Natuurbranden worden steeds vaker een probleem in Nederland. Daarvoor waarschuwen zowel de brandweer als het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV). In een rapport uit 2023 stelde het instituut al dat Nederland te maken krijgt met meer, gelijktijdige en moeilijker te blussen natuurbranden. Recente branden bij de Oirschotse Heide, ’t Harde en Kessel lijken die ontwikkeling te bevestigen.

Natuurbranden, ook dicht bij huis

Bij natuurbranden denken mensen al snel aan droge regio’s, zoals Zuid-Europa of Australië. Maar ook in het relatief natte Nederland groeit het risico. Door klimaatverandering verschuiven droogte en hitte langzaam richting Noordwest-Europa.

In 2025 registreerde het NIPV maar liefst 846 natuurbranden in Nederland. Volgens Cathelijne Stoof, natuurbrandexpert Wageningen University & Research, moeten we ons voorbereiden op een toekomst waarin vuur vaker onderdeel is van het landschap.

Klimaatverandering vergroot het risico

Een belangrijke factor is de opwarming van het klimaat. De lente en zomer worden warmer en droger, en warme periodes houden langer aan. Wetenschappers van het KNMI berekenden in 2023 al dat de snelheid waarmee de aarde opwarmt, in twintig jaar tijd is verdubbeld. Als die trend doorzet, wordt de grens van 1,5 graad opwarming mogelijk al rond 2031 bereikt.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Ook recente cijfers onderstrepen die ontwikkeling. Uit een nieuw klimaatrapport van klimaatbureau Copernicus en de World Meteorological Organization (WMO) blijkt dat 2025 het op twee na warmste jaar ooit gemeten is, na 2023 en 2024. Wereldwijd leidde dat tot extreme omstandigheden: langdurige hittegolven, smeltend landijs en grootschalige natuurbranden.

Waarom juist het voorjaar kwetsbaar is

Opvallend genoeg ontstaan de meeste natuurbranden in Nederland niet in de zomer, maar in het voorjaar. In april en mei 2025 werden 302 natuurbranden gemeld, meer dan in de hele zomerperiode samen (262).

Leestip: Hoe Aboriginals natuurbranden met vuur bestrijden

Dat heeft een duidelijke oorzaak. In het voorjaar stijgen de temperaturen, maar staan veel planten nog niet in blad. Vegetatie bestaat dan grotendeels uit droog, dor materiaal dat gemakkelijk vlam vat. In de zomer bevatten bladeren en planten juist meer vocht, wat branden kan afremmen.

Droogte, wind en luchtvochtigheid versterken elkaar

Naast temperatuur spelen ook dagelijkse weersomstandigheden een grote rol. Zo blijkt uit onderzoek van het NIPV dat op dagen met een lage luchtvochtigheid – lager dan vijftig procent – meer natuurbranden ontstaan.

Droge lucht betekent minder vocht in planten en bodems, waardoor vuur zich sneller kan ontwikkelen en verspreiden. In combinatie met hitte en wind ontstaat een kettingreactie die het risico op natuurbranden aanzienlijk vergroot.

De rol van de mens bij natuurbranden

Ook menselijk gedrag speelt een belangrijke rol. Nederland telt steeds meer inwoners, en bij mooi weer trekken we massaal de natuur in. Dat vergroot de kans op brand.

Een smeulende sigarettenpeuk, een kampvuurtje of zelfs een glazen fles die zonlicht bundelt, kan onder droge omstandigheden al voldoende zijn om een natuurbrand te veroorzaken.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!