Verscheurd door oorlog

De burgeroorlog in Ehtiopië heeft geleid tot miljoenen ontheemden en duizende doden. een humanitaire crisis bedreigt het voortbestaan van het land.

Burgers hebben zwaar te lijden onder de vijandigheden in de Ethiopische deelstaat Tigray. Deze vrouw zegt in één week door vijftien Eritrese militairen te zijn verkracht. Waar haar kinderen zijn, weet ze niet. ‘Mijn leven is een hel,’ zegt ze.

Foto van Lynsey Addario
Gepubliceerd 2 nov. 2021 13:35 CET

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het National Geographic Magazine, editie 11, 2021.

Langs de paar wegen die nog open zijn in de belegerde deelstaat Tigray, in het noorden van Ethiopië, vallen louter duistere verhalen op te tekenen.

In een buitenwijk van Abiy Addi, in het hart van Tigray, vertelt Araya Gebretekle zijn verhaal. Het is een gitzwart relaas. Hij had zes zonen. Vijf van hen stuurde hij op pad om gierst te oogsten. Vier zouden niet terugkeren.

Toen Ethiopische militairen in februari het dorp bereikten, ‘sloegen mijn zonen niet op de vlucht’, zegt Araya. ‘Tijdens het oogsten waanden ze zich veilig.’ Maar toen de militairen hun wapens op zijn jongens richtten, kregen ze het bevel om het vuur te openen. ‘Maak ze af, maak ze af,’ riep de bevelhebber. De broers smeekten om genade. ‘We zijn slechts gewone boeren,’ zeiden ze. ‘Laat één van ons in leven. Om te oogsten en de dieren te verzorgen,’ riepen ze wanhopig. De militairen lieten de jongste zoon gaan, een jongen van pas vijftien jaar. De anderen werden geëxecuteerd, en de lichamen lieten ze achter op de akker.

Drie maanden later ‘huilt mijn vrouw nog altijd onophoudelijk, en ze komt het huis niet uit’, zegt Araya. ‘Ikzelf ben vandaag voor het eerst weer buiten. Elke nacht droom ik over ze.’ Hij vecht tegen de tranen. ‘Zes zonen had ik. Ook de oudste had ik die dag gevraagd om te helpen, maar godzijdank had hij geweigerd.’

Lees ook: Hoe is het om naar conflictgebieden te gaan? Een voormalige oorlogscorrespondent vertelt het ons

Ten oosten van Abiy Addi, in het Ayder-ziekenhuis in provinciehoofdstad Mekele, kermt Kesanet Gebremichael (13) van de pijn wanneer verpleegkundigen het verband afwikkelen om haar brandwonden verzorgen. Ze was thuis aan het koken, in het dorp Ahferom, toen de lemen hut werd getroffen door een mortier. ‘Mijn huis brandde volledig af,’ zegt haar moeder, Genet Asmelash. ‘Met mijn kind erin.’ Het meisje was al ondervoed, en nu is ook nog veertig procent van haar lichaam verbrand.

 

Militairen van het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF) patrouilleren in Adi Chilo, een dorp waar een bloedbad heeft plaatsgevonden. Inwoners vertellen dat Ethiopische en Eritrese troepen hier in februari een flinke nederlaag leden in gevecht met het TPLF. Ter vergelding lieten ze in Adi Chilo talloze mannen executeren. Veel van hen liggen begraven bij hun woning.

Foto van Lynsey Addario

In een opvanghuis voor vrouwen in Mekele vertelt een 33-jarige vrouw hoe ze twee keer werd verkracht door militairen: in haar eigen huis in Idaga Hamus, en toen ze met haar zoon van twaalf probeerde te vluchten naar Mekele. Ze werd uit een busje gesleurd, gedrogeerd en overgebracht naar een militair kamp. Daar bonden ze haar aan een boom en werd ze tien dagen lang seksueel misbruikt. Door uitputting, pijn en angst verloor ze regelmatig het bewustzijn. Toen ze op een bepaald moment bijkwam, zag ze iets hartverscheurends: aan haar voeten lag het levenloze lichaam van haar zoon. ‘Zijn hals was bebloed,’ zegt ze. ‘Hij was dood.’ Met haar handen voor het gezicht slaakt ze een kreet waarin al haar pijn en verdriet doorklinken. Ze is ontroostbaar. ‘Ik kon hem niet eens begraven,’ roept ze snikkend. ‘Ik heb hem niet begraven.’

