In 2050 woont naar schatting bijna zeventig procent van de wereldbevolking in steden. Die snelle verstedelijking kost wilde dieren steeds meer leefruimte. Maar nieuw onderzoek laat zien dat steden ook deel van de oplossing kunnen zijn. Levende muren, begroeide gevels met planten, zorgen namelijk voor een duidelijke toename van biodiversiteit, blijkt uit nieuw onderzoek van de University of Plymouth (VK).

Aarde werkt beter dan water

De bevindingen werden gepubliceerd in Journal of Urban Science. ‘We bevinden ons midden in een wereldwijde biodiversiteitscrisis,’ zegt hoofdauteur Paul Lunt. ‘Wilde soorten worden in toenemende mate bedreigd door klimaatverandering en het verlies van leefomgeving,’ vervolgt hij. ‘We moeten alles in het werk stellen om ze te ondersteunen. Dat is een van de redenen dat levende muren steeds vaker voorkomen in de stadsontwerpen.’

Leestip: Met deze tips komt de biodiversiteit in je tuin tot bloei

De onderzoekers bestudeerden drie levende-muursystemen in Plymouth. Zulke systemen kunnen tegen bestaande én nieuwe gebouwen worden geplaatst. Ze bestaan in twee varianten: met een aardachtige- of op water gebaseerde ondergrond.

levende muur in bloei in plymouth
University of Plymouth
Een van de levende muren in Plymouth die de wetenschappers onderzochten, te vinden bij de Sustainability Hub van de University of Plymouth.

Het verschil bleek groot. Muren met aarde herbergden veel complexere voedselwebben. De onderzoekers telden 481 ongewervelden, zoals wormen en pissebedden, verspreid over 19 families. Deze bodems boden meer voedsel en schuilplekken voor dieren hoger in de voedselketen.

Groene gevels als ecologische snelwegen

Wanneer steden meerdere levende muren aanleggen, kunnen die dienen als ecologische verbindingszones. Ze verbinden geïsoleerde stukjes groen met elkaar en vergroten zo de overlevingskansen van soorten.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Dat effect was duidelijk zichtbaar. De onderzoekers vonden twaalf soorten bijen en andere bestuivers, evenveel spinnen, en talloze bodemorganismen. Die trokken op hun beurt weer vleermuizen en vogels aan. In totaal werden 32 vogelsoorten waargenomen, waarvan huismus, merel en roodborstje daadwerkelijk in de muren nestelden.

Wel waarschuwen de onderzoekers dat zulke groene corridors ook invasieve soorten kunnen helpen zich te verspreiden. Zorgvuldige planning blijft dus essentieel.

Inheemse planten zijn cruciaal

Niet elke plant is even geschikt. In het Verenigd Koninkrijk worden levende muren vaak beplant met wintergroene, niet-inheemse soorten, vooral omdat die er het hele jaar aantrekkelijk uitzien. Maar ecologisch gezien zijn dat niet de beste keuzes.

Leestip: De invloed van religie en politiek op de biodiversiteit in de stad

Inheemse planten ondersteunen lokale insecten en micro-organismen veel beter. Ze zorgen voor een gezondere bodem, een rijker schimmelnetwerk en een stabieler ecosysteem. Dat komt niet alleen dieren ten goede, maar ook waterregulatie, koolstofopslag en ziektewering.

Het kiezen van de juiste planten is ook belangrijk voor de microbiële samenstelling van de schimmellaag en de bijbehorende bodemfauna. Hoe diverser de bodem, hoe beter het ecosysteem functioneert. Dat is gunstig voor de koolstofkringloop, waterregulatie en bestrijding van ziekteverwekkers.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!