Ik steek een woestijn over, maar niet op het land. Ik zwem door een verlaten gebied vol puin: de kapotte resten van een koraalrif. De leegte is schrikbarend. Eerder, op andere plekken in de Filipijnen, werd ik juist overdonderd door de kleurenpracht van het koraal.

Dit deel van de Indische en Grote Oceaan staat ook wel bekend als de Koraaldriehoek: nergens ter wereld vind je onder water zo’n enorme biodiversiteit als hier. Er leven meer dan vijfhonderd soorten koraal, ongeveer driekwart van alle bekende soorten. De riffen beslaan een gebied zo groot als Ierland.

Dit onderzeese land biedt een thuis aan ontelbaar veel levensvormen. Alleen al in de Filipijnse wateren, in de nok van de Koraaldriehoek, komen 1800 soorten koraalvissen voor. Maar op het koraalkerkhof waar ik nu rondzwem, leven alleen vluchtelingen.

Hoe overbevissing Filipijnse riffen verwoest

Ik stuit op een gewone poetslipvis en word overvallen door een vlaag van medelijden. Het dier doet zijn naam eer aan: hij maakt andere vissen schoon door parasieten en andere onderwaterlifters van hun huid te knabbelen. Maar voor deze vis valt er niets meer te poetsen; hij zwemt eenzaam rond.

Om het dier heen ligt het koraal erbij als een bos na een flinke storm. Tussen de dode, afgebroken stompen raap ik de scherven van een kapotte fles op. Ik heb gezien dat dit soort flessen met nitraathoudende kunstmest wordt gevuld, waarna er een ontstekingsmechanisme en een lont aan worden bevestigd. De lont wordt aangestoken, de fles in zee gegooid.

Door de knal die volgt raken de vissen verdoofd of sterven ze meteen, waarna ze komen bovendrijven en het voor de vissers een koud kunstje is om de vangst binnen te halen. Vissen met explosieven is funest voor het zeeleven en bovendien gevaarlijk voor de vissers zelf. Als een fles te vroeg tot ontploffing komt, kun je een hand, een arm of je leven verliezen.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Een school kleurrijke zeebaarzen zwemt in de zee bij Pescador, een eiland bij Cebu, langs roze, zacht koraal en wit­ Echinophyllia aspera-koraal. Wereldwijd zijn er maar ­ weinig riffen die zo veel leven herbergen als die bij de Filipijnen, aldus fotografen David ­Doubilet en ­Jennifer Hayes.

Twee dagen voordat ik hier aankwam, op de Danajon Bank, een barrièrerif op dertig kilometer ten oosten van het eiland Cebu, is die techniek een visser fataal geworden. In dit gebied maken vissers al heel lang gebruik van destructieve middelen: explosieven, cyanide om vissen uit de beschutte spleten in het koraal te verjagen, netten met zulke kleine mazen dat er niets aan ontsnapt.

Hoewel deze methoden stuk voor stuk bij wet zijn verboden, worden ze nog altijd op grote schaal toegepast, met rampzalige gevolgen voor de riffen: ze raken in hoog tempo ontvolkt. En dat terwijl ook vervuiling en klimaatverandering de visstand verder drukt.

Armoede dwingt vissers tot destructieve methoden

Even bij me vandaan zie ik een lokale duiker tussen de ontplofte ruïnen ronddobberen. Ik zwem naar hem toe. Een versleten duikbril beschermt zijn ogen en aan zijn voeten draagt hij een stuk multiplex dat dienstdoet als zwemvliezen. Om zijn gezin te onderhouden, speurt hij dagelijks het rif af, vertelt hij.

In een doos van piepschuim op sleeptouw bewaart hij zijn vangst: wulken, zeeoren, zee-egels, krabben, en vissen, mits hij geluk heeft. In zijn ene hand draagt hij een haak, in de andere een speer. Hij steekt, prikt, wrikt en hakt in het koraal. Een wolk zwarte inkt dwarrelt op wanneer hij een zeekat aan zijn speer rijgt.

Hij pakt een zeekomkommer en geeft het wrattige geval aan mij. Voordat ik het doorheb, scheidt het dier een bosje witte draden uit dat zich als een klevende superlijm om mijn hand wikkelt. Zo reageert een zeekomkommer als deze wordt bedreigd. Ik probeer me van het dier te ontdoen en stop het in de doos bij de rest van de vangst.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Een school rode vlagbaarzen baant zich een weg door de sterke stroming van de Verde Island Passage om zich tegoed te doen aan plankton. Deze voedselrijke zeestraat, die de ­ Filipijnse ­eilanden Luzon en Mindoro scheidt, is een van de soorten­ rijkste ter wereld – en een druk bevaren scheepvaartroute naar Manilla.

