Vluchtelingenkinderen proberen herinneringen te 'herschrijven'

Op het Griekse eiland Lesbos hebben steeds meer jonge oorlogsvluchtelingen last van blijvende psychische problemen. De reddingswerkers van het Heroes Project helpen hen hun herinneringen te ‘herschrijven’.Saturday, June 23, 2018

Door Nina Strochlic
Foto's Van Robin Hammond
Jonge Syriërs die al zo’n twee tot zes maanden in Kamp ‘Olijfgaard’ wonen, zoeken in de hete middagzon een plekje in de schaduw. Ze zijn allemaal uit Syrië gevlucht omdat ze anders gedwongen zouden zijn om voor het regime of voor IS te vechten. “Het Syrische volk heeft alles gezien, ze hebben hun broers, moeders, vaders gedood – dus nu zijn psychische problemen heel normaal geworden,” zegt de 25-jarige Ali Mohammed Hassan (links).

In de herfst van 2015 stond Essam Daod op een strand op het Griekse eiland Lesbos toen een rubberbootje vol vluchtelingen aan land kwam. Onder de vluchtelingen was een ontroostbaar Syrisch jongetje van vijf jaar oud, genaamd Omar.

Daod nam hem van de armen van zijn moeder over en wees op de helikopter die boven het strand cirkelde: “Die is gekomen om jou met grote camera’s te filmen, want alleen geweldige en sterke helden als jij kunnen de zee oversteken!” Omar hield op met huilen. “Ben ik een held?” vroeg hij in het Arabisch. Eenmaal gerustgesteld wilde het jongetje de vreemdeling wel het bootje laten zien waarin hij was aangekomen: “Ik laat je zien waar ik zat en hoe ik de golven met mijn handen tegenhield en hoe ik iedereen heb beschermd,” schepte hij op.

Duizenden reddingsvesten die door arriverende vluchtelingen zijn achtergelaten, zijn op een vuilnisbelt op het Griekse eiland Lesbos beland. Rond de achtduizend vluchtelingen zitten in afwachting van hun asielprocedure vast op het eiland. Velen hopen naar het vasteland van Europa te kunnen doorreizen.

Op dat moment besefte Daod, een Palestijnse kinderpsychiater, dat dit een manier was om trauma’s direct in een andere vorm te gieten. Al snel begon zijn organisatie voor geestelijke gezondheidzorg, Humanity Crew, met het ‘Heroes Project’, waarbij reddingswerkers werden getraind in het ‘herschrijven’ van de herinneringen die de vluchtelingen aan hun gevaarlijke overtocht overhouden.

Vorig jaar liet een Syrisch-Amerikaanse gezondheidsorganisatie weten dat de posttraumatische stress die Syrische kinderen oplopen, zo ernstig is dat er een andere klinische definitie voor gevonden zou moeten worden. De groep stelde voor het syndroom voortaan ‘menselijk vernietigingssyndroom’ te noemen. De geestelijke gezondheidstoestand van veel vluchtelingen zorgt voor een onzichtbare crisis die door ngo’s en de internationale gemeenschap wordt veronachtzaamd. Er is weinig geld voor behandeling, zodat de anderhalf miljoen vluchtelingen die sinds 2015 overzee naar Europa zijn gekomen, alleen zijn met hun psychische littekens.

Nadat in 2016 de belangrijkste vluchtelingenroute naar West-Europa door een afspraak tussen de EU en Turkije werd afgesneden, zitten op Lesbos achtduizend vluchtelingen vast. De levensomstandigheden en vooruitzichten op een bestaan in Europa zijn er voor deze mensen sindsdien niet beter op geworden. In het grootste kamp, Moria, zitten tweemaal zoveel mensen als waarvoor het kamp was bedoeld en sommige vluchtelingen zitten er al jaren. Een gevoel van hopeloosheid en eindeloze gevangenschap heeft sommigen bijna tot waanzin gedreven – in mei stak een vluchteling zichzelf in brand voor een asielkantoor in het kamp.

