Milieu

Een rijke zee aan het einde van de wereld

Een van de meest afgelegen gebieden op aarde is ook een van de meest soortenrijke. Argentinië is vastbesloten dat zo te houden.donderdag 4 juli 2019

Door Enric Sala
Foto's Van Enric Sala
Kwallen in een kelpwoud bij Stateneiland
in Argentinië. Reuzenkelp (Macrocystis pyrifera), de grootste
in zee levende algensoort, kan wel vijftig meter hoog worden. Kelpwouden behoren tot de soortenrijkste ecosystemen ter wereld.
Dit artikel verscheen in de juli 2019 editie van National Geographic Magazine. 

Wie uitkijkt over de Thetisbaai, bij Vuurland in Argentinië, heeft het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika bereikt.

Mensen zie je er niet veel. Op een kille, bewolkte februaridag in 2018 laten we vanaf ons schip, de Hanse Explorer, een zodiac neer. Voorzichtig laveren we over de Thetisbaai, tussen de dikke laag kelpbladeren en de zandbanken die bij laagwater droogvallen, richting de kust. 

Ik ben hier als leider van een expeditie die National Geographic en Pristine Seas uitvoeren in samenwerking met de Argentijnse overheid, het regionale bestuur van Vuurland en het Forum for the Conservation of the Patagonian Sea. Ik word vergezeld door mijn vriend en collega Claudio Campagna, die in Argentinië zeezoogdieren onderzoekt en beschermt en medeoprichter is van het Forum. We gaan wetenschappelijke informatie verzamelen en een film maken die ons moeten helpen een nieuw zeereservaat te creëren voor de kust van Argentinië. 

Duizenden jonge krabben (Paralomis granulosa) krioelen door elkaar in een kelpwoud bij Kaap Hoorn, Chili. Er wordt in het gebied veel op krab gevist; in zulke grote aantallen wordt deze soort dan ook zelden meer aangetroffen.

Het oprichten van zeereservaten – nationale parken op zee – is mijn levenswerk. De afgelopen tien jaar heeft Pristine Seas in samenwerking met lokale overheden meer dan vijf miljoen vierkante kilometer zeeoppervlak beschermd tegen visserij en andere bedreigingen. Overal ter wereld hebben we gedoken, bij afgelegen atollen in de Grote Oceaan en in de ijzige wateren bij eilandengroepen in het noordpoolgebied. 

In het zeereservaat Francisco Coloane in de Chileense fjorden drommen manenrobben (Otaria flavescens) samen. Op hun jaarlijkse migratie tussen de Colombiaanse kust en de wateren van Patagonië verblijven ook bultruggen hier, om te rusten en te foerageren.

Deze expeditie naar het puntje van Vuurland is voor mij extra bijzonder. Niet alleen vanwege ons project, maar ook omdat ik me persoonlijk met die plek verbonden voel. In 1973 deed mijn vriend en wetenschappelijke mentor Paul Dayton hier belangrijk pionierswerk. Paul en zijn team trotseerden poolwind, hagel en sneeuw en doken in de Thetisbaai en rond het iets verder oostelijk gelegen Stateneiland. Ze maten en telden de reuzenkelp en de ongewervelde dieren in de kelpwouden langs de kust. Deze onderwaterhabitat was destijds nog door niemand onderzocht, en wij zijn hier nu mede voor een herhaling van Pauls onderzoek. In andere delen van de wereldzeeën heb ik met eigen ogen de schadelijke gevolgen kunnen zien van overbevissing en klimaatverandering. Het verbleken en afsterven van koraalriffen en het krimpen van het zee-ijs in de poolgebieden in de zomer zijn de meest in het oog lopende gevolgen. Wat zouden we hier, 45 jaar na Pauls onderzoek, onder de zeespiegel aantreffen?

Claudio en ik lopen op het strand. Meteen merken we: dit is een massagraf. Bij elke stap die we zetten horen we het geknerp van de botten van manenrobben. Die zijn hier in de eerste helft van de twintigste eeuw achtergelaten door pelsjagers. We zien grote kaken en tanden van bullen en kleinere van jonge exemplaren. Manenrobben en Zuid-Amerikaanse zeeberen werden lukraak gedood, voornamelijk om hun pels en speklaag. Het spek werd gekookt om olie te verkrijgen. 

Een manenrob schiet bij Stateneiland door de branding en grijpt een zuidelijke rots­ pinguïn (Eudyptes chrysocome). Op zoek naar vis wagen zuidelijke rotspinguïns zich met honderden tegelijk in zee. In een grote groep zijn ze relatief veilig voor roofdieren.

In de tijd dat Paul Dayton hier werkte hadden deze soorten in Argentinië al een beschermde status, maar de populatie is nog altijd niet op peil. Volgens onderzoekers ligt het aantal manenrobben op circa een vijfde van dat van zeventig jaar geleden. Dat komt mede door een sterke daling van het aantal vruchtbare wijfjes en de enorme impact van de industriële visserij. 

