Deze meisjes ontsnapten uit handen van Boko Haram

Twee Nigeriaanse kidnapslachtoffers helpen andere meisjes bij het verwerken van de verschrikkingen die ze hebben doorgemaakt.vrijdag 20 april 2018

Door Alexandra E. Petri
Foto's Van Stephanie Sinclair

Op een straathoek bij Times Square in Manhattan moeten Ya Kaka en Hauwa giechelen om de karikaturen die een straatkunstenaar van hen heeft gemaakt. Onder hun veel te grote winterjassen komen stukjes kleurige stof tevoorschijn, maar toch passen de beide tieners naadloos in het straatbeeld en genieten van deze momenten van prettige anonimiteit, die zo zeldzaam zijn sinds ze zijn ontsnapt uit handen van Boko Haram, de meest extremistische islamitische terreurgroep van Nigeria.

“We hadden nooit gedacht dat het ons zou lukken om te ontsnappen en dat we vandaag hier zouden zijn,” zegt Ya Kaka over haar reis naar de VS. Ze heeft een wintermuts op die wordt bekroond door een pluizig wit bolletje en waarop rondom de naam ‘Washington DC’ is geborduurd. “Ik had nooit gedacht dat ik het zou overleven.”

Ya Kaka en Hauwa – die om veiligheidsredenen alleen met hun voornamen worden aangeduid – kenden elkaar niet voordat hun nachtmerrie begon en hebben elkaar ook tijdens hun gevangenschap nooit ontmoet, maar de verschrikkingen die ze beiden hebben doorgemaakt, verenigt ze in hun werk voor andere slachtoffers die nog altijd in handen van Boko Haram zijn of ook wisten te ontsnappen. Op verzoek van de non-profitorganisatie Too Young to Wed zijn de meisjes vanuit de stad Maiduguri in het noordoosten van Nigeria naar Manhattan en Washington DC gereisd, waar ze functionarissen van de VN hebben ontmoet, waarbij ze hen publiek bewust hebben willen maken van de dreiging van Boko Haram en de internationale gemeenschap hebben opgeroepen om de slachtoffers te helpen.

“Ik weet dat er nog duizenden meisjes in het struikgewas en de bossen zijn en ik weet dat ik ook duizenden in de straten van Maiduguri heb achtergelaten,” zegt Ya Kaka. “Het beste wat ik kan doen om ze te helpen is de wereld erover vertellen.”

Twee van duizenden

Boko Haram haalde in 2014 in één klap de internationale krantenkoppen toen de terreurgroep 276 meisjes uit een school in Chibok, in Nigeria, ontvoerde. De kidnapping leidde tot een wereldwijde campagne onder de hashtag #BringBackOurGirls. Maar de terreurgroep voert al sinds 2009 een wrede campagne in het noordoosten van Nigeria, waarbij twintigduizend mensen zijn omgekomen en tweeënhalf miljoen mensen hun huizen hebben moeten verlaten. Nog eens duizenden werden ontvoerd, waaronder veel vrouwen en meisjes die als seksslavinnen of kindbruiden worden gebruikt en wier kinderen de volgende generatie terroristen van Boko Haram moeten vormen.

In februari 2018 haalde een andere massale ontvoering het nieuws, toen een splintergroep van Boko Haram 110 schoolmeisjes uit het stadje Dapchi ontvoerde.

Ya Kaka was 15 toen Boko Haram-strijders in 2014 haar dorp Bama aanvielen. Ze werd samen met haar broertje van zes en haar zusje van vijf ontvoerd; ze waren ineens van de aardbodem verdwenen.

Hauwa was veertien toen terroristen haar huis bestormden, op zoek naar haar oudere broer. Toen ze hem niet konden vinden, eisten ze van haar vader dat hij Hauwa als bruid zou weggeven. Toen haar vader dat weigerde, werden hij en Hauwa’s stiefmoeder gedood en Hauwa zelf meegenomen.

Zowel Hauwa als Ya Kaka werd uiteindelijk naar kampen binnen de dichte wouden van Sambisa meegenomen, waar ze werden gedwongen met strijders te trouwen, meerdere keren door hun echtgenoten en andere mannen in het kamp werden verkracht en 'gewoon als slaven' werden behandeld, in de woorden van Ya Kaka.

Noch Ya Kaka noch Hauwa – die nu negentien en achttien zijn – weet precies hoe lang ze gevangen zijn gehouden. Ya Kaka denkt dat ze ruim een jaar in handen van de terreurgroep is geweest, terwijl Hauwa schat dat ze minstens negen maanden gevangen is gehouden. Ya Kaka vertelt dat ze gedurende de nachtmerrie haar ouders miste en verlangde naar een goede maaltijd. Ook Hauwa moest vaak aan haar familie denken.

“Ik zag hoe ze mijn vader doodden en ook mijn stiefmoeder,” zegt Hauwa. “Ik vraag mezelf vaak af waar mijn moeder is. Wie zal haar dit verhaal vertellen? Hoe zal ze zich voelen?”

Het was het moederschap waardoor hun wonderbaarlijke ontsnapping in gang werd gezet.

