De wereldwijde verspreiding van het coronavirus hindert reizigers. Blijf op de hoogte van de wetenschap achter de uitbraak>>

Deze Albanese bunkers waren ooit geheim, nu zijn het musea

Met creatieve ideeën en kunst bevrijdt de bruisende hoofdstad van Albanië, Tirana, zich steeds verder van zijn stalinistische verleden.

Foto's Van Alessio Mamo
Gepubliceerd 26 mrt. 2021 14:07 CET
Bunk'Art 7

In het centrum van de Albanese hoofdstad Tirana geeft een koepelvormige entree toegang tot Bunk’Art 2, een museum voor geschiedenis en kunst dat is ondergebracht in een atoomschuilkelder uit de tijd van het communisme.

Foto van Alessio Mamo

In veel voormalige Oostbloklanden werden de megalomane bouwwerken en militaire infrastructuur uit de tijd van de Koude Oorlog al snel na de val van de Berlijnse Muur met de grond gelijkgemaakt of vergeten. Maar in Tirana, de door bergen omlijste hoofdstad van Albanië, koos het stadsbestuur samen met kunstenaars voor een levendiger en ongebruikelijker manier om jaren van dictatuur en economische malaise achter zich te laten.

In de stad zijn grijze en vervallen stadspaleizen uit de Ottomaanse tijd nu in feloranje en gele tinten geschilderd en dienen grauwe stalinistische flatgebouwen als reusachtige canvassen voor juweelachtige kubistische muurschilderingen en regenboogstrepen. Dat is grotendeels te danken aan ex-burgemeester Edi Rama, een schilder die politicus werd en nu premier van het land is. Hij begon in 2000 aan een algehele opknapbeurt van zijn stad, waarbij kunstenaars de façades van gebouwen beschilderden en gemeentewerkers 55.000 bomen en struiken in de openbare ruimten van de stad plantten. 

het Nationaal Kunstmuseum van Albanië ligt aan het centrale Skanderbegplein van Tirana, waar begin jaren negentig de grote demonstraties werden gehouden die zouden leiden tot de val van het communistische regime in Albanië.

Foto van Alessio Mamo

In het centrum van Tirana leidt de koepelvormige ingang van Bunk’Art 2 naar een atoomschuilkelder uit de tijd van het communisme. Het ondergrondse bouwwerk is omgetoverd tot een museum voor geschiedenis en kunst. De ingang is ontworpen als een van de tienduizenden tweepersoonsbunkers die onder het Hoxha-regime in heel Albanië werden gebouwd.

Foto van Alessio Mamo

“Toen je overal die kleuren begon te zien, begon zich een geest van verandering van de mensen meester te maken,” zei Rama eerder in een TED Talk. “Het deed de hoop herleven die in mijn stad verloren was gegaan.” Bewoners en toeristen maken nu selfies met de regenboogfaçades op de achtergrond en het stadsbestuur beweert dat de schilderbeurt heeft bijgedragen aan een daling van de criminaliteit en het creëren van een lokaal gevoel van trots.

Openbare kunstwerken en muurschilderingen zijn niet de enige positieve ontwikkelingen waarmee de hoofdstad van dit kleine Balkanland zich van de stalinistische dictatuur van weleer probeert los te maken. Rond Tirana zijn voormalige bunkers omgetoverd in historische musea terwijl het in wijken die ooit voor het partijapparaat waren gereserveerd, nu wemelt van de kunstgaleries. 

Paranoïde dictator

Zo’n twintig jaar geleden was het meest gebruikelijke souvenir dat iemand van een bezoek aan Tirana mee naar huis bracht, niet een selfie tegen de achtergrond van een kleurrijk gebouw maar zeer waarschijnlijk een asbak van albast in de vorm van een Koude Oorlog-bunker. De miniatuurversies van deze kleine koepelbunkers waren grimmige herinneringen aan de dictatuur van Enver Hoxha en de ruim 173.000 bunkerët die hij in Albanië en de hoofdstad liet bouwen.

De wrede en paranoïde Hoxha, die van 1944 tot zijn dood in 1985 aan de macht was, geloofde dat de buurlanden Griekenland en Joegoslavië en zelfs diverse Oostbloklanden van plan waren om Albanië binnen te vallen. Dus liet hij van de jaren zestig tot in de vroege jaren tachtig in het hele land tienduizenden betonnen bunkers aanleggen. De bouwwerkjes variëren van veredelde tweepersoons-iglo’s tot gedeeltelijk ondergrondse bunkers met meerdere vertrekken. (De recente documentaire Mushrooms of Concrete geeft een idee van de omvang van dit programma van ‘bunkerisering’.)