“Mensen denken dat als ze eenmaal de vluchtelingenstatus hebben, hun strijd voorbij is, maar eigenlijk begint hij dan pas,” zegt Samantha Nutt, oprichter van War Child, een organisatie die overal ter wereld scholing en geestelijke gezondheidszorg voor kinderen in oorlogsgebieden verzorgt. “De risico’s waarmee ze te maken krijgen, nemen enorm toe nadat ze de vluchtelingenstatus hebben gekregen.”

De reddingsactie zelf is al chaotisch: wanneer vrijwilligers langszij een rubberboot komen, kan dat tot paniek leiden. De uitgedroogde en door de zon verhitte passagiers roepen en huilen, en soms springen ze overboord omdat ze bang zijn om teruggestuurd te worden. Vluchtelingen die over zee komen – met name kinderen – zullen nog jarenlang bang zijn voor de zee.

Wanneer verdwaasde vluchtelingen aan boord worden gehesen door bemanningsleden die door Humanity Crew zijn getraind, worden de kinderen door deze vrijwilligers gefeliciteerd omdat ze hun familie hebben gered. Ze vragen de kinderen om hun handtekening en zetten ze op de foto. Na een kwartier staan deze vluchtelingetjes heel anders in het leven: ze praatten met zelfvertrouwen over hun heroïsche rol. Later, wanneer ze in een kamp op het eiland Lesbos worden ondergebracht, doen verhalen en liedjes over hun moed de ronde.

“De hersenen van kinderen zijn zeer elastisch,” zegt Daod. “Als je op de juiste manier ingrijpt terwijl het trauma zich nog aan het vormen is, zorg je ervoor dat een traumatische gebeurtenis wordt omgebogen tot een gebeurtenis die ze zelfverzekerd maakt.”

Kamp Moria op Lesbos is zó overvol dat vluchtelingen nu in een geïmproviseerd uitbreidingskamp in een aangrenzende olijfgaard zijn ondergebracht. “Deze asielprocedures ontnemen jonge mensen elk sprankje hoop,” vertelde Luca Fontana, veldcoördinator van Artsen zonder Grenzen, aan fotograaf Robin Hammond. “De mensen hebben geen controle meer over hun toekomst, en dat heeft een grote uitwerking op hun psychische gesteldheid.”
Bewoners van het uitbreidingskamp, de ‘Olijfgaard’ genaamd, komen samen op plekken waar de mobiele ontvangst het best is. Ze bellen met verwanten in het land van herkomst of in landen die ze hopen te bereiken.

In 2015, toen op Lesbos elke dag duizenden vluchtelingen in bootjes arriveerden, reisde Daod als arts-vrijwilliger naar het eiland. Toen hij later weer terug in Israël was, kreeg hij last van nachtmerries. Hij werd achtervolgd door de herinnering aan een kind dat hij uit het water had gehaald en gereanimeerd. “Oké, ik heb hem gered, ik heb hem gereanimeerd – maar wat dan nog?” dacht Daod bij zichzelf. “Hij zal de rest van z’n leven getraumatiseerd zijn. Als ik hem niet in zijn geestelijke gezondheid zal ondersteunen, had ik zijn leven niet moeten redden.”

Om aan de enorme en veronachtzaamde noodzaak voor psychische hulp te kunnen voldoen, richtte Daod met anderen Humanity Crew op. Het kleine team koos voor een nieuwe benadering: in plaats van het psychische trauma als een van de gevolgen van ontheemding te behandelen, zagen ze geestelijke zorg als iets dat net zo belangrijk is als voedsel en dekens – zo niet belangrijker. “Eerste hulp kan er niet alleen voor het lichaam zijn, maar moet er ook voor de geest en de ziel zijn,” zegt Daod.

Op zee leerden ze reddingswerkers hoe ze verhalen van traumatische gebeurtenissen konden omvormen terwijl ze zich nog afspeelden. Later richtte het team zich op de vier traumastadia die iedere vluchteling doorloopt: verdrijving van huis, verhuizing naar een doorgangs- of opvangkamp, asielaanvraag en vestiging in een nieuw land.