Overal in de Filipijnen sprokkelen mensen op deze manier moeizaam hun eten bijeen. Maar nu steeds meer mensen jagen op een steeds kleinere hoeveelheid vis, behoort de hele Koraaldriehoek tot het zoekgebied.

Voor miljoenen Filipino’s is de zee van levensbelang. In de regio Danajon dankt driekwart van de huishoudens zijn voedsel en inkomen aan de visserij. Maar binnen slechts één generatie liepen de vangsten met negentig procent terug.

Een kwart van de vis die bij Danajon wordt gevangen, belandt in de netten van illegale visserij die zich bedient van destructieve methoden. Voor vissers die op of onder de armoedegrens leven, zijn zulke technieken de enige manier om te overleven.

Filipino’s hebben er zelfs een uitdrukking voor: Kapit sa patalim, of ‘naar het mes grijpen’. Iemand die geen uitweg meer ziet, zal zelfs het lemmet van een mes vastpakken om het hoofd boven water te houden: arrestatie riskeren, de riffen vernietigen waarvan ze leven.

Koraalverbleking en verzuring: het rif onder dubbele druk

In sommige maanden levert een uur zoeken in verarmde delen van het rif nog slechts een schamele tweehonderd gram zeevruchten op. Ook ik ben aan het sprokkelen.

Ik wil weten of we de koraalriffen kunnen behouden, nu niet alleen het zeeleven op steeds grotere schaal ten prooi valt aan de visserij, maar ook de oceaan zelf aan het veranderen is door toedoen van de mens. De zee wordt warmer en verzuurt, de zeespiegel stijgt.

Voor de kust van Palawan, een langgerekt eiland aan de westkant van de Filipijnen, krijg ik een voorproefje van wat ons te wachten staat. De temperatuur van het zeewater is er zo ver gestegen dat de koraalpoliepen de symbiotische algen afstoten waaraan ze hun bonte kleuren danken.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Volgeladen met cement liep De Belle Rose bij het eiland Malapascua op het rif. Daarbij miste het schip op een haar na een populaire duiklocatie waar voshaaien zich laten ­schoonmaken door poetsvissen. Als het schip er doorheen was geploegd, zou de schade aan het ecosysteem en eco­toerisme in de regio niet te overzien zijn geweest.

Ik duik er in een grauwe wereld van krijtwit koraal. Uit de stervende koppen komen slijmerige slierten. Koraalexperts verwachten dat grootschalige koraalverbleking, een fenomeen dat voorheen slechts eens in de tientallen jaren voorkwam, het koraal jaarlijks zal aantasten wanneer de CO2-uitstoot blijft toenemen.

Leestip: Dit meer is felroze – en wetenschappers proberen al sinds 1802 te achterhalen waarom

Wat niet sterft door de stijgende temperatuur van het zeewater, bezwijkt aan verzuring. Wanneer het kalkskelet van koraal sneller vergaat dan het wordt opgebouwd, sterven de koralen af. Het diverste ecosysteem in de oceaan is dan ten dode opgeschreven.

Staat de uitkomst van dit onheilspellende verhaal al in steen gebeiteld? Kunnen we een noodlottig einde nog afwenden? Of uitstellen?

Zeereservaten als reddingsplan voor koraal en vissers

Wanneer een ecosysteem onder druk staat, kun je twee dingen doen: op dezelfde voet doorgaan of gas terugnemen. In de Filipijnen zie je beide terug.

Het maanlandschap dat ik bij de Danajon Bank aantref, is het resultaat van die eerste benadering: allesverwoestende overbevissing. Maar in Dauin, een gemeente op het eiland Negros, zie ik een andere; daar wordt het rif beschermd, zodat de druk op het leven in zee afneemt en de kustgemeenschappen zichzelf kunnen onderhouden van een gezonde visstand.

Het initiatief komt uit de koker van Angel Alcala, een Filipijnse bioloog. Hij pleit voor het opzetten van kleine zeereservaten die door lokale gemeenschappen worden beheerd. Doorgaans wordt zo’n reservaat in het leven geroepen om de biodiversiteit te behouden, maar Alcala wordt gedreven door iets anders: de visserij weer tot bloei brengen.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
In de zee bij het eiland Sumilon bewaken roze anemoonvissen hun gastheer: de zeeanemoon. Onder het koraal ligt een schorpioenvis op de loer. Het dier, een meester in camoufleren, wacht geduldig tot hij zijn prooi, bijvoorbeeld een anemoonvis, kan verschalken.

