Reizen

Hier leven de laatste woestijnolifanten ter wereld

In de droge rivierbeddingen van de Namibische regio Kunene leven ’s werelds laatste woestijnolifanten. De mens is hun grootste vijand én hun beste vriend. Reisjournalist en fotograaf Hans Avontuur bezoekt de olifanten en hoopt op een wonder.woensdag 14 augustus 2019

Door Hans Avontuur
In de droge rivierbeddingen van de Namibische regio Kunene leven ‘s werelds laatste woestijnolifanten.
Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 3, 2019.

In de vroege ochtend ploegt onze jeep door de droge bedding van de Ugab. Zonlicht glinstert door de bomen die een streepje groen vormen in een gortdroog landschap. Spoorzoeker Mattias Kangumbe trapt op de rem, stapt uit, raapt een stuk olifantenpoep van de grond en kneedt het in zijn blote handen: ‘Twintig minuten oud, we zijn in de buurt.’

Namibië en Mali zijn de enige twee plekken ter wereld waar nog woestijnolifanten voorkomen: savanneolifanten (Loxodonta africana) die zich van generatie op generatie hebben aangepast aan de extreme omstandigheden in de woestijn en daardoor speciale kenmerken hebben. Met hun relatief slanke lijf en brede poten kunnen ze enorme afstanden afleggen op zoek naar het schaarse voedsel en water.

De mens is de grootste vijand én vriend van de woestijnolifanten.

Mattias is ondertussen weer ingestapt en rijdt stapvoets door het losse zand. Hij speurt onder de bomen en in het struikgewas. Dan legt hij langzaam een vinger op zijn lippen. Sssst.... Ik luister, luister en luister. Tot ik het ook hoor.

‘Een mannetje,’ fluistert Mattias, die al meer dan dertig jaar naar olifanten speurt. Niet veel later staan we oog in oog met de bul. Met zijn slurf breekt hij dikke takken van een boom. Op die manier kan hij bij de bladeren. 

De slurf van de olifant is sterk én supergevoelig.

Een wonderlijk instrument trouwens, die slurf. Onvoorstelbaar sterk en gevoelig tegelijk. Zo draagt hij ruim tweeduizend geurreceptoren, terwijl de neus van een hond er ‘slechts’ 811 heeft en de mens het met minder dan vierhonderd moet doen. 

Trillingen in de grond 

Lang geleden trokken kudden woestijnolifanten vanuit Angola, Botswana en Etosha over honderden kilometers naar de rivierbeddingen van de Namib, de oudste woestijn ter wereld. Door burgeroorlogen, stroperij en hekken om natuurgebieden, is aan de klassieke migratieroutes een einde gekomen.

De kudde van Voortrekker, zoals het mannetje heet, heeft de bedding van de Ugab nu min of meer als vaste woon­ en verblijfplaats. Met gemiddeld honderd millimeter neerslag per jaar moet je je van het begrip ‘rivierbedding’ overigens niet te veel voorstellen. Soms stroomt er jarenlang geen druppel water. Maar onder de grond bevindt zich precies voldoende vocht voor de struiken, bomen en planten.


We volgen de Ugab op zoek naar de kudde. Soms is het landschap weids met eindeloze stenige vlakten, soms wringt de rivier zich door een smalle vallei met steile rotswanden. Ik verheug me op de ontmoeting met de olifanten. Waarschijnlijk heeft Voortrekker hen al op de hoogte gebracht van onze komst. Olifanten kunnen over vele kilometers met elkaar communiceren, via seismische signalen, trillingen in de grond. 

De dames van de kudde beschermen de kleintjes.

Mattias stopt bij een man die door de rivierbedding loopt en samen met zijn gezin vruchten en brandhout aan het verzamelen is. Als Mattias vertelt dat een olifantbul hun kant op komt, breekt er paniek uit. Moeder roept, gilt en schreeuwt de kinderen bij elkaar, vader gooit de halfgevulde zakken over zijn schouders en binnen anderhalve minuut zijn ze verdwenen. 

Drama 

Voor veel bewoners van de streek zijn olifanten niet die prachtige dieren waar wij naar komen kijken. Ze zijn vooral lastig en gevaarlijk. Vorig jaar werd hier een dorpsbewoner door een olifant gedood. Als wraak wilde een woedende menigte ze allemaal afschieten. 

‘Dat drama konden we voorkomen,’ zegt Christophe Pitot van de Elephant Human Relations Aid (EHRA), een organisatie die probeert om de mensen en olifanten van de Ugab­rivier samen te laten leven. ‘Helaas moesten we wel toezien dat de bewuste olifant als ‘probleemgeval’ werd doodgeschoten. Heel pijnlijk, want het ongeluk was een gevolg van onwetendheid. De man was ’s nachts naar buiten gegaan en te dicht bij de olifanten gekomen.’ 

Boer Gideon woont met zijn gezin tussen de wilde dieren van de Ugab.

Als ik later die dag bij boer Gideon en zijn gezin op bezoek ga, legt deze het probleem uit: ‘Olifanten zijn niet gevaarlijk. Ik ben ermee opgegroeid en heb van mijn ouders geleerd wat je wel en niet moet doen. Maar er komen steeds meer mensen van andere delen van Namibië waar ze geen olifanten hebben. Die weten dat niet en zien de dieren als een groot gevaar.’ 

