De ontdekking van Roemenië

Een ongerepte, ongepolijste openbaring in Oost-Europa.

Door Katleen Willaert, Jochen Verghote
Published 22 feb. 2019 15:11 CET, Updated 5 nov. 2020 06:20 CET
De stoomtrein in Maramureș, Roemenië.
De stoomtrein in Maramureș.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert
Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 1, 2019. 

Stylist Katleen Willaert en fotograaf Jochen Verghote zetten voor de verandering koers richting Oost-Europa. Een roadtrip door Roemenië, van Boekarest via de Karpaten naar de grens met Oekraïne in het noorden als alternatief zomervakantieavontuur. 

"Als we Boekarest in onze huurauto – een Dacia natuurlijk, de nationale trots – achter ons laten, op weg naar het platteland, passeren we onderweg achtereenvolgens Lidls, Carrefours en Decathlons, gevolgd door een cinemacomplex met ernaast een mega doe-het-zelf- zaak. Net als je denkt: aha, eenheidsworst in het eengemaakte Europa, doorkruisen paard-en-wagen in stevige draf dat beeld. Dagelijkse kost, zo blijkt de volgende drie weken. Het land laat zich zien als een fascinerende mengelmoes van vroeger en nu, en van verschillende volken. Er zijn Roemenen en Saksen, zigeuners en Hongaren die autonoom willen zijn. Alles overgoten met een sausje van communistisch verleden. Geen eenvoudig land kortom, maar wel authentiek, uitgestrekt en ongerept.

Karpaten

Nationaal Park Bucegi is zo’n bekende brok natuur. Hier, in de Karpaten, treffen we kraakheldere bergrivieren, roofvogels in zweefvlucht, watervallen, plots opkomende mist, grote grotten, stuwmeren en loslopend wild. En dan is er ook nog ruimte over voor allerhande bergsporten, zijn er goed aangeduide – ook meerdaagse – wandelroutes door het hele gebied, en eet je aan het eind van de dag mixed grill in een cabana – Roemeens voor een bescheiden hotel. In de winter is het er prima skiën, in de zomer brengt de skilift je boven de tweeduizendmetergrens. Tip: neem de telecabina net boven het sympathieke stadje Sinaia of vanuit de vallei aan de andere kant van de bergkam (Pestera), maar zeker niet vanuit het drukke Bușteni. Tenzij twee uur als een sardientje tussen onbekenden wachten je lief is.

Het Bucegigebergte.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert

Transsylvanië is onlosmakelijk verbonden met vampiers, maar het verhaal van Vlad de Spietser, oftewel Dracula, wordt toeristisch zo uitgemolken dat we het maar links laten liggen. Minder denkbeeldig zijn de beren: ruim de helft van alle bruine beren in Europa leeft in dit land. In de immense Roemeense bossen, tussen de pieken van de Karpaten, wil je zo’n machtig dier liever niet laten schrikken. We zingen daarom tijdens wandelingen luidkeels tegen de bomen om onze komst aan te kondigen; een tip die we meermaals kregen. Beren noch vampieren lieten zich tijdens onze rondreis zien; loslopende honden, ook een kenmerk van het land, des te meer. Gewoon negeren, en soms heb je er na een wederzijdse afwachtende houding opeens een wandelvriend bij. Fascinerend ook hoe de vele herders – geen knelpuntberoep in Roemenië – hun honden met specifieke fluitsignalen aansturen. Wel oppassen: deze dieren worden soms getraind om wat minder vriendelijk te zijn.

Făgărașgebergte

Door het Făgărașgebergte in Centraal-Roemenië, loopt één weg. Maar sinds deze bergpas in Top Gear in een wolk van verbrand rubber ‘de mooiste wegin Europa’ werd genoemd, rij je er niet alleen. Het hoogte- (en hoogste) punt is het gletsjermeer Balea, een drukke flessenhals, waar de Roemeense gewoonte om te stoppen als je die behoefte voelt, vlot verkeer verhindert. Het meer en de pieken eromheen zijn echter oogverblindend. Tip: vermijd het weekend, en ga bij voorkeur ’s ochtends of bij schemer. Dan kruipt het strijklicht bovendien op z’n allermooist langs de toppen, afgewerkt met wat klimschapen op de steilste flanken. 

De wandeling van Balea naar het hoger gelegen meer Capra gaat met stip de vakantiegeschiedenis in. Steil klimmen, de jongste berggeiten voortdurend scherp in het vizier, af en toe een hartslag meer. Als alle angsten overwonnen zijn en grenzen verlegd, is de beloning op de top de inspanning dubbel en dwars waard. We zuigen al dat moois om ons heen met gulzige teugen op, en wanneer de eerste minder sympathieke wolken de bergtop komen opgekropen, dalen we gauw af om de regen voor te zijn. 

