Tot slaaf gemaakte goochelaar ‘verstuurde’ zichzelf per post naar de vrijheid

Toen een man genaamd Henry Brown in 1849 in een houten kist aan de slavernij wist te ontsnappen, vroegen Amerikanen zich verbluft af of de afschaffing van de slavernij misschien per post bereikt kon worden.

Door Nina Strochlic
Gepubliceerd 25 feb. 2022 13:22 CET
In deze illustratie is het moment uitgebeeld waarop Henry Brown uit de kist stapte waarin hij ...

In deze illustratie is het moment uitgebeeld waarop Henry Brown uit de kist stapte waarin hij van Virginia naar Pennsylvania was ‘verstuurd’. Zijn avontuur was de sensatie van de dag en belichtte de revolutionaire ontwikkeling van de Amerikaanse posterijen in die tijd.

Foto door Courtesy Library of Congress

Op een vroege ochtend in het voorjaar van 1849 vouwde een tot slaaf gemaakte zwarte man genaamd Henry Brown zichzelf op in een houten kist van negentig bij zestig centimeter. Zeven uur later en 560 kilometer verderop werd hij afgeleverd voor het huis van William Johnson, een kapper in Philadelphia die samenwerkte met de zogenaamde ‘Underground Railroad’, het netwerk van mensen, schuilplaatsen en routes waarmee tot slaaf gemaakte zwarte mensen vanuit het Amerikaanse Zuiden naar het vrije Noorden werden gesmokkeld.

De Amerikaanse posterijen begonnen zich destijds te ontwikkelen tot een steeds vernuftiger systeem van informatie-uitwisseling en de voorstanders van de afschaffing van de slavernij, de abolitionisten, realiseerden zich al snel het grote potentieel van dit stelsel. Terwijl zij de Zuidelijke staten overstelpten met pamfletten tegen de slavernij, werden in het Zuiden postzakken met dat soort materiaal verbrand en abolitionistische geschriften door beambten uit de post gevist. De nog jonge posterijen van de VS bevonden zich in het hart van een nationaal conflict over de vrijheid van meningsuiting, censuur en slavernij.

Te midden van deze ophef was het een private pakketbezorger – de Adams Express Company – die Brown keurig voor het huis van Johnson afleverde. Brown was in slavernij geboren en was zijn eerste 35 levensjaren het legale bezit van een plantagehouder in Virginia geweest. In augustus 1848 kwam hij thuis van zijn werk en ontdekte dat zijn vrouw en drie kinderen aan een dominee in North Carolina waren verkocht. Terwijl hij God om raad smeekte, hoorde hij een stem, zo schreef hij later. De stem zei: ‘Koop een kist en stap er zelf in.’

Toen hij zijn avontuur achter de rug had, was Brown de sensatie van de dag, met de bijbehorende bijnaam: Henry ‘Box’ Brown. Zijn vernuftige ontsnapping maakte hem tot een volksheld, een gezochte voortvluchtige en een spreker op openbare bijeenkomsten. Voor Hollis Robbins, expert in Afrikaans-Amerikaanse literatuur, was Brown het beste voorbeeld van de macht van de Amerikaanse posterijen.

Lees ook: ‘Dit is geen les in vergeving.’ Waarom Frederick Douglass op bezoek ging bij de man die hem tot slaaf maakte.

Toen Brown uit zijn kist stapte, zou hij volgens de overlevering een liedje hebben gezongen dat later in de kranten werd gepubliceerd. Dankzij een drastische verlaging van de posttarieven in 1845 en 1850 kon informatie in de hele VS vrijelijk worden uitgewisseld.

Foto door Courtesy Library of Congress, Rare Book and Special Collections Division, Printed Ephemera Collection

‘Bezorgers van vrijheid’

Halverwege de jaren 2000 woonde Robbins op de Yale University een lezing over Henry ‘Box’ Brown bij. De spreker vergeleek de reis van Brown met de Middenpassage, de handelsroute waarlangs tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika op overvolle en door ziekten geplaagde schepen naar de Nieuwe Wereld werden vervoerd. Robbins was geschokt toen ze de spreker hoorde vertellen over Browns clandestiene reis naar Pennsylvania: de claustrofobische omstandigheden in de kist, het voortdurend kantelen ervan en de weinig zachtzinnige omgang met het ‘pakket’.

