Paleontologen zijn al decennialang gefascineerd door de verpletterende kaken en enorme tanden van Tyrannosaurus rex. Toch roept een ander lichaamsdeel al decennia lang vragen op: waarom had deze gigantische vleeseter met zulke korte armen? Volgens een recente studie ligt het antwoord mogelijk in de manier waarop T. rex evolueerde om zijn positie bovenaan de voedselketen te behouden.
Een roofdier aan de top van de voedselketen
Tijdens het Laat-Krijt leefde de Tyrannosaurus rex in het westelijke deel van het huidige Noord-Amerika. Deze reusachtige vleeseter, die wel veertien meter lang kon worden, behoorde tot de absolute toppredatoren van zijn ecosysteem. Met een beet die waarschijnlijk krachtiger was dan die van welk landdier ook joeg het op grote planteneters, zoals Triceratops en Edmontosaurus.
Fossielen van T. rex laten zien hoe indrukwekkend het roofdier was gebouwd. Zijn gekartelde tanden konden meer dan vijftien centimeter lang worden en waren sterk genoeg om botten te breken. Paleontologen zien die enorme bijtkracht terug in beetsporen op fossielen van prehistorische prooidieren.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Opvallend is altijd geweest dat dit enorme toproofdier juist zulke kleine, bijna komisch ogende armen had. Waarom evolueerde de T. rex, net als veel andere vleesetende dinosaurussen, met zulke korte voorpoten? Wetenschappers denken dat nu beter te begrijpen.
Kleine armen kwamen vaker voor
Voor een onderzoek dat afgelopen week werd gepubliceerd in het vakblad Proceedings of the Royal Society B vergeleken wetenschappers 82 soorten theropoden: vleesetende dinosauriërs die op twee poten liepen, waaronder ook de familie van T. rex. De onderzoekers ontdekten dat opvallend kleine voorarmen niet uniek waren voor tyrannosaurussen, maar in totaal bij vijf verschillende groepen voorkwamen.
Hoofdauteur Charlie Roger Scherer van UCL Earth Sciences (VK) benadrukt dat T. rex niet eens het extreemste geval is: ‘Carnotaurus had absurd kleine armen, nog kleiner dan die van T. rex.’
Lange tijd werd gedacht dat de kleine armen simpelweg het gevolg waren van een steeds groter wordend lichaam. Maar volgens de onderzoekers is dat geen volledige verklaring: ze zagen vooral een sterke samenhang tussen kleine armen en de ontwikkeling van grote, krachtige schedels en kaken.
De toenemende grootte van prooidieren, zoals gigantische sauropoden, heeft vermoedelijk gezorgd voor een verandering in de jachtstijl van roofdinosaurussen. Vleeseters gingen daarbij steeds meer vertrouwen op hun kop en kaken, in plaats van op hun klauwen.
Hoe evolutie de armen van T. rex verkleinde
‘Het is een klassiek geval van ‘use it or lose it’, legt Scherer uit. ‘Als de armen minder nuttig worden, nemen ze in de loop van de evolutie in grootte af.’
Die aanpassingen ontstonden vaak in gebieden waar gigantische prooidieren leefden. ‘Een sauropode van dertig meter lang proberen vast te grijpen met klauwen is waarschijnlijk niet erg effectief,’ zegt Scherer. ‘Aanvallen en vasthouden met krachtige kaken werkte vermoedelijk beter.’
De onderzoekers benadrukken dat hun studie vooral verbanden laat zien en geen direct oorzakelijk bewijs levert. Toch denken ze dat de ontwikkeling van sterke schedels waarschijnlijk voorafging aan het kleiner worden van de armen. ‘Evolutionair gezien zou het niet logisch zijn als deze roofdieren eerst hun belangrijkste aanvalswapen verloren zonder een alternatief te hebben.’
Verschillende evolutionaire routes met dezelfde uitkomst
De onderzoekers zagen bovendien dat de armen bij verschillende groepen dinosauriërs op uiteenlopende manieren kleiner werden. Bij abelisauriërs krompen vooral de handen en onderarmen sterk, terwijl bij tyrannosauriërs alle delen van de arm ongeveer evenredig kleiner werden.
Volgens het team wijst dat erop dat verschillende dinosaurussoorten via uiteenlopende evolutionaire routes uiteindelijk dezelfde uitkomst bereikten: opvallend kleine voorpoten.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.