Op het schiereiland Cap Rodon in het oosten van Albanië liggen twee vervallen bunkers op een hoge klip.

Foto van Alessio Mamo

Door het bouwprogramma raakte het land nog sterker geïsoleerd en in economische nood, waardoor Albanië een van de armste landen van Europa werd. Uiteindelijk was al dat gestorte cement voor niets. “Hoxha besteedde miljarden dollars aan zijn droom van het ‘bunkeriseren’ (bunkerizimi) van elk stukje Albanië, waarbij hij de gehele bevolking tot slavernij dwong en bijna uithongerde,” zegt Admirina Peçi, een Albanese historica en journaliste. “Maar de geschiedenis heeft geleerd dat het werkelijke risico op aanvallen van buitenaf nul was.”

Hoewel veel van de bunkers inmiddels zijn ingestort of verwoest, zijn er nog honderden in gebruik – maar dan als veestallen op het platteland, als kleurrijk beschilderde bloemen van beton in stadswijken of als ideale hangplekken voor verliefde tieners. In sommige badplaatsen aan de Adriatische kust van Albanië (op ongeveer een uur rijden ten westen van Tirana) zijn de betonnen koepels omgetoverd tot eetkraampjes en omkleedhokjes. En het Elesio Resort in de badplaats Golem heeft zijn eigen bunker in de kelder omgebouwd tot spa; de koepel ervan doemt op in het restaurant van het resort en wordt omlijst door kasten waarin het ontbijtbuffet is uitgestald.

Koude Oorlog-paddenstoelen

Het meest grootschalige hergebruik van deze apocalyptische bouwwerkjes is Bunk’Art, een tweetal musea voor geschiedenis en kunst in twee voormalige atoomschuilkelders die voor Hoxha en zijn aanhangers werden gebouwd. In grimmige en vensterloze vertrekken, met dikke stalen deuren die de partijbonzen tegen een kernexplosie moesten beschermen, zijn nu video-installaties, museumstukken en ook hedendaagse kunst te zien. Het museumgedeelte belicht de twintigste-eeuwse geschiedenis van Albanië, waaronder de communistische tijd en ook de voorafgaande periode (1939-1944) waarin het land was bezet door het fascistische Italië.

“Het werd steeds moeilijker om symbolen uit de tijd van het Hoxha-regime te vinden. De enige voorwerpen uit de communistische tijd waren die duizenden bunkers die over het hele land verspreid lagen, als paddenstoelen van beton,” zegt Carlo Bollino, een in Italië geboren en in Albanië woonachtige journalist die in 2014 een van de oprichters van Bunk’Art was. “Een museum in een schuilkelder leek een goede benadering om geschiedenis te tonen.”

Een tunnel die in de bergen buiten de Albanese hoofdstad Tirana werd uitgehakt, geeft toegang tot Bunk’Art 1, een museum en cultuurcentrum. In deze voormalige atoomschuilkelder uit de Koude Oorlog wordt nu de geschiedenis van de stalinistische dictatuur in het land belicht.

Foto van Alessio Mamo

In de vensterloze vertrekken van Bunk’Art 1 worden gasmaskers uit de tijd van het communisme getoond, naast andere voorwerpen die bedoeld waren om een kernexplosie te overleven.

Foto van Alessio Mamo

In het museum Bunk’Art 1 hangt een oude buste van dictator Enver Hoxha in een basketbalnetje.

Foto van Alessio Mamo

De beide Bunk’Arts – de ene in een buitenwijk van Tirana, de andere in het centrum – tonen een eclectische mix van geschiedenis en kunst. In een museumopstelling over de verheerlijking van sport onder het Hoxha-regime is een gymnastieklokaal uit die tijd gereconstrueerd, met in het basketbalnetje een buste van dictator Hoxha. Bij de ingang van Bunk’Art 2 in het centrum zijn verbleekte foto’s van Albanezen te zien die door het stalinistische regime werden vermoord, terwijl op de geluidsinstallatie de herdenking van deze slachtoffers door hun nabestaanden is te horen.

“De Albanezen hebben een sterke band met het hervertellen van hun verleden,” zegt Driant Zeneli, een videokunstenaar uit Tirana die werk in Bunk’Art exposeert. Omdat kunstenaars in Albanië zich pas na de val van het communisme in 1990 vrijelijk konden uiten, heeft Zeneli het gevoel dat zijn land bezig is aan een inhaalslag. “Tegenwoordig is Albanië een plek van grote ideeën en veel energie, met kunstenaars die de overgang vanuit een langdurige dictatuur naar kunst vertalen. Het is de blik van een generatie die haar verleden begrijpt, maar ook naar de toekomst kijkt.”

