100 dagen Tibet: Een ingeloste belofte

Fotograaf York Hovest deed een belofte aan de dalai lama: ‘In honderd dagen breng ik Tibetin beeld.’ Het resultaat is een indrukwekkend nieuw boek van National Geographic.Thursday, November 9, 2017

Door York Hovest
Foto's Van York Hovest

Onder de indruk van een persoonlijke ontmoeting met de veertiende dalai lama en geïnspireerd door zijn roerende woorden over het lot van zijn land, beloofde ik hem om Tibet te bezoeken. Ik wilde zijn thuisland in al zijn schoonheid laten zien en de met de ondergang bedreigde cultuur en haar tradities met mijn camera helpen bewaren.

Tenzing Gyatso, de geestelijk leider van de Tibetanen, slaagde er in maart 1959 in om Lhasa te ontvluchten en in ballingschap te gaan in India. Vandaag de dag woont hij in Dharamsala, van waaruit hij al meer dan vijftig jaar ijvert voor een geweldloze bevrijding van zijn land. De dalai lama oogst wereldwijde erkenning voor zijn permanente streven naar vrede en medeleven. Hij strijdt voor het zelfbeschikkingsrecht van Tibet en voor de religieuze identiteit van het land. Voor die inspanningen ontving hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede. Hij heeft zijn vaderland echter al meer dan vijftig jaar niet kunnen bezoeken.

Hoog daarboven, tussen de allerhoogste bergen ter wereld, geïsoleerder dan enig ander land ter aarde, ligt Tibet. De nietaflatendestroom van berichten over de politieke verhoudingen in het land doet vermoeden hoe lastig de situatie inmiddels is geworden voor de achtergebleven Tibetanen. Maar het beeld van het sprookjesachtige boeddhistische Shangri-La met zijn spiritualiteit is ook in de media te zien.

Het land heeft een historie van meer dan 1000 jaar en kan terugblikken op unieke tradities. Het beschikt over prachtige landschappen, kristalheldere meren en adembenemende bergpanorama’s die zich in alle richtingen uitstrekken. Uitgestrekte steppen gaan over in diepe kloven die tot aan de ogenschijnlijk oneindige horizon reiken. Prachtig gekleurde lagen gesteente die vertellen over het ontstaan van Tibet, lopen als een kleurig lint door het hele land. In deze vrijwel ongerepte en unieke natuur woont een volk dat al bijna even beroemd is om zijn gastvrijheid en zijn vriendelijkheid als om het diep gewortelde boeddhisme.

De mensen hier hebben geleerd zich te redden met het weinige dat de natuur hen biedt. Kale steppen, zand en stenen bepalen het landschap. Maar hoe kaal het er ook mag lijken, de Tibetanen weten met grondstoffen die soms over eeuwen oude handelsrouteshet land bereiken, ware kunstwerken te maken. Een ongelooflijkekleurenpracht siert de filigraanpatronen waarmee kloosters en heilige plaatsen zijn beschilderd. Ook in de traditionele kleding zijn deze kleuren terug te vinden. Fijn geweven stoffen die de maatschappelijke rang van een persoon laten zien en worden gedragen bij boeddhistische feesten en ceremonies, zie je overal. Zowel mannen als vrouwen combineren dat met lange kleurige halskettingen die met veel inspanning uit turkooizen en koraal zijn vervaardigd. Zo’n halsketting is echter een gebruiksvoorwerp dat elke gelovige Tibetaan bij zich draagt. Het is zijn gebedsmolen. Het zachte ratelen en snorren is overal om mij heen te horen. In elke tempel, elk klooster klinkt het herkenbare geluid van de gebedsmolens. In combinatie met de gemompelde gebeden en mantra’s geven ze je het gevoel dat je in een andere wereld bent beland.

En dat is nu precies wat Tibet is: een bijzondere, andere wereld. Ik heb geprobeerd zo veel mogelijk indrukken te verzamelen van de mensen, hun cultuur en de actuele situatie. Daarom voert mijn weg door die regio’s van Tibet die voor mij het belangrijkst zijn en die ik in de honderd dagen van mijn verblijf heb bezocht.