Viscri 

Meer dan acht eeuwen lang was Duits in Noord-Roemenië de voertaal: een grote Saksische gemeenschap verankerde zich stevig in Transsylvanië, tot na 1989 het welvarende Duitsland te aanlokkelijk werd. Saksen zelf wonen er nu nog amper, maar de schilderachtige dorpen die ze over de eeuwen opbouwden, waarvan sommige Unesco-werelderfgoed,
liggen rijkelijk uitgestrooid. Centraal staan de karakteristieke versterkte kerken, omringd door huizen in vrolijke kleuren. Ook het blauwe huis dat ons online
naar Roemenië lokte, bevindt zich in zo’n dorp: Viscri.
Aan de straatzijde zijn de veelkleurige gevels gesloten, maar achter de grote poorten ontvouwt zich een microkosmos waar families eigen groenten kweken en
een handvol dieren houden. Als de schemer inzet, hetiets afkoelt en het licht elke glooiing mooier maakt,
is het heerlijk om in de omliggende heuvels te zien
hoe koeien, paarden en schapen worden verzameld. Collectief zakken ze terug af naar het dorp. Tot aan
de juiste poort, als bij een schoolbus. Geen wekker
nodig: bij het ochtendgloren komt de stoet met het
nodige lawaai weer op gang, in omgekeerde richting.

In al die dorpjes in sluimerstand komen elke zomer duizenden Saksen hun roots opzoeken en feestvieren. De prachtige middeleeuwse kerken komen in die periode dan even tot leven. Naast Viscri zijn ook Sighișoara of Rupea meer dan idyllisch, maar evengoed elk minder bekend dorp in de streek. Een kerkbezoek of twee is overigens voldoende, want van binnen lijken ze erg op elkaar. 

Het blauwe huis in Viscri.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert

Copșa Mare 

In Copșa Mare, een gehucht naast het bekendere Biertan, ontmoeten we de Engelse Rachel en James de Candole, die we vonden via Airbnb. Na twintig jaar Praag zijn ze hier met hun kinderen, paarden en honden in de voormalige gemeenteschool neergestreken. In rijk Engels orakelt James het ene verhaal na het andere. Hij vertelt hoe geweldig het ’s ochtends galopperen is, voor de zon begint te branden. En over de dorpsbewoners, die soms wel personages uit een sprookje lijken, maar vooral hartelijke, zelfvoorzienende mensen zijn. Die de kerkklok luiden als er onweer op komst is, in de overtuiging dat de bliksem dan wegblijft, een dienst waar je jaarlijks enkele lei (1 leu is ongeveer 21 eurocent) voor betaalt. Dat het niet altijd eenvoudig is om te zien hoe dieren vooral als werktuig worden beschouwd. Of dat een local nooit ‘nee’ zegt, maar dat je uit de manier waarop ‘ja’ wordt gezegd, moet opmaken of het toch geen ‘nee’ is. James is erg begaan met het erfgoed en probeert plaatselijk gebouwen in bezit te krijgen en met zorg en liefde op te knappen. Een betere gids kunnen we ons niet wensen. 

Sterrenkijken in Copșa Mare.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert

Andere tijden

In James’ oude Nissan Patrol hobbelen we de bossen in. Tot een kilometer of twee buiten het dorp is er wat landbouw te zien, daarna slechts nog herders en verder niets. Waar de beschaving stopt, ontvouwt zich een gigantisch stuk ruw Roemenië. Tot aan de Făgărașbergen aan de horizon valt niet veel menselijks te bespeuren, op een grote elektriciteitsmast na, die een jachthut markeert. De hut was vroeger eigendom van een zoon van dictator Ceaușescu, vertelt James. Die knalde hier in het bos vanaf een hoge stoel met een groot Oostblokgeweer wild af dat zorgvuldig naar hem toe werd gedreven. Om dan, na een kop thee en iets erbij, weer in de helikopter richting Boekarest te stappen.

Het is de enige keer dat de naam Ceaușescu valt, een aanleiding om eens te polsen hoe mensen hier terugkijken. In sommige opzichten was het toen beter, vinden velen. Onder het communisme bleven families samen, nu werken bijna drie miljoen Roemenen in het buitenland. Op een bevolking van twintig miljoen is dat een gigantisch probleem. Ook de gemeenschappelijke landbouwmachines zijn verdwenen. Niemand wil natuurlijk terug naar het repressieve schrikbewind, maar er zijn veel zorgen over corruptie, lage lonen en het functioneren van de huidige regering. Maar van de protesten in Boekarest tegen de beleidsmakers is in Copșa Mare weinig te merken.

