Wereldwijde voedselcrisis dreigt door tekort aan kunstmest

De levering van kunstmest in de wereld is sterk afgenomen door het conflict in Oekraïne, extreem weer en beperkte exporten, zodat boeren grote moeite hebben om de wereld te blijven voeden.

Door Joel K. Bourne, Jr.
Gepubliceerd 30 mei 2022 12:19 CEST
fertilizer-facility

Verschillende soorten kunstmest worden gemengd in de fabriek van Golden Fertilizers in Lagos, Nigeria. De opbrengsten van belangrijke gewassen in de wereld worden bedreigd door het wereldwijde tekort aan kunstmest, wat volgens experts tot wijdverbreide voedseltekorten kan leiden.

Foto door Peter Essick, Nat Geo Image Collection

Denk je misschien dat het wereldwijde tekort aan kunstmest jou niet aangaat? Dan moet je eens in de spiegel kijken. Wie dit artikel in Europa, Noord-Amerika, Latijns-Amerika of Azië leest, moet bedenken dat het samenraapsel van aminozuren dat je in de spiegel ziet, zonder chemische kunstmest niet in leven zou zijn.

Want volgens de vooraanstaande Canadese energie-onderzoeker Vaclav Smil is twee vijfde van de mensheid – ruim drie miljard mensen – in leven dankzij stikstof-kunstmest, het voornaamste ingrediënt van de ‘Groene Revolutie’ die in de jaren zestig de landbouw in de wereld een enorme impuls gaf. Dankzij het drietal chemische elementen in kunstmest waarmee destijds de internationale graanproductie werd verdrievoudigd – stikstof (N), fosfor (P) in de vorm van fosfaten, en kalium (K) – maakte de wereldbevolking een groei door die nooit eerder was vertoond. Maar nu zijn deze grondstoffen voor kunstmest sterk geslonken en hebben boeren, kunstmestfabrikanten en overheden overal ter wereld grote moeite om een ogenschijnlijk onvermijdelijke terugval in de opbrengt van gewassen te voorkomen.

‘Ik weet niet zeker of het nog mogelijk is om een voedselcrisis te vermijden,’ zegt Theo de Jager, voorzitter van de World Farmers’ Organization. ‘De vraag is hoe breed en diep het probleem zal worden. Het belangrijkste is dat boeren vrede nodig hebben. En voor vrede heb je boeren nodig.’

De invasie van Oekraïne door Vladimir Poetin was een mokerslag voor een sector die al ruim een jaar lang door andere gebeurtenissen was getroffen. Volgens analisten van de Rabobank exporteert Rusland bijna twintig procent van de wereldproductie aan stikstofkunstmesten en, samen met buurland Wit-Rusland, veertig procent van de wereldproductie aan kalium. Door westerse sancties en de recente Russische beperkingen op de export van kunstmest is het grootste deel van die productie nu buiten bereik van de boeren in de wereld gekomen.

‘Als je nu met een boer in Noord-Amerika of Oceanië zou praten, zou het gesprek gaan over kunstmest, en met name over de prijs en de beschikbaarheid van kunstmest,’ zei De Jager tijdens een recente videoconferentie over de kwestie. ‘De prijzen liggen ongeveer 78 procent hoger dan het gemiddelde van 2021, en dat zorgt in de landbouw voor grote problemen aan productiezijde. In veel delen van de wereld kunnen boeren het zich simpelweg niet meer veroorloven om kunstmest in te kopen. En als ze dat al kunnen, dan zijn die kunstmesten niet verkrijgbaar. Het gaat niet alleen om kunstmest, maar om allerlei chemische landbouwproducten en ook om brandstof. Dit is een wereldwijde crisis, die een wereldwijde respons vereist.’

