Effecten van klimaatverandering elke dag te merken sinds 2012

Kinderen die in 2012 zijn geboren, hebben geen dag meegemaakt zonder dat de gevolgen van de klimaatverandering voelbaar waren.

dinsdag, 21 januari 2020,
Door Alejandra Borunda
Wetenschappers kunnen nu in één enkele dag van weersobservaties het signaal van de klimaatverandering herkennen.
Wetenschappers kunnen nu in één enkele dag van weersobservaties het signaal van de klimaatverandering herkennen.
Foto van NOAA

Een plotselinge hoosbui in juni. Een uitzonderlijk warme dag in januari. Een week van extreme kou aan het einde van april. De wind, de zon, de luchtvochtigheid en al het andere dat we ondergaan als we buiten zijn, noemen we ‘het weer’.

Klimaatwetenschappers hebben keer op keer duidelijk gemaakt dat het klimaat de optelsom is van al die dagen, weken, maanden en jaren van weersverschijnselen. Het klimaat is een allesomvattend weefsel, dat is opgebouwd uit ontelbare dagelijkse weersgebeurtenissen.

Ze wijzen er ook al jaren op dat losse weergebeurtenissen niets zeggen over de manier waarop het klimaat als geheel verandert. Die dag met 21 graden in januari? Er zijn talloze redenen waarom dat zou kunnen gebeuren. Volgens de experts kan zo’n uitzondering deels worden toegeschreven aan de klimaatverandering, maar onze statistische technieken waren nooit verfijnd genoeg om de directe invloed van de opwarming van de aarde als gevolg van menselijke activiteiten op één losse weergebeurtenis te kunnen vastpinnen.

Maar die tijd is voorbij. De klimaatverandering heeft inmiddels zó’n duidelijke invloed op de planeet dat de sporen ervan sinds 2012 elke dag aanwijsbaar zijn geweest. Een kind van zes heeft dus nog nooit een dag meegemaakt waarop de effecten van de klimaatverandering niet merkbaar waren.

Een klimaatwetenschapper “zou vanuit het International Space Station op aarde kunnen neerkijken en elke dag de feitelijke vingerafdruk van de klimaatverandering kunnen zien,” en dat alleen maar door te kijken naar wereldwijde weerspatronen, zegt Reto Knutti van het Institut für Atmosphäre und Klima van de ETH Zürich, een van de auteurs van een nieuw onderzoek dat deze maand in het tijdschrift Nature Climate Change verschijnt. “We zijn nu zó ver doorgedrongen in het onbekende gebied van de klimaatverandering dat we de effecten ervan duidelijk kunnen herkennen.”

De temperatuur stijgt

Sinds het einde van de jaren zeventig zijn wetenschappers er steeds beter in geworden om tussen de chaotische overvloed aan observaties van onze planeet het signaal te herkennen dat wijst op een duidelijke klimaatverandering. Tegelijkertijd hebben ze technieken ontwikkeld om te berekenen hoeveel van dat signaal kan worden toegeschreven aan activiteiten van de mens die tot de uitstoot van extra broeikasgassen in de atmosfeer leiden.

Het ‘signaal’ waar de wetenschappers naar op zoek zijn, is dit: hoe zijn de temperatuur en luchtvochtigheid volgens de weerrapporten in de loop der jaren veranderd en hoe verhouden deze veranderingen zich tot computermodellen waarin wordt voorspeld hoe het klimaat zich zónder de opwarming van de aarde als gevolg van menselijk handelen zou hebben ontwikkeld. Hoe meer deze twee lijnen van elkaar afwijken, des te sterker beschouwt men het signaal dat wijst op een klimaatverandering.

In sommige gegevens zijn de effecten van de klimaatverandering vrij eenvoudig te herkennen, zoals veranderingen in de wereldwijde luchttemperatuur of de temperatuur van het oppervlaktewater van de oceanen, die al decennialang min of meer gestaag oplopen. In de afgelopen tien jaar lag de gemiddelde temperatuur op aarde zo’n 0,7 graad Celsius boven het langjarige gemiddelde voor de twintigste eeuw – ongeveer de helft van de ongeveer één graad Celsius waarmee de planeet sinds het begin van de Industriële Revolutie is opgewarmd.