En dat zijn ze deels ook, zelfs met alle kennis van de wereld. Zo zag ik tijdens een eerder bezoek aan Namibië hoe een kudde olifanten de akkers, moestuin en boomgaard van het dorp Fonteine had verwoest. Ondanks de moderne elektrische omheining die hier met steun van de overheid was gebouwd. Weg voedselvoorraad. 

Volgens de hoogbejaarde Ouma Johanna Rhyn was dit vooral domme pech. Roofdieren hadden ze in Fonteine vaker gezien, maar woestijnolifanten nog nooit. ‘Ze zijn tijdens de extreme droogte op zoek gegaan naar water,’ aldus Ouma. ‘Kennelijk stonden onze bronnen nog ergens in het ijzersterke geheugen van de kudde.’ 

Kinderen spelen in het dorp Fonteine, waar een kudde olifanten de oogst verwoestte.

Jachtvergunning 

Woestijnolifanten! Na kilometers schudden en stuiteren – de beroemde African massage – ontdekken we er een paar tussen de bomen. Op tien meter van de jeep doen ze onverstoorbaar hun werk. Ze breken met geweld dikke takken af, sleuren blaadjes van dorre struiken en pakken met hun slurf voorzichtig vruchten van de grond. 

In totaal leven er 27 woestijnolifanten in deze bedding. Dat waren er een jaar geleden nog 31. Met stroperij heeft die teruggang niets te maken. Goed en kwaad liggen hier een stuk dichter bij elkaar. Dat maakt het verwarrender, complexer ook. De toeristenindustrie en natuurbeschermers willen een gezonde populatie olifanten, maar de politiek moet bewoners beschermen. En dan is er nog de lobby voor de jacht, die sterker is dan wij durven denken. 

“Vorig jaar werd hier een dorpsbewoner door een olifant gedood. Als wraak wilde een woedende menigte ze allemaal afschieten.”

Voor vier olifanten betekende dit het einde van hun leven. Van eentje is de doodsoorzaak onbekend, twee werden afgeschoten als ‘probleemgeval’ en eentje vond zijn einde ‘met dank aan’ het ministerie van Natuur en Milieu, dat voor veel geld een jachtvergunning had afgegeven aan een trophy hunter. 

De populatie van de Ugab heeft nu nog maar twee volwassen bullen over die voor aanwas kunnen zorgen. Het voortbestaan van de groep is in gevaar. Het maakt me woedend. Maar op wie? In Nederland kunnen we de wildstand van de Oostvaardersplassen niet eens fatsoenlijk reguleren. Zelfs Christophe Pitot klinkt weinig optimistisch: ‘Ik weet niet of we ze kunnen redden. We moeten het in elk geval proberen.’ 

Hemelse plek 

Vanuit de jeep kijk ik naar de olifanten. Ze gooien zand over hun rug en wapperen met hun oren om af te koelen. Twee kleintjes rennen achter elkaar aan door de kudde en krijgen een standje van een oudere dame. Machtige dieren zijn het. Groot, intimiderend en vertederend tegelijk. Met het vermogen om blij, verdrietig en boos te zijn. 

Bush breakfast. Ontbijten terwijl de zon opkomt boven de Namib.

Als er een tweede groep olifanten bij komt, zijn we binnen een paar minuten omgeven door de majestueuze dieren. Voor, achter, links, rechts: ze zijn overal. We voelen de lucht en de grond trillen als ze voorbijstappen. Het is doodstil aan boord. Pure bewondering. 

Als de olifanten verder lopen en uit het zicht verdwijnen, besluit Mattias dat het tijd is om de dieren met rust te laten. Mooier wordt het niet meer. We rijden terug naar het tentenkamp Ozondjou Trails, dat op de kliffen boven de rivierbedding staat. Een hemelse plek tussen rode rotsformaties. 

Terwijl de zon lange schaduwen door het landschap trekt, waaien stofwolken over de oevers van de Ugab. 

Fotograaf en journalist Hans Avontuur maakte voor Traveler eerder reportages over onder meer Kenia, Charleroi en Albanië

Lees meer over de reis van Hans Avontuur in National Geographic Traveler editie 3, 2019. 

Lees verder

Kenia: Afrika op zijn wildst

Reisjournalist en fotograaf Hans Avontuur neemt zijn gezin mee op safari door de Keniaanse wildernis. Hij hoopt dat ook zij worden gegrepen door de magie van zijn favoriete continent.

Fotoreportage: Albanië en zijn vervloekte bergen

Op zoek naar een ruiger gebied dan de Alpen, hoorde Hans Avontuur in een groezelig café in een Montenegrijns dorp over een woest en verlaten gebergte. Dáár moest hij heen.

Ontdek de schoonheid van deze ‘lelijke’ stad om de hoek

Bezoekers wilden er nooit naartoe. Bewoners liefst zo snel mogelijk weg. Maar de wind die de smerige fabrieksrook over Charleroi uitstortte, draagt nu een klein wonder in zich: trots. Een nieuwe generatie houdt weer van hun stad. 
Lees meer