussen twee optredens door een vrije avond hebben, gratis kost en inwoning krijgen in ruil voor een concert - schuif ik aan bij Ralf en zijn vriend Thomas. Ze vertellen me hoe dit dorp eigenlijk het hele jaar in het teken van het festival staat en hoe verbindend zo’n evenement is. ‘George Ezra speelde hier zijn zesde optreden ooit,’ vertelt Ralf trots. Hij zit voor het eerst op het terras sinds hij vijf weken geleden vader werd. Onlangs keerden de manager bij chemieconcern Bayer en zijn vrouw terug naar Haldern na jarenlang in Düsseldorf gewoond te hebben. ‘Ik moet nu weliswaar 120 kilometer rijden naar mijn werk in Keulen, maar we hebben het ervoor over. Hier vinden we de rust die we nodig hebben. En, als je het mij vraagt, is dit het allermooiste dorp van de Niederrhein.’

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in National Geographic Traveler, editie 4, 2021.

Doen

Erdöl-Erdgas Museum, Twist. erdoel-erdgas-museum-twist.de

Emsland Moormuseum, Geeste. moormuseum.de

Rock’n’popmuseum, Gronau. rock-popmuseum.de

Najaar 2021 is er een Van Halen-tentoonstelling in het rock’n’popmuseum in Gronau.

Foto van Getty Images

Slapen

Gasthof Robben, Twist. gasthof-robben.de

Hotel Am Berghang, Bad Bentheim. hotel-am-berghang.de

Drostenhof, Haldern. drostenhof.de

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.