Milieu

Gps-ecologie: Vlieg mee met de vogels

Met geavanceerde gps-loggers zijn vogels nauwkeuriger te volgen en is een gerichte natuurbescherming mogelijk. vrijdag, 25 mei 2018

Door Astrid Smit

Vogels kennen steeds minder geheimen voor ons, sinds enkele van hen zijn gezenderd. Dat is onder andere te danken aan het werk van de onderzoeksgroep van Willem Bouten, hoogleraar e-Ecology aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam. Hij ontwikkelde bijna tien jaar geleden met elektrotechnicus Edwin Baaij en biologe Judy Shamoun-Baranes gps-loggers.

Ze ontfutselen de dieren talloze gegevens: welke trekroute ze precies afleggen, hoe hoog en hoe lang ze ononderbroken doorvliegen en waar ze pauzeren of voedsel zoeken. Inmiddels lopen er projecten voor veertig vogelsoorten, van Siberië tot Zuid-Afrika en van Mauritanië tot West-Australië.

De gps-logger wordt met een teflonkoordje op de rug van de vogel gebonden. Zodra de gezenderde vogel langs een basisstation vliegt, geeft de logger de verzamelde data door. Bouten koos bewust niet voor data-verzending via satellieten. “Het contact met een satelliet kost ontzettend veel energie. Daardoor heb je een grotere zonnecel en batterij nodig, waardoor je op andere terreinen moet inleveren.”

Alle data komen automatisch binnen op één centraal punt: het Virtual Lab for Bird Movement Modelling. Daar kan iedere onderzoeker inloggen en zien wat ‘zijn’ vogels hebben gedaan.

De Werkgroep Grauwe Kiekendief uit Groningen maakt sinds 2009 dankbaar gebruik van de gps-loggers. “Hiermee kunnen we de dieren iedere minuut tot op de meter nauwkeurig volgen. Dat levert een schat aan extra informatie op”, zegt Ben Koks, de oprichter van de werkgroep en een amateurbioloog die regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften publiceert.

Bouten verwacht dat de gps-loggers in de toekomst nog veel meer informatie zullen prijsgeven over de vogels. Hij hoopt de loggers tegen die tijd ook te kunnen voorzien van een cameratje, zodat je ziet in welke omgeving het dier zich bevindt en wat het dagelijks eet. “Er is nog zo veel meer mogelijk”, aldus Bouten.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het hele verhaal is te lezen in het meinummer van National Geographic Magazine.

Lees meer