Milieu

Eén miljoen soorten met uitsterving bedreigd, waarschuwt VN

In een baanbrekend wereldwijd overzicht waarschuwt de organisatie dat het tijdraam waarin de biodiversiteit en de gezondheid van de planeet hersteld kunnen worden, steeds kleiner wordt. Zijn er oplossingen in zicht? donderdag, 9 mei 2019

Door Stephen Leahy

Volgens een baanbrekend rapport van de Verenigde Naties kunnen de banden waaruit de natuur is opgebouwd, worden verbroken door ontbossing, overbevissing, grootschalige projectontwikkelingen en andere menselijke activiteiten. Door de oprukkende invloed van de mens worden de komende jaren mogelijk één miljoen diersoorten met uitsterving bedreigd, wat niet alleen ernstige gevolgen zou hebben voor de mensheid maar ook voor al het andere leven op aarde.

“Het bewijs is kristalhelder: de natuur is in de problemen. En daarom zitten wij in de problemen,” zei Sandra Díaz, een van de voorzitters van het Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services (‘Wereldwijd beoordelingsrapport over biodiversiteit en ecosysteemdiensten’). Een veertig pagina’s tellende ‘Samenvatting voor beleidsmakers’ van het binnenkort te verschijnen volledige rapport (met een omvang van meer dan 1500 pagina’s) werd gisteren in Parijs gepresenteerd.

Aan de hand van zo’n 15.000 wetenschappelijke bronnen en overheidsgegevens hebben 145 experts uit vijftig landen voor het eerst in vijftien jaar een alomvattend overzicht van de staat van de biodiversiteit op onze planeet samengesteld. Het rapport bevat naast wetenschappelijk onderzoek nu ook kennis van inheemse volken en plaatselijke culturen. Volgens de auteurs vonden ze overweldigend bewijs voor het feit dat de teloorgang van de natuur is te wijten aan menselijke activiteiten. De belangrijkste oorzaken zijn: het in gebruik nemen van natuurgrond, met inbegrip van ontbossingoverbevissing; de jacht op bushmeat en stroperij; de klimaatverandering; vervuiling; en schade door invasieve soorten.

De verbluffende variëteit aan levende wezens op onze planeet – minstens 8,7 miljoen soorten, maar mogelijk nog veel meer – is een “veiligheidsnet voor de bestaanszekerheid” van al het leven op aarde, een netwerk dat ons voorziet van voedsel, schoon water, schone lucht, energie en nog veel meer, zei Díaz, ecologe aan de Universidad Nacional de Córdoba in Argentinië, in een interview. “Niet alleen krimpt ons veiligheidsnet, het wordt ook steeds sleetser en er vallen gaten in.”

Een wereld van groen slijm?

In sommige delen van de oceaan zijn er weinig levensvormen meer over dan groen slijm. In bepaalde afgelegen tropische wouden is het stil geworden omdat er geen insecten meer zijn en grasvlakten veranderen steeds vaker in woestijnen. Menselijke activiteiten zijn verantwoordelijk voor ernstige veranderingen van meer dan 75 procent van het landoppervlak van de aarde, zo valt in het rapport te lezen. En 66 procent van de wereldzeeën, die het grootste deel van onze blauwe planeet bedekken, lijden onder aanzienlijke veranderingen als gevolg van de invloed van de mens. Daartoe behoren ruim vierhonderd ‘ecologisch dode zones’, waar amper nog zeeleven voorkomt. Aaneengesloten zouden ze een gebied vormen dat groter is dan het Verenigd Koninkrijk.

Het nieuwe rapport schetst een “onheilspellend beeld” van de gezondheid van snel verslechterende ecosystemen, aldus sir Robert Watson, voorzitter van het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES; ‘Intergouvernementeel platform voor wetenschapsbeleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten’), dat de wereldwijde beoordeling uitvoerde. Het IPBES wordt op het gebied van biodiversiteit vaak gezien als de tegenhanger van het Intergovernmental Panel for Climate Change en voert wetenschappelijke beoordelingen uit van de toestand waarin het veiligheidsnet voor het leven op aarde verkeert.

“We laten de wereldwijde fundamenten onder onze economieën, ons levensonderhoud, onze voedselveiligheid, onze volksgezondheid en onze levenskwaliteit eroderen,” zei Watson in een verklaring.

“Persoonlijk is mijn grootste zorg de toestand waarin de oceanen verkeren,” verklaarde Watson tegenover National Geographic. “Plastic, ecologisch dode zones, overbevissing, verzuring... We verpesten onze oceanen echt op enorme schaal.”

Meer soorten redden

Bij het beschermen van de natuur en het redden van soorten draait het allemaal om het behoud van het land en het water dat planten en dieren nodig hebben om op of in te gedijen, zei Jonathan Baillie, vicedirecteur en hoofd wetenschap van de National Geographic Society. Het streven om in 2050 inmiddels de helft van de planeet te beschermen, met een tussentijds streven van dertig procent in 2030, is de enige manier om te voldoen aan de doelstellingen van het Parijse klimaatakkoord of aan de wereldwijde doelen voor duurzame ontwikkeling van de VN, aldus Baillie.

Bossen, oceanen en andere delen van de natuur absorberen elk jaar zestig procent van de CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen, aldus het rapport. “We moeten de biosfeer behouden om het klimaat te beschermen en een buffer te vormen tegen extreme weersepisoden,” zei Baillie.

Koraalriffen en mangroven beschermen kustgebieden tegen zware stormen als orkanen. Wetlands vangen stortregens op en verminderen daarmee het risico van overstromingen. Maar al deze ecosystemen zijn drastisch geslonken: wetlands beslaan nog maar vijftien procent van het oppervlak dat ze driehonderd jaar geleden besloegen, en overal ter wereld worden koraalriffen geconfronteerd met bleking.