‘Filipino’s eten graag vis,’ zegt hij in het onderzoekscentrum van Silliman University, even ten noorden van Dauin. ‘Om dat te kunnen blijven doen, zijn zeereservaten nodig.’ Aan het begin van de jaren zeventig startte Alcala een experiment met twee reservaten.

Het ene lag bij een bewoond eiland (Apo, voor de kust van Dauin), het andere bij een onbewoond eiland (Sumilon, bij Cebu). In beide gebieden gold een algeheel visverbod. De resultaten waren spectaculair. Binnen tien jaar verzesvoudigde de visstand van bepaalde soorten in de reservaten, met name van de tandbaars, snapper en horsmakreel.

Ook de vissers profiteerden: de visstand nam zo sterk toe dat zelfs de wateren buiten de reservaatsgrenzen, waar visserij wél is toegestaan, meer vis bevatten. De constatering dat een verbod kan leiden tot meer vis in gebieden waar mag worden gevist, bood de kustvissers hoop.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Het succes bij Apo trok de aandacht van Rodrigo Alanano, van 2001 tot 2010 burgemeester van Dauin. Hij besloot het aantal zeereservaten langs de kustlijn uit te breiden. Ik vraag Alanano hoe hij de vissers in zijn gemeente wist over te halen een deel van hun werkgebied op te offeren. ‘Ik heb ze verteld dat we paai- én visgronden nodig hadden,’ antwoordt hij.

‘Ik zei: ‘In een zeereservaat nemen de vispopulaties toe. Een deel daarvan zwemt het reservaat uit, en is voor jullie. Het reservaat is voor vissen een paaigebied, maar voor jullie een inkomstenbron.’ Daarnaast had ik toegezegd dat de beschermde gebieden op termijn konden worden uitgebaat als duiklocatie.’

Bedreigingen nemen toe: stroperij en klimaatdruk

Toch was het geen sinecure om de vissers aan boord te krijgen. Alanano moest zijn innovatieve plannen bekopen met talloze aanklachten en doodsbedreigingen. Als ik het onderwerp aansnijd, haalt hij zijn schouders op. ‘Toen ik burgemeester werd, besloot ik me met volle overgave op mijn taak te richten,’ zegt hij.

‘Waarom bent u zo gepassioneerd?’ vraag ik. ‘U komt niet eens uit een vissersgezin.’ ‘Ik ben mijnbouwkundige,’ antwoordt hij. ‘Voordat ik in de politiek verzeild raakte, heb ik twaalf jaar in de mijnbouw gewerkt. We bliezen bergen op, gebruikten chemicaliën die in zee stroomden, en hadden een vergunning om het milieu om zeep te helpen,’ zegt hij.

‘Zodra je het milieu kapotmaakt, kan geen mens dat meer terugdraaien.’ – Rodrigo Alanano, voormalig burgemeester van Dauin.

‘Mijn ervaring is: zodra je het milieu kapotmaakt, kan geen mens dat meer terugdraaien. Je kunt het niet herstellen voor je kinderen. En wanneer de laatste vis is gevangen, besef je dat je geld niet kunt eten.’

Hij hield voet bij stuk. In zijn ruim negen jaar durende burgemeesterschap wist Alanano het aantal zeereservaten bij Dauin uit te breiden van vier naar tien. In een aantal daarvan ben ik gaan duiken.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Een lipvis (links) en een gladde fluitbek zwemmen bij Dauin, op het eiland Negros, door een kolonie zeepalingen van bijna een half voetbalveld groot. De dieren zijn sociaal maar schuw: wanneer ze worden verstoord, kruipen ze weg in hun holletje. Deze foto is gemaakt met een camera op een statief en een draadontspanner. De fotografen zaten achter een scheepswrak.

De beschermde gebieden zijn klein, maar herbergen een ongekende schoonheid. Uit holletjes in de zeebodem komen slanke zeepalingen omhoog. Ze deinen op de golven alsof ze dansen op de muziek van een slangenbezweerder.

Zoals Alanano al had voorzien, kwamen toeristen in groten getale af op de onderzeese schoonheid. Dauin is inmiddels uitgegroeid tot een populaire duiklocatie. De reservaten bij Dauin zijn vernoemd naar de vissoorten die er een grote attractie zijn: de anemoonvis, de blauwe mandarijnpitvis, de voelsprietvis, de buisbek en het zeepaardje.