Ze beschouwde de betrokken postbodes als ‘bezorgers van vrijheid’. Robbins grootvader had bij de Railway Mail Service gewerkt en zijzelf was bezig aan haar proefschrift over de Amerikaanse bureaucratie. Een van de hoofdstukken in die dissertatie had ze gewijd aan Brown, onder de titel ‘Fugitive Mail’ – ‘Voortvluchtige post’.

Voor Robbins, nu decaan van de School of Arts & Humanities van de Sonoma State University in Californië, was de ontsnapping van Brown alleen mogelijk dankzij nieuwe ontwikkelingen in het Amerikaanse postale systeem en bood dat stelsel abolitionisten een instrument om het bastion van de slavernij in het Zuiden langzaam te ondermijnen.

Noordelijke abolitionisten zetten in 1835 een campagne op om duizenden exemplaren van abolitionistische kranten als The Anti-Slavery Record en pamfletten aan mensen in het Zuiden te adresseren. Soms werden deze poststukken door woedende menigten verbrand, en ze wekten verontwaardiging onder Zuidelijke politici. Hoewel de federale Postmaster General weigerde de post te censureren, liet hij oogluikend toe dat plaatselijke postbeambten in het Zuiden abolitionistisch geschriften uit de post visten en vernietigden.

Foto door Courtesy Library Company of Philadelphia

Als sinds de ratificatie van de Amerikaanse Grondwet in 1789 was een landelijk postaal netwerk een integraal onderdeel van de jonge VS geweest. Maar vanaf het begin hielden ‘Zuidelijke politieke machten het Amerikaanse postale beleid scherp in de gaten,’ schrijft Robbins in ‘Fugitive Mail’. Het was niet moeilijk om zich voor te stellen hoe de posterijen de Zuidelijke economie konden ondermijnen.

Van oudsher waren voor de postbezorging zwarte mensen gebruikt, maar na een grote opstand van tot slaaf gemaakte mensen in het Caraïbisch gebied nam de angst in het Zuiden van de VS toe. In 1802 omschreef Postmaster General Gideon Granger die bezorgdheid in een brief aan een senator uit Georgia:

‘De actiefste en intelligentste slaven worden als postbezorgers te paard ingezet (...). Door van dag tot dag door het land te reizen en daarbij van uur tot uur omgang met mensen te hebben (...), zullen zij informatie inwinnen. Zij zullen te weten komen dat de rechten van een man niet berust op zijn huidskleur. En mettertijd zullen zij hun broeders daarin onderrichten (...). Eén vaardig man onder hen, die de waarde van dit stelsel inziet, zou een plan kunnen smeden dat door middel van uw postbezorgers te paard van stad naar stad overgebracht kan worden en tot een algehele en verenigde operatie tegen u zou kunnen leiden.’

Dat voorjaar verbood het Congres de postbezorging door tot slaaf gemaakte mensen.

Lees ook: Een belast verleden

In juli 1835 bestormde een groep vooraanstaande Zuidelijke slavenhouders het postkantoor van Charleston, South Carolina. Daar verbrandden ze stapels kranten die openlijk voor de afschaffing van de slavernij pleitten. Veel Zuidelijke staten verboden de bezorging van dit soort geschriften, ook al druiste zo’n verbod in tegen de federale wetgeving.

Foto door Courtesy Library of Congress

Ondermijnende post

Halverwege de jaren dertig van de negentiende eeuw hadden de abolitionisten in het Noorden inmiddels het poststelsel ontdekt als middel om hun ideeën te verspreiden. Destijds verschenen er in de VS zo’n honderd dagbladen die openlijk vóór afschaffing van de slavernij pleitten en in het Noorden werden gedrukt. Een gerichte campagne om de abolitionistische argumenten over te brengen aan uitgevers, religieuze voormannen en medestanders in het Zuiden, leidde tot een gestage stroom van kranten, pamfletten en traktaten – allemaal per post.