Het grootste deel van die respons is tot nu toe vrij lukraak geweest, waarbij iedere boer en elke regering zijn of haar eigen maatregelen treft. Maar vorige week kondigden de VS en een aantal internationale ontwikkelingsbanken een alomvattend ‘actieplan’ met betrekking tot de wereldwijde voedselproductie aan. Het plan voorziet in hulp ter waarde van ruim dertig miljard dollar en heeft tot doel een herhaling van de voedselrellen te voorkomen waarmee tijdens de vorige periode van abrupt stijgende voedselprijzen, van 2008 tot 2012, talloze regeringen in de wereld omver werden geworpen.

Amerikaanse boeren onder druk

Rodney Rulon heeft het dit jaar beter voor elkaar dan de meeste boeren. Als een vooruitstrevende boer in Arcadia, Indiana, maakt hij op de akkers van zijn familiebedrijf – drieduizend hectare aan maïs en sojabonen – al sinds 1992 gebruik van landbouwmethoden die de bodem niet verstoren en ook van dekgewassen en kippenmest. Mede dankzij uitgebreide bodemtests die hij elk jaar laat uitvoeren, slaagt hij erin het gebruik van chemische kunstmesten met twintig tot dertig procent te verlagen. Niettemin vormt kunstmest nog altijd de belangrijkste investering in zijn gewassen.

‘We hebben dit jaar veel op kunstmest bespaard,’ zegt Rulon. ‘Voor fosfaat en kalium betaal je momenteel 1200 dollar per ton. Vorig jaar was dat nog 450 dollar. Stikstof kostte vorig jaar 500-550 dollar per ton en dat ligt nu ruim boven de 1000 dollar. Het was onze grootste kostenpost, en die is nu verdubbeld.’ Hij kan zelfs de 3000 ton aan kippenmest die hij normaliter als alternatief voor fosfaat en kalium gebruikt, niet meer afnemen. Hij had een herenakkoord met zijn leverancier afgesloten om diens gebruikelijke productie voor zestig dollar per ton af te nemen, maar die productie wordt nu aan een hogere bieder geleverd.

De hoge kosten voor kunstmest hebben in grote delen van de VS een ware run op natuurlijke meststoffen veroorzaakt, want boeren zoeken naar alternatieven voor peperdure chemische kunstmesten. Dat is misschien geen slechte ontwikkeling, zegt Antonio Mallarino, expert in bodemkwaliteit en plantenvoeding aan de Iowa State University, die al tientallen jaren probeert om boeren af te brengen van het overmatige gebruik van chemische kunstmesten.

‘Op vijftig tot zestig procent van de akkers in Iowa zou je gewoon  tien jaar lang geen fosfaat en kalium kunnen toepassen, en dan zouden die akkers prima functioneren,’ zegt Mallarino.

Terwijl de maïsprijs in februari de barrière van acht dollar per bushel bereikte en bijna het record uit 2012 brak, stappen veel boeren over op de verbouw van sojabonen, die minder voedingsstoffen en dus minder kunstmest nodig hebben. Uit het inzaai-rapport van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, dat op 31 maart werd gepubliceerd, blijkt dat boeren van plan zijn om dit jaar een recordoppervlak van bijna 37 miljoen hectare aan sojabonen in te zaaien, vier procent meer dan vorig jaar, toen het areaal aan maïsvelden daalde naar ruim 36 miljoen hectare – de laagste stand in vijf jaar.

‘Als deze trend doorzet, zal dat goed zijn voor het milieu,’ zegt Mallarino. ‘Het overmatige gebruik van al dat stikstof en fosfaat, dat vervolgens in onze rivieren en meren terechtkomt, zal dan omlaag gaan.’

Bert Frost heeft van boeren al heel wat geweeklaag over de kunstmestprijzen gehoord. Hij is vicepresident voor sales, leverantieketens en marktontwikkelingen van CF Industries, een van de grootste producenten van stikstofkunstmesten ter wereld. De soepele wisselwerking tussen vraag en aanbod die de prijzen voor stikstof de afgelopen tien jaar binnen een smalle bandbreedte hebben gehouden, werkt volgens hem niet meer, want zowel het aanbod als de vraag is getroffen door externe schokken. ‘We zien momenteel een samenloop van omstandigheden waarbij geen van de factoren op elkaar aansluiten,’ zegt Frost.