De komst van de toeristen bood vissers de kans op een carrièreswitch: veel van hen hingen hun netten aan de wilgen en vonden werk in het toerisme. In Oslob, een stadje aan de kust van Cebu, heeft de vissersbond nog maar weinig actieve leden. Velen verdienen de kost door reizigers naar plekken te brengen waar ze met walvishaaien kunnen zwemmen.

Een landelijk netwerk van zeereservaten moet het tij keren

Bij Puerto Galera, op het eiland Mindoro, zie ik vissers uitvaren in kleine uitleggerkano’s die worden aangedreven door kettingzaag- en grasmaaiermotoren. De bootjes slepen snorkelaars de zee op, waar ze op zoek gaan naar doopvontschelpen.

In Dauin hebben meerdere vissers zich laten omscholen tot duikinstructeur. Amado A. Alar II runt zijn eigen duikschool: Bongo Bongo Divers. Hij vertelt dat niet alle vissers het gelijk over hun kant lieten gaan toen de visgronden bij Dauin tot zeereservaten werden uitgeroepen.

Ze sneden de lijnen door van boeien die de grens van de reservaten markeerden, voeren ’s nachts uit om illegaal in de beschermde gebieden te vissen, en confrontaties met de bantay dagat, de lokale kustwacht, draaiden geregeld uit op vechtpartijen.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Deze blauwvintrekkervis verdedigt de eieren in zijn nest tegen hongerige lipvissen. In een laatste poging om het leven van zijn jongen te redden, is hij uitgeput gaan liggen. De gezonde ­koralen op Beatrice Rock, bij­ Anilao, lokken een veelheid aan zeeleven – en duikers die het spektakel willen zien.

Maar toen de vissers na verloop van tijd merkten dat de vangsten steeds groter werden, gooiden ze het over een andere boeg. ‘Langzaam maar zeker zien mensen in wat het nut is een zeereservaat,’ zegt Alar. ‘Nu grijpen ze in wanneer ze iemand zien vissen. Ze begrijpen dat de reservaten dienen als kraamkamer.’

Die kraamkamerfunctie wordt nu beschouwd als een van de belangrijkste voordelen van een reservaat. Vanuit de beschermde gebieden verspreiden vislarven zich naar onbeschermde riffen en vullen daar de visstand aan.

‘Het maakt duidelijk dat ze bouwen aan hetzelfde ecologische netwerk.’ – Rene Abesamis, marien bioloog aan Silliman University.

Rene Abesamis, marien bioloog aan Silliman University, bestudeerde dat proces. Uit zijn onderzoek naar Chaetodon vagabundus, een vis uit de familie van koraalvlinders, blijkt dat de larven afstanden tot wel 37 kilometer afleggen voordat ze zich in een nieuw rif nestelen.

Bewoners zijn onder de indruk als ze horen dat de vissen in het plaatselijke rif wellicht afkomstig zijn uit reservaten in de omgeving. ‘Het maakt duidelijk dat ze bouwen aan hetzelfde ecologische netwerk,’ zegt Abesamis.

Hoe de Filipijnen hun koraalriffen proberen te beschermen

Dat zeereservaten en hun omgeving van elkaar profiteren, leidde tot het idee om een landelijk netwerk op te zetten. De Filipijnse wet schrijft voor dat vijftien procent van alle gemeentelijke kustwateren moet worden aangemerkt als reservaat met een algeheel vis- en raapverbod.

In het hele land zijn er nu ruim 1600, maar de meeste zijn klein en worden niet adequaat beheerd. Slechts drie procent van de koraalriffen in het land is beschermd, zegt Alcala. ‘We moeten toewerken naar twintig tot dertig procent. Daarvoor dienen we de lokale gemeenschappen te ondersteunen.’

Die moeten bovendien de middelen krijgen om hun investeringen te beschermen. Zelfs in reservaten waar het toezicht in orde is, komt stroperij voor. Ook de coronapandemie, waar de toerismesector zwaar onder te lijden had, heeft het beschermen van de zee bemoeilijkt. Om hun gezinnen te voeden, gooiden lokale vissers zelfs weer hun netten uit in de beschermde reservaten.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Bruine genten balanceren op de Tubbataha­riffen bij Bird Islet, waar ruim honderd soorten zeevogels leven. Bird Islet is de belangrijkste broedplaats voor bruine genten in de Filipijnen, maar het ecosysteem staat onder druk.