Deze vorm van activisme per post werd niet alleen onder de aandacht van Zuidelijke kiezers gebracht, maar ook van die van de zwarte gemeenschap zelf. In de geschriften werd de slavernij in algehele termen veroordeeld en de tot slaaf gemaakten opgeroepen om tegen het systeem in opstand te komen. Andersom werden verhalen over de praktijk van de slavernij naar het Noorden verstuurd. Ralph Waldo Emerson schreef dat de slavernij ‘niet gebaat is bij de stoomfluit van de spoorwegen, niet bij het dagblad, de postzak, een college, een boek…’ Volgens Robbins ‘nam men aan dat de onbeperkte toegang tot het poststelsel – tot communicatie – zou leiden tot vrijheid.’

In 1831 had Nat Turner een rebellie van de tot slaaf gemaakten in Virginia georganiseerd, en de postcampagne die kort daarna volgde, boezemde Zuidelijke grondbezitters grote angst in. In 1835 bestormde een woedende menigte het postkantoor van Charleston, South Carolina, en zette een stapel abolitionistische kranten in brand. Duizenden mensen verzamelden zich rond het vreugdevuur, waarin niet alleen kranten maar ook poppen van Noordelijke leiders in vlammen opgingen.

Zuidelijke politici riepen in het Congres op tot het indammen van de bezorging van abolitionistische geschriften door de posterijen. De inhoud van deze schrijfsels, zo beweerden ze, ondermijnden wetten in het Zuiden die de verspreiding van opruiende geschriften uitdrukkelijk verboden. Maar het Congres bevestigde dat postbeambten niet bevoegd waren om de bezorging van bepaalde stukken te weigeren en besloot beambten die daarop werden betrapt te straffen met boetes en celstraffen. Enkele Zuidelijke staten namen daarop echter wetten aan waarin abolitionistisch materiaal werd verboden, en het was algemeen bekend dat Zuidelijke postbeambten de post doorzochten op dit soort materiaal en het eruit visten.

Toch bereikten elk jaar vele honderden abolitionistische geschriften hun bestemming in het Zuiden. Het is mogelijk dat deze postale campagnes de verdeeldheid in het land verder hebben aangescherpt en de mensen in het Zuiden hebben verenigd in hun verzet tegen de ‘bemoeizucht’ van het Noorden.

‘Tussen de federale regering en de verschillende staten ontspon zich een onverbloemd debat over de vraag of dit communicatienetwerk aan banden moest worden gelegd,’ zegt Lynn Heidelbaugh, curator van het National Postal Museum, onderdeel van het Smithsonian Institution. ‘Het ging over de vraag wie de informatiestroom beheerste, maar de werkelijke zorg ging over wat er zou gebeuren als mensen vrijelijk ideeën zouden uitwisselen,’ zegt zij.

Terwijl de in Washington aangestelde Postmaster General de selectieve postbezorging in het Zuiden oogluikend toeliet, begonnen abolitionisten steeds vaker private postbezorgers te gebruiken. Deze bedrijven waren geen onderwerp van het landelijke debat en hadden een zakelijk belang om hun poststukken netjes af te leveren.

De Adams Express Company had een goede reputatie opgebouwd wat betreft betrouwbaarheid, snelheid en het bewaren van het postgeheim. Om dat te onderstrepen bezorgde het bedrijf in alle openbaarheid kistjes vol goudstof dat tijdens de Gold Rush van Californië was gedolven en daarna naar banken aan de Oostkust werd verzonden. Deze stunts wekten ook de aandacht van abolitionisten – en uiteindelijk ook van de mensen die de ontsnapping van Henry Brown planden.