Wat begon als een politiek conflict tussen de Ethiopische premier Abiy Ahmed en de regeringspartij in Tigray, het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF), is ontaard in een oorlog met trekken van genocide. Zo’n twee miljoen Tigrayers (een derde van de totale bevolking) zijn op de vlucht geslagen. Miljoenen mensen ijn afhankelijk geworden van voedselhulp. Duizenden mensen kwamen om het leven. Het blijft echter gissen naar de werkelijke omvang van de ramp, want de overheid heeft de communicatielijnen naar Tigray platgelegd en laat slechts beperkt mensen toe in het gebied.

De foto’s bij dit verhaal zijn gemaakt in mei, toen de situatie uiterst penibel was. In Mekele waren de meeste wegen naar het noorden en het zuiden afgesloten voor journalisten en humanitaire hulp. Langs een weg in westelijke richting stonden uitgebrande tanks en geplunderde ambulances. De hoge eucalyptusbomen waren uit het landschap verdwenen, wat overbleef waren kale en verlaten akkers. De talloze controleposten werden bemand door Ethiopische militairen. Troepen uit buurland Eritrea slenterden door de dorpen. Burgers waren doodsbang en getraumatiseerd, en baden voor iedereen die nog niet had weten te vluchten naar Mekele of een andere relatief veilige plek. Ze vreesden voor wat ging komen.

Vrouwen in Agula wachten achter prikkeldraad op voedsel dat wordt uitgedeeld. ‘We hebben geen eten en er zijn geen medicijnen. We zijn beroofd van al onze bezittingen,’ zegt Salam Abraha (midden). ‘Elke dag sterven hier mensen.’ Ethiopische en Eritrese militairen dwarsbomen de aanvoer van humanitaire hulpgoederen.

Foto van Linsey Addario

aan deze oorlog gingen vele onrustige decennia vooraf met instabiele regimes, geschonden afspraken en een steeds terugkerende vraag: hoe kunnen de ruim tachtig verschillende bevolkingsgroepen in Ethiopië vreedzaam samenleven in één groot en stabiel land?

‘Politiek gezien zijn er in dit land twee kampen: voorstanders van een centrale overheid, en een groep die een multinationale federatie voor ogen heeft met zelfbeschikkingsrecht voor etnische groepen,’ zegt Tsega Etefa. Hij is verbonden aan Colgate University in de VS en doet onderzoek naar etnische conflicten in dit deel van Afrika.

In de twintigste eeuw was de politieke macht lange tijd gecentraliseerd. Haile Selassie, de laatste keizer van Ethiopië, werd in 1974 na 44 jaar afgezet door de Dergue, een groep hoge militairen. Onder leiding van Mengistu Haile Mariam tuigde de Dergue razendsnel een autoritair regime op dat grove onderdrukking niet schuwde. Hierop vormden verschillende etnische groepen, waaronder de Tigrayers, een oppositie die zich ging verzetten tegen het dictatoriale bewind. In 1975 werd het TPLF opgericht, een militie die zeer effectief zou blijken.

Lees ook: In dit Afrikaanse park neemt de dierenpopulatie weer toe, na jaren burgeroorlog

Mengistu’s pogingen om het TPLF en andere rebellengroeperingen onder de duim te houden, leidden tot een situatie die doet denken aan de huidige: een bloedige opstand met een ernstige hongersnood tot gevolg. Tussen 1983 en 1985 verhongerden in Ethiopië honderdduizenden mensen. De overheid kreeg de opstand niet onder controle. Gesteund door Eritrese troepen schaarden rebellengroepen uit Amhara en Oromia zich bij een door het TPLF geleide alliantie die bekendstaat als het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). In 1991 werd Mengistu afgezet.

Ruim twee miljoen mensen raakten door de oorlog ontheemd. Vijftigduizend mensen vluchtten naar Soedan, maar de meerderheid trok naar grotere steden in Tigray, waaronder Mekele, de hoofdstad van de deelstaat. Hier zoeken ze een veilig heenkomen in geïmproviseerde opvanglocaties, zoals in deze basisschool.

Foto van Linsey Addario

Het EPRDF stoelde zijn regering op een systeem van etnisch federalisme: Ethiopië werd opgedeeld in semiautonome staten langs etnische lijnen. Hierdoor raakten politiek en etniciteit nog verder verknoopt.