Maar stroperij door buitenstaanders vormt een grotere bedreiging, en overal in de Filipijnen neemt het probleem toe. Met hun snelle boten en geavanceerde duikuitrusting halen professionele stropers in één nacht een reservaat leeg, zegt Darren Pasco. Hij werkt als kustbeheerder op Siquijor, een eiland op twintig kilometer van Dauin.

Een van de zeereservaten bij Siquijor werd in een jaar tijd maar liefst vier keer door stropers belaagd. De indringers komen ’s nachts of bij slecht weer, wanneer er minder toezicht is, zegt hij. Ze zijn gewapend. Wat kunnen de onderbetaalde bantay dagat van Siquijor tegen hen beginnen?

Leestip: Waarom je op de Filipijnen hoe dan ook moet eilandhoppen

Ook Siquijor heeft zeereservaten nodig om de visserij op het eiland levensvatbaar te houden. Nu waardevolle vissen als de tandbaars en de snapper schaars zijn geworden, staan vissen die voorheen minder populair waren steeds vaker op het menu.

Chrysiptera, een prachtig kobaltblauw visje met oranjegele staart, werd nooit gegeten, vertelt Pasco. Nu worden de vissen voor hoge prijzen verkocht als delicatesse, net als bijvoorbeeld zeeanemonen, Lambis-zeeslakken, zeekomkommers, zee-egels en zeewier, dat op snoeren groene parels lijkt.

Leven van lege netten: vissers zien hun vangst instorten

Wanneer ik me op een ochtend de spiegelgladde zee in laat zakken, zie ik hoe zwaar de vissers op Siquijor het hebben. Ik kijk toe hoe een groep mannen een fuik, of bubu, ophaalt van de zeebodem, zo’n 75 meter onder ons.

Langzaam komt de 4,5 meter lange geweven mand omhoog; het gevaarte is zo groot dat ik er pirouettes in zou kunnen zwemmen. Het bamboe is geweven volgens een ingewikkeld patroon.

Zeven mannen hijsen de bubu aan boord van hun banca, een traditionele Filipijnse boot met twee drijvers. Een van de vissers steekt zijn hand in de mand en haalt er een trekkervis uit – de schamele opbrengst van een week op de zeebodem. De volgende bubu levert zelfs helemaal niks op.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
De kapitein van een vissersboot bevrijdt een maanvis (Mola alexandrini) uit een net. De vis wordt in de Filipijnen niet gegeten en dus teruggegooid. De kapitein en zijn bijna dertigkoppige bemanning hebben de nacht doorgebracht in de Verde Island­ Passage, ten zuiden van Manilla, maar de vangst viel tegen. Door overbevissing wordt er rond de archipel steeds minder gevangen.

Mingaw,’ roept een visser wanneer de fuik boven water komt. Leeg. Ik word stil wanneer er kleine kwallen en de afgebroken armen van zeeanemonen uit vallen. Ik word ook stil omdat de hoop van de bubu-vissers en hun gezinnen de bodem in is geslagen. Soms verdienen ze per week nog geen euro per fuik. Zo’n zestig procent van de kustbewoners leeft op of onder de armoedegrens.

Net als de burgemeester van Dauin krijgt ook Pasco bedreigingen aan zijn adres. Hij spant zich ervoor in de zeereservaten uit te breiden en stropers af te schrikken. Hij heeft een waakhond in huis genomen en slaapt in een hutje naast zijn huis.

‘We moeten elke Filipino bijbrengen dat wij verantwoordelijk zijn voor het beschermen van de oceaan, en dat de oceaan ons alles biedt wat we maar nodig hebben.’ – Darren Pasco, kustbeheerder op Siquijor.

‘Ik maak me zorgen over mijn veiligheid en die van mijn gezin, maar ik blijf mijn werk doen,’ vertelt hij. Een andere optie is er niet, vindt hij.

‘We moeten elke Filipino bijbrengen dat wij verantwoordelijk zijn voor het beschermen van de oceaan, en dat de oceaan ons alles biedt wat we maar nodig hebben. Doen we dat niet, dan komt er een tijd dat de zee is leeggevist. Dan zien we vissen alleen nog in boeken of op het internet.’

Het toerisme neemt iets weg van de druk op de krimpende visstand, maar niet elke plek heeft het in zich om een duikparadijs te worden. Ook door vissers aan een alternatief inkomen te helpen, kunnen de riffen worden ontzien. Een voorbeeld daarvan is aquacultuur.