Maar omdat weersomstandigheden van de ene dag op de andere en van de ene plek tot de andere zo sterk kunnen verschillen, hebben wetenschappers altijd geaarzeld om de directe invloed van de klimaatverandering aan te wijzen in plaatselijke en dagelijkse gegevens over het weer. “Het gaat om de verhouding tussen signaal en ruis, de signal-to-noise ratio of SNR,” zegt Beena Balan Sarojini, klimaatwetenschapper aan het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts. “De klimaatverandering is het signaal. Weersgebeurtenissen en zaken als El Niño zijn de ruis. Tot dusver waren we in staat het signaal van de klimaatverandering te herkennen in gegevens over lange-termijnveranderingen in temperatuur, neerslag en de jaarlijkse uitbreiding van het pakijs op de Noordpool. Maar naast deze grootschalige veranderingen willen we dat signaal ook herkennen in plaatselijke en dagelijkse weersgegevens.”

Het onderzoeksteam onder leiding van Sebastian Sippel, verbonden aan het Institut für Atmosphäre und Klima van de ETH Zürich, ontdekte een verborgen patroon in de chaos van gegevens over het dagelijks weer op aarde – een patroon dat kon worden opgepikt als de wetenschappers er maar hun zoeklicht op zouden richten. Zo konden ze de vingerafdruk van een wereldwijde opwarming op lange termijn als gevolg van menselijke activiteiten herkennen in dagelijkse weersgegevens sinds 2012. “Wat tegenwoordig als normaal wordt gezien, was in het verleden iets buitengewoons,” zegt Balan Sarojini. “De extreme gebeurtenissen van gisteren zijn de norm van vandaag.”

Duidelijk herkenbaar

Zelfs tien jaar geleden was het signaal nog te zwak om duidelijk te kunnen worden herkend. Maar in het afgelopen decennium is het opwarmingssignaal steeds duidelijker geworden, zegt Frederike Otto, directeur van het Environmental Change Institute in Oxford. “De laatste tien jaar waren warmer dan welk decennium dan ook. Het signaal is nu zó sterk dat we deze patronen zonder al te ingewikkelde methoden duidelijk kunnen waarnemen,” zegt zij. “Het signaal heeft zich in korte tijd sterk ontwikkeld en is overduidelijk geworden.”

In zekere zin hebben klimaatwetenschappers veertig jaar gewacht op het observeren van dit specifieke signaal. In 1979 werd in een baanbrekend onderzoek gesteld dat wetenschappers uiteindelijk in staat zouden zijn om het spoor van de menselijke bijdrage aan de klimaatverandering in de chaotische wirwar van weersgegevens te herkennen.

In datzelfde jaar publiceerde de National Research Council een richtlijnenrapport onder de titel ‘Carbon dioxide and climate: A scientific assessment’, een van de eerste pogingen om in te schatten hoe de atmosfeer zou reageren op de uitstoot van grote hoeveelheden extra CO2. En het was ook in 1979 dat de NOAA en de NASA een reeks satellieten lanceerden die het weer op aarde sindsdien in de gaten hebben gehouden en zo een ononderbroken datareeks met gegevens over de atmosfeer en de oceanen hebben opgebouwd, gegevens die van onschatbare waarde blijken te zijn nu de temperatuur van de aarde gestaag oploopt.

“Omdat de opwarming van de aarde zo sterk is, is het hele klimaat aanzienlijk verschoven van de lijn die we hadden verwacht,” zegt Peter Stott, klimaatwetenschapper van de Britse Met Office. “Dus zelfs van dag tot dag zijn de wereldwijde gemiddelde temperaturen sterk veranderd. Dat beeld zouden we uiteindelijk toch wel hebben waargenomen, maar het geval wil dat we het nu al kunnen zien.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com. 

Lees meer

Het decennium waarin we eindelijk onze ogen openden voor klimaatverandering

In de afgelopen 10 jaar is gebleken dat de klimaatverandering geen verzinsel is en nog veel ernstiger kan worden.

Meeste landen halen klimaatdoelen voor 2030 niet

De meeste landen gaan de doelen van het akkoord van Parijs bij lange na niet halen, en iedereen betaalt daarvoor de prijs.

Dit moeten steden voor 2050 doen om de klimaatdoelen te halen

In 2050 wonen de meeste mensen in steden. In een nieuw rapport wordt beschreven hoe hun uitstoot onder controle kan worden gehouden.