Wanneer vrouwen in het geboortedorp van Ya Kaka een kind kregen, werden ze vrijgesteld van allerlei dagelijkse taken, legt Ya Kaka uit. Maar in het kamp van de terroristen ging dat anders. Ze vertelt dat ze tijdens haar zwangerschap slecht werd behandeld en weinig te eten kreeg. Nadat haar kind was geboren, wist Ya Kaka dat ze een uitweg moest zien te vinden. Ze putte moed uit het contact met drie vrouwen die haar over een ontsnappingsplan vertelden. “Ze zeiden: ‘We moeten weglopen, laten we weglopen,’” vertelt Ya Kaka. “En dus gingen we er drie dagen later vandoor.”

Hauwa vertelt dat ook zij begon na te denken over ontsnappen toen haar lichaam aangaf dat ze snel zou bevallen. Ze wist dat ze de baby niet in het kamp kon krijgen. Er was niemand om haar te helpen en niemand om mee te praten.

“Ik wist zeker dat ik daar zou sterven,” zegt Hauwa. “Ik wist dat ik daar weg moest gaan.”

Tweede tragedie

Beide meisjes trokken wekenlang door de jungle om een veilig heenkomen te zoeken; hun baby’s overleefden de barre tocht niet. Onderweg kwamen Ya Kaka en Hauwa erachter dat overleving niet altijd vrijheid betekent. Veel meisjes die aan Boko Haram zijn ontsnapt, slagen er niet in om naar hun ouders terug te keren en blijven dakloos en alleen. Ze zwerven van dorp naar dorp of van stad naar stad, maar in hun versleten kleren maken ze weinig kans om door de gemeenschap te worden opgenomen. Experts noemen dit een ‘tweede tragedie’: na de ontvoering volgt de stigmatisering. Ook Hauwa overkwam dat toen ze uiteindelijk de stad Maiduguri bereikte.

Ze vertelt dat ze door haar ongewassen kleren op straat in haar geboortestad werd gediscrimineerd. Sommige mensen scholden haar uit voor ‘Boko Haram-vrouw’ en pestten haar. Voormalige gevangenen worden in hun gemeenschappen vaak buitengesloten omdat ze bang zijn dat ze zelfmoordterroristen zijn of door de opstandelingen zijn gehersenspoeld. Ook Ya Kaka kreeg te maken met dit soort stigmatisering.

Volgens beiden heeft Too Young To Wed hen geholpen om hun leven weer op orde te krijgen. Ze kregen wat geld en nieuwe kleren om hun bestaan weer op te bouwen en gingen weer naar school.

“Ik was ooit een kind dat door zijn ouders werd verwend. Daarna was ik opeens niets meer.” legt Ya Kaka uit. “Nu denk ik dat ik weer groei en steeds sterker word.”

Steun zoeken

In de afgelopen jaren hebben Ya Kaka en Hauwa zichzelf omgetoverd van slachtoffers in activisten. Ze geloven dat ze door het delen van hun ervaringen anderen kunnen aanzetten tot handelen en de broodnodige steun kunnen werven om meisjes de behoeden voor het lot dat hen is overkomen. Thuis luistert niemand naar hun verhalen, zegt Hauwa, maar in de VS is dat anders. Volgens de meisjes zijn ze daar met veel sympathie ontvangen door de mensen die ze hebben ontmoet, mensen die met hen meeleefden en respect hadden voor de zware weg die ze hadden afgelegd.

Voor de meisjes is de boodschap simpel: kleine dingen als een nieuw stel kleren kunnen veel uitmaken voor de kansen dat een overlevende weer in haar gemeenschap wordt opgenomen. Ook voorlichting is belangrijk. Als de overlevenden weer naar school kunnen, “zullen ze zelf wel uitzoeken hoe ze brood op de plank krijgen,” zegt Ya Kaka. Too Young to Wed financiert de scholing van zowel Ya Kaka als die van Hauwa. Naast hun bewustwordingswerk hopen de meisjes in de toekomst advocaten te worden.

De recente kidnapping in Dapchi onderstreept nog eens het werk dat nog gedaan moet worden, zegt Ya Kaka. Dat soort gebeurtenissen is slechts een klein onderdeel van de verschrikkingen die de oorlog in Nigeria met zich meebrengt, vooral in het noordoosten van Nigeria en in aangrenzende Afrikaanse landen.

“Veel mensen zitten in de val,” zegt Hauwa. “Sommigen zullen er niet levend uitkomen.”

Gedurende hun tijd in de VS werd de innerlijke kracht van de meisjes geprezen als inspirerend en als een toonbeeld van moed.

“Als mensen deze dingen tegen ons zeggen, worden we erg sterk,” zegt Hauwa. “Het zorgt ervoor dat we meer praten.”

En Ya Kaka zegt: “We hebben moed, omdat we geloven dat de wereld ons te hulp zal komen.”

Stephanie Sinclair zette de organisatie Too Young to Wed op ter bescherming van de burgerrechten van meisjes en om een einde te maken aan het kinderhuwelijk. Ze fotografeerde Ya Kaka en Hauwa tijdens hun reis naar de VS.

Lees meer