Op een afgelegen atol in de Suluzee bezoek ik gezinnen die op bamboe platforms in de lagune van het rif wonen en zeewier drogen. De algen die ze kweken produceren carrageen, een mengsel van polysachariden dat wordt gebruikt als stabilisator in medicijnen, tandpasta, medicijncapsules, cosmetica en andere producten.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Deze karetschildpad laat de sponzen waarvan hij eet even links liggen om zijn eigen spiegelbeeld te bewonderen. De Tubbataha­riffen in de Suluzee zijn Unesco-wereld­erfgoed en worden beheerd door rangers. Rond deze afgelegen atol krioelt het van het leven.

Duizenden Filipino’s zijn inmiddels zeewierboer geworden. Op de Calamianeilanden, bij de noordpunt van Palawan, leren mensen zeekomkommers te kweken.

Ik help mee om tientallen jonge dieren ter grootte van mijn pink vrij te laten zodat ze in het warme, ondiepe water in de riviermonding kunnen rondscharrelen. Binnen twee maanden zijn ze uitgegroeid tot dikke worstjes. Eenmaal gedroogd brengt de zeekomkommer tot meer dan 55 euro per kilo op, tien keer zo veel als de tandbaars.

Wat gebeurt er met de Koraaldriehoek tegen 2050?

Er zijn veel aanwijzingen dat riffen herstellen zodra de mens zich afzijdig houdt. De belangrijkste duikplek op de Filipijnen zijn de Tubbatahariffen, een nationaal park en Unesco-werelderfgoed midden in de Suluzee.

Hier zie ik reuzenvaassponzen die zo groot zijn dat je erin zou kunnen luieren. Ik zie kleurrijke scholen vis als confetti ronddartelen boven slanke koraaltakken. Op het koraalzand liggen grijze rifhaaien te slapen. Een octopus rolt zijn armen uit, verschiet van geelbruin naar antraciet en stuift weg.

koraalriffen
David Doubilet en Jennifer Hayes
Bij een koraalrif in de Verde Island­ Passage tekenen zich de kenmerkende silhouetten af van roodtand­ trekkervissen; daaronder zwemt een grote groep jonge aalgrondels. Ondanks overbevissing en vervuiling kent dit deel van de Filipijnen nog altijd een ongeëvenaarde biodiversiteit.

Deze riffen zijn spectaculair om te zien, maar in de jaren zestig waren ze zo goed als volledig vernietigd door dynamietvisserij. Ze bloeiden op dankzij de strenge handhaving van het visvangstverbod.

Maar kunnen ze ook de verbleking en andere klimaatgevaren het hoofd bieden? De meeste onderzoekers vermoeden van niet. Er wordt voorspeld dat rond 2050 meer dan negentig procent van de riffen in de Koraaldriehoek ernstig wordt bedreigd door klimaatverandering.

En wanneer het rif verdwijnt, zal de voedselonzekerheid in het gebied alleen maar toenemen. Hoe moeten de mensen aan de kust dat overleven? De Filipijnen zien in dat het moet kiezen: klimaatverandering aangrijpen om radicale veranderingen door te voeren of naar de scherpe kant van het mes grijpen?

Is herstel nog mogelijk voor de koraalriffen?

De afgelopen decennia namen veel gemeenschappen de moedige keuze om een deel van hun werkgebied te beschermen. Ze beseffen dat bezoekers willen betalen voor een rif in bloei en zijn de bewakers en rentmeesters van een unieke onderwaterwereld geworden.

Leestip: Exclusieve beelden: wetenschappers ontdekken grootste koraal ter wereld

Maar die veranderingen volstaan niet om de riffen, waarvan miljoenen mensen afhankelijk zijn, te behouden. De opwarming van het zeewater is een feit. De verzuring van het zeewater is een feit. Extreem weer is een feit. Wat kunnen dit soort lokale projecten beginnen tegen de onstuitbare krachten op onze planeet?

Ik vraag Wildfredo Licuanan, koraalbioloog aan De La Salle University in Manilla, of hij nog ruimte voor optimisme ziet. ‘We moeten het onvermijdelijke zo lang mogelijk zien uit te stellen, in de hoop dat zich een oplossing aandient waaraan we eerder niet hebben gedacht,’ antwoordt hij.

‘Ik wil mijn studenten op zijn minst kunnen aankijken en vertellen dat ik mijn best doe. Ik ben pessimistisch, maar ik blijf het proberen. Als het mislukt, geef ik niet op. Dan probeer ik het nog een keer.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!