In de loop van de evolutie is de mens door jagen, vissen en bouwen naar de top van de voedselketen geklommen. Dat leverde ons de status van ‘toproofdier’ op: een positie die we delen met dieren als leeuwen, beren en orka’s. Lange tijd werd aangenomen dat andere diersoorten ons daardoor automatisch als een uitzonderlijk gevaar zien, maar nieuw onderzoek laat zien dat die reactie minder zwart-wit is dan vaak wordt gedacht.
Dieren reageren sterk op jagers
Dat blijkt uit een grootschalige meta-analyse van het Indian Institute of Science, onlangs gepubliceerd in het vakblad Ecology Letters. De onderzoekers keken naar drie meetbare gedragingen: hoeveel tijd dieren besteden aan voedsel zoeken, hoe waakzaam ze zijn en hoe ze zich verplaatsen.
Die keuzes zijn gemaakt om duidelijk zichtbaar te maken welke afwegingen dieren maken bij het inschatten van risico’s. Een dier kan zijn tijd immers maar één keer besteden: wie vaker opkijkt om gevaar te scannen, heeft minder tijd om te eten.
Leestip: 10 jaar wolven in Nederland: hoe leren we met de wolf samenleven?
In gebieden waar mensen actief jagen of vissen, verandert het gedrag duidelijk. Dieren zijn alerter en besteden minder tijd aan het zoeken naar voedsel. Ze bewegen soms ook anders door het landschap, bijvoorbeeld door risicogebieden te vermijden. Dat wijst erop dat ze mensen die doden daadwerkelijk als serieuze bedreiging zien.
Toeristen zorgen voor minder angst
Heel anders is de reactie op niet-dodelijke menselijke aanwezigheid, zoals toeristen of onderzoekers. In die situaties zijn gedragsveranderingen gemiddeld kleiner en minder consistent. Sommige soorten blijven voorzichtig, andere lijken relatief snel te wennen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Volgens de onderzoekers past dat binnen de zogenoemde risk allocation hypothesis. Die theorie stelt dat dieren hun gedrag afstemmen op hoe intens en voorspelbaar een dreiging is.
Is het gevaar groot en regelmatig, zoals in een jachtgebied, dan loont het om structureel extra waakzaam te zijn. Is het risico beperkt, dan kunnen dieren het zich veroorloven om minder energie in alertheid te steken.
Wegen als onverwachte veilige zones
Een van de opvallendste bevindingen gaat over menselijke infrastructuur. In sommige gevallen bleek de waakzaamheid van dieren juist lager in de buurt van wegen en nederzettingen.
Dat klinkt tegenstrijdig, maar er is een logische verklaring. Grote roofdieren mijden vaak drukke menselijke zones. Voor kleinere prooidieren kan de nabijheid van mensen daardoor relatief veilig aanvoelen.
Leestip: Keert na de wolf ook de bruine beer terug naar Nederland?
Daarnaast zijn bermen en open plekken langs wegen vaak overzichtelijker en rijk aan jonge planten, wat het aantrekkelijke gebieden maakt om in te grazen. Tegelijkertijd schuilt hier een ander risico: verkeer. Dieren die bescherming opzoeken tegen natuurlijke vijanden, vergroten soms de kans op aanrijdingen.
Wat betekent dit voor natuurbeheer?
De studie nuanceert het idee dat mensen overal en altijd als ‘superroofdier’ worden gezien. Dieren reageren vooral sterk op directe dreiging. Onze aanwezigheid op zichzelf is niet automatisch voldoende om hetzelfde effect te veroorzaken.
Dat is belangrijk voor natuurbeheer: om conflicten tussen mens en dier te verminderen, moeten we begrijpen hoe dieren gevaar inschatten. Daarbij spelen soortkenmerken, eerdere ervaringen met mensen, de aanwezigheid van andere roofdieren en de inrichting van het landschap allemaal een rol.
Volgens de onderzoekers is aanvullend onderzoek nodig om de onderliggende processen achter deze gedragsveranderingen te begrijpen. Vervolgstudies moeten uitwijzen of het om tijdelijke aanpassing gaat, of om evolutionaire verandering.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!