Nadat de EU met Turkije overeenkwam om de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen, zijn duizenden mensen op de Griekse eilanden gestrand. Zonder werk of hoop op een toekomst in Europa lijden veel vluchtelingen aan posttraumatische stress en depressie.

De vluchtelingen, met name minderjarigen, worden in vreemde landen geconfronteerd met een eindeloze reeks nieuwe gevaren. Doordat de humanitaire hulp met gebrek aan financiering heeft te kampen – de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, komt 1,3 miljard euro tekort voor de begroting van dit jaar – gaan veel vluchtelingen vanuit slecht opgezette en gevaarlijke kampen op zoek naar werk. In Griekenland bevinden zich zo’n 22.500 vluchtelingenkinderen, van wie slechts de helft naar school gaat, aldus Unicef. In de meeste landen mogen vluchtelingen geen formele baan hebben, dus gaan ze als bedelaars, sekswerkers of illegale werknemers aan de slag.

Hoewel onder de vluchtelingen zelf de bewustwording over psychische stoornissen groeit, blijft de kwestie financieel en wat betreft aandacht onder de radar. “We moeten het begrip ‘humanitaire noodhulp’ veel breder opvatten en niet alleen naar de fysieke maar ook naar de psychische risico’s kijken,” zegt Nutt van War Child. “Het beeld bestaat dat psychische behandelingen ‘soft’ zijn in vergelijking tot ‘harde’ hulpmaatregelen, zoals het aantal dekens dat je uitdeelt of tenten dat je opzet.”

In Griekenland krijgen bestaande projecten voor geestelijke gezondheid volgens Daod geen prioriteit – vaak worden ze uitgevoerd door mensen die geen Arabisch spreken of trauma’s niet in de juiste culturele context kunnen plaatsen. Een negatieve trend is het werk van tijdelijke vrijwilligers, die een sterke band met de kinderen opbouwen maar dan weer vertrekken. Na afloop van een schietpartij op een Amerikaanse school zouden de overlevenden zeker niet worden geholpen door ongekwalificeerde vrijwilligers, zegt Daod, en hetzelfde zou moeten gelden voor deze overlevenden van een oorlog.

Vluchtelingenkinderen staan rond een kuil met brandend afval. Het vuur wordt gebruikt om muggen en insecten op afstand te houden, maar veroorzaakt ook rook met giftige chemicaliën.

Het meest efficiënt is een snelle aanpak van de problemen, maar door een kortzichtig gebrek aan actie zal een hele generatie verloren gaan. Als deze crisis in de geestelijke gezondheidstoestand van jonge vluchtelingen niet wordt aangepakt, ziet Daod de toekomst somber in. “Het terrorisme rekruteert geen mensen, het vult gaten op – en geestelijke gezondheidzorg is een enorm gat,” zegt hij. “Extremisten zullen het leven van deze jongeren weer zin geven, nadat ze jaren in kampen in de achterbuurten van Athene hebben gezeten.”

Wat de toekomstige gevolgen ook zullen zijn, de mensen die op zoek gaan naar een nieuw bestaan in Europa zijn getuige geweest van de meest duistere kant van de mens en worden nu aan hun lot overgelaten, zonder de kans te krijgen hun ervaringen te verwerken. Na de oorlog hebben ze geen ‘normaal’ om naar terug te keren. “Het idee dat je mensen weer ‘terug naar normaal’ kunt krijgen, is een mythe,” zegt Nutt. “Wat je wél kunt doen, is mensen helpen om hiermee om te gaan, maar dat vergt begeleiding en middelen op de lange termijn. Helaas denken de meeste regeringen op de korte termijn en raken de mensen steeds verder achterop.”

Een vrouw met een emmer loopt weg uit het Kamp ‘Olijfgaard’ – misschien om brandhout te zoeken of afval weg te gooien. Vrouwen zijn in dit soort kampen bijzonder kwetsbaar; uit vrees om aangerand te worden, durven ze ’s avonds het toilet niet te gebruiken of zich te douchen.

Dit project werd uitgevoerd met behulp van Artsen zonder Grenzen.

Lees meer