Bijna honderd organisaties in de hele wereld (waaronder de National Geographic Society en de Wyss Campaign for Nature) hebben de doelstelling onderschreven om tegen het jaar 2050 inmiddels de helft van de planeet onder bescherming te hebben geplaatst. Onlangs publiceerden negentien vooraanstaande wetenschappers een onderzoek waarin ze pleitten voor een tussenstap waarbij in 2030 dertig procent van de aarde zou worden beschermd. Het voorstel, met de naam Global Deal for Nature, wil niet zeggen dat er gebieden komen waar de mens niet meer welkom is, maar veeleer dat deze gebieden worden beschermd tegen mijnbouw, landontginning en andere vormen van industriële activiteit. Behalve in de meest kwetsbare gebieden zou het duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen bijna overal zijn toegestaan, schrijven de opstellers.

“De internationale gemeenschap heeft zowel de tijd als de middelen om de natuur veilig te stellen en het tempo van de aanhoudende uitstervingscrisis te verlagen,” zei Brian O’Donnell, directeur van de Wyss Campaign for Nature, in een verklaring.

De National Geographic Society en de Wyss Campaign for Nature doen een gezamenlijke oproep om in 2030 inmiddels dertig procent van de planeet onder bescherming te hebben geplaatst.

Dat soort instrumenten werden besproken tijdens een week waarin afzonderlijke lidstaten van de IPBES over doelstellingen onderhandelden. Daarbij werden de belangrijkste signalen en beleidsopties doorgenomen die in de ‘Samenvatting voor beleidsmakers’ zouden worden opgenomen. Het volledige rapport wordt later dit jaar gepubliceerd.

“De belangrijkste boodschap van ons rapport is dat er drastische veranderingen nodig zijn. Er zijn geen andere opties,” zei David Obura, zeebioloog van CARDIO (Coastal Oceans Research and Development – Indian Ocean) in Mombassa, Kenia. “Er is nog maar zó weinig tijd om de koralen te redden. Als we de koralen zouden kunnen redden, dan zouden we alles kunnen redden.”

De natuur waarderen, in plaats van spullen

Om voor een gezonde planeet te zorgen moet de samenleving niet langer uitsluitend gericht zijn op het najagen van economische groei, zo valt in de samenvatting te lezen. Dat zal niet eenvoudig zijn, erkent het rapport, maar het zou haalbaarder kunnen worden als landen hun economieën beginnen af te stemmen op het inzicht dat de natuur het fundament voor ontwikkeling is. De overstap naar een op de natuur gebaseerde planning kan bijdragen aan een betere levenskwaliteit en een veel lagere voetafdruk.

Om dat concept in praktijk te brengen moeten landen volgens het rapport geleidelijk afstappen van de honderden miljarden aan subsidies en stimulansen die nu nog ten goede komen aan de energiesector, de visserij en de land- en bosbouw. In plaats van de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in de wereld extra aan te zwengelen, zou dat geld volgens het rapport besteed moeten worden aan de bevordering van natuurbehoud en natuurherstel, waaronder het garant staan voor nieuwe reservaten en herbebossingsprogramma’s.

“We moeten veranderen wat we waarderen: de natuur, ecosystemen en sociale gelijkheid, niet de groei van het bbp,” zei Obura.

Uit ander bewijs dat door het IPBES werd verzameld, blijkt dat natuurgebieden die door inheemse volken en plaatselijke gemeenschappen worden beheerd, er vaak beter voor staan dan natuurgebieden die door nationale of private organisaties worden bestuurd, en dat ondanks de toegenomen druk op deze gebieden, aldus Joji Cariño, senior beleidsadviseur bij de mensenrechtenorganisatie Forest Peoples Programme.

Tenminste een kwart van de landmassa op aarde is in handen van en wordt op traditionele wijze beheerd, gebruikt en bewoond door inheemse volken. Maar hun landbezit en andere rechten worden niet door alle landen gerespecteerd of erkend. Ook wordt hun diepgravende kennis van het land en de waarde ervan maar al te vaak genegeerd door beleidsmakers en overheden. Dat moet veranderen, aldus het rapport.

“Inheemse volken zijn als partners van cruciaal belang voor de wereldwijde aanpassing die nodig is,” zei Cariño.

Maar landen doen er lang over om dit te erkennen, zegt zij. Als voorbeeld noemt ze de Filipijnen. Veertig jaar geleden hielden inheemse gemeenschappen de aanleg van stuwdammen in de rivier de Chico tegen omdat ze wisten welke uitwerking dat op hun land zou hebben. Maar die dammen worden nu in het kader van het infrastructuurplan van de Nieuwe Zijderoute, waarmee duizend miljard dollar is gemoeid, door China gebouwd.

China heeft een belangrijk rol te spelen in de wereldwijde discussie over biodiversiteit, omdat het eind 2020 gastland zal zijn voor de grote VN-Conventie over Biologische Biodiversiteit. Wetenschappers hopen daar een nieuwe, ambitieuze en internationale overeenkomst te sluiten over een reddingsplan voor de planeet, vergelijkbaar met het Klimaatakkoord van Parijs.

Medevoorzitter Díaz van het Global Assessment Report weet niet of het lukt om overeenstemming te bereiken over een streven dat zó ambitieus is als het plan om in 2030 inmiddels dertig procent van de planeet onder bescherming te hebben geplaatst. “Als het makkelijk zou zijn, zou het allang zijn gebeurd,” zei Díaz.

“Maar de bewijzen zijn duidelijk: de toekomst zal er voor ons niet goed uitzien als we nu niet handelen. Zonder natuur iser voor ons geen toekomst.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer