Verenigde Staten

Met de camper door de VS? 7 tips

Reizen per camper is een prachtige manier om Amerika te ontdekken, maar je moet wel met een aantal zaken rekening houden. Met deze 7 tips vertrek je goed voorbereid op je road trip! donderdag, 9 november

Door Jonathan Vandevoorde

1. Kies een strategisch begin- en eindpunt

De meeste mensen denken automatisch aan Los Angeles en San Francisco als vertrekpunt voor een rondreis in het Westen. Het nadeel is dat het drukke luchthavens zijn, met lange wachtrijen bij de douane, en dat je flink wat afstand moet afleggen vooraleer je bij de grote nationale parken bent. Waarom niet vliegen op Las Vegas, Salt Lake City of Denver als je de Southwest wil verkennen? En denk bijvoorbeeld aan Seattle of Portland als je van plan bent in de Pacific Northwest reizen.

Je kunt ook tijd besparen door op twee verschillende luchthavens te vliegen, bijvoorbeeld heen op Las Vegas en terug vanaf Denver. Je betaalt dan voor de camper een supplementaire drop-off fee, maar de tijdwinst die je eruit haalt maakt veel goed.

2. Boek vroeg van tevoren

Niemand zal je ooit kunnen vertellen hoeveel een periode camperhuur precies kost. De tarieven die de verhuurders hanteren wisselen elke week en zijn afhankelijk van de vraag en het aanbod in de gewenste periode. Vroeg boeken loont: een jaar vooruit reserveren is niet uitzonderlijk.

3. Houd voldoende tijd vrij op dag één

De eerste nacht in Amerika moet je in een (hotel)accommodatie doorbrengen. De wet schrijft voor dat je, vanwege de jetlag, niet meteen met de camper de weg op mag. Doorgaans zijn de camperbedrijven buiten de luchthaven en de stad gevestigd, maar een verhuurbedrijf kan vaak een taxitransfer voor je regelen van hotel naar de stelplaats. 

Voor vertrek moet je eerst een stapel papierwerk invullen. Zorg dat je de limietwaarde van je creditkaart voldoende hebt laten verhogen, want op dag één moet je al een flinke waarborg betalen. Die krijg je aan het eind van je vakantie pas teruggestort. 

Pas na een verplichte instructiefilm over het gebruik en de regels van een camper en persoonlijke uitleg over hoe alle knopjes en hendeltjes van je rollende huis precies werken, mag je de weg op. En je moet ook nog inkopen doen voor de volgende dagen! Beperk op die eerste dag dus het aantal te rijden kilometers.

Tip: Reserveer een ‘personal kit’ met keukengerief, bed-, bad- en keukenlinnen. Potten, pannen en borden wil je echt niet meesjouwen. Mijn ervaring leert wel dat het dekentje te dun voor de koude nachten in de bergen en dat je te weinig handdoeken krijgt. Neem dus van thuis een extra stapeltje mee.

4. Plan haalbare afstanden

De Verenigde Staten lijken wel gemaakt voor RV’s, of recreational vehicles zoals de Amerikanen ze noemen. Brede wegen, ruime parkeerplaatsen en overal RV dumps waar je je afval kwijt kunt. Met een camper kun je gaan en staan waar je wil. Het is echter een groot land, en vooral in het Westen zijn de afstanden niet te onderschatten. Met al die fotostops onderweg ben je, voor je er erg in hebt, pas tegen zonsondergang op je bestemming! Je kunt je etappes daarom beter conservatief plannen.

Tip: Het is veel relaxter om in één dag 400 km af te leggen (voor een camper is dit een flinke dagafstand) en dan enkele dagen vanuit één standplaats leuke activiteiten te ondernemen, dan elke dag 250 km te rijden naar een nieuwe plek.

5. Reserveer een standplaats wanneer mogelijk

Wil je een standplaats op een camping, dan kan reserveren raadzaam zijn in de nabijheid van populaire parken zoals Yosemite, Yellowstone en de parken in Utah en Arizona. Een dag of twee van te voren bellen kan altijd, meestal is er altijd wel een plek in de buurt te vinden. In de zomervakantie en rond de feestdagen is reserveren op deze plekken zeker aan te raden. In de Southwest loopt het ‘hoogseizoen’ vaak nog door tot midden oktober.

Tip: Bij elk park betaal je toegang, met prijzen variërend tussen de $15 en de $25 per park, dus soms kan een jaarpas van $80 goedkoper uitvallen. Deze zijn ter plekke bij elk park te koop, die in principe het hele jaar open zijn. Veel faciliteiten, zoals hotels en winkels, sluiten echter wel voor de winter: doorgaans van november tot begin april of mei naargelang de locatie. Check dit op de officiële National Park Service website.

Kamperen in een nationaal park of een recreation area – daar zijn er honderden van in het Westen – is een prachtige natuurervaring en niet duur. Ruim vooraf reserveren is aan te raden voor de periode mei-september. Voor dit soort terreinen geldt dat de sanitaire voorzieningen schoon maar spartaans zijn, vaak zonder douches.

In het voor- en naseizoen is reserveren niet altijd mogelijk en ook niet nodig. Dan geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Deze periodes verschillen per park, zelfregistratie bij de ingang is dan verplicht. Betaling gebeurt cash in een daartoe bestemde envelop die in een bus gedropt wordt, maar waarop je ook eventueel je creditcard gegevens kunt invullen. Er wordt bijna dagelijks gecontroleerd!

6. Houd rekening met een wisselend klimaat

Het Westen is enorm groot en de klimaatzones gaan, naargelang ligging, breedtegraad en hoogte van woestijn tot alpien. In juli en augustus beleeft de Southwest het monsoon season met bijna elke middag fikse onweersbuien. In heel het Westen is hitte-onweer trouwens een typisch zomerfenomeen als je in het binnenland bent. Ook een hagelbui is in de zomer niet uitzonderlijk. Langs de westkust heerst een mediterraan tot gematigd klimaat, zoals bij ons. 

Tip: Reis je in de zomer door de woestijnachtige Southwest? Ga dan nooit met je camper ‘wildkamperen’ naast ondiepe of droogliggende beken of in canyons. Hevige flash floods, plots opkomende overstromingen als gevolg van een heftig onweer stroomopwaarts, sleuren alles en iedereen met zich mee. Lees daarom altijd de flash flood warnings op de bordjes en houd het lokale weerbericht in de gaten.

7. Pas op voor beren!

In Amerika wemelt het van de wilde dieren: herten, vossen, wasbeertjes, eekhoorns, chipmunks, tarantula’s (ongevaarlijk!), wapiti’s en arenden zul je waarschijnlijk meermaals tegenkomen, vooral ’s ochtends en ‘s avonds. Een ontmoeting die je liever niet hebt, is met een beer. 

Zwarte beren – buiten Alaska en Canada komt enkel deze soort voor – zijn niet agressief en alleen maar geïnteresseerd in alles wat lekker ruikt, zoals eten, afval maar ook tandpasta of je deo-stick. Aanvallen op mensen zijn gelukkig uiterst zeldzaam. Ga je kamperen, dan ben je verplicht om alle welriekende spullen in een bear proof-kastje te stoppen: elke standplaats heeft er een.

Tip: Praat je veel of maak je lawaai tijdens een wandeling, dan vlucht een beer nog voordat je hem zelf gespot hebt. Kom je er toch een tegen, zwaai dan met je armen of een stok en schreeuw heel hard: de beer zal wegrennen. Benader nooit een moederbeer die jonkies heeft en ren NOOIT zelf weg van een beer! 

In het Westen komen ook slangen voor, vooral de ratelslang. Hier geldt dezelfde regel: laat het dier met rust. Het zal vluchten, tenzij je erop gaat staan. Een ‘woestijnregel’ van de cowboys is daarom: loop nooit achteruit, want dan zie je niet waar je je voeten neerzet. Western wisdom voor als de grote natuur lonkt!