Er is een nieuw kikkerfossiel ontdekt. De resten blijken toe te behoren aan het oudste kikkervisje dat ooit is ontdekt en vertonen opvallend veel overeenkomsten met kikkervisjes zoals we die nu kennen. Op één ding na: hij is enorm.

Op zoek naar een dino

Paleontoloog Federico Agnolín en zijn collega’s stuitten per toeval op de fossiele kikker. Eigenlijk zochten ze naar resten van dinosauriërs, in een groeve bij Estancia La Matilde in Argentinië. Maar in plaats van dino’s vonden ze de ene na de andere kikker.

De kikkers waren allemaal volwassen exemplaren van dezelfde uitgestorven soort: Notobatrachus degiustoi. Sommige onderzoekers vermoedden daarom dat kikkers in die tijd nog niet het stadium van kikkervisje doormaakten. Tot januari 2020.

Toen pakte een van de onderzoekers tijdens een pauze een steen op met daarin een afdruk van een kikkervisje van ruim 15 centimeter lang. Details als de kieuwen, ogen en zelfs sommige zenuwen waren duidelijk zichtbaar.

Oudste kikkervisje

In een onlangs gepubliceerde studie in vakblad Nature schatten de wetenschappers dat het fossiel tussen de 161 en 168 miljoen jaar oud is. Dat is ongeveer 30 miljoen jaar ouder dan de voorgaande recordhouder. De vondst bewijst dat kikkers dus al minstens zo lang het stadium van kikkervisje kennen.

Omdat Agnolín geen expert is op het gebied van kikkers schakelde hij de hulp in van bioloog Mariana Chuliver, die net als hij werkt bij de Fundación de Azara in Buenos Aires. Chuliver deed eerder al onderzoek naar de ontwikkeling van kikkervisjes. Toen ze het fossiel onder de microscoop bekeek, viel haar op dat het kraakbeen in de kieuwen verrassend sterk leek op dat van kikkervisjes van nu.

Net als hun hedendaagse verwanten zogen kikkervisjes van de uitgestorven soort water op om het vervolgens weer uit te stoten door hun kieuwen. Dit stelt ze in staat gelijktijdig voedsel te filteren en zuurstof op te nemen. Ze voedden zich waarschijnlijk met micro-organismen en organische deeltjes die in het water dreven.

Paradoxale kikkers

De meeste kikkers zijn het grootst wanneer ze de volwassen fase van hun leven bereiken. Dat klinkt logisch, maar die theorie gaat niet op voor de paradoxale kikker (Pseudis paradoxa), een fascinerende soort die voorkomt in Argentinië. Kikkervisjes van deze soort kunnen maar liefst 20 centimeter lang worden, terwijl ze in de volwassen fase amper langer zijn dan 5 centimeter.

Ook de kikkervisjes van Notobatrachus degiustoi waren enorm, al lijken zij hun omvang in de volwassen fase te behouden: de fossielen van kikkers die in de groeve werden gevonden, zijn ongeveer even lang als de kikkervisjes. Het ver ontwikkelde kraakbeen en afdrukken van botstructuren in het fossiel wijzen erop dat het kikkervisje van deze uitgestorven soort op het punt stond een metamorfose te ondergaan.

Waarom zo groot?

Het blijft opvallend dat de kikkervisjes van zowel N. degiustoi als de paradoxale kikker gigantisch waren. ‘Die omvang is lastig te verklaren,’ zegt zoöloog Marissa Fabrezi van de Universidad Nacional de Salta in Argentinië, die onderzoek deed naar paradoxale kikkers. ‘Maar het is belangrijke informatie om de evolutie van deze dieren te begrijpen.’

Wetenschappers hopen dat de kennis over paradoxale kikkers ze kan helpen te begrijpen waarom de kikkervisjes van N. degiustoi zo groot werden.

Net als de fossiele kikkers, leven paradoxale kikkers in tijdelijke poelen die opdrogen wanneer er niet genoeg regen valt. Hier hebben de dieren weinig last van competitie of roofdieren, waardoor ze langer in het stadium van kikkervisje kunnen blijven. Zo profiteren ze optimaal van de voedingsstoffen in de poelen, voordat ze dit veilige leefgebied moeten verlaten. Vandaag hebben veel kikkers het juist hierdoor lastig, omdat hun afhankelijkheid van twee verschillende habitats ze dubbel zo kwetsbaar maakt voor menselijke verstoring.

Nog niet uitgelezen? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van National Geographic en ontvang wekelijks de favoriete verhalen van de redactie in je mail.