De ontsnapping 

De houten kist die speciaal voor Brown was vervaardigd, was negentig bij zestig centimeter groot en voorzien van drie luchtgaten. Op 29 maart 1849 vouwde Brown zichzelf op in de kist, samen met een container water, een paar koekjes en een priem om nog meer luchtgaten te maken. De kist werd in treinwagons, op stoomboten en veerponten en in postkoetsen vervoerd. Hoewel het poststuk was voorzien van de woorden ‘This side up with care’ (‘Deze kant boven, breekbaar’), kantelde de kist tijdens het transport meerdere keren en legde Brown een deel van zijn reis ondersteboven af. Op zeker moment was hij ervan overtuigd dat hij zou sterven. In het besef dat de ingezetene van de kist de reis mogelijk niet had overleefd, trommelden de ontvangers van het poststuk bezorgd op de kist. ‘Is alles goed?’ ‘Alles goed, meneer,’ luidde het antwoord.

Browns ontsnapping werd als een modern sprookje gevierd. Het zou nog twaalf jaar duren voordat de VS de slavernij zou afschaffen, maar het beginnende postale netwerk van het land was robuust genoeg gebleken om een man in iets meer dan één etmaal op zijn plaats van bestemming af te leveren.

‘Zijn boodschap was dat dit systeem werkte,’ zegt Robbins. ‘En dat de pakketbezorging – een typische vorm van Amerikaanse vooruitgang – weliswaar de slavernij nog niet had beëindigd, maar wel een bezorging van Noord naar Zuid had verzorgd. Het bevorderde de uitwisseling van informatie, een uitwisseling die kort daarna vrijheid en emancipatie zou opleveren.’

Een jaar later werd Brown door toedoen van de Fugitive Slave Act uit 1850 een voortvluchtige en wist ternauwernood aan een premiejager te ontsnappen. Hij zag zich gedwongen naar het buitenland te vluchten en maakte een rondreis door Engeland, waarbij hij zich voor een enthousiast publiek vaak in een replica van de oorspronkelijke kist vertoonde. Onder de titel ‘The Great Panorama of American Slavery’ reisde hij rond met een groot panoramadoek en een bijbehorende show over de Amerikaanse slavernij, waarbij hij soms ook andere bevrijde mensen liet ‘optreden’.

Als kind op de plantage had Brown het goochelen geleerd van een andere tot slaaf gemaakte man, en die vaardigheden gebruikte hij nu om de show rond zijn panorama op te bouwen, waarbij hij mentalisme, miraculeuze ontsnappingen, goocheltrucs en hypnoses opvoerde.

Brown speelde de verstekeling, de spion en de onthulling van een goocheltruc, maar vooraanstaande abolitionisten van die tijd wisten niet goed wat ze met hem aan moesten. Frederick Douglass was beroemd om zijn geslaagde ontsnapping uit de slavernij, maar hij besprak de manier waarop dat was gebeurd nooit in het openbaar. Daarentegen draaide het in Browns leven vrijwel uitsluitend om die ontsnapping.

En hoewel Douglass en andere abolitionisten met veel gedrevenheid vertelden van de lijdensweg die ze hadden ondergaan, beschreef Brown zijn ervaringen als de ‘mooie zijde van het schilderij der slavernij’ en sprak met genegenheid over zijn voormalige plantagehouder. Brown hertrouwde in Engeland, maar het is onduidelijk of hij zijn voormalige gezin in de VS wist vrij te kopen of het ooit weerzag.

‘Had Henry Box Brown de aandacht van de slavenhouders niet op de wijze van zijn ontsnapping gericht, zouden wij wellicht duizenden Box Browns per jaar hebben gehad,’ schreef Douglass in 1855 in zijn autobiografie My Bondage and My Freedom.