‘Vroeger werden deze soorten bejaagd,’ zegt Claudio. ‘Nu beroven we ze van hun voedsel.’ Drie dagen voor ons vertrek naar de Thetisbaai hadden we in de haven van Ushuaia een honderd meter lange supertrawler gezien, met netten waarin met gemak tien Boeing 747’s passen. Ze vissen langs de rand van het continentaal plat van Vuurland, waar de diepzee begint. 

Dichter bij de kust zijn de weersomstandigheden doorgaans zo heftig dat maar weinig mensen het wagen om te duiken in de Thetisbaai en rond Stateneiland. Wij treffen het: het is redelijk rustig weer en we kunnen twee weken lang onze gang gaan. 

In het koude, voedselrijke water groeien enorme kelpwouden met een biodiversiteit die behoort tot de rijkste ter wereld. De stevige kelpstengels rijzen hier en daar van een diepte van zo’n vijftig meter op tot aan het zeeoppervlak. Per dag kunnen ze een halve meter groeien. Heeft de reuzenkelp het wateroppervlak bereikt, dan groeit hij gewoon door. Het bladerdak dat zo ontstaat, filtert het zonlicht als de gebrandschilderde ramen in een kathedraal. 

Een stormvogel vliegt over een kolonie zuidelijke rotspinguïns op Stateneiland. Meer dan 10 procent van alle exemplaren van deze kwetsbare pinguïnsoort leeft hier.

Paul is zo goed geweest om zijn handgeschreven notities in te scannen en ons kopieën ter beschikking te stellen. We behandelen de volgeschreven bladzijden – met nauwkeurige natuurhistorische observaties vanaf 1973 – als ware kunstschatten. Van bovenaf zien alle kelpwouden er hetzelfde uit, maar onder water zijn de verschillen groot. 

Paul ontdekte dat elke baai, hoe klein ook, heel specifieke kenmerken had. In de ene baai trof hij maar één of twee soorten schelpdieren op de kelp aan, in een andere ging het om zachte koralen en in weer een andere baai om jonge zeekomkommers. 

Voor de kust van Stateneiland rust een reuzenkraak (Enteroctopus megalocyanthus) even uit op een ‘bedje’ van zee-egels. Deze zijn dol op kelp (ze kunnen een kelpwoud volledig kaalvreten), maar dit woud is nog intact. Inktvissen voeden zich met vis en krabben, zowel dode als levende.

Tot onze verbazing stellen we vast dat de kelp in al die baaitjes nog steeds dezelfde soorten herbergt. Het ziet ernaar uit dat de oceanografische condities de afgelopen vijftig jaar constant zijn gebleven: de klimaatverandering heeft nog geen permanente veranderingen teweeggebracht. Deze onverwachte positieve wending doet me onnoemelijk veel plezier. 

Ook de soortenrijkdom treft ons aangenaam. Op elke vierkante centimeter van de zeebodem is leven te zien: witte en gele sponsdieren, roze algen, op ijslolly’s lijkende manteldieren, kelpstengels met zo veel schelpdieren op hun bladeren dat ze doorbuigen tot op de zeebodem. Blauwe zeesterren, slakken en heremietkreeften doen zich te goed aan de schelpdieren. 

Een school krill zwemt in een reuzenkelpwoud bij de Diego Ramírez­eilanden, ten zuidwesten van Kaap Hoorn. Krill is een belangrijk onderdeel van een voedselweb met onder meer vissen, pinguïns, de manenrob, de Zuid-Amerikaanse zeebeer en, bovenaan, de orka, een van de machtigste zeeroofdieren.

Op een dag besluiten we niet te gaan duiken maar een kijkje te nemen in het gebied net voorbij de rand van het continentaal plat. Het Yaganesbekken vormt het hart van een uitgestrekt, aaneengesloten ecosysteem onder de zeespiegel in het gebied langs het zuidelijkste puntje van Chili en Argentinië tot aan Antarctica, waar het water van de Grote en de Atlantische Oceaan zich vermengt met dat van de Zuidelijke IJszee. Onze technicus Brad Henning heeft een paar National Geographic-dropcams bij zich: bollen van speciaal glas (boriumsilicaat) met professionele camera’s. Ze zijn uitgerust met een speciaal verzwaringssysteem dat de camera naar de zeebodem brengt en enkele uren later weer naar boven haalt – hopelijk met een schat aan nooit eerder vertoonde beelden van de zeebodem.

Lees het hele artikel in de juli 2019 editie van National Geographic Magazine. 

Lees verder

Milieu

Een kijkje onder het wier dat de Sargassozee in leven houdt

Deze drijvende planten in de Atlantische Oceaan liggen aan de basis van een complexe en rijke onderwaterwereld.
Milieu
14 foto's
Deze vissen leven in de Sargassozee
De drijvende planten in de Atlantische Oceaan liggen aan de basis van een complexe en rijke onderwaterwereld.
Lees meer