Na de pandemie herstelde de industriële productie in de wereld zich razendsnel en daarmee ook de vraag naar ruwe grondstoffen voor kunstmesten. Samen met een beperkte opslag van graanproducten heeft dat gezorgd voor een omhoog schietende vraag. Aan de andere kant hebben leveranciers te kampen met de ene episode van extreem weer na de andere. In februari 2021 legde de winterstorm Uri de kunstmestproductie van Iowa tot Texas plat, waarbij sommige fabrieken soms wel een maand of langer buiten gebruik raakten. Een halfjaar later trok hurricane Ida een verwoestend spoor door de ‘chemische corridor’ van Louisiana, waar de storm meerdere kunstmestfabrieken beschadigde, waaronder het complex van CFI in Donaldsonville. Met zes ammonia- en vier ureumfabrieken (ureum is een kunstmest dat chemisch wordt vervaardigd uit stikstof) is dit complex het grootste van zijn aard in de wereld. Het bedrijf was gedwongen om zijn contracten tijdelijk op te schorten.

‘En er was nog meer,’ zegt Frost. ‘Vervolgens legden China en Rusland de export van kunstmest aan banden. China exporteert tien procent van de wereldproductie aan ureum, en die export daalde bijna naar nul procent. Daarna volgde de Russische inval in Oekraïne en was het hek van de dam.’

Kortom, al ruim vóór de oorlog in Oekraïne en de daarop volgende sancties en de Russische blokkade van Oekraïense havens aan de Zwarte Zee heerste er grote onrust op de markten. ‘Alle factoren die ik eerder heb genoemd, zijn ongekend,’ zegt Frost. ‘Dus de logistiek is helemaal in de war. Ik denk niet dat dit zomaar overwaait.’

Latijns-Amerika zonder kunstmest?

Volgens Frost zullen Noord-Amerikaanse boeren uiteindelijk wel de kunstmesten krijgen die ze dit seizoen nodig hebben, ook al moeten ze daarvoor meer betalen. Maar het zijn de agrarische grootmachten van Latijns-Amerika die het kwetsbaarst zijn voor verstoringen in de leverantie van kunstmest. Dat geldt vooral voor Brazilië, dat ongeveer 85 procent van zijn kunstmest importeert, waarvan normaliter een kwart uit Rusland.

Als boeren in dit deel van de wereld het gebruik van kunstmest moeten verlagen en hun opbrengsten daardoor teruglopen, zal dat aanzienlijke uitwerkingen op de wereldvoedselproductie hebben. Volgens een recent rapport van het Amerikaanse ministerie van Landbouw behoort Brazilië tot de drie grootste exporteurs van sojabonen, maïs en suiker, en ook van rund-, kippen- en varkensvlees.

Het belangrijkste inzaaiseizoen op het zuidelijk halfrond begint in september, en de Braziliaanse regering heeft grote moeite nieuwe leveranciers van kunstmest te vinden. Eerder dit jaar sloot het land zelfs een ruilhandel met Iran, waardoor het de Amerikaanse sancties  tegen dat land wist te omzeilen: in ruil voor maïs en sojabonen zal Iran 400.000 ton ureum aan Brazilië leveren. En de kunstmest uit Rusland is van zo groot belang voor de Braziliaanse voedselproductie dat de regering-Biden eind maart een speciale vrijstelling heeft ontworpen waarmee het Zuid-Amerikaanse land de sancties tegen Rusland kan negeren. Hoewel leveranties nog altijd door de financiële sancties tegen het regime van Poetin verstoord zullen worden, hopen analisten dat de druk op de internationale voedselprijzen door deze maatregel zal afnemen.