En inderdaad, in hetzelfde jaar dat Brown ontsnapte, voegde de gevangenis in Richmond een nieuw vergrijp aan zijn lijst van misdaden toe, namelijk het ‘aanzetten van slaven om zich in een kist te laten insluiten’. Eén gevangene werd om die reden vastgezet: Samuel Alexander Smith, de man die Brown had ‘verzonden’, en was betrapt bij een poging om nog meer tot slaaf gemaakte mensen per post naar het Noorden te verzenden. Hij kreeg zes jaar cel. Niet lang daarna werd een vrije zwarte man gearresteerd omdat hij hetzelfde probeerde te doen. Het is onbekend of er nog andere mensen op succesvolle wijze deze reis naar de vrijheid per post hebben gemaakt.

De politiek van de posterijen

Zeker is dat in de jaren rond Browns ontsnapping meer poststukken door de VS werden verzonden dan ooit tevoren. De kosten voor de distributie van kranten was van oudsher gesubsidieerd, maar het tarief voor het verzenden van een persoonlijke brief was hoog, zodat de gemiddelde Amerikaan het zich niet kon veroorloven er meer dan één à twee per jaar te versturen. Maar in 1845 en 1851 werden de tarieven drastisch verlaagd. In 1847 werd de eerste postzegel uitgegeven, waardoor de verzender de portokosten voortaan van tevoren kon voldoen, in plaats van dat de ontvanger bij aflevering moest betalen. Bovendien konden beide zijden indien gewenst anoniem blijven. Volgens Robbins nam het volume aan post tussen 1845 en 1850 met 66 procent toe.

De gevolgen van deze nieuwe communicatiemethode waren enorm, maar uit anekdotisch bewijs blijkt ook dat vooral ‘slaven in het Zuiden zich bewust waren van het belang van de posterijen, omdat Douglass en andere abolitionisten er zo vaak gebruik van maakten,’ zegt Robbins.

Zo was er ene Harriet Jacobs, die een vriend van haar in New York vroeg om haar ‘meester’ een brief te sturen terwijl zij zich schuilhield. Dankzij de afzender zou haar eigenaar op het verkeerde spoor worden gezet. Dan was er nog Anthony Burns, een voortvluchtige die in Richmond gevangen was gezet en brieven aan zijn advocaten stuurde door ze uit het raam van zijn cel te gooien. Douglass schreef dat veel tot slaaf gemaakte mensen de officiële papieren van bevrijde Afrikaans-Amerikaanse burgers leenden en die naar hun eigenaars stuurden nadat ze eenmaal naar het Noorden waren ontsnapt.

Browns verhaal blijft het brede publiek verbazen en vermaken. Tony Kushner (de schrijver van Angels in America) bewerkte het tot een toneelstuk. Andere schrijvers hebben Browns reis aangegrepen om thema’s als gevangenschap te behandelen. Als hommage aan Brown hebben kunstenaars geprobeerd zichzelf per post te versturen. En voor historici van de Amerikaanse posterijen weerspiegelt het verhaal een bepalende periode in de geschiedenis van de VS.

‘Welke rol moesten de posterijen spelen? Wie moest toegang krijgen tot de post? Wat konden we allemaal per post versturen?’ vraagt Heidelbaugh, de curator van het National Postal Museum, zich met de Amerikanen van toen af. ‘Men was vanuit de vroege republiek op dit crisispunt beland, aan de vooravond van de Amerikaanse Burgeroorlog (...). Het debat over de rol van de posterijen staat symbool voor alle debatten over de rol van de overheid die tot op heden in de VS worden gevoerd.’

Die debatten woeden volgens Heidelbaugh volop, over de toegang tot sociale media, het nieuws en het internet en het reguleren van de vrijheid van meningsuiting.

‘Post is erg politiek,’ besluit zij.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
De vergeten ‘eerste emancipatie’ van de Amerikaanse slaven
Geschiedenis en Cultuur
‘Dit is geen les in vergeving.’ Waarom Frederick Douglass op bezoek ging bij de man die hem tot slaaf maakte.
Geschiedenis en Cultuur
Clotilda, het laatste slavenschip naar de VS
Geschiedenis en Cultuur
Poging om DNA-monsters in laatste Amerikaanse slavenschip te vinden
Geschiedenis en Cultuur
In dit land wordt een autocratisch verleden op sociale media herschreven

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.