De Salina Turda, pretpark in een zoutmijn.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert

James biedt een ongelooflijk avontuur aan: logeren in een tot woonwagen omgebouwde oude bijenwagen, ergens midden in de natuur. Waar je maar wilt. Boer en buurman Lutzu trekt de kar met z’n tractor de berg op. Hij wijst ons aan de rand van de wei op een pruimenboom met grote, afgeknakte tak en zegt enkel: ‘Ursus’, beer. Je ziet ze niet, maar volgens de laatste berentelling dwalen er hier een stuk of veertig rond. Met deze gedachte en voorzien van voldoende proviand laten James en Lutzu ons achter in het wild, met waakhond Brad en een ‘maak maar een groot vuur ‘s avonds!’ ’s Nachts blaft Brad meermaals. Zou het? Niets te zien in het duister, afgezien van een paar miljoen sterren.

Maramureș

In het noorden, tegen de grens met Oekraïne, ligt Maramureș. Hier wordt in de zomer de aloude kunst van zo veel mogelijk kweken, verzamelen en drogen beoefend. Om vervolgens, als het stevig wintert, die voorraad te verbrassen en daarbij het houtvuur brandende te houden. Af en toe een schietgebedje richting een Jezusbeeld, en niet te vergeten een verkwikkende slok Palinka, een lokale, straffe vruchtenbrandewijn. In het landschap springen de hooistapels-rond-een-stok in het oog, verspreid in de weiden als pionnen in een megabordspel voor boeren. De traditionele houten huizen en schuren zijn rijkelijk versierd met gedetailleerd houtsnijwerk. En ook de dresscode van Maramureș voldoet aan het romantische beeld dat het Roemeense platteland bij ons oproept: vrouwen dragen trots hun donkere plooirokken, standaard met sjaal rond het hoofd geknoopt, optioneel met schort voorgebonden. Allemaal in wonderlijke patronen en stoffen, alsof ze dat samen netjes hebben afgesproken. Overigens hebben ze hier niet zozeer hangjongeren, maar eerder dwaalouderen: van overal schieten oude vrouwtjes langs de weg tevoorschijn, een boodschappentas in de hand en/of een stel harken en bezems over de schouder. Veel mannen zien er per ongeluk hip uit: stijlvol hemd, iets te korte broek, lage laarzen en hoedje ietwat schuin op het hoofd. Ze zouden niet misstaan in een Parijse pop-upnachtclub, al zal je daar je zeis buiten moeten laten. Bezoek zeker eens een lokale markt, daar troepen al die mooie mensen samen. 

Man met paard-en-wagen in Maramureș. Op de achtergrond de karakteristieke hooibergen.
Foto van Jochen Verghote & Katleen Willaert

Toekomstige traditie 

De zomer die we in Roemenië doorbrachten, was er
een van protestbetogingen tegen de regering in de
grote steden. Die grote nationale problemen beletten
ons niet om het lokale, authentieke volop te beleven,
en inspirerende en behulpzame mensen te ontmoeten
die de schoonheid van het land inzien en daar bewust
mee aan de slag gaan. Traditie is uit armoede vaak
een noodzaak, maar mensen zijn ook zichtbaar trots. Rondreizen in Roemenië is niet voor wie belevenissen graag kant-en-klaar geserveerd krijgt, maar wel
voor wie zijn avonturen graag zelf uitzoekt. Het maakt het plezier van het ontdekken des te groter. Wil je de natuur in, dan zijn een 4x4 en de navigatie-app Waze een must. En zen blijven in het ieder-voor-zichverkeer op drukkere plekken. Qua ongerepte gebieden wordt het in Europa niet veel beter. Meermaals viel onze kin tot op onze schoenzolen van verwondering. Voor wie nog niet helemaal overtuigd is, een laatste lokmiddel: goed uit eten gaan is er heel goedkoop."  

Wil je nog meer weten over reizen naar Roemenië? Lees het hele artikel in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

Stylist Katleen Willaert en fotograaf Jochen Verghote deden eerder in Traveler verslag van hun belevenissen in Nieuw-Zeeland en Noorwegen.

Lees verder

Dit slot staat bekend als het kasteel van Dracula

Bram Stoker zette nooit een voet in Transsylvanië, laat staan in Kasteel Bran.
Roemenië

48 uur in Boekarest

Boekarest is het kloppende hart van Roemenië en steeds populairder als stedentrip. De stad is meer dan een opstapje voor een bezoek aan Dracula’s kasteel en is haar charme als Parijs van het Oosten nog niet helemaal verloren.

Adembenemende hikes in Europa die minder bekend zijn

Ontdek de natuurlijke landschappen van Europa buiten de gebaande paden.
Lees meer