Sommige activisten en jongere Albanese kunstenaars vinden dat er meer gedaan moet worden voor het behoud van de militaire infrastructuur uit de Koude Oorlog. Zij willen deze overblijfselen gebruiken om licht te werpen op een periode die werd gekenmerkt door werkkampen en de wrede ondervragingstechnieken van de geheime politie van Albanië, de Sigurimi. 

“Er is geen herdenkingsbeleid, het Albanese ministerie van Cultuur is niet bereid om de stalinistische erfenis onder ogen te zien en er wordt niet doelgericht nagedacht over wat er met deze bunkers moet gebeuren,” zegt Ivo Krug, medeoprichter van Tek Bunkeri, een ngo in Tirana die zich inzet voor het hergebruik van de bunkers en het stimuleren van het platteland. In 2017 toverde de groep een oude betontunnel buiten Tirana om in een provisorisch kunst- en cultuurcentrum en probeert nu om een historisch museum in te richten in de reusachtige schuilkelder van Vlora, een Werelderfgoed in het westen van Albanië.

Hoewel sommige critici menen dat het hergebruiken of opknappen van bouwwerken uit de Koude Oorlog een goedkope truc is om de vervallen infrastructuur van het land te verhullen (of zelfs een manier om het duistere verleden van Albanië te bagatelliseren), hebben deze creatieve veranderingen tot nieuw optimisme en toekomstgericht denken geleid in een stad die ooit als saai en noodlijdend werd beschouwd. In oudere wijken als Pazari i Ri en Ali Demi trekken gebouwen in felle kleuren nu toeristen, terwijl overal in de stad muurschilderingen zijn ontstaan die in de communistische tijd zouden zijn verboden.

Tot de millenniumwisseling was “kleur in de openbare ruimte vrijwel afwezig, maar sindsdien zijn, dag na dag, reusachtige groene bladeren, geometrische vormen, stippen en woorden op de façades van gebouwen opgedoken,” zegt de Albanese kunstenares Ledia Konstandini, die de veranderingen in haar stad aan de hand van illustraties en foto’s heeft vastgelegd. “In het begin leken ze niet op hun plaats. Maar hoe meer deze façades werden opgefleurd, des te natuurlijker het eruitzag. De mensen hier hebben hun angsten en remmingen overwonnen met kleur, en dat is nu onderdeel van onze stedelijke identiteit geworden.” 

Tegen de achtergrond van de Namazgja-moskee zit een man in een park in het centrum van Tirana.

Foto van Alessio Mamo

Niet ver van het centrale Skanderbegplein (vernoemd naar een vijftiende-eeuwse held die een aanval van de Turken afsloeg) wordt in het Nationale Kunstmuseum het verleden en heden van Albanië verweven. Hedendaagse werken (geluidssculpturen, fotoreportages) worden gecombineerd met een grote expositie over ‘socialistisch-realistische’ schilderkunst. 

Halverwege de vorige eeuw stortten kunstenaars zich onder het verstikkende ‘leiderschap’ van de partij op het vervaardigen van geïdealiseerde afbeeldingen van gelukkige boeren en arbeiders. Het zijn mooie schilderijen – dorpelingen in prachtige klederdracht, van Kolë Idromino; fabrieksarbeidsters met hoofddoekjes om, van Isuf Sulovari – maar ze roepen een utopie op die in schril contrast staat met de werkelijkheid die in de Bunk’Arts wordt getoond.

Een paar straten in zuidelijke richting staat nog een ander vervallen symbool van Albanië’s communistische verleden, de Piramide van Tirana, die in 1988 werd opgericht als eerbetoon aan Hoxha. Het megalomane bouwsel van beton en glas was de afgelopen decennia in verval geraakt, maar in februari is begonnen aan een futuristische renovatie van deze socialistisch-realistische kolos. De ruimten van het gebouw zullen worden omgetoverd in een technische hogeschool en een jeugd- en cultuurcentrum, met talloze trappen aan de buitenzijde.

Zoals bij de meeste ingrepen op historische plekken in Tirana heeft ook de renovatie van de Piramide tot de nodige controverse geleid. “Veel mensen beschouwen deze ingrepen als make-up, als lippenstift op een oud gezicht,” zegt Konstandini. “Als kunstenaar geloof ik in de lokale architectuurtaal van een stad, en ik denk dat Tirana nu bezig is zich een nieuwe taal eigen te maken om zijn stadsleven en temperament te kunnen uiten.”

Jennifer Barger is schrijvend redactrice van National Geographic Travel. Volg haar op Instagram. Marta Bellingreri is een Italiaanse journaliste. Volg haar op Twitter. Alessio Mamo is een Siciliaanse fotograaf. Volg hem op Instagram.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.