De diepste grot op aarde ligt in de Kaukasus. In Abchazië om precies te zijn, een regio die zich eenzijdig onafhankelijk heeft verklaard van Georgië. In 2018 bevond ik mij daar, ruim 2100 meter onder de grond in de Verjovkinagrot. Maar op een ochtend, terwijl we zaten te ontbijten in ons ondergrondse kamp, kwam er een onheilspellend radiobericht binnen. Een vloedgolf was onderweg. Binnen een halfuur zou het water ons bereiken.
Het geluid van een naderende ramp
Samen met Russische onderzoekers van het speleologische team Perovo-speleo en fotoassistent Jeff Wade waren we in de Verjovkinagrot om wetenschappelijk onderzoek te verrichten en te fotograferen op een plek waar zelden iemand was geweest.
Dat is niet zonder gevaar, en dat wisten we: plotselinge overstromingen zijn geen zeldzaamheid in grotten. We zaten al elf dagen onder de grond en maakten ons aanvankelijk weinig zorgen. Ons achtpersoonstentje stond in een zijgang, hoog boven de ondergrondse rivier, veilig – zo dachten we.
Ik zal het geluid dat volgde nooit vergeten: als een vrachttrein die op ons kamp af denderde. Het werd steeds luider en iedereen keek met open mond naar boven. Toen kolkte er een enorme watermassa langs ons kamp en stortte in de afgrond. We besloten af te wachten hoe de situatie zich zou ontwikkelen; soms zijn overstromingen van korte duur.
Water waar het niet hoort te zijn
Na enkele uren zag Petr Ljoebimov, een van de Russische grotklimmers, water opborrelen uit een diep gat aan de rand van het kamp – het gat waar we onze tandpasta uitspuugden. Pavel Demidov en Andrej Sjoevalov gingen verderop het gangenstelsel in om te controleren hoe snel het water steeg.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Toen Petr opnieuw naar het gat keek, sprak zijn bleke gezicht boekdelen. Het stond nu volledig vol water en het peil steeg snel. Uit alle openingen rond het kamp begon water omhoog te borrelen. We moesten weg. Nu. Ik riep naar Petr dat we moesten vertrekken. Hij aarzelde; hij wilde wachten op Pavel en Andrej.
Klimmen voor je leven
Ik wist niet of ik Petr ooit nog zou terugzien. Met stijgklemmen begon ik te klimmen, gevolgd door de rest van het team. De touwen hingen in schachten die waren veranderd in woeste watervallen. Ik wist niet wat ik meer vreesde: het stijgende water onder ons of de stortvloed boven ons.
Leestip: Van enorme berenbotten tot gouden druipsteen: het bijzondere verhaal van de Križnagrot
Ik klom voorop. Als ik vast zou komen te zitten, zou iedereen achter mij vastzitten. In paniek klom ik zo snel dat ik Jeff uit het oog verloor — tot ik zijn stem hoorde. Hij schreeuwde dat ik moest vertragen. Alleen al dat geluid gaf opluchting. We bereikten een nis in een zijpassage en konden even op adem komen.
Niemand achtergelaten
Even later verscheen een van de andere klimmers. Hij had niemand gezien. We gingen ervan uit dat de rest was verdronken. Maar toen, tot onze verbijstering, doken ook zij op. Iedereen had het overleefd – al had Petr zijn knie ernstig verwond.
Verder klimmen was onmogelijk. De volgende waterval mondde uit in een smalle horizontale gang die nu volledig onder water stond. We zaten vast: zestien uur lang, ingeklemd tussen het stijgende water onder ons en een onneembare waterval boven ons.
Terug naar het licht
Uiteindelijk nam de stortvloed af. Het kostte ons nog vier dagen om de oppervlakte te bereiken. Normaal gesproken staan mijn zintuigen op scherp als ik een grot verlaat: kleuren zijn intenser, geluiden helderder, geuren sterker. Dit keer was alles anders. De wereld voelde gedempt. Het enige wat ik echt voelde, was opluchting.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!