In de praktijk was de macht echter nog altijd gecentraliseerd. Het TPLF, dat slechts zes procent van de Ethiopische bevolking vertegenwoordigde, ontpopte zich tot de dominante politieke macht in de EPRDF-coalitie met Meles Zenawi als premier. Onder de nieuwe regering groeide de economie sterk en nam de voedselonzekerheid af. Maar het EPRDF regeerde met harde hand, net als het regime dat het had verdreven. Ook dit bestuur kwam in conflict met Eritrea, dat in 1962 door Ethiopië was ingelijfd. In 1993 riep Eritrea de onafhankelijkheid uit. In 1998 begonnen de twee voormalige bondgenoten een oorlog over een betwiste grenslijn, een patstelling die twintig jaar zou voortduren.

Het federalisme hielp al evenmin om de spanningen te verminderen. In 2014 braken onlusten uit in Oromia, de dichtstbevolkte deelstaat van Ethiopië. Aanleiding was het overheidsbesluit om grond te confisqueren voor een uitbreiding van Addis Abeba, de hoofdstad van het land. Etnische Oromo voelden zich al lange tijd achtergesteld en werden vervolgd, en de annexatie van een deel van hun deelstaat zette kwaad bloed bij de bevolking. De protesten sloegen over naar gebieden als Amhara, waar een territoriaal geschil met Tigray voor grote onrust zorgde. De protesten werden met harde hand neergeslagen, en na steeds fellere botsingen tussen overheidstroepen en etnische milities legde premier Hailemariam Desalegn, die Meles na diens overlijden in 2012 had opgevolgd, zijn taken neer. Abiy, een etnische Oromo, nam het ambt in 2018 op zich.

Aanvankelijk leek Abiy met Ethiopië een nieuwe weg in te slaan. Hij liet politieke gevangenen vrij, verruimde de persvrijheid en sloot vrede met Eritrea, waarvoor hij in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Maar daarnaast vervolgde hij Tigrayers en verwijderde hen uit het parlement. De heersende coalitie bracht hij onder in één partij, de Welvaartspartij, een zet die de terugkeer naar een autoritair regime inluidde.

Gebray Zenebe houdt zijn dochter Beriha Gebray (15) vast. Ze werd ten zuiden van Mekele door Eritrese militairen in het gezicht geschoten. Pas na twee dagen wist het Gebray het dichtstbijzijnde ziekenhuis te bereiken. ‘Het is nu de tijd om te zaaien,’ zegt hij, ‘maar we zitten hier met gewonde kinderen. Wat hebben zij straks te eten?’ Beriha is blind geworden.

Foto van Linsey Addario

Na bijna dertig jaar lang een belangrijke functie te hebben vervuld in het landsbestuur, weigerde het TPLF om op te gaan in de Welvaartspartij van Abiy. Hierop werd het TPLF gemarginaliseerd, maar nog altijd had de partij veel invloed in Tigray: ze had een meerderheid in het regionale bestuur van de deelstaat en beschikte over maar liefst 250.000 militairen. Toen de verkiezingen in 2020 wegens de pandemie werden uitgesteld, liet het TPLF de regionale verkiezingen toch doorgaan, met als argument dat het ongrondwettelijk zou zijn om door te regeren. De federale overheid verklaarde de regionale regering onwettig en dreigde met een herverdeling van overheidsgeld.

Op 3 november 2020 nam het TPLF een militaire basis van het federale bestuur in. Een dag later lanceerde de Ethiopische overheid een grootse militaire operatie en legde het in Tigray energie- en communicatienetwerken plat. Vanuit het noorden drongen Eritrese strijdkrachten Tigray binnen en milities uit Amhara deden hetzelfde vanuit het zuiden. Beide partijen koesterden al lange tijd wrok jegens het TPLF: de Eritreeërs namen wraak voor de oorlog met Ethiopië, en in Amhara heerste het gevoel dat Tigray het etnisch federalisme misbruikte om een zeer vruchtbaar gebied te annexeren.

Al snel bleek dat de agressie niet alleen tegen het TPLF was gericht. Er kwamen berichten over grootschalige wreedheden tegenover de burgerbevolking van Tigray. ‘Het merendeel van de troepen schaamt zich diep voor hun rol in de groepsverkrachtingen en het plegen van moorden,’ zegt Alex de Waal, directeur van de World Peace Foundation. ‘Waarom ze het dan toch doen? Nou, omdat ze worden gedwongen. Doen dergelijke misdaden zich op deze schaal voor, dan zijn er concrete orders gegeven.’