‘Het is onmogelijk om voorspellingen over deze situatie te doen,’ zegt Micaela Bové, directrice agrarische oplossingen van Yara Latinamérica in Buenos Aires, de Zuid-Amerikaanse tak van de Noorse kunstmestgigant. ‘Ik had nooit gedacht dat COVID-19 nog altijd niet voorbij is. En ik had nooit gedacht dat deze invasie tot een echte oorlog zou uitgroeien, maar ook dat is gebeurd. Maar boeren zijn in dit verhaal de ware helden. Ze hebben alles voor hun kiezen gekregen dat je je maar kunt voorstellen, maar ze blijven voedsel produceren.’

Volgens Bové ziet haar bedrijf, afgezien van Brazilië, nog geen tekorten voor de landbouw in de regio, van kleine boerenbedrijven in Mexico tot de uitgestrekte estancias van Argentinië. Maar de hoge prijzen zorgen er wel voor dat veel boeren minder kunstmest gebruiken. Dus proberen Bové en haar team instrumenten te ontwikkelen die boeren helpen om hun kunstmest efficiënter in te zetten. ‘Beslissingen met betrekking tot het gebruik van kunstmest hangen af van het gewas,’ zegt zij. ‘Een maïsboer in Mexico heeft andere behoeften dan een citrus- of bananenplanter ergens anders.’

Afrika: van weinig tot niets

Doorgaans gebruiken Afrikaanse boeren van alle voedselproducenten in de wereld de minste hoeveelheid kunstmest per hectare en behalen ook de laagste opbrengsten, met name wat betreft maïs en andere graanproducten waarmee het grootste deel van de caloriebehoefte op het continent wordt verzorgd. Het gevolg is dat bijna de helft van de landen in Afrika afhankelijk zijn van geïmporteerde tarwe uit Rusland en Oekraïne, en dat ondanks het feit dat zestig procent van het bewerkbare landareaal op aarde in Afrika is te vinden. Veertien Afrikaanse landen importeren bijna de helft van hun tarwe uit de beide landen in oorlog. Door de stijgende voedselprijzen dreigen nu miljoenen gezinnen in Afrika ten prooi te vallen aan armoede en ondervoeding.

En de oorlog in het verre Oost-Europa is niet hun enige probleem, zegt Agnes Kalibala, voorzitster van de Alliance for a Green Revolution in Africa (AGRA), een ngo in Nairobi die met Afrikaanse regeringen en buitenlandse hulporganisaties samenwerkt om de voedselproductie van het continent te verhogen door het gebruik van kunstmest te bevorderen en het zaadgoed te verbeteren. ‘Voor mij is het belangrijkste aspect – belangrijker nog dan kunstmest – het feit dat boeren nu lijden onder de klimaatverandering,’ zegt Kalibata, voormalig minister van Landbouw van Rwanda. ‘In landen waar het vorig jaar niet heeft geregend, is er veel minder kunstmest gebruikt. Dus is de vraag of dat gebruik weer zal stijgen als er in sommige regio’s weer meer regen valt.’

Maar zelfs als er in Afrikaanse landen kunstmesten beschikbaar zijn, kunnen boeren deze producten volgens haar vaak niet betalen. Regeringen die normaliter de aankoop van kunstmest subsidiëren, hebben grote moeite om de enorme schulden af te betalen die ze tijdens de pandemie hebben opgebouwd. In sommige landen bedraagt die schuldenlast vijftig procent van het bbp. Kalibata’s groep werkt samen met de Afrikaanse Unie, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de landen van de G7 om een programma voor noodhulp op te zetten. Daarnaast spoort de groep boeren aan om alternatieven voor kunstmest te vinden.

‘In Afrika is de productiviteit erg laag en hebben we te maken met bodems met een zeer laag stikstofgehalte,’ zegt Kalibata. ‘Het is dus erg moeilijk om zonder aanvullende voedingsstoffen maïs of rijst te verbouwen. Maar er zijn andere mogelijkheden, zoals gewone tuinbonen, die in Ethiopië en Soedan worden verbouwd en honderd procent van hun stikstofbehoefte uit te lucht kunnen opnemen. Dat opent geweldige mogelijkheden.’