Lees ook: In dit door oorlog verscheurde dorp wonen alleen vrouwen en kinderen

Alle partijen, inclusief het TPLF, worden beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar getuigen zeggen dat de Eritreeërs het verst over de schreef gaan. De vrouw die tien dagen aan een boom werd vastgeketend, zegt dat de militairen die haar verkrachtten en haar zoontje vermoordden Eritreeërs in Ethiopisch uniform waren. ‘Ze hadden rituele littekens in het gezicht en ze droegen plastic schoenen,’ twee details waaraan Eritrese militairen zijn te herkennen. Ze spraken Tigrinya; Ethiopische militairen spreken Amhaars.

Op 14 mei trokken Ethiopische troepen door de straten van Mekele. Kort nadat het conflict was opgelaaid, namen zij de stad in. Hierop vluchtten de politieke top en het regionale leger de omliggende heuvels in. Eind juni heroverde het TPLF de stad.

Foto van Linsey Addario

Adiam Bahare (19) zag met eigen ogen hoe Eritrese militairen drie familieleden doodden in May Kinetal. ‘Ze dreven ze naar een groep mannen uit een naburig dorp, waarna ze met een enkel schot werden geëxecuteerd,’ zegt ze. ‘Thuis hoorde ik schoten en zag ze een voor een neervallen.’ Ze nam een kind van een familielid onder haar hoede en verborg zich in een van de grotten in de heuvels rond haar woonplaats. Uiteindelijk wist ze een opvangplek in Mekele te bereiken.

In medische posten kunnen gewonden niet langer worden behandeld, omdat de meeste gezondheidscentra zijn beroofd van hun instrumenten. ‘Eerst namen Eritrese troepen zo veel mogelijk mee,’ zegt Adissu Hailu, directeur van het ziekenhuis in Abiy Addi. ‘Daarna deed dit ziekenhuis dienst als militaire basis.’ De militairen verkochten alles, vertelt hij, zelfs de koelkasten. Toen het ziekenhuis na hun vertrek weer open mocht, had de staf geen medische hulpmiddelen meer tot zijn beschikking. Maar het aantal patiënten bleef zich opstapelen.

En ondertussen lijdt de bevolking honger. ‘In totaal hebben 5,2 miljoen mensen voedselhulp nodig. Dat is maar liefst 91 procent van de bevolking in Tigray,’ zegt Peter Smerdon, woordvoerder van het World Food Programme (WFP) van de VN in Oost-Afrika. Uit onderzoek van het WFP blijkt dat de helft van de moeders en bijna een kwart van de kinderen kampt met ondervoeding.

Eritrese en Ethiopische militairen zetten honger in als wapen. Ze blokkeren de aanvoer en distributie van humanitaire hulpgoederen, roven vee en goederen uit opslagplaatsen, en verhinderen boeren hun akkers te bewerken.

Abeba Gebru, zwanger van haar zesde kind, schuilde voor het geweld in een grot waar ze zich in leven hield met bonen. Haar baby werd geboren met ondergewicht en Abeba maakte niet genoeg borstvoeding aan voor haar kind. ‘Ik maakte me zo’n zorgen over haar,’ zegt ze. ‘Ik kneedde mijn borst om er iets uit te krijgen.’ Moeder en dochter worden nu behandeld in een kliniek in Abiy Addi.

De oorlog begon in het oogstseizoen. In mei was het tijd om de akkers in te zaaien. In een dorp aan de weg tussen Mekele en Abiy Addi bewerkt Kiros Tadros zijn land. Door klimaatverandering heeft hij al een paar zware jaren achter de rug: ‘Het lijkt wel het einde der tijden – na hagel en sprinkhanen nu een oorlog.’

Orthodoxe christenen komen samen om te bidden bij de Selassiekerk in Mekele. ‘We rouwen om wat er om ons heen gebeurt,’ zegt Tigist Yohannes. ‘We bidden en staan stil bij ons verdriet.’ 44 procent van de Ethiopiërs beschouwt zichzelf als orthodox, in Tigray geldt dit zelfs voor 96 procent van de bevolking.

Foto van Linsey Addario

‘Zowel ons land als de bergen verderop werden ingenomen door Eritrese militairen,’ vertelt hij. ‘Ze gingen alle huizen langs, en iedereen moest voedsel en vee afstaan. We mochten de akkers niet omploegen en werden onder druk gezet om te vertellen waar milities zich schuilhielden.’

De VN hebben inmiddels opgeroepen tot een onderzoek naar de oorlogsmisdaden die in de regio zijn gepleegd, en de VS schortten hun economische en veiligheidshulp aan Ethiopië op.

Maar de Tigrayers kwamen zelf met de effectiefste tegenmaatregelen. Het TPLF beschikt over talloze rekruten die zijn gehard door het geweld tegen hun gemeenschappen. Twintig procent van het Ethiopische leger en een groot deel van de officieren en de technische staf kwam uit Tigray; nu vechten zij mee aan de zijde van het TPLF. Ervaren oud-bevelhebbers als Tsadkan Gebretensae, de voormalige leider van het Ethiopische leger, waren al met pensioen, maar keerden terug. In juni heroverde grote stukken van Tigray, en later dreven ze meer dan zesduizend gevangengenomen Ethiopische militairen door de straten van Mekele.

Om verder gezichtsverlies te voorkomen, kondigde Abiy een eenzijdig staakt-het-vuren af en maande hij ‘alle Ethiopiërs die daartoe in staat zijn’ zich aan te sluiten bij milities om Ethiopië te verdedigen tegen het TPLF, dat hij omschreef als ‘verraders die Ethiopië, dat zo veel voor hen heeft betekend, botweg de rug toekeren’.

lees ook: Overlevenden van bloedbad houden zich schuil in uitgestrekt moeras

Maar het TPLF bijt van zich af. ‘Je wint geen oorlog door een half miljoen lichtbewapende boeren te mobiliseren,’ zegt De Waal, vooral niet tegen een tegenstander ‘die jouw leger compleet onder de voet heeft gelopen en zich al het materieel heeft toegeëigend.’ De strijd heeft zich verspreid naar Afar in het oosten, naar Amhara in het zuiden en naar Tigray in het westen, met als doel een aanvoerlijn naar Soedan aan te leggen.

Abiy heeft intussen zijn handen vol aan een opstand in Oromia. Er heerst onenigheid tussen Afars en Somali, tussen Amharen en Oromo, en Gumuz staan tegenover Amharen en Oromo.

Kiros Tadros ploegt zijn akker in het zuidoosten van Tigray, nadat Eritrese militairen al het voedsel, vee en zaad hadden geroofd uit zijn dorp. Ze verboden de dorpelingen hun land te bewerken, maar Kiros moet wel. Als hij dat niet doet, hebben zijn zeven kinderen niets te eten.

Foto van Lynsey Addario

Daarnaast wordt Ethiopië bedreigd door mogendheden van over de grens. Soedan nam het omstreden district Al-Fashaga in, wat leidde tot de uitzetting van Ethiopische boeren en conflicten tussen de twee landen. Het vruchtbare grensgebied is een van de oorzaken van het voortdurende gesteggel over de Grote Renaissancedam. Deze stuwdam in de Blauwe Nijl zorgt voor spanningen met Soedan en Egypte, twee landen die op militair vlak de handen ineenslaan.

De toekomst van Ethiopië wordt steeds penibeler. Een vrouw (47) uit Inda Selassie in Tigray weet wat er op het spel staat. Ze werd verkracht door militairen die haar toebeten dat alle Tigrayers moesten worden uitgeroeid.

De recente successen van het TPLF verlichten haar pijn niet, noch die van de vele anderen die worden meegezogen in deze oorlog. Bij het Ayderziekenhuis in Mekele zijn al honderden verkrachte vrouwen behandeld. ‘Maar dit is slechts het topje van de ijsberg,’ zegt Mussie Tesfay Atsbaha, hoofd administratie van het ziekenhuis. ‘Voor elke patiënt die zich meldt, liggen er elders twintig lijken.’

‘Voorheen kon ik me geen voorstelling maken van hoe de hel eruitziet, maar nu wel.’

De Pulitzer Prize-winnende fotograaf Lynsey Addario schreef de autobiografie It’s What I Do. NGM-redacteur Rachel Hartigan werkt aan een boek over de zoektocht naar Amelia Earhart.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het National Geographic Magazine, editie 11, 2021. 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
De tombe van de griffioen-krijger: spectaculaire grafgiften
Geschiedenis en Cultuur
De pot van Rotterdam
Geschiedenis en Cultuur
Een pandemie in de tijd van Achnaton
Geschiedenis en Cultuur
De voetsporen van Vincent in Brabant
Geschiedenis en Cultuur
Ötzi de ‘Iceman’: wat we dertig jaar na zijn ontdekking weten

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.