De binding van stikstof uit de lucht is een natuurlijk en symbiotisch proces waarmee peulvruchten zich onderscheiden van graangewassen, die tot de grasfamilie behoren. Rhizobium-bacteriën groeien op de wortels van peulgewassen en zetten daar stikstof uit de atmosfeer om in ammonia, dat door de planten gebruikt kan worden. Op hun beurt voorzien de planten de bacteriën van suikers. Peulvruchten blinken uit in het binden van stikstof uit de atmosfeer: sojabonen kunnen zo 70 tot 80 procent van hun stikstofbehoefte dekken. Zo kan de gewone boon, een belangrijk voedselgewas dat in heel Afrika wordt verbouwd, tot wel dertig procent van zijn stikstofbehoefte uit de lucht halen. ‘Je hebt nog altijd aanvullende voedingsstoffen nodig, maar wel veel minder,’ zegt Kalibata.

Zoals altijd is het klimaat de onzekere factor. Zonder regen heeft kunstmest weinig tot geen effect. ‘Als het in sommige van deze regio’s niet genoeg regent, moeten deze landen alternatieven kunnen vinden,’ zegt Kalibata. ‘Als ze dat niet doen, krijgen we te maken met meerdere crises tegelijk.’
 

Biologisch beter?

Zo’n beetje de enigen die dit seizoen niet klagen over het tekort aan kunstmest, is het groeiende aantal biologische boeren. Hun devies is al sinds geruime tijd dat ze niet de bodem maar het gewas moeten voeden. Door peulvruchten als dekgewassen te verbouwen, meerdere gewassoorten af te wisselen en de aanwezigheid van nuttige insecten en microben op hun akkers te stimuleren, hoeven ze geen gebruik te maken van chemische kunstmesten en landbouwbestrijdingsmiddelen. Volgens Jeff Moyer, directeur van het Rodale Institute in Emmaus, Pennsylvania, kunnen sommige gewassen, zoals voederwikke, tot wel 340 kilo stikstof per hectare uit de atmosfeer binden.

Met de hulp van de Pennsylvania State University wordt op het Rodale Institute al sinds 1981 vergelijkend onderzoek gedaan naar conventionele en biologische landbouwmethoden – het langst lopende veldonderzoek van deze aard in Noord-Amerika. Onderzoekers van het instituut ontdekten dat biologische opbrengsten na een overgangsperiode van vijf jaar niet alleen vergelijkbaar waren met conventionele opbrengsten, maar dat biologisch verbouwde gewassen tijdens droogteperioden tot wel veertig procent grotere oogsten opleverden. Maar het belangrijkste was nog dat deze gewassen de boeren drie- tot zesmaal zoveel winst opleverden terwijl er voor de verbouw ervan geen giftige chemicaliën in rivieren en sloten werden geloosd.

‘Kunstmest is het topje van de ijsberg van de problemen waarmee boeren te kampen hebben,’ zegt Moyer. ‘Kijk maar naar Kansas en Nebraska. Daar woeden dit jaar talloze bosbranden, ook in het zogenaamd vochtige seizoen. Weerspatronen verschuiven en het energieverbruik stijgt in plaats van dat het afneemt. Om de gevolgen daarvan op te vangen zullen we onze productiemodellen totaal om moeten gooien.’

Maar de overgang naar biologische methoden kost tijd, en dat is wat maar weinig boeren in de wereld momenteel hebben.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Milieu
Hoe kleine aanpassingen van onze eetgewoonten de planeet helpen
Milieu
Nieuw meetsysteem voor kwetsbaarheid van tropische regenwouden
Milieu
Dit heilige boontje behoedt een inheemse clan voor klimaat-ellende
Milieu
Menu van de toekomst: insecten, zeewier en bloederige vegaburgers
Milieu
Klimaatverandering treft ook de tomatensaus op onze pizza

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.